Ik zou best weleens iets substantieels, belángrijks willen doen. Studeren, da's natuurlijk allemaal leuk en aardig, maar ik vermoed zo dat men over 100 jaar niet zal zeggen: 'Goh, die Sven, dát was me nog eens een student'. Wellicht kan ik me (nóg!) indrukwekkender door de vakliteratuur werken, maar ik zou het eigenlijk liever ergens anders zoeken. Een plaatje opnemen, een boek schrijven, een film maken; precies, belángrijke dingen. Nu heb ik dan wel verscheidene ceedeetjes liggen met eigen ruis en gepriegel; verscheidene half-romans (half zo af als een echte, en (hoogstens) half zo goed); verscheidene filmprobeersels zonder lijn, structuur of plot; maar daar eindigt het voorlopig. In gedachten ben ik echter graag de nieuwe Animal Collective, de nieuwe Laurence Sterne, de nieuwe Takeshi Kitano.
Het grote voordeel van film is dat er vaak muziek onder zit. Da's twee voor de prijs van één. U ziet, u hoort, en dat alles tegelijk. Het brengt nog een voordeel met zich mee: voor alle cinematische meesterwerken die ik vast ooit nog wel eens zal maken, kan ik alvast minitieus de juiste nummers bij elkaar zoeken die zo mooi aan zullen sluiten bij mijn zelfgeschoten visuele pracht. De zoektocht naar die oorstrelende muziek is altijd een spannend soort ontdekkingsreis; meerdere malen heb ik me in de verste uithoeken van de wereld gewaand. Koud en meedogenloos, donker en guur; het was lang niet altijd een warm welkom, a sort of homecoming. Verbeten werkte ik me door ijsvlaktes aan kitsch en oerwouden aan wanklanken. De schoonheid die je uiteindelijk dan echter weet te ontdekken, is daarom echter enkel des te schoner.
Ik heb geen idee hoe ik precies bij Cocteau Twins belandde (enkel dat het tijdens een zoektocht naar muziek voor ooit-films was), maar ik vermoed dat het enigszins via My Bloody Valentine, Galaxie 500 en The Jesus & Mary Chain is geweest. Ik was nogal into de dromerige, gruizige songs van deze bands; de prachtige combinatie van pop en ruis is me nog altijd bijzonder dierbaar. Ook de Twins wisten een (vergelijkbare, doch verschillende) meeslepende verzameling van geniale songs en een broeierig geluid bijeen te toveren. Treasure bleek een plaat zoals ik er nog geen kende, maar die wel degelijk vertrouwd en intiem voelde. Vreemd, hemels enerzijds, dichtbij anderzijds; muziek die doet verwonderen en bewonderen, die vertrouwde dingen nieuw maakt.
Wanneer ik Treasure draai (en dat doe ik toch regelmatig) echoot, galmt, waait, fluistert het me nog dagen na. Lorelei wandelt te pas en te onpas m'n kop in, ik zet per abuis koffie voor twee want Ivo (iiiivooo) komt op visite; op de een of andere manier raak ik er danig van slag van. Ik ervaar de wereld dan echter wel net wat mooier; alles gloeit, alles is verlicht, alles is intenser. Kortom, ik zal maar zeggen, een gevoel dat je wil delen. Misschien maak ik er ooit nog eens een film over. De soundtrack is er alvast.
