Met een zuchtje begint Mike Hadreas aan zijn 32 minuten durende uitbarsting van gekweldheid. ‘Awol Marine’ is de opener, helemaal naar de traditie van het debuut. Piano, beetje achtergrondruis, aandoenlijke zang. Het is een opmaat voor ‘Normal Song’, die zich bedient van akoestische gitaar in plaats van piano, al komt die in het midden van de song wel opduiken. Mooie tekst ook, er zit iets in over verlatingsangst, maar vooral vertrouwen in mijn ogen. “No memory; no matter how sad; no violence; no matter how bad; can darken the heart; or tear it apart”.
De kracht en pracht zit ‘m in de kleinheid van de nummers. ‘No Tear’ duurt bijvoorbeeld nog geen twee minuten, maar weet de luisteraar wel te verwelkomen, te omarmen en voorzichtig los te laten. Opmerkelijk: enkele drumsalvo’s. Een verschil met het debuut, dat zo goed als helemaal op Hadreas’ piano steunde. En het zal niet de laatste keer zijn. In ‘17’ zijn zelfs enkele strijkers te horen op de achtergrond. Toch blijft het geluid vooral lo-fi, zoals op ‘Learning’.
Het grote verschil met dat debuut is trouwens dat hier geen uitschieter opstaat. Zo blijven ‘Mr. Peterson’, ‘Learning’ en ‘Lookout, Lookout’ me na twee jaar nog altijd bij, vers in het geheugen. Terwijl het toch niet bepaald hapklare popmuziek is. Dat heb ik hier veel minder, dat buikgevoel. Wel is het niveau iets constanter; Perfume Genius, want zo luidt natuurlijk de artiestennaam van Hadreas, gebruikt meer instrumenten in zijn composities, terwijl toch dezelfde elementen de kern blijven; piano, stem en getormenteerde, soms schaamteloos blootgevende teksten. Vol provocatie ook. Zo vallen er in ‘Take Me Home’ verschillende dubbelzinnigheden op te merken: “I run my mouth like a fool”; “I work the corner of an endless grid”.
Soms dreigt de verveling wel toe te slaan. ‘Dirge’ klinkt wel heel eentonig, maar toch. Uiteindelijk moet je alweer concluderen dat het een mooie, oprecht klinkende song is. Daar is Hadreas toch wel goed in; als je hem één ding absoluut niet kan verwijten, is het dat hij niet oprecht zou klinken. Ik heb nu al een paar interviews met hem gelezen, en telkens weer komt hij over als iemand die niet bepaalde de gedroomde kindertijd heeft gehad. Zelftwijfel, verwarring, depressies, zelfmoordneigingen. Het resultaat had een stuk minder fraai kunnen zijn dan deze twee platen tot nog toe, bedoel ik maar.
‘Dark Parts’ is het mooiste nummer op de plaat, vind ik. Sterke melodie (met een mooie wending ongeveer in het midden van de song), en een erg goeie tekst. “I will take the dark part; of your heart into my heart” zingt Hadreas ter besluit. Wat wil hij ermee zeggen? Volgens mij wil hij de last van iemand anders z’n schouders halen, en zelf dragen, omdat hij toch al gebukt gaat onder een heleboel dingen. Het leven van een ander aangenamer maken, omdat je zelf dat klein beetje meer miserie toch al lang niet meer voelt. Dat is naastenliefde, beste mensen.
‘All Waters’ is, zoals Maarten (Slowgaze voor de vrienden) het al zegt in zijn stuk, begiftigd met mooie metaforen, en een interessante zwenk qua thematiek. Van ongebreidelde liefde naar hokjesdenken. Aanklacht tegen homofobie, inderdaad. ‘Hood’ gaat daar aardig op voort; “Ik ben niet wie je denkt dat ik ben”, lijkt Hadreas te bedoelen met zijn woorden, waarmee hij trouwens altijd spaarzaam mee omgaat; je zal hem nooit betrappen op een teveel aan woorden. Qua muziek is het wel een afwijkend nummer, in die zin dat het gewoonweg om een volbloed popsong gaat! Er is nog altijd “een hoek af”, maar toch. Dit is een stuk toegankelijker dan zijn andere nummers, terwijl de tekst toch ook weer zo confronterend is.
De titelsong, die me erg doet denken aan chattaal, drijft dan weer op een rustig pianootje en wat achtergrondgeluid (zo meen ik ergens, een fractie van een seconde, een piepende deur te horen). De tekst bestaat uit slechts zes regels, maar lijkt een wanhopige liefdesverklaring. “There is still grace in this; let me be the one to turn you on”. Ook directheid kan ontwapenend zijn.
‘Floating Spit’ klinkt zoals de titel doet vermoeden; de laatste verontwaardiging moet worden uitgespuwd, en ‘Sister Song’ klinkt als een kinderliedje, zo’n nummer dat je zingt om je kleine spruit in slaap te wiegen. Deze twee nummers zijn niet de beste van het album, maar toch ook weer prima, en eigenlijk staat hier niets op dat niet prima is. Ook geen enkel uitmuntend nummer, al komen ‘Dark Parts’, ‘No Tear’ en ‘Take Me Home’ aardig in de buurt.
Deze tweede plaat van Perfume Genius slaat iets minder in als een bom dan debuut ‘Learning’, maar dat is ergens ook wel normaal; er zit geen radicale verandering van sound in, de hoofdingrediënten blijven hetzelfde. Simpel pianospel, weemoedige zang en oprechte teksten.
3,5 sterren