De titel alleen al voorspelt weinig goeds. Dat het nog vermeld moet worden dat aan de rand van de stad, aan de rand van de samenleving, een grote duisternis hangt, dan is er echt iets aan de hand. En onder deze mantel van duisternis vinden we onder andere een prostituee, maar ook hardwerkende fabrieksmensen en mannen die hun jeugddromen in rook op zien gaan, of schrijnender nog, opeens pas inzien dat er niks terecht is gekomen van alles waar ze zich een voorstelling van gemaakt hebben. Darkness on the Edge of Town opent niet voor niets met de woorden ‘Lights out tonight/trouble in the heartland’.
Dit is een wereld vol barpiano's, messcherpe gitaarlijnen, een brullende en grommende Springsteen die in al zijn empathie met de arbeidersklasse pijn lijdt, als een Jezus die zijn stigmata te danken heeft aan de zondes van de mens. Het is de wereld van Charles Bukowski's korte verhalen, hoewel niet zo gefixeerd op erotiek (behalve in het prostitueebezoek 'Candy's Room') en alcohol, maar net zo donker en uitzichtloos, terwijl de bijbelse symboliek bij Bukowski ook ontbreekt, maar bij Springsteen op een bijna wrang sarcastische manier uitgebuit wordt om te laten zien dat verlossing nog verdomd ver weg is.
En dat pijn lijden, dat gaat op dit album van kwaad, zoals in het ziedende en snijdende ‘Adam Raised a Cain’ tot schijnbaar berusting gevonden te hebben, terwijl het eigenlijk wel duidelijk is dat het diep van binnen nog steeds schuurt en pijn doet. ‘Everybody’s got a secret, Sonny/Something that they just can't face’ vat wat dat betreft het album misschien nog beter samen dan de al eerder aangehaalde openingswoorden van ‘Badlands’. Af en toe komt die woede ook naar boven, explodeert het, zoals het in het refrein van ‘Streets of Fire’ ook daadwerkelijk lava lijkt te regenen, alsof het persoonlijke einde der tijden nabij is.
Hoe schuimbekkend, splinters achterlatend en woest om zich heen slaande Springsteen en de E-Street Band zich door de tien liedjes werken, want dit is geen spelen meer, dit is je er doorheen werken, toch is er toch nog dat beetje hoop. Of nee, hoop is het verkeerde woord; hoop is ‘Born to Run’, met de auto wegvluchten uit dat bekrompen gat en gewoon over iedereen heenrijden die je tegen probeert te houden. Het is meer een soort langzame acceptatie dat in sommige nummers schuilt, hoewel het me ook absoluut niet zonder (symbolische) redenen lijkt dat kant A opent met ‘Badlands’ en kant B met ‘The Promised Land’.
Toch zijn hoop en geloof geen oplossingen, geen uitwegen op Darkness on the Edge of Town. Ze lijken eerder alleen tot desillusie te leiden, tot nog meer pijn. En op zo’n moment is het enige wat je nog kunt je lot accepteren, hoe moeilijk het ook lijkt. Dat maakt dit album misschien wel een zware zit, maar ook een emotionele achtbaan. Mooi is het niet, maar als je alleen mooi wilt heb je hier niets te zoeken, laat staan dat je dan gewapend bent tegen het leven zelf.