Deafheaven is een band die, net als Light Bearer, of misschien zelfs nog meer, op MuMe aan het uitgroeien is tot een cultband binnen de metalmuziek van langere adem. Een constatering, en ik kon er natuurlijk ook niet langer omheen; het nummer ‘Violet’ van debuut ‘Roads to Judah’ kwam voor op de lijst van onze eigen alternatieve metalladder, en is in mijn persoonlijke lijst in de finale uiteindelijk op een tweede plaats gestrand. Na ‘Primum Movens’ van, jawel, Light Bearer.
Een flink koppel meppen tegen m’n kop wilde ik mezelf geven, toen ik ‘Violet’ eenmaal een paar keer had beluisterd. Waarom kende ik deze fantastische, sfeervolle muziek niet? Snel het debuut gaan luisteren, en bij één keer is het niet gebleven. Erg sterk ook dat je al zo’n knoert van een song weet te componeren, en dat op nog maar het debuut. Het beloofde ontzettend veel voor de toekomst van de Amerikaanse band, maar anderzijds is het aartsmoeilijk om de torenhoge verwachtingen in te lossen, en zou het niet de eerste band zijn die door de mand valt.
Niets van dat alles; ‘Sunbather’, de tweede worp van Deafheaven is nog een klasse hoger in te schatten dan het debuut. De unieke, eigenwijze versmelting tussen verschillende subgenres is nog beter uitgewerkt. De felle vocalen, waarmee zanger George Clarke trouwens behoorlijk spaarzaam is, hebben des te meer het gewenste effect, namelijk dat van de meest ingrijpende soort; elke keer wanneer Clarke zijn strot wagenwijd opentrekt, wordt er een contrast getekend. De riffs van de lead gitaar zorgen namelijk voor een louterend, zelfs zomers gevoel. Er hangt een zekere hang naar nostalgie in de lucht, de riffs zijn niet “all black”.
De hoes is ontworpen door Nick Steinhardt, gitarist van Touché Amoré, de post-hardcore band. Van die band heb ik nog niet al te veel gehoord, maar ook in de muziek van Deafheaven hoor je veel emotionaliteit en inleving. Intensiteit, dat vooral. En dus wel een vermelding waard. De hoes is erg opvallend, en de band zal door een hele hoop mensen die zich bestempelen als metalliefhebbers, verguisd worden. Omwille van de overheersende kleur, omwille van de albumtitel. Mocht pakweg Darkthrone met een album komen dat de titel ‘Sunbather’ droeg, ze zouden weggehoond worden. Het pleit voor George Clarke en Kerry McKoy dat zij hier glansrijk mee wegkomen in mijn ogen. Het bewijst eens te meer de eigenzinnigheid, en ook de grensoverschrijdende ambities. ‘Sunbather’ bevat zeker elementen uit de black metal subcultuur, maar ook invloeden uit shoegaze, postrock en de muziek van Touché Amoré en consorten zijn hierin terug te horen.
Bovenal is ‘Sunbather’ natuurlijk een album dat naar mijn beleving vrij uniek is in zijn soort. Zelden heeft zo’n harde plaat zo’n breed spectrum aan gevoelens in mij losgemaakt. Razernij, woede en doodsangsten; maar ook hoop, geluk en ongeremdheid. Dit heeft George Clarke te zeggen over de albumtitel:
"A wealthy, beautiful, perfect existence that is naturally unattainable and the struggles of having to deal with that reality because of your own faults, relationship troubles, family troubles, death, et cetera."
Ofwel Clarke’s idee van perfectie, niet meteen de gangbare filosofie.
‘Sunbather’ is goed voor een uur luistergenot, verdeeld in 7 tracks; 4 lange, overheersend harde nummers en 3 afwisselende intermezzo’s, die zeker hun toegevoegde waarde hebben. Zo vloeit de fantastische opener ‘Dream House’ (dat nummer kruipt echt onder de huid) enkel en alleen naadloos over in het titelnummer dankzij verbindingsstuk ‘Irresistible’, een rustig repetitief interludium. Laaat je echter niet vangen aan die herhaling; als je wat beter luistert, hoor je de subtiele veranderingen. Details, maar zo blijf je toch op het puntje van je stoel zitten.
Het tweede tussenstuk, ‘Please Remember’, is met z’n 6 en halve minuut langer dan de gemiddelde song, en is vooral erg bijzonder. Omdat Neige op impressionante wijze de eerste helft van de song vult met spoken word, ondersteund door een griezelig mechanisch geroezemoes op de achtergrond. Omdat de tweede helft zo héérlijk laid-back is, en toch de spanning niet verwaarloost. ‘Windows’ doet me vooral denken aan de apocalyptische spoken words waarmee Godspeed You! Black Emperor in het verleden zo graag uitpakte. In het Engels hebben ze een term voor: street preacher. Ik kan het me levendig voorstellen; een bedelaarstype, met een warrige, grijzende baard en een besmeurde truckerscap op z’n kop. Tot de zool versleten schoenen aan zijn voeten, één smerige teen komt piepen. Een kartonnen bord met als opschrift “The world is dying!” of “Where’s your prophet?” in grote witte letters. “The gospel is the power of God”, klinkt er in door. Een boodschap van hoop. Van de genade Gods. Een ironisch smaakje kan ik niet wegspoelen, als je weet wat voor strontpoel de wereld soms is.
En dat zijn dan nog de tussenstukken; dan weet je het wel. Ik noem de stijl die Deafheaven op de lange nummers hanteert nog het liefst de missing link tussen Wolves in the Throne Room en Alcest. Dat dromerige van Neige en zijn kompanen hoor je er duidelijk in terug. In de opener valt zelfs onderstaande dialoog op te tekenen:
“I’m dying.”
-“Is it blissful?”
“It’s like a dream.”
-“I want to dream.”
Simpel, maar o zo treffend. Als je dan toch moet sterven, dat het dan maar zo onecht mogelijk aanvoelt.
De tekstuele concepten zijn ook zeer interessant, en als je er wat dieper op ingaat, atypisch voor metal. Nu, het gaat natuurlijk voornamelijk over pijn en lijden, algehele miserie dus, maar er klinken ook een hoop dingen in door die de drang naar het tegenovergestelde uitdrukken. De titelsong is eigenlijk zelfs een liefdesgedicht. Met een morbide inslag, dat wel, maar toch; een liefdesgedicht. Dat doet me dan weer een beetje denken aan de doomband My Dying Bride. Over the top gaan de heren van Deafheaven echter nooit.
‘Vertigo’ neemt bijna een kwartier in beslag, en de nieuwe drummer Daniel Tracy laat horen dat hij een aanwinst is. Zijn krachtige, energieke stijl blijft het nummer maar voortstuwen, tot in de laatste minuten de storm wat gaat liggen, waardoor de overgang naar ‘Windows’ ook weer niet zo bruusk is. Afsluiter ‘The Pecan Tree’ is na verloop van tijd misschien wel uitgegroeid tot mijn favoriet, niet in het minst dankzij de afwisseling van inventieve, warme riffs. Het doet me ook wel wat denken aan ‘The Earth Is Not a Cold Dead Place’ van Explosions in the Sky, het draagt eenzelfde inwendige snik in zich. De song zet aan als een razende wervelwind, maar wordt gaandeweg milder. Het rustige gitaarwerk in het midden van de song bereikt ongeveer hetzelfde effect als ’s werelds meest deemoedige strijkkwartet. Als het geheel daarna weer uit z’n voegen barst, komt er een gevoel van zaligheid over mij. Ik doe dan telkens m’n ogen dicht, er tekent zich een sip glimlachje om mijn lippen, en ik begrijp plots glashelder wat er bedoelt wordt met de dialoog in ‘Dream House’; voor dierbaren loop je door het vuur. Ik wil ook dromen.. Empathie houdt het leven in stand.
‘The Pecan Tree’ is een knap staaltje zelfanalyse, met een verwoestende conclusie;
“I am my father’s son;
I am no one;
I cannot love;
It’s in my blood.”
De appel valt nooit ver van de boom. Of, in dit geval, de pecannoot. En zo heeft het hele concept een grote impact op mij. Zwart en wit richten mekaar niet ten gronde, maar houden elkaar recht.
‘Sunbather’ is een bescheiden hype op MuMe, en ik sluit me er graag bij aan. Ook in recensentenwereld is men bijna unaniem lovend; de rol van Deafheaven om metal voor eens en voor altijd uit z’n niche-omgeving weg te leiden, is nog lang niet uitgespeeld. Het is hoopvol dat er nu al ruim 80 mensen hebben gestemd op dit album, en dat het gemiddelde nog steeds hoog ligt. Van mij mag de kaap van de 100 stemmen gerust gerond worden. Ik gooi er mijn hoge ogen alvast bovenop.
4,5 sterren