In 2011 speelde Wovenhand op Roadburn, het festival voor extremere metalstijlen. Een verrassende keuze van de organisatie, aangezien David Eugene Edwards met zijn groep en voordien met Sixteen Horsepower in de hoek van folk en country zat, zij het steevast met een zeer eigenzinnige invulling. Daarbij was de invloed van stevige postpunk opvallend.
Met het
debuut van Wovenhand keerde Edwards terug naar akoestische instrumenten, om net als bij Sixteen Horsepower op de navolgende albums geleidelijk luider en elektrischer te worden. Stijlbenamingen als Gothic Americana en Southern gothic duiken op.
In 2014 zag ik de groep in het
Paard in Den Haag. De muziek was overhard, een geluidsmuur zoals ik niet eerder bij Edwards meemaakte. Alhoewel ik gewend ben aan harde gitaren, verdwenen de liedjes in de geluidsbrij.
Onlangs heb ik dan toch
Refractory Obdurate aangeschaft, nadat de voorgangers goed smaakten. De woorden in de titel betekent respectievelijk iets als 'onmogelijk te beïnvloeden' en 'zeer koppig'. Woorden die hardheid uitstralen, met de hoes als contrast: te zien is een patchwork, waar oude lappen een tweede leven krijgen.
Enerzijds hard en anderzijds oog voor het kwetsbare. Om de hoes is een grijs karton geschoven, dat je eraf moet schuiven om het album open te kunnen klappen. Liedteksten staan aan de binnenzijde. In de linkerzijde van het klaphoesje een kaartje met op de ene kant kunst in de stijl van de oorspronkelijke Amerikanen en op de andere een Europees-Middeleeuwse afbeelding van de wederkomst van Christus, naar Wovenhand toe getrokken. In de rechterzijde zat de cd, die nu luid vanuit mijn speler klinkt.
Net als voorganger
The Laughing Stalk live in de studio opgenomen, klinken hier - anders dan in het Paard - wel degelijk nuances. De hoes vermeldt niet welke instrumenten Edwards (op de hoes als dee aangeduid) speelt, maar regelmatig duikt een mandoline op. Live in de studio opgenomen met vaste drummer Ordy Garrison, bassist Neil Keener en gitarist Chuck French; de laatste stond overigens afgelopen op het podium in
Paradiso bij Sixteen Horsepower.
Eigenlijk verschilt de muziek op
Refractory Obdurate niet zoveel van die van het concert. Een akoestische basis wordt met een dikke laag postpunkgitaren overgoten, zoals in opener
Corsicana Clip gebeurt met mandoline. Spoedig volgt Edwards' kenmerkende zang en op twee derde is daar een muzikale climax.
Als een profeet is Edwards overdonderd door hetgeen hij proeft van de Eeuwige:
"High above the praises of the people, unapproachable light". Tegelijkertijd is het zoeken in zijn teksten die poëtisch zijn maar niet per se een duidelijk verhaal bevatten. Zoals in
Masonitic Youth:
"This darkness does not want me, it refuses to hold me". Kort voor het slot krijgt het een luide versnelling.
The Refractory en
Obdurate Obscura zijn de twee titelnummers. In
Good Shepherd,
Salome en
King David zijn de Bijbelse verwijzingen extra prominent, zoals de messiaanse verwijzing in de opening van de eerste van dit drietal:
"From the house of bread and battle, come the raising of the dead".
Muziek om je in onder te dompelen. Soms met verrassende riffs, te weten in
Good Shepherd en
Field of Hedon, dat een grommend Lemmy-basintro heeft.
Hiss biedt hoopvolle verwachting op het oordeel én tempowisselingen, met extra effect op Edwards' stem. Slotlied
El-Bow is het enige nummer dat door de vier groepsleden gezamenlijk werd geschreven,
Alvorens ik doorga naar opvolger
Star Treatment is daar een album waar David Eugene Edwards te gast was: het eveneens in 2014 verschenen
Where Neon Goes to Die van
Magnus, het muzikale kind van Tom Barman van Deus met CJ Bolland.