In de jaren ’90 speelt gitarist Bernie Marsden, inmiddels ruim een decennium ex-Whitesnake, regelmatig in Noorwegen met bassist Sid Ringsby en drummer Willy Bendiksen; de laatste kent hij van de groep
Perfect Crime. Deze laat Marsden een demo horen, waarvan de Brit denkt dat het een bootleg van Whitesnake is. Hij hoort echter Jørn Lande zingen, dan nog ambtenaar bij de Noorse belastingdienst.
Dat Lande indruk maakte op de Engelsman blijkt enige tijd later, als ze gezamenlijk door Noorwegen touren met ‘An Evening of Whitesnake Music’. Hierna wordt
Once Bitten… opgenomen onder de naam The Snakes. In de bezetting naast Marsden en Lande: gitarist Micky Moody, eveneens ex-Whitesnake plus de twee Noorse vrienden als ritmesectie. Tot dusver alleen op cd verschenen, in 2016 als heruitgave.
De eerste keer dat ik Jørn Lande hoorde zingen klonk hij
als Ronnie James Dio, op
Once Bitten… doet hij echter de nodige Coverdaletjes, inclusief intonatie en timing. Ontegenzeglijk bijzonder dat iemand die twee geweldige stemmen in zich heeft.
De afgelopen drie weken heb ik het album frequent gedraaid en dan valt één en ander op. Ten eerste stijl en productie, die meer op het Whitesnake vanaf
1987 lijken dan op het Whitesnake van de vroege jaren '80. De akoestische kant van die groep klinkt op
Real Faith, eerder titelnummer van het
tweede studioalbum van The Moody Marsden Band. Met de stem van Lande wordt het nóg beter. Variatie tussen langzamer en sneller werk is er ook, met
Gonna Find the Sun als het snelste voorbeeld.
Bijna poprockend is
Little Miss Happiness en de vrolijke hardrock van
Bring Yo’ Good Self Home doet me aan de latere Status Quo denken, maar mede dankzij Moody’s slidegitaar is het snakegevoel daar continu in allerlei variaties.
Soms rockt het vrij lomp; in
Can’t Go Back en
Sacrificial Feelings bijvoorbeeld. Andere keren is het ingetogen, zoals in het melancholieke
Showdown dat met akoestische gitaar begint en waar Lande weer eens zijn klasse bewijst. In het stampende
Tough Love zit een ouderwetse voicebox.
De sprankelende twingitaarlijntjes van het duo Marsden-Moody zijn weer om te kussen. Als ik mijn broer dit album zou laten horen, zou hij onmiddellijk aannemen dat het Whitesnake is.
Afsluiter
September Tears voelt als een bonus met zijn drumcomputer, die desalniettemin niet stoort. Een klein liedje, waarin Lande nogmaals laat horen hoe dicht hij de stem van David Coverdale kan benaderen.
Toch beleef ik momenteel niet dat hier enkele klassiekers op staan, zoals op de vroege Whitesnakes meestal wel het geval was. Daar staat tegenover dat die onevenwichtiger waren dan dit solide
Once Bitten…, waarvan
Real Faith tot grote hoogte reikt.
Een tournee door het Verenigd Koninkrijk volgt, maar als Lande begint met het tonen van
”a Coverdale-inspired attitude” aldus Marsden in zijn biografie, is de samenwerking snel voorbij.
Marsden en Moody beseffen echter dat er meer brood zit in de muzikale erfenis van Whitesnake, dat bovendien in deze jaren op zijn gat ligt. Ze vervolgen hun gezamenlijke pad met
The Company of Snakes en Moody keert nadien nog eens terug met de groep
Snakecharmer.