Mocht ik in reïncarnatie geloven, dan zou ik terug willen komen als een vlieg, geen eendagsvlieg maar een eeuwvlieg die toevallig terechtkomt in de teletijdmachine van Professor Barabas (stripverhalen Suske en Wiske natuurlijk) en jaren terugkeert in de tijd naar de jaren tachtig met een vol adresboekje (en een groter muziekbudget dan destijds).
Ik zou vanop de eerste rij, daar op mijn onopvallend plekje op die muur, dan meemaken hoe bepaalde songs tot stand komen, hoe bepaalde albums tot stand komen, hoe een toer wordt voorbereid en ik zou mijn vele ogen nog meer opentrekken. In verwondering, in bewondering en het nog steeds niet begrijpen hoe uit al dat bloed, zweet en tranen “iets moois” tot stand komt.
Ik weet wel, het is een tamelijk knettergek idee, maar dat gevoel heb ik nu al dagen aaneen over dit album, hun negende én ook de eerste in periode drie. Lang vond ik dit album haast ondergesneeuwd in vergelijking met de daarop volgende drie albums, Grace Under Pressure, Power Windows en Hold Your Fire. Wel, de drie heren uit Canada lappen me het weer.
Dit is toch weer iets speciaals en die talrijke luisterbeurten hebben mij nogmaals overtuigd dat een oorspronkelijk “minder” geluid totaal geen beleving van schitterende songs in de weg staat, een gevoel die ik vaak heb gehad bij het album “The Warning” van Queensrÿche. Kwaliteit blijft altijd bovendrijven en blijft een vaste waarde behouden.
Minder geluid? Ik kan me goed voorstellen dat na hun voor vele fans Magnum Opus, Moving Pictures, deze Signals toch wat meewarig werd bekeken en beluisterd, maar was het nummer Vital Signs op Moving Pictures al niet een voorbode? Vital Signs, Signals, toeval of niet?
Hoewel wij toch enigszins voorbereid waren op de nieuwe(re) richting, was dit toch een album van, tja, haast uitersten. Het bevat een aantal nummers die zich onmiddellijk als een warm deken op je laten neervallen maar er staan ook nummers op die nog dat tijdselement bevatten, de tijd die nodig is om die nummers op hun waarde te schatten, dankzij dat schitterende samenspel natuurlijk. Het is ook het laatste album met Terry Brown als producer.
Liefdevol bedoelend hoor ik haast hapklare nummers als Subdivisions, The Analog Kid en New World Man. De andere nummers hebben meer tijd en inspanning nodig maar laten opnieuw een Rush grand cru horen, wij worden opnieuw verwend. Subdivisions krijgt van mij de eer om hun beste albumopener ooit te zijn volgens mijn altijd bescheiden mening, het heeft een nostalgische, zelfs melancholische ondertoon (én die wervelende drumpatronen).
Ik heb ook een boontje voor Losing It, met gastartiest Ben Mink en hun eerste “ballad”, de teksten hiervan zijn nogal beladen, het verliezen van je lichamelijke en/of geestelijke vermogens. Hartverscheurend vind ik de teksten, zeker gezien in het kader van het veel latere overlijden van Neil Peart ten gevolge van hersenkanker. Het zorgt soms voor een krop in de keel, samen met het veel latere The Garden, afkomstig van hun laatste album ooit, Clockwork Angels.
Bij het album “The Best Band You Never Heard in Your Life” van wijlen Frank Zappa heb ik volgende bondige zin gebruikt: “De ideale combinatie tussen de zucht naar perfectie en het onderhuids verlangen naar speelsheid.” Hier is dat ook zo, het is één van die vier albums in hun derde era die mijn favoriete periode vormt. Wat waren zij goed.