Ruim tien jaar stilte op MuMe bij dit uitstekende album. Inmiddels valt iets meer te melden over hetgeen gebeurde na de elpee
Sue Saad and the Next. Maar eerst de naald in de groef.
Zangeres Sue Saad heeft een krachtige strot, vergelijkbaar met die van Pat Benatar. Waar de laatste
in die periode meer aan de (hard)rockkant zat, kruipt The Next in muziek en vooral imago/uiterlijk onder de paraplu van new wave. Alhoewel dit hun debuut was, is te horen dat dit ervaren musici waren, hun instrumenten goed beheersend. In de bezetting twee gitaristen en een even lenige bassist en drummer. De arrangementen, gitaar- en baslijnen laten horen wat ze kunnen en dat is veel.
Fraai voorbeeld hiervan is het afsluitende
Danger Love, dat eigenlijk gewoon heavy rock is. Bovendien steevast sterk songmateriaal. Producer is een opvallende naam: Richard Perry maakte hiervoor naam bij onder meer Barbara Streisand en Carly Simon en had later The Pointer Sisters in de studio. Het resulteerde in een transparant, dynamisch klinkende plaat.
Mijn kennismaking met de groep was uiteraard via single
Young Girl, dat half april 1980 in de Nationale Hitparade
#18 haalde. Het begint kalm met een vleugje reggae, waarna felle wave volgt. Te zien
bij TopPop.
De single werd in juni bescheiden gevolgd door (tevens albumopener)
Gimme Love / Gimme Pain, dat het tot één week
#43 schopte.
Toen ik de plaat zo'n tien jaar geleden tweedehands op de kop tikte, ontdekte ik dat hier het origineel van
Prisoner op staat, mij welbekend van Uriah Heep, te vinden op hun comebackplaat
Abominog (1982). Een meer dan aangename oorwurm, ook als Saad het zingt.
Andere hoogtepunten op de plaat die geen missers kent: pareltje
It's Gotcha dat knap in elkaar is gezet; de powerpop van
I Want Him; en het pittige
Won't Give It Up. Op alledrie is het label new wave begrijpelijk, al schuurt het elders tegen de traditionele rock aan. Dat komt ook door het lekkere gitaargesoleer, zoals in
Won't Give It Up en
Danger Love.
Sue Saad and the Next was vooral succesvol in Nederland, maar in hun eigen VS haalde de elpee in april 1980
#131. Ze tourden door de VS, openend voor Tom Petty, The Babys en UFO en deden ook Europa aan. Daarbij een bezoek
aan Veronica's Countdown om
Baby It’s You te playbacken.
En daarna? Een slecht management verhinderde dat de groep doorgroeide. Wel gingen Sue en haar kompanen muziek voor films maken. Eerst was daar de film Roadie (1980) met onder meer Meatloaf en Debbie Harry, in de hoofdrol. Van Sue Saad and the Next is halverwege
Double Yellow Line te horen. De film is in zijn geheel
op YouTube zien. (
Roxy6, voor een verregende middag!)
In 1981 maakte de groep het titelnummer bij de thriller Looker,
ook op YouTube te zien.
Dan maakt de groep kennis met filmmaker Albert Pyun, waarmee gitarist Tony Riparetti de volgende drie decennia zal samenwerken. Eerst is er de dystopische film Radioactive Dreams (1984), waarin Saad een filmrol heeft. Vier liedjes komen in de rolprent, waarbij
Guilty Pleasure,
Radioactive en
Save Me. Ook deze film staat in z’n geheel
op JijBuis.
Met Pyun volgde in 1986 de sci-fi/fantasyfilm Vicious Lips, waarin
Save Me is te horen en zien, zij het nu geplaybackt door een actrice. Ook deze film staat op YouTube, te zien mits je
daar inlogt.
Vervolgens valt de groep uit elkaar, tot spijt van Saad die o zo jammer niet opduikt in andere groepen of projecten. Wat ze sindsdien heeft gedaan, blijft onder de radar. Riparetti bleef actief in de filmwereld.
In het nieuwe millennium verschenen alsnog albums van de groep. Allereerst in 2007 een concert als download, getiteld
Alive in America, en in 2016 op cd-rom
Long Way Home met onuitgegeven werk uit de jaren ’80.
Zoals genoemd door
gaucho verscheen
Sue Saad and the Next in 2013 bij Renaissance
op cd. In 2021 kwam het opnieuw bij die maatschappij uit met bovendien tien bonusnummers, nu onder de titel
Seconds. De ultieme cd voor wie het werk van de groep compleet wil hebben. Meer van het verhaal van Sue Saad and the Next is te vinden bij websites
crookedmarquee en
Medium.
Bij mijn rondreis door new wave & co kwam ik van de enige plaat van de Schotse
The Rezillos en omdat ik single
High Fidelity van Elvis Costello op diens
Get Happy!! al besprak, ga ik twee nummers op mijn afspeellijst verder. Als Sue Saad and the Next een randgeval in de new wave zouden zijn, begeef ik me met de volgende stap al helemaal buiten het genre - en toch... Op naar het debuut van
Iron Maiden.