Na de wedergeboorte van Dylan in de vorm van ‘Blood on the Tracks’ en ‘Desire’, en het onverhoopte succes van die platen, bleef het een hele tijd stil rond de man. In 1977 wijdde hij een groot deel van zijn tijd aan film, samen met zijn vriend Howard Alk was hij bezig met ‘Renaldo & Clara’, een erg lange film die bestaat uit concertmateriaal, interviews en ook fictie. Dit project flopte echter, en Dylan besefte dat hij toch maar weer moest doen waar hij het beste in was; songs schrijven.
Eerst moest hij echter op tournee, om geld te verdienen. Zijn plan was het om een band samen te stellen die, tijdens een pauze in de wereldtournee, ook in staat was met Dylan aan een nieuwe plaat te werken. Het geld kwam echter op de eerste plaats, want het ging Dylan niet voor de wind. Hij had af te rekenen met de enorme hoeveelheid geld die hij in zijn mislukte film had gestoken, en ook de dure echtscheidingsprocedure met zijn vrouw Sara raakte hem diep, zowel op emotioneel als financieel vlak. Echter maakte deze nood van Dylan nog steeds geen volgzaam man; de promotor van het Japanse deel van de tournee eiste van Dylan dat hij een greatest hits zou spelen, maar daar wilde hij natuurlijk niets van weten. Hij was nog niet klaar om de levende legende te worden die hij nu is.
‘Street-Legal’ werd opgenomen tussen 25 april en 2 mei 1978, in een oude wapenfabriek die Dylan had opgekocht, en verbouwd tot een repetitieruimte en later ook opnamestudio, al had hij daar een mobiele opnameruimte voor nodig. Rundown Studios, doopte Dylan dit gebouw, een verwijzing naar de staat van het gebouw.
De titel van de plaat verwijst naar zijn prille bestaan als vrijgezel. Volgende quote vond ik wel interessant om mee te geven, ze komt uit het boek ‘Bob Dylan in de studio’ van Patrick Roefflaer:
De term street-legal geeft aan dat een racewagen zo is aangepast dat je ermee op de openbare weg mag rijden. Misschien slaat de titel op Dylans pas verworven status als vrijgezel, maar dan had hij toch beter zijn trouwring afgedaan voor de foto.
Op de cover zie je Dylan wachten voor een oude trap, reikhalzend uitkijkend naar de bus van de vrijheid. Dylan is altijd een vrije geest geweest, maar ook nonchalant, zoals de laatste zin van de quote hierboven aangeeft. Die nonchalance heeft deze plaat dan ook getekend; de opnamen waren soms een hel, hoewel het resultaat er zeker mag zijn.
‘Street-Legal’ is een plaat waarmee men twee kanten op had gekund. Men had ze productioneel helemaal kunnen mismeesteren en overproducen, of er een samenhangend geheel van maken, ontdaan van alle franjes, gedoopt in soberheid. Dit tweede paste wel bij de state of mind van Dylan in die dagen, de eerste optie paste bij de tijdsgeest; de eighties waren toen aan het opkomen. Uiteindelijk is het een symbiose geworden van deze twee wegen, een gulden middenweg zou men het kunnen noemen, al wordt het briljante van zijn twee eerdere platen niet meer gehaald. Toch is dit een zeer goede plaat.
‘Changing of the Guards’ is meteen een rake opener. Aanstekelijke zanglijnen van Dylan (sterke tekst ook, veel epiek en verwijzingen, geen strak omlijnd verhaal), en enkele dingen die al meteen markeren dat het sleutelelementen zijn op de plaat, namelijk de achtergrondzangeressen en de saxofoon van Steve Douglas. Drummer Ian Wallace (de progfan kent hem wel van King Crimson) speelt strak en raakt de juiste vellen.
Elvis Presley was het jaar ervoor overleden, en dit had Dylan erg aangegrepen. Misschien net daardoor dat hij Steve Douglas rekruteerde, die nog met de King had getourd, en de bassist van Elvis, Jerry Scheff. Zonder Elvis en Hank Williams zou hij niet gedaan hebben wat hij deed, aldus Dylan zelf.
‘New Pony’ is een bluesnummer, dat Dylan liever niet opnam in het bijzijn van dames, misschien vanwege de seksistische ondertoon. Muzikaal gezien is het vrij standaard, de tekst is er inderdaad eentje met een vuige ondertoon. De metafoor hoeft wel niet perse doorgetrokken te worden, maar de verwijzingen zitten er wel duidelijk in. In ‘No Time to Think’ de langste song van het album, haalt Dylan een hele hoop ismes en aanverwanten van stal, maar de zin die me het meest bijblijft, is de volgende:
“In death, you face life with a child and a wife;
Who sleep-walks through your dreams into walls.”
Met deze ene zin vertelt hij in feite het hele relaas dat daarna nog volgt; zoiets als een synthese op voorhand. Muzikaal is het vrij monotoon, de verplichte saxpassages zitten er ook in, het gevoel dat er geprofeteerd wordt, is wel aanwezig, en zorgt voor een zekere spanning.
‘Baby Stop Crying’ vind ik persoonlijk een beetje melig, net als ‘Is Your Love in Vain?’ ‘Baby Stop Crying’ is een liefdesliedje, tekstueel iets te cliché om echt pakkend te zijn, met een iets te kleffe muzikale omkadering. ‘Is Your Love in Vain?’ is echter een dubbeltje op zijn kant, omdat het op het eerste gehoor misschien niet zo geweldig is, muzikaal zelfs dof, maar de kracht schuilt, zoals zo vaak bij Dylan, in de tekst. Hij mag dan niet altijd in topvorm zijn op dat vlak op deze plaat, ‘Is Your Love in Vain’ is wel een voltreffer. Het is een tekst die ruimte laat voor eigen interpretatie, zoals de beste teksten van Dylan dat doen. Volgens mij vraagt hij Sara wat haar gedreven heeft zich af te zetten van hem, terwijl hij dat zelf goed genoeg weet. De drie sleutelvragen die hij stelt, zijn de volgende:
“Will I be able to count on you, or is your love in vain?”
“Will you let me be myself, or is your love in vain?”
“Are you willing to risk it all, or is your love in vain?”
Het eensluidende antwoord kent Dylan natuurlijk wel, maar door deze vragen te stellen, geeft hij ook meer openheid aan zijn eigen identiteit. Nood aan vertrouwen, vrijheid en opoffering. Deze drie draagt hij hoog in het vaandel, het zijn waarden zonder welke hij geen stabiel leven lijkt te kunnen leiden. Hoe het ook zijn mag, het is een sterk staaltje zelfontplooiing. En de plaat zou ook geen inzakmomenten meer kennen.
‘Señor (Tales of Yankee Power)’ is een trager nummer, donker ook. De vele vragen die Dylan aan deze hypothetische man stelt, geven blijk van onzekerheid. Muzikaal is het ook één van de fraaiere nummers, met prachtige lead guitar van Billy Cross. ‘True Love Tends to Forget’ is een prachtig liedje, over onzekere liefde. De ik-persoon houdt onvoorwaardelijk van de jij-persoon, maar is het ook wederzijds? De lange weg is bezaaid met vele obstakels, maar ware liefde zal het uiteindelijk winnen, want “Ware liefde heeft de neiging te vergeten”. De lijdensweg is het allemaal waard, zo lijkt Dylan te stellen, en enig optimisme is dus nooit uit den boze.
‘We Better Talk This Over’ is niets speciaals, gewoon een oerdegelijk nummer. Een tekst die je kan scharen in het middelveld van Dylans oeuvre, en dat is nog steeds van hoog niveau. De afsluiter echter is wel weer een parel, en zo sluit de plaat op dezelfde manier af als ze werd ingezet; met een erg sterk nummer. De tekst heeft weer een romantische inslag, wat geen groot mysterie mag zijn, want gedurende deze periode heeft Dylan affaires met o.a. het kindermeisje en achtergrondzangeres Helena Springs, wat voor jaloezie zorgt.
‘Street-Legal’ is een plaat die een moeilijk opnameproces kende, met veel improvisatie en geduld van de bandleden omwille van de nukken van de meester, met een resultaat dat er zeker mag zijn. Dat is niet de eerste plaat van Dylan die op deze manier tot stand is gekomen, en zeker niet de laatste. Dylan mag dan gaandeweg ouder zijn geworden, nostalgischer misschien ook wel, ook een ouwe vos verleert zijn streken niet. Na ‘Blood on the Tracks’ en ‘Desire’ is dit, al zijn dat compleet andere platen, een stapje terug (nóg een stapje omhoog zou mijns inziens onmogelijk zijn geweest), een plaat die het vooral moet hebben van de tekstuele dualiteit; enerzijds onzekerheid, anderzijds toch ook dat optimisme, dat zich ook vertaald heeft naar de (soms te) vrolijke muzikale omlijsting.
3,5 sterren