Ik ben een groot liefhebber van Fish bij Marillion, en dat hij besloot de band te verlaten heb ik lang ervaren als verraad.
Alsof hij de overige leden, en ook de fans niet nodig had.
De verzamelaar Yang kon ik niet hoog waarderen, en ondanks dat ik Marillion zonder Fish al lang een plek heb gegeven, heb ik eerlijk gezegd nooit een hele soloplaat van Fish geluisterd.
Misplaced Childhood beschouw ik nog steeds als het hoogtepunt, omdat ik daarbij ook de indruk had dat vooral Fish daar zijn ziel volledig bloot legde, en de rest van Marillion wist hem volledig te ondersteunen door de muzikale invulling.
Hoe kan een eenheid die zo’n geweldige plaat afleverde drie jaar later zo totaal op elkaar uitgekeken zijn.
Zo voelde het toen, en zo voelt het nog steeds, misschien zijn hierin de feiten wel anders, en liggen er andere oorzaken aan ten grondslag, in mijn hoofd blijf ik het nog steeds zo ervaren.
Dan toch maar vandaag besloten om een heel solo album van Fish goed te beluisteren, en dan leek het mij het meest logisch om met zijn eerste soloplaat te beginnen; Vigil in a Wilderness of Mirrors.
Zou Fish op een morgen wakker zijn geworden, en eindelijk in een spiegel durven te kijken, en de conversatie met zichzelf aan gaan.
Wil je verder gaan, dan moet je de demonen niet wegkijken, maar ze bestrijden.
Vigil in a Wilderness of Mirrors opent wanhopig, bijna Nine Inch Nails achtig; pas als de schreeuw er na een paar minuten uit is gekomen, lijkt er ruimte te zijn gemaakt voor een vervolg.
Het komt over als therapeutische opluchting, en vervolgens hoor je Fish die weer eens waanzinnig goed bij stem is.
Al gelijk in de opener is er ruimte voor zijn Schotse roots, wat het een soort van Braveheart gevoel geeft.
Ik weet niet wat het is met die Schotse artiesten, ze hebben het ruige van de Ieren, maar zijn over het algemeen een stuk minder stug; erg open, romantischer misschien?
En al na het eerste nummer heb ik spijt dat ik nooit eerder dit album heb gehoord.
Big Wedge is dan misschien een stuk minder indrukwekkend, maar het bevalt mij wel.
De symfonische invloeden zijn hier minimaal aanwezig, dit is gewoon een pakkende popsong, bijna Simple Minds achtig.
Komen die toevallig ook niet uit…..
Toch hoop ik dat de rest meer aansluit bij de opener.
State Of Mind klinkt echter ook behoorlijk toegankelijk, met dat huppelende basmelodietje, en het gemis van zijn vroegere muzikale begeleiders is nu wel duidelijk aanwezig.
Niet echt het gevoel van chemie.
Maar er valt vervolgens weer genoeg te genieten, The Company heeft weer een opbouw die je min of meer bij Marillion kon verwachten, en Fish laat vocaal horen waar hij toe in staat is; het Mike Oldfield achtige tussenstuk is ook de moeite waard, en hoe zou het zijn geweest als deze twee grootheden samen om de tafel hadden gezeten, met een plaat als resultaat.
Fish zou een Shadow On The Wall ook prima kunnen dragen; maar ik dwaal in mijn enthousiasme af.
Gelukkig zet het prachtige A Gentleman's Excuse Me mij weer met beide voeten op aarde, zo hoor ik Fish toch wel het liefste; net zo krachtig als Kayleigh en Lavender, al blijf ik daarbij de muziek net wat beter vinden, maar dat is persoonlijke voorkeur.
Fish is in ieder geval even goed in vorm.
Dan is het Higher Ground (Stevie Wonder) achtige begin van The Voyeur (I Like to Watch) een flinke stap terug, hier heb ik niks mee.
Family Business is mysterieus, en weer zeker een hoogtepunt; rustige opbouw, gaat zelfs qua sfeer richting Kate Bush (Hounds Of Love album), en ik krijg meer het gevoel dat Fish twijfelde om een persoonlijke plaat af te leveren; de nummers die een kijk in zijn ziel geven, worden afgewisseld door gemiddelde popsongs; aan totale openheid als op Misplaced Childhood durft hij zich net niet helemaal te wagen.
View From The Hill heeft iets white souls achtig, hij gaat hiermee de kant van Spandau Ballet op, al hoor je gelukkig al snel het venijnige terug in zijn stem.
Cliche is absoluut niet cliche, gevoelig en sterk, hier is de muziek en zang weer volledig in balans; gelijk ben ik weer totaal gefocust op de plaat.
Het Gilmour achtige gitaarspel past er heel mooi in, en ook hier moet ik weer aan Kate Bush denken (Hounds Of Love).
Geen verkeerd debuut, al wisselen hoogtepunten zich net te vaak af met mindere songs.