Amerikaanse new wave in 1981. Ik zit even in een konijnenhol kennelijk, want na
The Wigs die stevig uit de beat van vroege jaren '60 putten, is hier Alan Vega die veel inspiratie vindt in de rock 'n' roll van de jaren '50.
Anders dan zijn vorige album met
Suicide is dat de electronika is verdwenen, de drums zijn fysiek. Ook foetsie zijn de experimenten met geluidseffecten. Daarvoor in de plaats klinkt doenkende rock 'n' roll, monotoon gezongen in een wolkje echo en bij elkaar een bijna hypnotiserend effect hebbend. Hierbij een nieuwe versie van
Ghost Rider, oorspronkelijk op Suicides
debuut.
Een dame met de naam Magdalena krijgt maar liefst twee liedjes met haar naam in de titel, te weten opener
Magdalena 82 en
Magdalena 83. In
Rebel klinkt een mondharmonica.
Uitzonderingen op de hoge tempo's zijn het kalme
I Believe en de dikke twaalf minuten van slotnummer
Viet Vet, waar opnieuw monotonie en rauwe zang domineren.
Is dit leuke muziek? Dát is zoals altijd uiteindelijk een kwestie van smaak. Het eerste bericht bij dit album vertelt kort en krachtig hoe iemand erdoor werd gegrepen, mooi verteld! De melding van
deric raven dat dit mogelijk van invloed was op het latere Sigue Sigue Sputnik snijdt hout. Maar geniet ik ervan? Er is weliswaar de eigenwijsheid van de muziek, maar deze monotone gerecyclede rockabilly is niet mijn kopje thee. Misschien is dat voor anderen juist een aanbeveling.
Mijn reis door new wave vervolgt. Ik ben in de laatste maanden van 1981. Op mijn afspeellijsten staan volgende singles van albums die ik eerder besprak, te weten
Colours Fly Away van
Wilder van
The Teardrop Explodes en
Good Year for the Roses van
Almost Blue van
Elvis Costello & The Attractions. De volgende halte wordt daarom de elpee
Joy van de Schotse
Skids.