Na zijn debuut werd het stilaan tijd voor het echte werk, al mag dat debuut zeker niet onderschat worden. Bob Dylan wist enkele mooie liedjes nog mooier te maken in zijn haastige, energieke stijl, die toen zijn handelsmerk was. Ook liet hij zien geen onbegaafd songwriter te zijn, waarvan ‘Talkin’ New York’ en ‘Song To Woody’ het bewijs zijn. Maar goed, in vergelijking met zijn tweede langspeler, ‘The Freewheelin’ Bob Dylan’, was dat slecht aardig voorspel. Want zijn tweede, dat is meteen één van de beste platen die deze man gemaakt heeft.
‘The Freewheelin’ Bob Dylan’ is opgebouwd in dezelfde stijl als zijn debuut, de bouwstenen zijn namelijk Dylan’s snerpende doch charismatische zang, zijn fluks gitaarspel en snijdende mondharmonica. Daar wordt nu nog een extra ingrediënt aan toegevoegd: zijn geweldige teksten. Dylan is in mijn ogen (en velen zijn het daarmee eens) één van de grote singer-songwriters, genre Leonard Cohen, Neil Young en Tom Waits, en persoonlijk plaats ik Dylan nog net een trapje hoger. Dat hij een plaat als deze niet eens zo lang na zijn 20ste verjaardag wist te maken, is werkelijk verbijsterend. Er staan een handvol meesterwerkjes op, en dat is zeker geen sinecure. ‘Blowin’ In The Wind’ is waarschijnlijk één van de bekendste songs van Dylan, maar niet het beste wat deze plaat te bieden heeft. Een protestsong is het, van nog geen drie minuten, maar wel enorm meeslepend, vind ik.
‘Girl From The North Country’ kent een fantastische tekst, en klinkt als een liefdesliedje. Misschien een ode aan een lang vervlogen liefde, toen hij nog “in het noorden” woonde. Of een liedje voor Suze Rotolo, die recent jammer genoeg van ons heengegaan is, en samen met Dylan op de cover van deze plaat staat. ‘Masters Of War’ is buitengewoon scherp, een AANKLACHT, in hoofdletters. Je hoort duidelijk dat Dylan een flinke afkeer heeft van het gepeupel waar hij het over heeft in deze song, de afschuw klinkt gewoon door in z’n stem. ‘Down The Highway’ is een bluesje, zoals hij er wel meer heeft geschreven. Zwak is het allerminst, net wat minder dan voorgaande nummers, dat wel. ‘Bob Dylan’s Blues’ vind ik niet echt “blues” klinken, het gitaarspel en de vinnige mondharmonica maken het eerder swingend klinken bij momenten.
Dan volgt een magisch duo, twee songs die, als ik ze afspeel, me helemaal lyrisch maken. Dylan die z’n verhaal doet is Dylan op z’n best. In de tekst van ‘A Hard Rain’s A-Gonna Fall’ is al een spoor van de latere Dylan te bemerken, van zijn raadselachtige doch wonderschone poëzie op platen als ‘Highway 61 Revisited’ en ‘Blonde On Blonde’. Het leuke aan Dylan is dat je nooit echt weet wat hij exact bedoelt, zonder echt irriterend vaag te worden. Dat heb ik altijd al intrigerend gevonden aan ’s mans liederen. Volgens mij is het ook gewoon een enigmatisch man. ‘Don’t Think Twice, It’s All Right’ sluit qua onderwerp een beetje aan bij ‘Girl From The North Country’; het is ook zo’n liefdesliedje met een treurige inslag, zoals alleen Dylan dat kan. De relatie heeft niet stand gehouden, kan ik eruit opmaken, en wiens schuld dat is, laat Dylan wijselijk in het midden.
‘Bob Dylan’s Dream’ maakt voor mij duidelijk dat Dylan het op die moment niet al te breed had, en droomde van een beter leven, een onbezorgder leven ook. Zwart op wit kan je het natuurlijk niet aflezen uit zijn tekst, maar dat is dan ook eigen aan Dylan. Een activist is Dylan eigenlijk ook wel altijd geweest, denk ik, maar dan op zijn geheel eigen manier. ‘Oxford Town’ mag dan op het eerste gehoor klinken als een simpel nummertje, een brug van de ene kolos (‘Bob Dylan’s Dream’) naar de andere (‘Talking World War III Blues’), maar dat is het niet. Dylan heeft het onder andere over discriminatie jegens de zwarte medemens, schrijnend eigenlijk.
‘Talkin’ World War III Blues’ is stiekem misschien wel mijn favoriet der favorieten op deze plaat. Een schoolvoorbeeld van hoe geniaal deze man wel niet is in tekstschrijverij. Wat een verhaal, verzin het maar eens. En ook qua frasering, bijna nonchalant klinkt hij, als een profeet die het allemaal wel weet. Geniaal nummer gewoon, Dylan onder stoom, prachtig. Bij momenten zou je denken dat Dylan de allereerste rapper was. De volgende twee nummers liggen me net wat minder, maar zijn desalniettemin erg fraai. ‘Corrina, Corrina’ klinkt erg relaxed, heeft een haast nietszeggende tekst, maar Dylan komt er natuurlijk mee weg. ‘Honey, Just Allow Me One More Chance’ is een stuk vinniger en sneller, Dylan amuseert zich hoorbaar en raakt bijna buiten adem.
Gelukkig heeft hij nog wat adem opgespaard, anders hadden we die laatste song niet meer gehad. En dat zou echt doodzonde geweest zijn. ‘I Shall Be Free’ klinkt ook echt als vrijheid, de tekst is wederom van een erg hoog niveau, bizar op z’n eigen wijze. Deze strofe wil ik u niet onthouden, en is wat mij betreft een beetje representatief voor Dylan’s geweldige gevoel voor humor.
“Well, my Telephone rang, it would not stop;
It’s President Kennedy calling me up;
He said: “My friend Bob, what do we need to make the country grow?”;
I said: “My friend John, Brigitte Bardot,
Anita Ekberg, Sophia Loren;
Country’ll grow.””
Ik heb hier weer veel te veel geschreven waarschijnlijk, maar deze plaat verdient wat mij betreft bergen aandacht. Muzikaal is het misschien veelal simpel, maar toch erg doeltreffend en het raakt me gewoon enorm, in combinatie met Dylan’s grote wapen, zijn teksten. Zijn stem, tja, er zijn mensen die zich daarop kapot focussen, maar dat doe ik niet, ik kan het eigenlijk wel hebben, meer nog, ik ben er gewoon gek op. Het maakt van hem een uniek artiest, nog meer dan hij al was. En wat die meesterwerkjes betreft.. als je dit stukje tekst aandachtig hebt gelezen, zal je wel weten welke nummers ik bedoel.
4,5 sterren