Black Sabbath - Never Say Die! (1978)
mijn stem
3,26
(164)
164 stemmen
zoeken in:
0
Deranged
geplaatst: 11 juli 2020, 10:41 uur
Album heeft een beetje hetzelfde als It's Hard van The Who, paar goeie songs maar je hoort dat het klaar was.
1
geplaatst: 11 juli 2020, 12:06 uur
Het debuut heeft weinig meer te bieden dan sfeer. Als er al een eerste heavy metal album is, dan is het Paranoid. En zoals ik in mijn vorige bericht schreef, traag en zwaar gespeelde blues rock boeit mij minder. Daar komt nog bij dat de composities op het debuut te simplistisch zijn, men nog weinig op elkaar is ingespeeld en Ozzy er als zanger nog niet veel van bakt.
Never Say Die! heeft muzikaal meer te bieden. Maar om dat te kunnen horen en waarderen moet je in de eerste plaats natuurlijk wel aanvaarden dat Black Sabbath hier nog minder heavy metal speelt dan op het debuut.
Nu zal je het ook niet aantreffen in mijn top tien. De echte toppers zijn: Master of Reality, Paranoid, Vol. 4, Sabbath Bloody Sabbath, Heaven and Hell en Mob Rules. Maar ik zie dat jij aan die onverwoestbare klassiekers maar even weinig sterren kwijt kan dan aan Never Say Die! Ik vermoed dat jij degene bent met een zonnesteek.

2
geplaatst: 15 juli 2020, 13:34 uur
Het drumgeluid doet me in positieve zin denken aan hoe dat vroeger klonk in een oefenruimte - lomp en eerlijk, en de bas gaat uitstekend mee. Het gitaargeluid is niet lang slecht, maar had wel wat vetter gemogen. En Ozzy is Ozzy, blijft één van de mooiste en typische (rock/metal) stemmen ooit. Vind de plaat wezenlijk anders dan 'Technical...'; toch veel meer sfeer hier. 'A Hard Road' is gewoon mooie on the road epic, al weet ik niet of het daar precies over gaat. Gewoon een dik gave plaat, verder niet zeuren. Zelfs 'ooh-hoo, ooh-hoo' koortje in 'Shock Wave' is dan geen enkel probleem.
'Air Dance' begint als een Boston nummer en komt in het couplet met een tingelend pianootje aanzetten. 'Over to You' vind ik dan geen uitblinker, maar goed te doen. Hoppa, trek nog een blik blazers open voor 'Breakout', waarom niet (eigenlijk is deze plaat net zo gek als 'Sabotage', maar dan anders)? En meteen door naar 'Swinging the Chain', het laatste nummer op plaat van Black Sabbath in deze bezetting... We're so sorry!
4,5*.
'Air Dance' begint als een Boston nummer en komt in het couplet met een tingelend pianootje aanzetten. 'Over to You' vind ik dan geen uitblinker, maar goed te doen. Hoppa, trek nog een blik blazers open voor 'Breakout', waarom niet (eigenlijk is deze plaat net zo gek als 'Sabotage', maar dan anders)? En meteen door naar 'Swinging the Chain', het laatste nummer op plaat van Black Sabbath in deze bezetting... We're so sorry!
4,5*.
5
Lachende derde
geplaatst: 17 november 2020, 16:07 uur
Het meest verguisde album uit de klassieke Sabbathperiode maar weer eens aandachtig beluisterd. Ik heb altijd al een groot zwak en een fascinatie gehad voor verketterde albums omdat dit bijna nooit iets zegt over de kwaliteit van het gebodene, maar alles over verwachtingspatronen van fans en liefhebbers. Meestal zijn dit dus óf laatste albums van een band/ bandbezetting óf albums waarop nieuwe wegen bewandeld worden, experimenteerdrift en ambities met meer of minder succes worden geïntroduceerd. Boeiend dus.
Dit is - zoals gezegd - Sabbaths controversieelste album naast Technical Ecstasy (niet geheel toevallig als de betere van de twee, vooral omdat Dirty Women zo opzichtig knipoogt naar de "oude" Sabbath). Op Never Say Die laat Sabbath zich van zijn
meest ambitieuze kant zien. Dat kan het best duidelijk gemaakt worden door een track by track beschrijving. Voordat ik dat ga doen moet ik wel kwijt dat de erbarmelijke, hollevatenproductie roet in het eten gooit voor de argeloze luisteraar (en argeloze luisteraars, die kent dit album niet, dus who cares?). En tegelijkertijd vormt die voetangel voor mij de charme van dit album. De modernere, strakkere en cleanere sound paste Sabbath niet, maar om ze een keer te horen hinten naar de eighties - want dát deden ze op deze plaat - is zó ontzettend fascinerend om te horen. Daarnaast vormde het veelvoud aan ideeën een onevenwichtig amalgaam van rockstijlen en was er van enige coherentie op dit album geen sprake. Een veel gehoorde klacht, maar ik vind het de charme van deze plaat alleen maar vergroten.
De songs, want daar gaat het om tenslotte:
Never Say Die:
Energiek schiet het titelnummer uit de startblokken. De dunne productie schrikt wat af, maar jongens, wat een lekkere drive, wat een heerlijke drietrapsraket vormen couplet, opmaat tot refrein, refrein. Fel gesoleer van Iommi maakt deze opener af. Topsong. Retecommercieel ook.
Johnny Blade:
Overstuurde synths openen Johnny Blade. Het opgefokte, repeterende en snelle ritme zijn atypisch voor Black Sabbath, maar de riff is vintage Iommi. De vertraging halverwege is ook weer vintage Sabbath, en Ozzy's heerlijke gesneer maakt het helemaal af. De synthriedels in de bridge zijn fantastisch en geven een proggy vibe aan het nummer. Iommi's solo is top en lekker schril en bluesy. Een tweede goede song.
Junior's Eyes:
Jazzy drums en relaxed baswerk openen Junior's eyes. Iommi valt in met een bijna funky klinkende, snerpende lick met veel reverb. Dit klinkt nauwelijks nog als Sabbath maar jongens, wat lekker vind ik het. Het refrein is direct meezingbaar en hint naar wat Ozzy solo zou gaan doen.
A Hard Road:
Opent als een Boogie-achtige rocker. Sabbath goes glamrock. Met een bluesy feel. Lekker nummer. Lijkt het op Sabbath, voldoet het aan de verwachtingen van wat een Sabbathfan horen wil? Waarschijnlijk niet. Glam meets blues. Ze klinken hier als de hardrockversie van Chicory Tip (wie kent ze nog?) En ze trakteren ons nog op een koortje ook. Heerlijke song. Zo blij klonken ze nog nooit.
Shock Wave:
Zware, ietwat complexe riff opent Shock Wave. De song is uptempo. De zanglijnen zijn wat rommelig, maar wel pakkend. Dit had, in een andere productie, op Sabotage kunnen staan. Lekkere doom met felle solo. Iommi is wel op dreef hoor! Het experiment zit em in het coda: oohoo woohoo-koortjes leiden het nummer uit. Ik vind het leuk.
Air Dance:
Swingend ingeleid door een gedubbelde gitaarriff start Air Dance veelbelovend, om prompt over te gaan in een akoestisch, door arpeggio gespeelde pianopartijen begeleid gedeelte. Ze proberen hier te klinken als een jazzrockband. De solo is semi-akoestisch en erg ingetogen. Daarna ontspint zich een jazzy progsong die hint naar Soft Machine en consorten. Héél gedurfd voor Sabbath en geslaagd in mijn optiek. Zó spannend dat ze dit probeerden. Na Megalomania natuurlijk een logische stap. Dat ze hem namen is niet zo vanzelfsprekend. Ze zijn er hard op afgerekend. Topsong.
Over to You:
Een simpele rocker. Bijna AC/DC-achtige riff en heel effectief na het gezweef van Air Dance. Toch zweeft na een paar maten ook deze song weg op piano arpeggio's. Hinkt op twee gedachten, deze song. Minste compositie op het album.
Breakout:
Lekker los gaan op blazers over een Iommiriff.
Hier ontstijgen ze hun muzikale wortels. Erg gedurfd voor Sabbath. Maar lekker hoor. Jazz Sabbath voordat dat album uitkwam. Simpel en niet te lang. Maar rete-effectief.
Swinging the Chain:
Slotnummer. Ozzy klinkt niet als Ozzy. Sabbath swingt maar klinkt ook als een zware kroegband. Héél atypisch Sabbath. Leuk detail is dat de mondharmonica - te horen op het fenomenale the Wizard van hun debuut - hier prominent terugkeert.
Sabbath goes Southern Rock? Een rommelige song, heeft niks met Sabbath te maken. Het einde knipoogt naar soul. Godzijdank zonder de hoge glijstemmetjes.
Slotsom: Never Say Die is zwaar onderschat. Het album voldeed niet aan de verwachtingen en het was topzwaar van ambitie en muzikale ideeën die vaak niks meer te maken hadden met wat Sabbath Sabbath maakte. Maar het was ook een album dat - volledig doorgesnoven, -geslikt en -gezopen tot stand gekomen waarschijnlijk - een inkijkje heeft gegeven in de metal van ná '78. De vermenging van invloeden in dit genre was ongekend tot die tijd. Ik vind het in elk geval een topalbum. Onterecht belachelijk gemaakt en verguisd. Een tamelijk briljant en vooruitziend maar ook terugblikkend buitenbeentje in het Sabbath-oeuvre. Een toch wel logisch en - maar daar zal ik alleen in staan - waardig afscheid van de klassieke Sabbathbezetting.
Dit is - zoals gezegd - Sabbaths controversieelste album naast Technical Ecstasy (niet geheel toevallig als de betere van de twee, vooral omdat Dirty Women zo opzichtig knipoogt naar de "oude" Sabbath). Op Never Say Die laat Sabbath zich van zijn
meest ambitieuze kant zien. Dat kan het best duidelijk gemaakt worden door een track by track beschrijving. Voordat ik dat ga doen moet ik wel kwijt dat de erbarmelijke, hollevatenproductie roet in het eten gooit voor de argeloze luisteraar (en argeloze luisteraars, die kent dit album niet, dus who cares?). En tegelijkertijd vormt die voetangel voor mij de charme van dit album. De modernere, strakkere en cleanere sound paste Sabbath niet, maar om ze een keer te horen hinten naar de eighties - want dát deden ze op deze plaat - is zó ontzettend fascinerend om te horen. Daarnaast vormde het veelvoud aan ideeën een onevenwichtig amalgaam van rockstijlen en was er van enige coherentie op dit album geen sprake. Een veel gehoorde klacht, maar ik vind het de charme van deze plaat alleen maar vergroten.
De songs, want daar gaat het om tenslotte:
Never Say Die:
Energiek schiet het titelnummer uit de startblokken. De dunne productie schrikt wat af, maar jongens, wat een lekkere drive, wat een heerlijke drietrapsraket vormen couplet, opmaat tot refrein, refrein. Fel gesoleer van Iommi maakt deze opener af. Topsong. Retecommercieel ook.
Johnny Blade:
Overstuurde synths openen Johnny Blade. Het opgefokte, repeterende en snelle ritme zijn atypisch voor Black Sabbath, maar de riff is vintage Iommi. De vertraging halverwege is ook weer vintage Sabbath, en Ozzy's heerlijke gesneer maakt het helemaal af. De synthriedels in de bridge zijn fantastisch en geven een proggy vibe aan het nummer. Iommi's solo is top en lekker schril en bluesy. Een tweede goede song.
Junior's Eyes:
Jazzy drums en relaxed baswerk openen Junior's eyes. Iommi valt in met een bijna funky klinkende, snerpende lick met veel reverb. Dit klinkt nauwelijks nog als Sabbath maar jongens, wat lekker vind ik het. Het refrein is direct meezingbaar en hint naar wat Ozzy solo zou gaan doen.
A Hard Road:
Opent als een Boogie-achtige rocker. Sabbath goes glamrock. Met een bluesy feel. Lekker nummer. Lijkt het op Sabbath, voldoet het aan de verwachtingen van wat een Sabbathfan horen wil? Waarschijnlijk niet. Glam meets blues. Ze klinken hier als de hardrockversie van Chicory Tip (wie kent ze nog?) En ze trakteren ons nog op een koortje ook. Heerlijke song. Zo blij klonken ze nog nooit.
Shock Wave:
Zware, ietwat complexe riff opent Shock Wave. De song is uptempo. De zanglijnen zijn wat rommelig, maar wel pakkend. Dit had, in een andere productie, op Sabotage kunnen staan. Lekkere doom met felle solo. Iommi is wel op dreef hoor! Het experiment zit em in het coda: oohoo woohoo-koortjes leiden het nummer uit. Ik vind het leuk.
Air Dance:
Swingend ingeleid door een gedubbelde gitaarriff start Air Dance veelbelovend, om prompt over te gaan in een akoestisch, door arpeggio gespeelde pianopartijen begeleid gedeelte. Ze proberen hier te klinken als een jazzrockband. De solo is semi-akoestisch en erg ingetogen. Daarna ontspint zich een jazzy progsong die hint naar Soft Machine en consorten. Héél gedurfd voor Sabbath en geslaagd in mijn optiek. Zó spannend dat ze dit probeerden. Na Megalomania natuurlijk een logische stap. Dat ze hem namen is niet zo vanzelfsprekend. Ze zijn er hard op afgerekend. Topsong.
Over to You:
Een simpele rocker. Bijna AC/DC-achtige riff en heel effectief na het gezweef van Air Dance. Toch zweeft na een paar maten ook deze song weg op piano arpeggio's. Hinkt op twee gedachten, deze song. Minste compositie op het album.
Breakout:
Lekker los gaan op blazers over een Iommiriff.
Hier ontstijgen ze hun muzikale wortels. Erg gedurfd voor Sabbath. Maar lekker hoor. Jazz Sabbath voordat dat album uitkwam. Simpel en niet te lang. Maar rete-effectief.
Swinging the Chain:
Slotnummer. Ozzy klinkt niet als Ozzy. Sabbath swingt maar klinkt ook als een zware kroegband. Héél atypisch Sabbath. Leuk detail is dat de mondharmonica - te horen op het fenomenale the Wizard van hun debuut - hier prominent terugkeert.
Sabbath goes Southern Rock? Een rommelige song, heeft niks met Sabbath te maken. Het einde knipoogt naar soul. Godzijdank zonder de hoge glijstemmetjes.
Slotsom: Never Say Die is zwaar onderschat. Het album voldeed niet aan de verwachtingen en het was topzwaar van ambitie en muzikale ideeën die vaak niks meer te maken hadden met wat Sabbath Sabbath maakte. Maar het was ook een album dat - volledig doorgesnoven, -geslikt en -gezopen tot stand gekomen waarschijnlijk - een inkijkje heeft gegeven in de metal van ná '78. De vermenging van invloeden in dit genre was ongekend tot die tijd. Ik vind het in elk geval een topalbum. Onterecht belachelijk gemaakt en verguisd. Een tamelijk briljant en vooruitziend maar ook terugblikkend buitenbeentje in het Sabbath-oeuvre. Een toch wel logisch en - maar daar zal ik alleen in staan - waardig afscheid van de klassieke Sabbathbezetting.
1
Lachende derde
geplaatst: 17 november 2020, 16:25 uur
Volgende keer mijn bespreking van Technical Ecstasy.
0
Lachende derde
geplaatst: 17 november 2020, 16:44 uur
En ik heb me ook geërgerd aan de simplistische besprekingen van dit album door Ruud C en Lennert. Vandaar dit meer genuanceerde geluid. Dat verdient dit album.
0
Lachende derde
geplaatst: 17 november 2020, 16:46 uur
En de gehate albums van bands? Ik ga ze vaker rehabiliteren.
1
Lachende derde
geplaatst: 17 november 2020, 17:30 uur
Na Technical Ecstasy komt Born Again.
Nog zo'n onbegrepen topalbum. Sommige albums zijn legendarisch om hun commerciële mislukking.
Nog zo'n onbegrepen topalbum. Sommige albums zijn legendarisch om hun commerciële mislukking.
2
geplaatst: 20 november 2020, 14:38 uur
Altijd een fascinerend album gevonden als bands' minste worp, al slaat de weegschaal anno nu iets door naar Technical Ecstasy. Beide albums eind jaren 80 ontdekt en wel na de eerste zes. Titels en teksten doen op Never Say Die! her en der toch wat sinisterder, duisterder aan dan Technical Ecstasy. "It's time that you realize you're gonna die" is toch meer de Sabbath-lyriek dan de roep om een r'n'r dokter. Na het opbeurende titelnummer valt het lot van Johnny Blade niet te benijden en die overgang naar Junior's Eyes verloopt klakkeloos. Dat waren m.i. ook de hoogtepunten van het album. Hard Road weet ik de ene keer meer te appreciëren dan de andere. Shockwave, eerder tekstueel geciteerd, gaat goed van start maar weet zich gaandeweg niet tot klassieker te ontpoppen, wellicht iets te verstrikt in ideeën. Air Dance lijkt me meer jazzrock/fusion met prominente rol voor de toetsenist en Ozzy weet gevoel in die tekst te leggen. Bij Over to You komt het me over dat Ozzy zijn partijen verveeld inzingt en dat is mede debet aan dat ik de song saai vind. Breakout was vroeger zwaar 'fout', die 'eruptie van blaasinstrumenten' op een Black Sabbath-album, anno nu kan ik het beter hebben en dat vloeit vlekkeloos over in Swinging the Chain wat door Bill Ward gezongen wordt, wiens uithalen niet benijdenswaardig zijn en de song komt meer als een jamsessie over.
1
Sir Spamalot (crew)
geplaatst: 25 december 2020, 11:42 uur
Album nummer acht in de eerste Ozzy Osbourne periode tot aan zijn terugkeer en het valt me best mee: het heeft te maken met mijn verwachting natuurlijk, dat na Technical Ecstasy uit 1976 opnieuw een album volgt dat mij meer aan Black Sabbath doet denken dan aan een Ozzy solo-album. Dat is o zo persoonlijk natuurlijk.
Ik tel op dit album twee gastmuzikanten, de harmonica van John Elstar op het nummer Swinging the Chain met drummer Bill Ward als zanger en de toetsen bijdragen van Don Airey, vooral bekend van samenwerkingen met o.a. Cozy Powell, Gary Moore, Rainbow, MSG en momenteel vast bandlid bij Deep Purple. Nergens vind ik terug wie de blazers heeft ingespeeld op het magere instrumentale Break Out.
De aftrap is alvast heerlijk met het uptempo titelnummer (geweldige riff en solo) met een goeie Ozzy aan de microfoon, ik vind hem hier toch beter dan ik van hem gewoon ben. Dan volgt een reeks nummers die prima ingespeeld zijn, waarop ik nog altijd niet kan verliefd worden maar die erdoor kunnen. Best goed vind ik dit en ik ga even zoeken naar liveversies op dat Wonderlijke Wereldwijde Web. Vanaf nummer zes Air Dance krijg ik weer die tic van de optrekkende wenkbrauwen, iets te jazzy maar gedurfd en gezegend met een pokke fade-out. Het klinkt me weeral te lieflijk allemaal, het ontbreekt aan punch, meer een jab dan een uppercut. De tweede helft hiervan bevalt mij minder.
Mijn conclusie? Beter dan ik me herinnerde, dat absoluut, niet zo opvallend als de beter gewaardeerde albums, maar deze Never Say Die heeft zijn momenten. Laten vele albums een dubbele vertaling hebben qua titel, dan onthoud ik vooral dat “Never Say Die” vooral “Niet Opgeven” betekent. Te onthouden voor het echte leven.
Gematigd positieve gevoelens heb ik nog altijd over deze eerste Sabbath era, waar een aantal klassiekers hun voetdruk zetten op Planet Rock / Metal, maar ik hoor ook veel zaken die mij niets doen, deels door hun verlangen om andere dingen te proberen (mag altijd) deels door mijn halsreikend uitkijken naar de daaropvolgende korte periode met ene Ronald James Padavona achter de microfoon, mijn favoriete zanger.
Ik tel op dit album twee gastmuzikanten, de harmonica van John Elstar op het nummer Swinging the Chain met drummer Bill Ward als zanger en de toetsen bijdragen van Don Airey, vooral bekend van samenwerkingen met o.a. Cozy Powell, Gary Moore, Rainbow, MSG en momenteel vast bandlid bij Deep Purple. Nergens vind ik terug wie de blazers heeft ingespeeld op het magere instrumentale Break Out.
De aftrap is alvast heerlijk met het uptempo titelnummer (geweldige riff en solo) met een goeie Ozzy aan de microfoon, ik vind hem hier toch beter dan ik van hem gewoon ben. Dan volgt een reeks nummers die prima ingespeeld zijn, waarop ik nog altijd niet kan verliefd worden maar die erdoor kunnen. Best goed vind ik dit en ik ga even zoeken naar liveversies op dat Wonderlijke Wereldwijde Web. Vanaf nummer zes Air Dance krijg ik weer die tic van de optrekkende wenkbrauwen, iets te jazzy maar gedurfd en gezegend met een pokke fade-out. Het klinkt me weeral te lieflijk allemaal, het ontbreekt aan punch, meer een jab dan een uppercut. De tweede helft hiervan bevalt mij minder.
Mijn conclusie? Beter dan ik me herinnerde, dat absoluut, niet zo opvallend als de beter gewaardeerde albums, maar deze Never Say Die heeft zijn momenten. Laten vele albums een dubbele vertaling hebben qua titel, dan onthoud ik vooral dat “Never Say Die” vooral “Niet Opgeven” betekent. Te onthouden voor het echte leven.
Gematigd positieve gevoelens heb ik nog altijd over deze eerste Sabbath era, waar een aantal klassiekers hun voetdruk zetten op Planet Rock / Metal, maar ik hoor ook veel zaken die mij niets doen, deels door hun verlangen om andere dingen te proberen (mag altijd) deels door mijn halsreikend uitkijken naar de daaropvolgende korte periode met ene Ronald James Padavona achter de microfoon, mijn favoriete zanger.
0
geplaatst: 19 januari 2021, 21:00 uur
Alles is wel een beetje gezegd en nog mooi verwoord ook. Ik houd hier ook een beetje hetzelfde gevoel aan over als bij de vorige worp. Objectief gezien geen superslechte plaat, maar met de voorgaande klassiekers (die écht allemaal raak waren) in het achterhoofd komt dit over als een uitgebluste versie van de band die ze waren en later ook weer werden.
Wilde het toch graag luisteren, las een recent interview met Tommy Iommi over deze periode (veel drugs etc.) en werd nieuwsgierig. Zo slecht als ik dacht (en critici beweren), is het gelukkig niet.
Wilde het toch graag luisteren, las een recent interview met Tommy Iommi over deze periode (veel drugs etc.) en werd nieuwsgierig. Zo slecht als ik dacht (en critici beweren), is het gelukkig niet.
0
geplaatst: 9 augustus 2021, 11:51 uur
Fantasieloos album van Black Sabbath. Het begint al met de titelsong. Een popliedje gehuld in een rockjasje.
Johnny Blade klinkt wel wat meer naar wat ik van BS zou verwachten, maar een topper is het niet.
Dat geldt eigenlijk voor het hele album. De muziek past niet echt bij de uitstraling van de band. Dat was op de eerste paar albums wel anders. Zo gaat het bij Junior's Eyes weer behoorlijk mis en vervolgens komt het ook niet meer goed. Misschien is in een vleugje Over to You de echte BS nog aanwezig.
Zeer matig en ik verlaag van 3 naar 2,5*..
Johnny Blade klinkt wel wat meer naar wat ik van BS zou verwachten, maar een topper is het niet.
Dat geldt eigenlijk voor het hele album. De muziek past niet echt bij de uitstraling van de band. Dat was op de eerste paar albums wel anders. Zo gaat het bij Junior's Eyes weer behoorlijk mis en vervolgens komt het ook niet meer goed. Misschien is in een vleugje Over to You de echte BS nog aanwezig.
Zeer matig en ik verlaag van 3 naar 2,5*..
5
geplaatst: 21 juni 2022, 23:02 uur
In 1980 en 1981 gingen mijn zakgeld en de opbrengsten van een krantenwijk bijna volledig op aan vinyl en cassettebandjes. Van die laatste categorie had ik er spoedig een kleine honderd. Lenen en opnemen.
Met een eigen fonotheekpasje struinde ik de platenbakken van de bieb in mijn dorp door, vooral op zoek naar hardrock, metal en new wave. Platen vond ik ook in de kasten van vrienden, die omgekeerd uit mijn groeiende voorraad elpees mochten plukken. Zolang ze maar geen stukjes van platen draaiden, want dat leverde tikken op; dat vroeg ik van hen en dat beloofde ik ook voor hun elpees. Met deze kostbaarheden gingen we uiterst voorzichtig om.
Wat betreft Black Sabbath was ik ingestapt met Heaven and Hell, waarna ik de eerdere albums ging uitzoeken. In die fonotheek had ik al kennisgemaakt met verzamelaar We Sold Our Soul en Paranoid, bovendien kocht ik het debuut en Master of Reality. Uit diezelfde bieb leende ik Never Say Die! waar ik erg benieuwd naar was: het was het album vóór Heaven and Hell, ik hoopte op diezelfde gitaarsound en wederom knappe gitaarsolo’s. De hoes (van het Hipgnosis collectief) vond ik op voorhand helemaal geslaagd.
De plaat bleek voor deze puber eentje van zowel kortstondige vreugde als groeiende teleurstelling. De titelsong opent de plaat, wat een beest van een lied; snel met een prachtige gitaarsolo aan het einde! Maar ieder nummer dat volgde vond ik telkens nét een stapje minder: in mijn beleving zakte de band in de tweede helft van kant B door het ijs met een vreemde eend (Blazers? Blazers!) en het zwak-gezongen Swinging the Chain. Ik kon dus weinig met het album, dat op de titelsong na naar de achtergrond verdween. Dit mede door het aparte geluid van de gitaarmuren.
Met de komst van streaming oefende de hoes wederom een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uit en rond 2017 ging ik de plaat herontdekken. Ik was ouder (zeker!) en wijzer (wellicht); het leidde tot een groeiende herwaardering van de elpee, die ik vervolgens kocht in de persing van 2015 van Sanctuary Records met bovendien de cd.
In zijn biografie Iron Man vertelt gitarist Tony Iommi dat hij niet met warme gevoelens terugdenkt aan de plaat. Letterlijk niet omdat het ijskoud was in Toronto, waar hijzelf, zonder goed te checken, een studio had geboekt. De sneeuw lag hoog, de studio bleek slecht verwarmd en bovendien was de akoestiek om te huilen.
Er was meer misgegaan. In de aanloop ernaartoe was punk doorgebroken, wat maakte dat deze begin-dertigers zich oud voelden. Iommi twijfelde of men nog wel zat te wachten op zijn riffs.
Najaar 1977 verliet Ozzy Osbourne de band. Tijd om een vervanger te vinden was er nauwelijks, want de dure studio was al geboekt. Nieuwe zanger Dave Walker bleek niet goed bij de band te passen, al werd wel een optreden gedaan voor Birmingham TV.
De band was blij toen Osbourne meldde dat hij terug wilde keren. Iommi had echter te weinig muziek, zeker omdat de teruggekeerde frontman weigerde de drie songs die met Walker als demo waren opgenomen, in te zingen.
Achteraf vindt Iommi het ook fout dat ze de plaat zelf produceerden: in deze omstandigheden had een producer hen het nodige werk uit handen kunnen nemen, wat tot een betere sound had geleid.
Aangezien Iommi de riffs in zijn eentje schreef (de andere drie zwaaiden vrolijk gedag, gingen naar de kroeg en keerden enkele uren later blijmoedig terug met de vraag of hij al klaar was – zo ging het al jaren), voelde deze de druk steeds groter worden. Hij had geen keus: tóch die drie songs gebruiken. Junior’s Eyes werd met nieuwe tekst van bassist Geezer Butler alsnog door Osbourne ingezongen, Breakout werd omgebouwd tot een instrumentale song met saxofoons en het is drummer Bill Ward die de bluesy afsluiter Swinging the Chain inzong, met een zelfgeschreven nieuwe tekst en scheurende mondharmonica erbij.
De drummer speelt bovendien weer eens de sterren van de hemel op deze plaat, daar kun je speciaal voor gaan zitten. De band scoorde met Never Say Die bovendien hun tweede hitsingle ooit en mocht bij Top of the Pops playbacken.
Andere kwaliteiten die mij sinds 2017 opvielen: de sterke melodieën van bijvoorbeeld Johnny Blade en Hard Road; de jazzinvloeden in Air Dance, wát een compositie! Nee, niet snel zoals ik als puber wenste, ook niet per se heavy, maar meeslepend en verrassend. Dat laatste nog steeds, als ik de plaat na een tijdje weer eens opzet. Of het heerlijke pianospel van ene Don Airey, dezelfde die later bij de namen opdook die Sir Spamalot hierboven noemt. Of de oorwurmkoortjes (ja, echt!) in Hard Road en het uittro van Shock Wave: ze doen bijna als southern rock aan.
Is de A-kant nog vrij stevig, de variatie dringt zich met name op de B-kant op. Ik ben van beide plaatkanten gaan houden, mede dankzij de heerlijke gitaarsolo’s. Een album voor iemand die bereid is om Black Sabbath niet alleen maar als metal- of doom- of stoner- of sludgeband te zien. Ongeschikt voor de puber die ik was, waarbij de B-kant juist wél geschikt is voor hen die niet afhaken bij invloeden uit fusion en progressive rock.
Met een eigen fonotheekpasje struinde ik de platenbakken van de bieb in mijn dorp door, vooral op zoek naar hardrock, metal en new wave. Platen vond ik ook in de kasten van vrienden, die omgekeerd uit mijn groeiende voorraad elpees mochten plukken. Zolang ze maar geen stukjes van platen draaiden, want dat leverde tikken op; dat vroeg ik van hen en dat beloofde ik ook voor hun elpees. Met deze kostbaarheden gingen we uiterst voorzichtig om.
Wat betreft Black Sabbath was ik ingestapt met Heaven and Hell, waarna ik de eerdere albums ging uitzoeken. In die fonotheek had ik al kennisgemaakt met verzamelaar We Sold Our Soul en Paranoid, bovendien kocht ik het debuut en Master of Reality. Uit diezelfde bieb leende ik Never Say Die! waar ik erg benieuwd naar was: het was het album vóór Heaven and Hell, ik hoopte op diezelfde gitaarsound en wederom knappe gitaarsolo’s. De hoes (van het Hipgnosis collectief) vond ik op voorhand helemaal geslaagd.
De plaat bleek voor deze puber eentje van zowel kortstondige vreugde als groeiende teleurstelling. De titelsong opent de plaat, wat een beest van een lied; snel met een prachtige gitaarsolo aan het einde! Maar ieder nummer dat volgde vond ik telkens nét een stapje minder: in mijn beleving zakte de band in de tweede helft van kant B door het ijs met een vreemde eend (Blazers? Blazers!) en het zwak-gezongen Swinging the Chain. Ik kon dus weinig met het album, dat op de titelsong na naar de achtergrond verdween. Dit mede door het aparte geluid van de gitaarmuren.
Met de komst van streaming oefende de hoes wederom een onweerstaanbare aantrekkingskracht op mij uit en rond 2017 ging ik de plaat herontdekken. Ik was ouder (zeker!) en wijzer (wellicht); het leidde tot een groeiende herwaardering van de elpee, die ik vervolgens kocht in de persing van 2015 van Sanctuary Records met bovendien de cd.
In zijn biografie Iron Man vertelt gitarist Tony Iommi dat hij niet met warme gevoelens terugdenkt aan de plaat. Letterlijk niet omdat het ijskoud was in Toronto, waar hijzelf, zonder goed te checken, een studio had geboekt. De sneeuw lag hoog, de studio bleek slecht verwarmd en bovendien was de akoestiek om te huilen.
Er was meer misgegaan. In de aanloop ernaartoe was punk doorgebroken, wat maakte dat deze begin-dertigers zich oud voelden. Iommi twijfelde of men nog wel zat te wachten op zijn riffs.
Najaar 1977 verliet Ozzy Osbourne de band. Tijd om een vervanger te vinden was er nauwelijks, want de dure studio was al geboekt. Nieuwe zanger Dave Walker bleek niet goed bij de band te passen, al werd wel een optreden gedaan voor Birmingham TV.
De band was blij toen Osbourne meldde dat hij terug wilde keren. Iommi had echter te weinig muziek, zeker omdat de teruggekeerde frontman weigerde de drie songs die met Walker als demo waren opgenomen, in te zingen.
Achteraf vindt Iommi het ook fout dat ze de plaat zelf produceerden: in deze omstandigheden had een producer hen het nodige werk uit handen kunnen nemen, wat tot een betere sound had geleid.
Aangezien Iommi de riffs in zijn eentje schreef (de andere drie zwaaiden vrolijk gedag, gingen naar de kroeg en keerden enkele uren later blijmoedig terug met de vraag of hij al klaar was – zo ging het al jaren), voelde deze de druk steeds groter worden. Hij had geen keus: tóch die drie songs gebruiken. Junior’s Eyes werd met nieuwe tekst van bassist Geezer Butler alsnog door Osbourne ingezongen, Breakout werd omgebouwd tot een instrumentale song met saxofoons en het is drummer Bill Ward die de bluesy afsluiter Swinging the Chain inzong, met een zelfgeschreven nieuwe tekst en scheurende mondharmonica erbij.
De drummer speelt bovendien weer eens de sterren van de hemel op deze plaat, daar kun je speciaal voor gaan zitten. De band scoorde met Never Say Die bovendien hun tweede hitsingle ooit en mocht bij Top of the Pops playbacken.
Andere kwaliteiten die mij sinds 2017 opvielen: de sterke melodieën van bijvoorbeeld Johnny Blade en Hard Road; de jazzinvloeden in Air Dance, wát een compositie! Nee, niet snel zoals ik als puber wenste, ook niet per se heavy, maar meeslepend en verrassend. Dat laatste nog steeds, als ik de plaat na een tijdje weer eens opzet. Of het heerlijke pianospel van ene Don Airey, dezelfde die later bij de namen opdook die Sir Spamalot hierboven noemt. Of de oorwurmkoortjes (ja, echt!) in Hard Road en het uittro van Shock Wave: ze doen bijna als southern rock aan.
Is de A-kant nog vrij stevig, de variatie dringt zich met name op de B-kant op. Ik ben van beide plaatkanten gaan houden, mede dankzij de heerlijke gitaarsolo’s. Een album voor iemand die bereid is om Black Sabbath niet alleen maar als metal- of doom- of stoner- of sludgeband te zien. Ongeschikt voor de puber die ik was, waarbij de B-kant juist wél geschikt is voor hen die niet afhaken bij invloeden uit fusion en progressive rock.
1
geplaatst: 3 december 2022, 10:43 uur
Goed nummer hoor, Hard road. Prima single geweest. Een pareltje in de collectie.
0
geplaatst: 29 april 2023, 23:57 uur
Afgelopen maandag kwam ik 'm tegen in een platenzaak in Vlissingen: de heruitgave van dit album ter gelegenheid van Record Store Day. Ik heb de elpee-met-cd-versie en ik vroeg me af wat deze editie toevoegt. De hoessticker meldt dat onder het folie de 'extremely rare The Ten Year War brochure' is opgenomen, alsmede 'transparent and light blue splatter vinyl".
Op Discogs kon ik de inhoud toch zien. Een leuk hebbedingetje is het zeker en wellicht een beleggingsobject. Maar zelfs de fan in mij vindt dit al te gortig worden...
Voor wie van vinyl houdt en de plaat niet kent: dit is een heule fraaie!
Op Discogs kon ik de inhoud toch zien. Een leuk hebbedingetje is het zeker en wellicht een beleggingsobject. Maar zelfs de fan in mij vindt dit al te gortig worden...
Voor wie van vinyl houdt en de plaat niet kent: dit is een heule fraaie!
1
geplaatst: 30 april 2023, 10:46 uur
Een van de eerste albums die ik op cd had, samen met een hele goedkope (illegale?) uitgave van Sabotage. Grijsgedraaid. Hoor wel dat Sabbath op NSD niet meer de krachtbron is van de eerste vijf albums, maar ook in deze verwarrende, geforceerde, drugsy en vermoeide toestand in staat is om op zijn minst boeiende muziek te produceren. Alleen het saaie Swinging the Chains wiegt me in slaap.
1
geplaatst: 30 april 2023, 17:47 uur
Never Say Die! is bij veel fans altijd een ondergeschoven kindje geweest en dat snap ik ten dele ook wel. De heren, grotendeels eigenhandig verantwoordelijk voor het uitvinden van het betere zware metalen schuurwerk klinken haast opgewekt. De zware riffs blijven achterwege, het onheilspellende geluid heeft plaatsgemaakt voor een haast progressief geluid. In de loop der jaren ben ik Never Say Die! meer gaan waarderen. De vaak aangehaalde term; 'uitgeblust' vind ik niet echt van toepassing. Met kon wel weer een Volume 4 uitpoepen maar de heren gingen bewust op zoek naar een andere benadering en dat levert bij vlagen hele aardige momenten op. Ik zat eerlijk gezegd ook niet te wachten op weer een versie van Iron Man. Ten tijde van Sabotage was de band ook al aan het experimenteren en veelzijdig waren ze altijd al wel geweest. Neen, Junior's Eyes, Hard Road en Over To You vind ik heerlijke oorkruipers. Wat men echter naliet; de songs duren te lang, had van de meeste tracks een minuut of twee afgehaald en het was een prima plaat geweest. Men voerde nu een idee simpelweg te lang door. Slecht is Never Say Die in mijn absoluut niet, de proggy inslag en het dwarse karakter van de plaat heb ik wel leren appreciëren.
2
Deranged
geplaatst: 30 april 2023, 23:50 uur
Het is in ieder geval een meer avontuurlijke plaat dan 13.
Dit album is voor mij wel in een ander licht komen te staan sinds die release.
Dit album is voor mij wel in een ander licht komen te staan sinds die release.
1
geplaatst: 3 mei 2023, 19:29 uur
Bij mij is het kwartje ook na 45 jaar gevallen ,ik heb het licht gezien.
Daar ik dit album altijd beschouwde als een klote plaat dient zich hier tot mijn verbazing een herijking aan.
Ik ga (nog) niet met een doos vol exemplaren schreeuwend de deuren langs maar mijn 20 jaar oude maar fonkelnieuwe CD heeft tot mijn tevredenheid en verbazing zijn rondes gedraaid in mijn CD afspeelmachine.
Hier kan ik dus wel 3* aan kwijt en dat is voldoende want ik moet nog wel een beetje normaal blijven doen.
ps Om de CD met de titel 13 de zelfde behandeling te geven daar ben ik nog niet helemaal rijp voor.
Daar ik dit album altijd beschouwde als een klote plaat dient zich hier tot mijn verbazing een herijking aan.
Ik ga (nog) niet met een doos vol exemplaren schreeuwend de deuren langs maar mijn 20 jaar oude maar fonkelnieuwe CD heeft tot mijn tevredenheid en verbazing zijn rondes gedraaid in mijn CD afspeelmachine.
Hier kan ik dus wel 3* aan kwijt en dat is voldoende want ik moet nog wel een beetje normaal blijven doen.
ps Om de CD met de titel 13 de zelfde behandeling te geven daar ben ik nog niet helemaal rijp voor.
0
geplaatst: 28 juni 2024, 10:56 uur
Zeg liefkleinhertje, ben jij stiekem dezelfde persoon als Phil Aston? Kijk eens wat hij heeft te zeggen! Jullie verhalen hebben overeenkomsten.
Ook met het mijne, zoals ik in een eerdere post vermeldde. Omdat Aston een paar jaar ouder is dan ik én toentertijd in Birmingham woonde, heeft hij ervaringsverhalen die het nog leuker maken.
Ook met het mijne, zoals ik in een eerdere post vermeldde. Omdat Aston een paar jaar ouder is dan ik én toentertijd in Birmingham woonde, heeft hij ervaringsverhalen die het nog leuker maken.
2
geplaatst: 23 juli 2024, 10:06 uur
Ten tijde van Never Say Die! hing de originele line-up van Black Sabbath aan een zijden draadje, ten gevolge van interne spanningen versterkt door een goddeloze hoeveelheid drugs en alcohol. De tank was fysiek, mentaal en creatief zo goed als leeg na 10 jaar rock 'n' roll-excessen. In hartje winter 1978 in Canada dook Sabbath een onherbergzame studio in om snel nog één laatste plaat eruit te persen. De opnames waren rommelig, waarbij Ozzy geregeld weigerde om bepaalde teksten of over bepaalde nummers (Breakout) te zingen omdat hij het nergens naar vond klinken. Iommi getuigde later dat hij zelf geen idee had of wat ze aan het opnemen waren, eigenlijk wel deugde of niet.
Gegeven deze context is het eigenlijk een klein wonder dat Never Say Die! nog helemaal niet zo slecht is als je zou verwachten. Goed, de doffe, vlakke productie met schel gitaargeluid werkt niet mee en het bizar lage volume aan het begin van nummers 3 en 4 haalt me telkens wat uit de luisterervaring. Maar ondanks dat kan ik het merendeel van het album best wel smaken, ondanks de hoorbare identiteitscrisis die de band onderging in deze periode.
Zo klinkt het titelnummer meer als Thin Lizzy dan Black Sabbath, maar is het een gedreven, puntige song met een positieve boodschap. De keyboards zijn een leuke toets (pun intended) op Johnny Blade, waar zeker in het middenstuk wat Sabbath-waardige riffs tevoorschijn worden getoverd. Iommi begon op het vorig album zijn vleugels al te spreiden als solist en ook hier kleurt hij de laatste anderhalve minuut in met een opzwepende solo.
Junior's Eyes is mijn favoriet van het album. Heerlijk aanstekelijk baslijntje en zweverig gitaarwerk in de strofes, afgewisseld met een stevig refrein waar Ward er lekker op los ramt. Ozzy vertelt met emotie een aangrijpend verhaal over het vroegtijdige overlijden van zijn vader. A Hard Road kan ik dan weer helemaal niks mee, dendert eindeloos en doelloos door op dezelfde 2 akkoorden en klinkt ondanks zijn bitterzoete tekst veel te opgewekt om uit de koker van Sabbath te komen.
De tweede helft trapt af met Shock Wave, dat me een stuk beter bevalt. De riffs in de openingsfase hakken er best stevig in. Halverwege gaat het tempo een tandje omlaag en krijgen we een lekkere jamsectie voorgeschoteld. De akoestische gitaar is een opvallend accent. Het melodische Air Dance kan mij ook bekoren, met de gitaarharmonieën in het hoofdtthema en de mijmerende piano en gitaar in de strofes en refreinen. De tweede helft is jazzy en progressief, iets wat Ozzy zelf vreselijk vond want het enige waar hij jaloers op was bij jazzmuzikanten, aldus zijn eigen woorden, was hoeveel ze konden drinken. Ik hou echter van dit soort creatieve uitspattingen (bossanova op een Sabbath-album?!) en vind het best een geslaagd experiment. Alleen jammer van de fade-out op het einde. Die komen wel vaker voor op dit album en verraden het gebrek aan richting dat de groep plaagde in deze periode.
Het afsluitende drieluik dan. Over to You heeft een prima tekst over sociale indoctrinatie, maar is muzikaal wat te vrolijk en gezapig om echt te beklijven. Breakout is opnieuw een verrassend en plezierig experiment, deze keer met dreigende blazers a la King Crimson, en dient als inleiding voor afsluiter Swinging the Chain, een vuig bluesrocknummer met Bill Ward achter de microfoon en een gastpartij op de mondharmonica. Klinkt meer als Cream dan Black Sabbath, maar het luistert prima weg tot de - opnieuw - onfortuinlijke fade-out.
En zo komt een onceremonieel en anticlimactisch einde aan de klassieke Sabbath line-up. In 1979 werd de band helemaal disfunctioneel door ontsporend drugsgebruik en stuurde de rest van de groep een ontoerekeningsvatbare Ozzy met pijn in het hart de laan uit. Nooit zouden deze 4 heren nog samen een studio-album opnemen (enkel het grotendeels live-album Reunion 20 jaar later). Gelukkig krabbelden zowel Sabbath als Ozzy hierna helemaal terug recht en vuurden ze elk een klassieker op de wereld af in 1980.
Wat de rangschikking betreft, was het lastig om te oordelen of deze nu wel of niet onderaan de lijst thuishoort. Uiteindelijk heb ik Never Say Die! genade getoond: hoewel er geen hoogtepunten als Hole in the Sky dan wel Symptom of the Universe op staan, luister ik nog net iets liever dit album van begin tot einde af dan Sabotage vanaf Megalomania.
1. Black Sabbath
2. Paranoid
3. Sabbath Bloody Sabbath
4. Master of Reality
5. Vol. 4
6. Technical Ecstasy
7. Never Say Die!
8. Sabotage
Gegeven deze context is het eigenlijk een klein wonder dat Never Say Die! nog helemaal niet zo slecht is als je zou verwachten. Goed, de doffe, vlakke productie met schel gitaargeluid werkt niet mee en het bizar lage volume aan het begin van nummers 3 en 4 haalt me telkens wat uit de luisterervaring. Maar ondanks dat kan ik het merendeel van het album best wel smaken, ondanks de hoorbare identiteitscrisis die de band onderging in deze periode.
Zo klinkt het titelnummer meer als Thin Lizzy dan Black Sabbath, maar is het een gedreven, puntige song met een positieve boodschap. De keyboards zijn een leuke toets (pun intended) op Johnny Blade, waar zeker in het middenstuk wat Sabbath-waardige riffs tevoorschijn worden getoverd. Iommi begon op het vorig album zijn vleugels al te spreiden als solist en ook hier kleurt hij de laatste anderhalve minuut in met een opzwepende solo.
Junior's Eyes is mijn favoriet van het album. Heerlijk aanstekelijk baslijntje en zweverig gitaarwerk in de strofes, afgewisseld met een stevig refrein waar Ward er lekker op los ramt. Ozzy vertelt met emotie een aangrijpend verhaal over het vroegtijdige overlijden van zijn vader. A Hard Road kan ik dan weer helemaal niks mee, dendert eindeloos en doelloos door op dezelfde 2 akkoorden en klinkt ondanks zijn bitterzoete tekst veel te opgewekt om uit de koker van Sabbath te komen.
De tweede helft trapt af met Shock Wave, dat me een stuk beter bevalt. De riffs in de openingsfase hakken er best stevig in. Halverwege gaat het tempo een tandje omlaag en krijgen we een lekkere jamsectie voorgeschoteld. De akoestische gitaar is een opvallend accent. Het melodische Air Dance kan mij ook bekoren, met de gitaarharmonieën in het hoofdtthema en de mijmerende piano en gitaar in de strofes en refreinen. De tweede helft is jazzy en progressief, iets wat Ozzy zelf vreselijk vond want het enige waar hij jaloers op was bij jazzmuzikanten, aldus zijn eigen woorden, was hoeveel ze konden drinken. Ik hou echter van dit soort creatieve uitspattingen (bossanova op een Sabbath-album?!) en vind het best een geslaagd experiment. Alleen jammer van de fade-out op het einde. Die komen wel vaker voor op dit album en verraden het gebrek aan richting dat de groep plaagde in deze periode.
Het afsluitende drieluik dan. Over to You heeft een prima tekst over sociale indoctrinatie, maar is muzikaal wat te vrolijk en gezapig om echt te beklijven. Breakout is opnieuw een verrassend en plezierig experiment, deze keer met dreigende blazers a la King Crimson, en dient als inleiding voor afsluiter Swinging the Chain, een vuig bluesrocknummer met Bill Ward achter de microfoon en een gastpartij op de mondharmonica. Klinkt meer als Cream dan Black Sabbath, maar het luistert prima weg tot de - opnieuw - onfortuinlijke fade-out.
En zo komt een onceremonieel en anticlimactisch einde aan de klassieke Sabbath line-up. In 1979 werd de band helemaal disfunctioneel door ontsporend drugsgebruik en stuurde de rest van de groep een ontoerekeningsvatbare Ozzy met pijn in het hart de laan uit. Nooit zouden deze 4 heren nog samen een studio-album opnemen (enkel het grotendeels live-album Reunion 20 jaar later). Gelukkig krabbelden zowel Sabbath als Ozzy hierna helemaal terug recht en vuurden ze elk een klassieker op de wereld af in 1980.
Wat de rangschikking betreft, was het lastig om te oordelen of deze nu wel of niet onderaan de lijst thuishoort. Uiteindelijk heb ik Never Say Die! genade getoond: hoewel er geen hoogtepunten als Hole in the Sky dan wel Symptom of the Universe op staan, luister ik nog net iets liever dit album van begin tot einde af dan Sabotage vanaf Megalomania.
1. Black Sabbath
2. Paranoid
3. Sabbath Bloody Sabbath
4. Master of Reality
5. Vol. 4
6. Technical Ecstasy
7. Never Say Die!
8. Sabotage
1
geplaatst: 23 juli 2024, 13:33 uur
Mooi verhaal over de totstandkoming van Never Say Die! SirPsychoSexy
Hoewel het puur smaak betreft komt mijn persoonlijke top 8 ook redelijk overeen.
Echter Sabotage scoort bij mij wel hoger dan de laatste 2 platen met Ozzy. Met songs als Hole in the Sky, Symptom of the Univers en The Writ staan er toch wel echt een aantal knallers op de schijf.
Dat kan ik van Never Say Die niet zeggen maar nogmaals dat is persoonlijk.
Toen Sabbath eind jaren 70 op zijn laatste benen liep had men evengoed nog de inhoud en het vermogen om een plaat als Never Say Die! eruit te persen.
Het is weliswaar geen klassieker maar het haalt alsnog een dikke voldoende en dat is best knap als je weet hoeveel supplementen de heren consumeerden rond deze tijd en de verziekte onderlinge verstandhouding.
Vreemd genoeg komt de laatste van de heren in deze samenstelling ook het meest losjes over. De plaat kent haast een vrolijke ondertoon, getuige songs als Hard Road, Over to You en Breakout.
Never Say Die! is charmant, kent voor mij een aantal prima ideeën, is afwisselend echter teveel songs duren veel te lang voor het gebodene. En eerlijk is eerlijk; echte uitschieters staan er voor mij ook niet op.
Hoewel het puur smaak betreft komt mijn persoonlijke top 8 ook redelijk overeen.
Echter Sabotage scoort bij mij wel hoger dan de laatste 2 platen met Ozzy. Met songs als Hole in the Sky, Symptom of the Univers en The Writ staan er toch wel echt een aantal knallers op de schijf.
Dat kan ik van Never Say Die niet zeggen maar nogmaals dat is persoonlijk.
Toen Sabbath eind jaren 70 op zijn laatste benen liep had men evengoed nog de inhoud en het vermogen om een plaat als Never Say Die! eruit te persen.
Het is weliswaar geen klassieker maar het haalt alsnog een dikke voldoende en dat is best knap als je weet hoeveel supplementen de heren consumeerden rond deze tijd en de verziekte onderlinge verstandhouding.
Vreemd genoeg komt de laatste van de heren in deze samenstelling ook het meest losjes over. De plaat kent haast een vrolijke ondertoon, getuige songs als Hard Road, Over to You en Breakout.
Never Say Die! is charmant, kent voor mij een aantal prima ideeën, is afwisselend echter teveel songs duren veel te lang voor het gebodene. En eerlijk is eerlijk; echte uitschieters staan er voor mij ook niet op.
0
geplaatst: 23 juli 2024, 14:13 uur
Dankjewel, milesdavisjr! Ik ben het eens met je dat Hole in the Sky en Symptom of the Universe zeker een schap of twee hoger staan in de Sabbath-ranglijst dan al wat de groep presenteert op deze plaat. Er zit voor mij echter ook een serieuze kloof tussen die twee nummers en de rest van Sabotage. Sabotage heeft een betere productie en de nummers hebben meer een kop en een staart, maar ik verveel me vanaf Megalomania grotendeels te pletter met dat album. Dan zie ik Never Say Die! met al zijn meer opvallende gebreken, maar verscheidene prettige uitspattingen alsnog eerder op mijn digitale draaitafel belanden in de toekomst.
Ondertussen zit ik trouwens alweer aan de eerste twee Sabbath-albums met Dio in mijn rotatie en het klasseverschil met de laatste Ozzy-albums is toch wel opvallend zowel qua productie, composities, spelplezier als niveau van zang en teksten.
Ondertussen zit ik trouwens alweer aan de eerste twee Sabbath-albums met Dio in mijn rotatie en het klasseverschil met de laatste Ozzy-albums is toch wel opvallend zowel qua productie, composities, spelplezier als niveau van zang en teksten.
2
geplaatst: 19 januari 2025, 21:45 uur
Crises , wat een album. Wat een variatie! Waar zit ik eigenlijk naar te luisteren. Black Sabbath???? Serieus???
Geweldig
1 kritiekpuntje. De afsluiter en het 1 na laatste had ik omgedraaid
Thin Lizzy heeft ook zo'n album waarin zo veel variatie zit... het geweldige Renegade
Geweldig
1 kritiekpuntje. De afsluiter en het 1 na laatste had ik omgedraaid
Thin Lizzy heeft ook zo'n album waarin zo veel variatie zit... het geweldige Renegade
1
geplaatst: 20 april 2025, 14:43 uur
Na mijn vorige bericht ( zie hierbove) ben ik verder gegaan met het beluisteren van Black Sabbath met Ozzy als zanger. Dan is dit echt een goede plaat en in mijn ogen/oren is Juniors eyes het beste nummer wat Black Sabbath met Ozzy heeft gemaakt
0
geplaatst: 20 april 2025, 17:28 uur
Junior's Eyes is best een fijn nummer en grappig dat er liefhebbers zijn die dit een geweldige song vinden.
Ik zou het niet onder mijn persoonlijke favorieten scharen, maar over smaak valt niet te twisten.
Ik zou het niet onder mijn persoonlijke favorieten scharen, maar over smaak valt niet te twisten.
0
geplaatst: 17 juli 2025, 09:10 uur
Lachende derde schreef:
En ik heb me ook geërgerd aan de simplistische besprekingen van dit album door Ruud C en Lennert. Vandaar dit meer genuanceerde geluid. Dat verdient dit album.
En ik heb me ook geërgerd aan de simplistische besprekingen van dit album door Ruud C en Lennert. Vandaar dit meer genuanceerde geluid. Dat verdient dit album.
Godver, zonder dat we getagged zijn, heb ik helemaal de kans gemist om hier even lekker op in te gaan. RuudC, het was weer eens niet goed!
Je gaat je bijna afvragen waarom deze persoon gebanned is.
0
geplaatst: 17 juli 2025, 13:12 uur
Simplistische besprekingen ha ha, je moet het de lezer niet te makkelijk maken hoor lennert
Klaarblijkelijk heeft de matige beoordeling die je ooit aan dit album hebt meegegeven een diepe indruk achtergelaten bij een liefhebber van Never Say Die!
Goed vind ik de plaat niet, het kan in mijn ogen niet wedijveren met de eerste zes worpen van de heren.
Toch vind het gestoei met enkele symfonische elementen - denk aan Air Dance - het geheel wel een luchtig karakter bieden. Ik snap echter wel dat deze plaat niet hoog op de lijst staat bij veel Sabbath liefhebbers.
Klaarblijkelijk heeft de matige beoordeling die je ooit aan dit album hebt meegegeven een diepe indruk achtergelaten bij een liefhebber van Never Say Die!
Goed vind ik de plaat niet, het kan in mijn ogen niet wedijveren met de eerste zes worpen van de heren.
Toch vind het gestoei met enkele symfonische elementen - denk aan Air Dance - het geheel wel een luchtig karakter bieden. Ik snap echter wel dat deze plaat niet hoog op de lijst staat bij veel Sabbath liefhebbers.
2
geplaatst: 17 juli 2025, 13:19 uur
Waarde heren lennert en RuudC, aangezien ik mezelf steeds als pleitbezorger van Technical Ecstacy en Never Say Die! opwerp, nodig ik u zeer van harte uit om uw onvrede op mij te richten.
Ik ben noch ken De Lachende Derde, die kennelijk ins blaue hinein is opgelost. Sta mij toe dat u uw eventuele boosheid op mij richt.
Opmerkingen uit oktober 2017 als "(...) komen we op A Hard Road terecht, een van de meest verschrikkelijke Black Sabbath songs die ik ooit heb gehoord. Shock Wave kabbelt vervolgens veel te lang door in de hoek van matig Boston-materiaal, terwijl de jazz op Air Dance ook maar matig aanslaat. Doet me nog het meeste denken aan Spinal Tap die Jazz Oddysey speelt." (lennert) en "Air Dance is misschien wel het slechtste nummer van Sabbath tot nu toe. Alle tierelantijntjes gedaan met piano en saxofoon werken volkomen averechts" (Ruud) slaan echter kant noch wal
Graag nodig ik de heren van harte uit om, zodra ze in de gelegenheid en stemming zijn, dit album nogmaals een kans te geven. Een kleine acht jaar na dato wordt het wellicht anders beleefd. Bij mij is het door de jaren heen gegroeid, juist ook bij die nummers. Zie daarvoor mijn uitleg van juni 2022.
Om te voorkomen dat jullie dit bericht negeren, onderstreep ik de opmerking van de niet meer lachende: "En ik heb me ook geërgerd aan de simplistische besprekingen van dit album door Ruud C en Lennert. Vandaar dit meer genuanceerde geluid. Dat verdient dit album." Al vind ik "simplistisch" een onterechte benaming voor jullie epistels. Die zijn altijd beargumenteerd en transparant!
Ik ben noch ken De Lachende Derde, die kennelijk ins blaue hinein is opgelost. Sta mij toe dat u uw eventuele boosheid op mij richt.
Opmerkingen uit oktober 2017 als "(...) komen we op A Hard Road terecht, een van de meest verschrikkelijke Black Sabbath songs die ik ooit heb gehoord. Shock Wave kabbelt vervolgens veel te lang door in de hoek van matig Boston-materiaal, terwijl de jazz op Air Dance ook maar matig aanslaat. Doet me nog het meeste denken aan Spinal Tap die Jazz Oddysey speelt." (lennert) en "Air Dance is misschien wel het slechtste nummer van Sabbath tot nu toe. Alle tierelantijntjes gedaan met piano en saxofoon werken volkomen averechts" (Ruud) slaan echter kant noch wal

Graag nodig ik de heren van harte uit om, zodra ze in de gelegenheid en stemming zijn, dit album nogmaals een kans te geven. Een kleine acht jaar na dato wordt het wellicht anders beleefd. Bij mij is het door de jaren heen gegroeid, juist ook bij die nummers. Zie daarvoor mijn uitleg van juni 2022.
Om te voorkomen dat jullie dit bericht negeren, onderstreep ik de opmerking van de niet meer lachende: "En ik heb me ook geërgerd aan de simplistische besprekingen van dit album door Ruud C en Lennert. Vandaar dit meer genuanceerde geluid. Dat verdient dit album." Al vind ik "simplistisch" een onterechte benaming voor jullie epistels. Die zijn altijd beargumenteerd en transparant!
* denotes required fields.


