Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!
zoeken in:
10
geplaatst: 28 maart 2025, 17:45 uur
42. Talk Talk
Favoriete album: Laughing Stock
Favoriete nummer: The Rainbow/Eden/ Desire
Ook in het lijstje van: vigil (16); Casartelli (33); Dazzler (38)
Live gezien: nee
Zoals voor de meesten zal gelden, was Talk Talk voor mij in eerste instantie het bandje van Such A Shame en It’s My Life. Twee prima singles die ik op de radio voorbij hoorde komen, maar als het daarbij was gebleven, dan had ik verder geen aandacht aan besteed.
Begin jaren ’90 was OOR’s Popencyclopedie mijn muzikale bijbel en de 8e en zeker de 9e editie heb ik echt gespeld. Het ontbrak in die eerste jaren echter wel aan de mogelijkheden om al die interessante namen ook daadwerkelijk te ontdekken, want van mijn zakgeld kon ik nog niet al te veel dure cd’s kopen, en het lidmaatschap van een bibliotheek waar ze een grote cd-collectie hadden volgde pas enkele jaren later. En dan was er natuurlijk ook nog eens het probleem van de verkrijgbaarheid van oudere albums, iets wat ik me in achtereenvolgende het download-, YouTube- en Spotify-tijdperk amper nog voor kan stellen. Een album dat je graag zou willen luisteren, maar dat gewoon niet verkrijgbaar was…
Anyway, via de Popencyclopedie raakte ik nieuwsgierig naar Talk Talk en dan met name naar de albums Spirit of Eden en Laughing Stock. Daar bleek de jonge Brunniepoo echter toch nog wel wat moeite mee te hebben, want erg toegankelijk klonken ze niet voor mijn hitparadeoortjes. Het compromis werd uiteindelijk gevonden in The Colour of Spring, dat nog net toegankelijk genoeg bleek, maar al wel een enorme muzikale rijkdom tentoonspreidde. Pas enkele jaren later zou ik de stap naar de latere albums maken en die zijn sindsdien altijd wel favoriet gebleven, Laughing Stock heeft ook jaren in mijn Top10 gestaan.
Wel bleek er aan Talk Talk ook nog een livedimensie te zitten, die ik pas ontdekte door een download van London ’86. De nummers bleken live nog veel interessanter dan op plaat, vooral ook door het toevoegen van extra percussie, alleen bleek London’86 alleen voor belachelijk hoge prijzen te koop, zodat ik me tevredenstelde met de dvd van het Montreux-concert, een opname (cd en dvd) van een concert in Spanje en kortgeleden met een boxje met enkele andere live-opnamen. Het is daarbij jammer dat de band ten tijde van Spirit of Eden al niet meer optrad, want het zou toch interessant zijn om te horen welke draai Hollis en Friese-Greene live aan deze nummers hadden kunnen geven.
Favoriete album: Laughing Stock
Favoriete nummer: The Rainbow/Eden/ Desire
Ook in het lijstje van: vigil (16); Casartelli (33); Dazzler (38)
Live gezien: nee
Zoals voor de meesten zal gelden, was Talk Talk voor mij in eerste instantie het bandje van Such A Shame en It’s My Life. Twee prima singles die ik op de radio voorbij hoorde komen, maar als het daarbij was gebleven, dan had ik verder geen aandacht aan besteed.
Begin jaren ’90 was OOR’s Popencyclopedie mijn muzikale bijbel en de 8e en zeker de 9e editie heb ik echt gespeld. Het ontbrak in die eerste jaren echter wel aan de mogelijkheden om al die interessante namen ook daadwerkelijk te ontdekken, want van mijn zakgeld kon ik nog niet al te veel dure cd’s kopen, en het lidmaatschap van een bibliotheek waar ze een grote cd-collectie hadden volgde pas enkele jaren later. En dan was er natuurlijk ook nog eens het probleem van de verkrijgbaarheid van oudere albums, iets wat ik me in achtereenvolgende het download-, YouTube- en Spotify-tijdperk amper nog voor kan stellen. Een album dat je graag zou willen luisteren, maar dat gewoon niet verkrijgbaar was…
Anyway, via de Popencyclopedie raakte ik nieuwsgierig naar Talk Talk en dan met name naar de albums Spirit of Eden en Laughing Stock. Daar bleek de jonge Brunniepoo echter toch nog wel wat moeite mee te hebben, want erg toegankelijk klonken ze niet voor mijn hitparadeoortjes. Het compromis werd uiteindelijk gevonden in The Colour of Spring, dat nog net toegankelijk genoeg bleek, maar al wel een enorme muzikale rijkdom tentoonspreidde. Pas enkele jaren later zou ik de stap naar de latere albums maken en die zijn sindsdien altijd wel favoriet gebleven, Laughing Stock heeft ook jaren in mijn Top10 gestaan.
Wel bleek er aan Talk Talk ook nog een livedimensie te zitten, die ik pas ontdekte door een download van London ’86. De nummers bleken live nog veel interessanter dan op plaat, vooral ook door het toevoegen van extra percussie, alleen bleek London’86 alleen voor belachelijk hoge prijzen te koop, zodat ik me tevredenstelde met de dvd van het Montreux-concert, een opname (cd en dvd) van een concert in Spanje en kortgeleden met een boxje met enkele andere live-opnamen. Het is daarbij jammer dat de band ten tijde van Spirit of Eden al niet meer optrad, want het zou toch interessant zijn om te horen welke draai Hollis en Friese-Greene live aan deze nummers hadden kunnen geven.
2
geplaatst: 29 maart 2025, 09:04 uur
41. Jason Isbell / Drive-By Truckers
Favoriete album: Southeastern
Favoriete nummer: Where the Devil Don't Stay
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: ja
Een aantal jaar geleden kreeg ik met een behoorlijke frequentie van de Media Markt in Rotterdam Alexandrium mails met afgeprijsde cd’s. De prijzen waren vaak dusdanig dat het makkelijk was om nieuwe muziek uit te proberen (voor mij was dit pré-Spotify) en door me een beetje in te lezen op deze site of via Allmusic kon ik in de regel wel inschatten of een plaat iets voor mij zou zijn.
Zo kwam ik ook aan The Dirty South van Drive-By Truckers, mijn eerste kennismaking met deze Southern-rockband met flinke rootsinvloeden. Het was een nogal gitaargeörienteerde plaat, met zangers die wel enige gewenning vragen, maar de klik was er eigenlijk al wel vanaf het begin. Langzaamaan volgden er nog enkele platen, waarbij The Dirty South wel favoriet bleek. Wel begon het geluid me na een tijdje wat tegen te staan, vooral door het nogal saaie stemgeluid van zangers Patterson Hood en Mike Cooley. Toch bleef ik de band wel volgen en een optreden stond vrij hoog op het lijstje, want de liveplaten die ik van de band kende, klonken toch wel erg energiek. Dat optreden kwam er uiteindelijk, in 2022 in 013, in een niet eens uitverkochte kleine zaal notabene, wat toch wel een beetje een schok was want ik dacht dat ze veel bekender waren. Het optreden viel een beetje tegen, met name omdat het veel gitaarmuren waren en die stemmen bleven ook niet echt leuk voor de volle twee uur.
Inmiddels had ik al wel begrepen dat de derde zanger inmiddels een solocarrière was begonnen en zo kwam ik in aanraking met het werk van Jason Isbell en dat beviel me eigenlijk beter. Enerzijds omdat zijn muziek wat gevarieerder is, maar ook omdat Isbells stem me wat beter ligt. Southeastern en Something More Than Free waren de prijsplaten, maar eigenlijk is het hele oeuvre van een hoog niveau, zoals in 2023 bleek met Weathervanes, dat mijn favoriete album van het jaar was, en dat ik inmiddels misschien nog wel beter vind dan de eerdergenoemde platen.
Ook Isbell heb ik inmiddels live gezien en dat spetterde live een heel stuk meer dan zijn voormalige broodheer tegenwoordig doet: veel smaakvolle gitaarsolo’s, maar ook betere rustmomenten en een prettiger in het gehoor liggende stem.
Isbell is pas 48 jaar, maar heeft al een flink oeuvre opgebouwd, dat eigenlijk van een constante, hoge kwaliteit is. Voor mij is het inmiddels eigenlijk al wel bewezen dat hij de opvolger is van Bruce Springsteen en John Mellencamp.
Favoriete album: Southeastern
Favoriete nummer: Where the Devil Don't Stay
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: ja
Een aantal jaar geleden kreeg ik met een behoorlijke frequentie van de Media Markt in Rotterdam Alexandrium mails met afgeprijsde cd’s. De prijzen waren vaak dusdanig dat het makkelijk was om nieuwe muziek uit te proberen (voor mij was dit pré-Spotify) en door me een beetje in te lezen op deze site of via Allmusic kon ik in de regel wel inschatten of een plaat iets voor mij zou zijn.
Zo kwam ik ook aan The Dirty South van Drive-By Truckers, mijn eerste kennismaking met deze Southern-rockband met flinke rootsinvloeden. Het was een nogal gitaargeörienteerde plaat, met zangers die wel enige gewenning vragen, maar de klik was er eigenlijk al wel vanaf het begin. Langzaamaan volgden er nog enkele platen, waarbij The Dirty South wel favoriet bleek. Wel begon het geluid me na een tijdje wat tegen te staan, vooral door het nogal saaie stemgeluid van zangers Patterson Hood en Mike Cooley. Toch bleef ik de band wel volgen en een optreden stond vrij hoog op het lijstje, want de liveplaten die ik van de band kende, klonken toch wel erg energiek. Dat optreden kwam er uiteindelijk, in 2022 in 013, in een niet eens uitverkochte kleine zaal notabene, wat toch wel een beetje een schok was want ik dacht dat ze veel bekender waren. Het optreden viel een beetje tegen, met name omdat het veel gitaarmuren waren en die stemmen bleven ook niet echt leuk voor de volle twee uur.
Inmiddels had ik al wel begrepen dat de derde zanger inmiddels een solocarrière was begonnen en zo kwam ik in aanraking met het werk van Jason Isbell en dat beviel me eigenlijk beter. Enerzijds omdat zijn muziek wat gevarieerder is, maar ook omdat Isbells stem me wat beter ligt. Southeastern en Something More Than Free waren de prijsplaten, maar eigenlijk is het hele oeuvre van een hoog niveau, zoals in 2023 bleek met Weathervanes, dat mijn favoriete album van het jaar was, en dat ik inmiddels misschien nog wel beter vind dan de eerdergenoemde platen.
Ook Isbell heb ik inmiddels live gezien en dat spetterde live een heel stuk meer dan zijn voormalige broodheer tegenwoordig doet: veel smaakvolle gitaarsolo’s, maar ook betere rustmomenten en een prettiger in het gehoor liggende stem.
Isbell is pas 48 jaar, maar heeft al een flink oeuvre opgebouwd, dat eigenlijk van een constante, hoge kwaliteit is. Voor mij is het inmiddels eigenlijk al wel bewezen dat hij de opvolger is van Bruce Springsteen en John Mellencamp.
0
geplaatst: 29 maart 2025, 09:44 uur
Mooie positie voor Underword, wat gaan zij allang mee en nog steeds op niveau.
1
geplaatst: 29 maart 2025, 12:17 uur
1
geplaatst: 29 maart 2025, 17:30 uur
40. Runrig
Favoriete album: Mara
Favoriete nummer: Skye
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: nee
Echt hoge ogen heeft Runrig in Nederland nooit weten te gooien, dit in tegenstelling tot Duitsland, waar ze altijd zeer populair waren. Het was voor mij dan ook lang niet meer dan een naam die ik wel eens gehoord had, zonder de muziek te kennen. Een cover van hun bekendste nummer Rocket to the Moon tijdens een concert door de eveneens Schotse folkband Skerryvore was pas mijn eerste kennismaking, maar als die band zo belangrijk was, dan moest er toch een verkenning plaatsvinden.
De eerste albums kocht ik via een goedkoop boxsetje, en dat was aanvankelijk maar een gedeeltelijk succes. The Cutter And The Clan, Searchlight en The Big Wheel klonken als een folkband die in navolging van bijvoorbeeld Big Country op zoek was gegaan naar het grote geluid, en daar niet echt in geslaagd was. Daarbij hadden de album te veel een jaren ’80-productie waar ik weinig mee heb. Het zijn echter wel hun populairste albums.
In het boxje zat echter ook het album Mara, Gaellic voor zee, en dat paste veel beter in mijn straatje: een conceptalbum over de zee met authentieke keltische folkrock, waarvan enkele nummers in het Gaellic. Het album torent nog steeds mijlenhoog boven alle andere Runrig-platen uit.
Althans, de studioplaten, want live blijkt de band veel beter dan op plaat – iets wat ik helaas nooit zelf heb kunnen vaststellen. Via de livealbums ontdekte ik alsnog hoe goed veel nummers van de oudere albums zijn, en daardoor ben ik uiteindelijk ook de originele platen meer gaan waarderen. Dat geldt ook zeker voor de vroegste albums, toen ze nog een authentieker Keltisch geluid hadden, dus voordat ze de spreekwoordelijke jaren ’80 in werden gezogen.
Keltische folkmuziek ligt me verder helemaal niet zo. Naar Clannad, Enya, Loreena McKennit en dergelijke kan ik alleen met mate luisteren en eigenlijk alleen de crossover met progrock die Iona maakt en Runrig kan ik echt over de volle breedte waarderen.
Favoriete album: Mara
Favoriete nummer: Skye
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: nee
Echt hoge ogen heeft Runrig in Nederland nooit weten te gooien, dit in tegenstelling tot Duitsland, waar ze altijd zeer populair waren. Het was voor mij dan ook lang niet meer dan een naam die ik wel eens gehoord had, zonder de muziek te kennen. Een cover van hun bekendste nummer Rocket to the Moon tijdens een concert door de eveneens Schotse folkband Skerryvore was pas mijn eerste kennismaking, maar als die band zo belangrijk was, dan moest er toch een verkenning plaatsvinden.
De eerste albums kocht ik via een goedkoop boxsetje, en dat was aanvankelijk maar een gedeeltelijk succes. The Cutter And The Clan, Searchlight en The Big Wheel klonken als een folkband die in navolging van bijvoorbeeld Big Country op zoek was gegaan naar het grote geluid, en daar niet echt in geslaagd was. Daarbij hadden de album te veel een jaren ’80-productie waar ik weinig mee heb. Het zijn echter wel hun populairste albums.
In het boxje zat echter ook het album Mara, Gaellic voor zee, en dat paste veel beter in mijn straatje: een conceptalbum over de zee met authentieke keltische folkrock, waarvan enkele nummers in het Gaellic. Het album torent nog steeds mijlenhoog boven alle andere Runrig-platen uit.
Althans, de studioplaten, want live blijkt de band veel beter dan op plaat – iets wat ik helaas nooit zelf heb kunnen vaststellen. Via de livealbums ontdekte ik alsnog hoe goed veel nummers van de oudere albums zijn, en daardoor ben ik uiteindelijk ook de originele platen meer gaan waarderen. Dat geldt ook zeker voor de vroegste albums, toen ze nog een authentieker Keltisch geluid hadden, dus voordat ze de spreekwoordelijke jaren ’80 in werden gezogen.
Keltische folkmuziek ligt me verder helemaal niet zo. Naar Clannad, Enya, Loreena McKennit en dergelijke kan ik alleen met mate luisteren en eigenlijk alleen de crossover met progrock die Iona maakt en Runrig kan ik echt over de volle breedte waarderen.
1
Casartelli (moderator)
geplaatst: 29 maart 2025, 18:11 uur
Casartelli schreef:
Nog net voor het volgende tiental alweer klaar is...
Dat is me nu niet gelukt.Nog net voor het volgende tiental alweer klaar is...
60. Steve Earle - Mijn bekendheid met Steve Earle begint en eindigt met het feit dat Rowwen Hèzes onvolprezen Henk Is Enne Lollige Vent een cover van hem is (Regular Guy). Vind de cover trouwens leuker.
59. Robyn - kan me in het favoriete nummer vrij goed vinden. Verder heb ik - een beluistering van Body Talk en een optreden in de verte op Down the Rabbit Hole ten spijt - de klik nog niet zo te pakken.
58. Patti Smith - geen uitgesproken liefhebber van de losse nummers, de albumcontext maakte enkele keren een betere indruk. Zou ik nog eens achteraan moeten...
57. Bob Marley - ook ooit eens met een livealbum begonnen, dat zal wel niet voor niks zijn.
56. Janelle Monáe - er gaan jaren voorbij dat ik het niet uit mezelf opzet, maar ook voor mij wel een van de aardiger artiesten in haar soort. In 2019 een van de hoofdacts op (nogmaals) Down the Rabbit Hole en dat was, compleet met vulvabroek, leuk genoeg.
55. Grobschnitt - met gemak de sterkste match in dit tiental tot nu toe, al luister ook ik soms wat moeizaam door de Duitse humor heen.
54. Marvin Gaye - ik constateer toch wel vaak een herkenbaar favoriet nummer, zo ook hier. Het heeft bij mij ook nog eens tot de aanschaf van het klassieke album geleid, waar ik uiteindelijk toch moet constateren dat er aan mij geen groot soul man verloren is gegaan.
53. Alice Coltrane - dat was er een om te skippen... hoewel, nee, ik heb onlangs in de ladder Journey in Satchidananda nog een paar puntjes toebedeeld. Dat is toch niet voor niks geweest...
51. Regina Spektor - zangeres met karakter. Geen groot favoriet, maar een paar fraaie nummers zitten ertussen.
1
geplaatst: 30 maart 2025, 09:54 uur
39. Laura Nyro
Favoriete album: Eli and the Thirteenth Confession
Favoriete nummer: Stoned Soul Picnic
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: nee
Er kwamen inmiddels al wel meer artiesten voorbij die veel waardering kregen van collega-muzikanten, maar die richting een groter publiek nooit echt door wisten te breken. Laura Nyro past volledig in dit profiel, hoewel zij bij mijn weten vooral erkenning heeft gekregen als componist en in mindere mate als uitvoerend artiest. Of ze daar uiteindelijk erg rouwig om geweest is, valt te betwijfelen, want ze was er niet dol op om een publiek persoon te zijn, terwijl de rechten op de door haar geschreven nummers haar bankrekening flink hebben gevuld.
Laura Nyro is ook geen gemakkelijke artiest om naar te luisteren. Haar hoge stem en theatrale manier van zingen zullen velen waarschijnlijk flink afschrikken en met haar musicalachtige benadering van popmuziek was ze eind jaren ’60 haar tijd iets te veel vooruit. Toch is met name Eli and the Thirteenth Confession uit 1968 voor mij een absolute 5*-plaat en een van de beste albums van de jaren ’60, met de in het verlengde liggende opvolgers New York Tendaberry en Christmas and the Beads of Sweat daar vlak achteraan. Het zijn stuk voor stuk albums met een enerverende mix van pop en soul, met hier een daar een vleug jazz, rijk gearrangeerd en met sterke teksten.
Na 1970 maakte Nyro nog maar weinig nieuwe albums en steeds met grote tussenpozen. Zo imponerend als het vroege werk is het allemaal niet meer, maar ik ben blij met elke snipper muziek die uiteindelijk nog is verschenen (en toch beraad ik me al enige tijd of ik de zeer prijzige oeuvrebox die inmiddels is verschenen, zal kopen).
Favoriete album: Eli and the Thirteenth Confession
Favoriete nummer: Stoned Soul Picnic
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: nee
Er kwamen inmiddels al wel meer artiesten voorbij die veel waardering kregen van collega-muzikanten, maar die richting een groter publiek nooit echt door wisten te breken. Laura Nyro past volledig in dit profiel, hoewel zij bij mijn weten vooral erkenning heeft gekregen als componist en in mindere mate als uitvoerend artiest. Of ze daar uiteindelijk erg rouwig om geweest is, valt te betwijfelen, want ze was er niet dol op om een publiek persoon te zijn, terwijl de rechten op de door haar geschreven nummers haar bankrekening flink hebben gevuld.
Laura Nyro is ook geen gemakkelijke artiest om naar te luisteren. Haar hoge stem en theatrale manier van zingen zullen velen waarschijnlijk flink afschrikken en met haar musicalachtige benadering van popmuziek was ze eind jaren ’60 haar tijd iets te veel vooruit. Toch is met name Eli and the Thirteenth Confession uit 1968 voor mij een absolute 5*-plaat en een van de beste albums van de jaren ’60, met de in het verlengde liggende opvolgers New York Tendaberry en Christmas and the Beads of Sweat daar vlak achteraan. Het zijn stuk voor stuk albums met een enerverende mix van pop en soul, met hier een daar een vleug jazz, rijk gearrangeerd en met sterke teksten.
Na 1970 maakte Nyro nog maar weinig nieuwe albums en steeds met grote tussenpozen. Zo imponerend als het vroege werk is het allemaal niet meer, maar ik ben blij met elke snipper muziek die uiteindelijk nog is verschenen (en toch beraad ik me al enige tijd of ik de zeer prijzige oeuvrebox die inmiddels is verschenen, zal kopen).
1
geplaatst: 30 maart 2025, 10:47 uur
Door een niet al te groot maar wel ronkend verhaal wat ik laatst over haar las (was t in Lust for Life?) heb ik wat albums van haar beluisterd. Eentje uit 1969 en eentje uit 1976, die heb ik beide op een 3,5* gezet. Prima albums dus maar ook weer dat ik direct van mijn stoel viel. Maar zeker wel goed en interessant genoeg om nog eens wat te checken te beginnen met de tip van de huidige topichouder!
8
geplaatst: 30 maart 2025, 17:01 uur
38. The Byrds
Favoriete album: The Sweetheart of the Rodeo
Favoriete nummer: You Ain't Going Nowhere
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: nee
1968 is echt wel het kanteljaar voor The Byrds. Na een viertal albums in het voetspoor van Bob Dylan gebeurt er dat jaar ineens heel veel. Meerdere leden vertrekken, eerste hoogtepunt The Notorious Byrd Brothers wordt uitgebracht, nog meer leden vertrekken, Gram Parsons treedt toe tot de band en het absolute meesterwerk Sweetheart of the Rodeo verschijnt, waarna Parsons weer vertrekt. Wat overblijft is een band die nog wel een aantal jaar meedraait, daarin ook nog best behoorlijke muziek maakt, maar die duidelijk over haar hoogtepunt heen is.
Zo dramatisch als in dat ene Byrds-jaar is het gelukkig niet, maar ook in het Nederlandse platenzakenlandschap is het een komen (en lange tijd vooral) gaan van winkels geweest. Het kopen van cd’s begon bij de Free Record Shop of de andere cd-zaak in mijn dorp, en soms bij de Megapool of bij de V&D in Haarlem (waar je CJP-korting kreeg). Later kwamen daar de Plaatboeven in Haarlem en Leiden bij, evenals een groot aantal winkels die op meer incidentele basis werden bezocht. De cd’s waren echter nog duur en het budget was niet oneindig, dus de consumptie viel in die tijd nog best mee.
Echt ‘uitgaan’ waren echter de grote zaken in Amsterdam – Virgin in de kelder van het Magna Plaza en Fame op de hoek van de Kalverstraat. Virgin ging eind jaren ’90 al ter ziele, maar Fame is vele jaren lang aanleiding geweest om naar Amsterdam te gaan en de belangrijkste reden daarvoor was het grote aanbod aan boxen. De geschiedenis is bekend – Fame kon het niet meer bolwerken op de dure locatie en verhuisde naar de bovenverdieping van het Magna Plaza en daarna naar de kelder van de Mediamarkt, op het Oosterdok. Het aanbod werd steeds schraler, maar zelfs op die laatste locatie hadden ze nog best een tijd boxen die je elders niet meer aantrof – er moet daar een goede inkoper hebben rondgelopen. Ik weet niet eens of ze er nog zitten, want van mijn laatste bezoek werd ik zo verdrietig dat ik het maar heb gelaten voor wat het was.
Afijn, bij Fame kocht ik dus veel boxen, en één van die boxen was The Complete Columbia Album Collection van The Byrds – waarmee je in één keer in ieder geval bijna compleet bent, alleen het verder niet echt essentiële reüniealbum uit ’73 ontbreekt. De oorspronkelijke albums waren aangevuld met bonusmateriaal en bij Sweetheart of the Rodeo zelfs met een hele extra schijf met extra’s.
Voor aanvang kende ik de band toch vooral van de hitjes, dus het was bijzonder interessant om de loopbaan van de band te volgen door de albums in chronologische volgorde te beluisteren. De bekende midden-jaren-zestig-folkpop kende ik het beste, dus het was vooral leuk om daar meer van te horen, en het was ook fijn om te ontdekken dat je de band echt beter hoort worden – Younger Than Yesterday heeft een veel eigener geluid dan het debuut. Toch viel dat een beetje in het niet bij het horen van die twee albums uit 1968. Op The Notorious Byrd Brothers vallen eigenlijk alle stukjes in elkaar en maakt de band de perfecte afsluiting van die eerste jaren.
Met de komst van Gram Parsons verandert er vervolgens zoveel, dat het wel lijkt alsof er een andere band staat. De folkpop verdwijnt naar de achtergrond en een eerste aanzet tot countryrock doet zijn intrede en toch blijft er best veel bij het oude, want het album bevat ‘gewoon’ weer twee Dylancovers en de door mij zo bewierookte Parsons schrijft maar twee nummers van de oorspronkelijke plaat. Het is daarom ook zo interessant om al het bonusmateriaal te luisteren – iets wat ik normaliter zelden doe – want daar hoor je de invloed van Parsons nog veel sterker.
Het jammere aan een oeuvre waarin één (of in dit geval twee) platen er zo bovenuit steken is dat ik dus automatisch steeds die albums draai. Zeker de albums van na 1968 luister ik zelden en ook de vroegste albums doe ik echt tekort. Ik beloof beterschap.
Favoriete album: The Sweetheart of the Rodeo
Favoriete nummer: You Ain't Going Nowhere
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: nee
1968 is echt wel het kanteljaar voor The Byrds. Na een viertal albums in het voetspoor van Bob Dylan gebeurt er dat jaar ineens heel veel. Meerdere leden vertrekken, eerste hoogtepunt The Notorious Byrd Brothers wordt uitgebracht, nog meer leden vertrekken, Gram Parsons treedt toe tot de band en het absolute meesterwerk Sweetheart of the Rodeo verschijnt, waarna Parsons weer vertrekt. Wat overblijft is een band die nog wel een aantal jaar meedraait, daarin ook nog best behoorlijke muziek maakt, maar die duidelijk over haar hoogtepunt heen is.
Zo dramatisch als in dat ene Byrds-jaar is het gelukkig niet, maar ook in het Nederlandse platenzakenlandschap is het een komen (en lange tijd vooral) gaan van winkels geweest. Het kopen van cd’s begon bij de Free Record Shop of de andere cd-zaak in mijn dorp, en soms bij de Megapool of bij de V&D in Haarlem (waar je CJP-korting kreeg). Later kwamen daar de Plaatboeven in Haarlem en Leiden bij, evenals een groot aantal winkels die op meer incidentele basis werden bezocht. De cd’s waren echter nog duur en het budget was niet oneindig, dus de consumptie viel in die tijd nog best mee.
Echt ‘uitgaan’ waren echter de grote zaken in Amsterdam – Virgin in de kelder van het Magna Plaza en Fame op de hoek van de Kalverstraat. Virgin ging eind jaren ’90 al ter ziele, maar Fame is vele jaren lang aanleiding geweest om naar Amsterdam te gaan en de belangrijkste reden daarvoor was het grote aanbod aan boxen. De geschiedenis is bekend – Fame kon het niet meer bolwerken op de dure locatie en verhuisde naar de bovenverdieping van het Magna Plaza en daarna naar de kelder van de Mediamarkt, op het Oosterdok. Het aanbod werd steeds schraler, maar zelfs op die laatste locatie hadden ze nog best een tijd boxen die je elders niet meer aantrof – er moet daar een goede inkoper hebben rondgelopen. Ik weet niet eens of ze er nog zitten, want van mijn laatste bezoek werd ik zo verdrietig dat ik het maar heb gelaten voor wat het was.
Afijn, bij Fame kocht ik dus veel boxen, en één van die boxen was The Complete Columbia Album Collection van The Byrds – waarmee je in één keer in ieder geval bijna compleet bent, alleen het verder niet echt essentiële reüniealbum uit ’73 ontbreekt. De oorspronkelijke albums waren aangevuld met bonusmateriaal en bij Sweetheart of the Rodeo zelfs met een hele extra schijf met extra’s.
Voor aanvang kende ik de band toch vooral van de hitjes, dus het was bijzonder interessant om de loopbaan van de band te volgen door de albums in chronologische volgorde te beluisteren. De bekende midden-jaren-zestig-folkpop kende ik het beste, dus het was vooral leuk om daar meer van te horen, en het was ook fijn om te ontdekken dat je de band echt beter hoort worden – Younger Than Yesterday heeft een veel eigener geluid dan het debuut. Toch viel dat een beetje in het niet bij het horen van die twee albums uit 1968. Op The Notorious Byrd Brothers vallen eigenlijk alle stukjes in elkaar en maakt de band de perfecte afsluiting van die eerste jaren.
Met de komst van Gram Parsons verandert er vervolgens zoveel, dat het wel lijkt alsof er een andere band staat. De folkpop verdwijnt naar de achtergrond en een eerste aanzet tot countryrock doet zijn intrede en toch blijft er best veel bij het oude, want het album bevat ‘gewoon’ weer twee Dylancovers en de door mij zo bewierookte Parsons schrijft maar twee nummers van de oorspronkelijke plaat. Het is daarom ook zo interessant om al het bonusmateriaal te luisteren – iets wat ik normaliter zelden doe – want daar hoor je de invloed van Parsons nog veel sterker.
Het jammere aan een oeuvre waarin één (of in dit geval twee) platen er zo bovenuit steken is dat ik dus automatisch steeds die albums draai. Zeker de albums van na 1968 luister ik zelden en ook de vroegste albums doe ik echt tekort. Ik beloof beterschap.
4
geplaatst: 31 maart 2025, 08:07 uur
37. Maddy Prior
Favoriete album: Year
Favoriete nummer: The Fabled Hare
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: ja
Het is meerdere malen de vraag geweest wanneer ik een artiest koppel aan de band waarin hij/zij gespeeld heeft, en wanneer het aparte vermeldingen in deze lijst worden. Steeleye Span zien we later nog terug, maar Maddy Prior heeft ook haar eigen plaats gekregen.
Prior is al vanaf het begin bij Steeleye Span betrokken, maar die band deed het vanaf het eind van de jaren ’70 iets rustiger aan, wat Prior de gelegenheid gaf voor allerhande solo-ondernemingen. Solo kan daarbij overigens ook wel tussen aanhalingstekens, want Prior zoekt vaak de samenwerking: met June Tabor (als Silly Sisters), met toenmalig echtgenoot Rick Kemp, met The Girls (met o.a. dochter Rose), met Giles Lewin en Hannah James en met haar eigen Carnival Band. Het heeft haar – naast de eenentwintig platen met Steeleye Span – ook een inmiddels net zo omvangrijk solo-oeuvre opgeleverd. Belangrijk in de samenwerkingen is vaak de harmoniezang – iets waar Prior als zanglerares ongetwijfeld ook flink verstand van heeft. De twee albums die ze maakte met Hannah James en Giles Lewin (overigens ook een lid van haar Carnival Band) zijn hier fraaie voorbeelden van, net als eigenlijk al haar werk met de Carnival Band.
Steeleye kende ik al jaren, maar in de solocarrières van de afzonderlijke leden had ik me eigenlijk nooit verdiept. De recensie van user Koho bij het album Year maakte me nieuwsgierig en toen ik die cd toevallig vlak daarna aantrof in een platenzaak in York (waar ik ook de albums kocht die Prior met Tim Hart maakte) was dat het begin van een ontdekkingstocht, die door de lastige verkrijgbaarheid pré-Spotify best traag ging – en nog steeds zijn er albums die ik nog niet ken. Year sloeg meteen goed aan, en is nu, ruim tien jaar later nog steeds favoriet, vooral ook door het epische The Fabled Hare, maar ook de opvolgers staan eigenlijk allemaal wel op 4,5*.
Prior is inmiddels 77 en doet het al een tijdje rustiger aan. Van Steeleye verschijnt nog maar zelden nieuw materiaal en solo heeft ze volgens mij al sinds 2017 niets meer uitgebracht. Een door mij zeer gewenste opvolger van Shortwinger zit er dan waarschijnlijk ook niet meer in, maar hopelijk komt er nog een nieuwe Steeleye-plaat en een bijbehorend optreden.
Favoriete album: Year
Favoriete nummer: The Fabled Hare
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: ja
Het is meerdere malen de vraag geweest wanneer ik een artiest koppel aan de band waarin hij/zij gespeeld heeft, en wanneer het aparte vermeldingen in deze lijst worden. Steeleye Span zien we later nog terug, maar Maddy Prior heeft ook haar eigen plaats gekregen.
Prior is al vanaf het begin bij Steeleye Span betrokken, maar die band deed het vanaf het eind van de jaren ’70 iets rustiger aan, wat Prior de gelegenheid gaf voor allerhande solo-ondernemingen. Solo kan daarbij overigens ook wel tussen aanhalingstekens, want Prior zoekt vaak de samenwerking: met June Tabor (als Silly Sisters), met toenmalig echtgenoot Rick Kemp, met The Girls (met o.a. dochter Rose), met Giles Lewin en Hannah James en met haar eigen Carnival Band. Het heeft haar – naast de eenentwintig platen met Steeleye Span – ook een inmiddels net zo omvangrijk solo-oeuvre opgeleverd. Belangrijk in de samenwerkingen is vaak de harmoniezang – iets waar Prior als zanglerares ongetwijfeld ook flink verstand van heeft. De twee albums die ze maakte met Hannah James en Giles Lewin (overigens ook een lid van haar Carnival Band) zijn hier fraaie voorbeelden van, net als eigenlijk al haar werk met de Carnival Band.
Steeleye kende ik al jaren, maar in de solocarrières van de afzonderlijke leden had ik me eigenlijk nooit verdiept. De recensie van user Koho bij het album Year maakte me nieuwsgierig en toen ik die cd toevallig vlak daarna aantrof in een platenzaak in York (waar ik ook de albums kocht die Prior met Tim Hart maakte) was dat het begin van een ontdekkingstocht, die door de lastige verkrijgbaarheid pré-Spotify best traag ging – en nog steeds zijn er albums die ik nog niet ken. Year sloeg meteen goed aan, en is nu, ruim tien jaar later nog steeds favoriet, vooral ook door het epische The Fabled Hare, maar ook de opvolgers staan eigenlijk allemaal wel op 4,5*.
Prior is inmiddels 77 en doet het al een tijdje rustiger aan. Van Steeleye verschijnt nog maar zelden nieuw materiaal en solo heeft ze volgens mij al sinds 2017 niets meer uitgebracht. Een door mij zeer gewenste opvolger van Shortwinger zit er dan waarschijnlijk ook niet meer in, maar hopelijk komt er nog een nieuwe Steeleye-plaat en een bijbehorend optreden.
7
geplaatst: 31 maart 2025, 20:10 uur
36. Bob Dylan
Favoriete album: Blonde on Blonde
Favoriete nummer: Every Grain of Sand
Ook in het lijstje van: Dazzler (91)
Live gezien: nee
Waar begin je met schrijven over Bob Dylan? Het is een artiest die ik inmiddels ook alweer een jaar of dertig meedraag, maar het heeft lang geduurd voordat ik hem echt op waarde wist te schatten. De eerste kennismaking, het Unplugged-album uit 1995, was misschien niet de meest gelukkige maar dat kwam daarna alsnog goed, al ging dat met vlagen.
Met Allmusic als gids ontdekte ik vooral de albums uit de jaren zestig en zeventig. Sommige kocht ik direct op cd, maar goedkoop tweedehands vinyl was eveneens een prima manier om ’s mans oeuvre te ontdekken. Desire was favoriet, Highway 66 Revisited en Nashville Skyline sloegen ook goed aan, maar veel van de zogenaamde meesterwerken wilden in eerste instantie nog niet echt landen.
Ik heb achteraf het idee dat mijn waardering voor Dylan een twintig jaar durende veroveringstocht is geweest, want toen ik de jaren zestig en zeventig (grotendeels) kon waarderen, evenals enkele platen uit de jaren negentig , was er nog de hobbel die ‘jaren tachtig’ heette. Die bleek achteraf heel erg mee te vallen: Oh Mercy zie ik inmiddels al een van de hoogtepunten in ’s mans carrière en ook de albums uit zijn religieuze periode bevatten voldoende goede muziek om de albums luisterbaar te houden. Dan blijft er evenwel nog een flink aantal albums over uit verschillende decennia waar ik bijzonder weinig aan vind, maar dat heb ik inmiddels maar geaccepteerd, Dylan is kennelijk gewoon een erg wisselvallig artiest en het is niet aan mij als luisteraar om dat probleem op te lossen.
Vaak zie ik bij een artiest al het archiefmateriaal als een leuk extraatje, maar bij Dylan – waar, even voor de volledigheid, ik zeker niet alles van ken – vind ik dit vaak zelfs beter dan wat er oorspronkelijk is uitgebracht. Zou ik met Trouble No More, Springtime in New York en Telltale Signs begonnen zijn, dan had de waarderingstocht ongetwijfeld korter geduurd. Dat we worden overspoeld met Dylan-releases is verder mooi voor de completist, maar dat laat ik verder aan me voorbijgaan.
Favoriete album: Blonde on Blonde
Favoriete nummer: Every Grain of Sand
Ook in het lijstje van: Dazzler (91)
Live gezien: nee
Waar begin je met schrijven over Bob Dylan? Het is een artiest die ik inmiddels ook alweer een jaar of dertig meedraag, maar het heeft lang geduurd voordat ik hem echt op waarde wist te schatten. De eerste kennismaking, het Unplugged-album uit 1995, was misschien niet de meest gelukkige maar dat kwam daarna alsnog goed, al ging dat met vlagen.
Met Allmusic als gids ontdekte ik vooral de albums uit de jaren zestig en zeventig. Sommige kocht ik direct op cd, maar goedkoop tweedehands vinyl was eveneens een prima manier om ’s mans oeuvre te ontdekken. Desire was favoriet, Highway 66 Revisited en Nashville Skyline sloegen ook goed aan, maar veel van de zogenaamde meesterwerken wilden in eerste instantie nog niet echt landen.
Ik heb achteraf het idee dat mijn waardering voor Dylan een twintig jaar durende veroveringstocht is geweest, want toen ik de jaren zestig en zeventig (grotendeels) kon waarderen, evenals enkele platen uit de jaren negentig , was er nog de hobbel die ‘jaren tachtig’ heette. Die bleek achteraf heel erg mee te vallen: Oh Mercy zie ik inmiddels al een van de hoogtepunten in ’s mans carrière en ook de albums uit zijn religieuze periode bevatten voldoende goede muziek om de albums luisterbaar te houden. Dan blijft er evenwel nog een flink aantal albums over uit verschillende decennia waar ik bijzonder weinig aan vind, maar dat heb ik inmiddels maar geaccepteerd, Dylan is kennelijk gewoon een erg wisselvallig artiest en het is niet aan mij als luisteraar om dat probleem op te lossen.
Vaak zie ik bij een artiest al het archiefmateriaal als een leuk extraatje, maar bij Dylan – waar, even voor de volledigheid, ik zeker niet alles van ken – vind ik dit vaak zelfs beter dan wat er oorspronkelijk is uitgebracht. Zou ik met Trouble No More, Springtime in New York en Telltale Signs begonnen zijn, dan had de waarderingstocht ongetwijfeld korter geduurd. Dat we worden overspoeld met Dylan-releases is verder mooi voor de completist, maar dat laat ik verder aan me voorbijgaan.
1
geplaatst: 31 maart 2025, 20:55 uur
Nou had Dylan eind jaren zestig, begin zeventig even een ander stemgeluid maar zo bont als in het filmpje dat je er bij plakt heeft hij het geloof ik niet gemaakt 

0
geplaatst: 31 maart 2025, 21:57 uur
Foutje in mijn Excel bestand, thnx voor het melden! In ruil daarvoor een van Dylans fraaiste...
1
geplaatst: 31 maart 2025, 22:05 uur
Die Bootleg Series zijn inderdaad geweldig. Ik ben daar destijds mee begonnen, het resultaat is nu een kast met cd's en boxen en twee planken met boeken over Bob. De albums waar je niets mee hebt zijn dan uit zijn latere periode?
0
geplaatst: 1 april 2025, 08:44 uur
Nee hoor, in alle periodes zijn er wel mindere albums: Self Portrait, Dylan, Knocked Out Loaded, Fallen Angels... Maar zelfs dan kom ik eigenlijk nog niet eens onder de 3* - alleen herluister ik ze eigenlijk nooit. Bovendien: na mindere albums kwam ook altijd wel weer een hele sterke.
Maar voegen al die bootlegboxen voldoende toe aan de reguliere albums, of is het vooral ook een verzamelding?
Maar voegen al die bootlegboxen voldoende toe aan de reguliere albums, of is het vooral ook een verzamelding?
4
geplaatst: 1 april 2025, 09:37 uur
35. Robert Wyatt
Favoriete album: Rock Bottom
Favoriete nummer: Sea Song
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: nee
Over artiesten waar ik aan heb moeten wennen gesproken. Soft Machine was een verplicht nummer voor mij als progfan, en hun progressieve rock met een flinke jazzinslag (of andersom) sprak mij erg aan, zeker het derde album Third. Met een enkele uitzondering – waaronder wel hun mooiste nummer Moon in June – is echter alles instrumentaal. Toen ik Robert Wyatt dan ook een heel album hoorde zingen was dat sowieso al best wennen, maar daarbij was het dan ook nog eens een weinig toegankelijke zang – en ik denk dat ik het dan nog vriendelijk zeg.
Omdat hooggewaardeerde medemuziekliefhebber Svendra Rock Bottom als nummer 1 heeft, ben ik het blijven beluisteren en stukje bij beetje groeide dit album in waardering, tot de top 10-notering die het nu heeft aan toe. En hoe vaker ik het beluisterde, hoe meer ik juist de schoonheid van de combinatie van tekst en zang begon in te zien. Niets ten nadele van de muziek, maar Rock Bottom is voor mij bij uitstek een vocaal album – het contrast met Soft Machine kan niet groter zijn.
Toen de Rock Bottom-horde eenmaal genomen was, bleek de rest een makkie. Geen enkel ander album bleek ook maar in de buurt van dat niveau te komen, maar Old Rottenhat, Dondestan, Shleep en vooral ook Cuckooland zijn elk op hun eigen manier wel weer heel erg de moeite waard. Het zou om eerlijk te zijn ook wel een tegenvaller zijn geweest als Wyatt keer-op-keer hetzelfde album was blijven maken, en dat hij dan ook weleens een mindere plaat afleverde, dat is dan maar zo.
Favoriete album: Rock Bottom
Favoriete nummer: Sea Song
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: nee
Over artiesten waar ik aan heb moeten wennen gesproken. Soft Machine was een verplicht nummer voor mij als progfan, en hun progressieve rock met een flinke jazzinslag (of andersom) sprak mij erg aan, zeker het derde album Third. Met een enkele uitzondering – waaronder wel hun mooiste nummer Moon in June – is echter alles instrumentaal. Toen ik Robert Wyatt dan ook een heel album hoorde zingen was dat sowieso al best wennen, maar daarbij was het dan ook nog eens een weinig toegankelijke zang – en ik denk dat ik het dan nog vriendelijk zeg.
Omdat hooggewaardeerde medemuziekliefhebber Svendra Rock Bottom als nummer 1 heeft, ben ik het blijven beluisteren en stukje bij beetje groeide dit album in waardering, tot de top 10-notering die het nu heeft aan toe. En hoe vaker ik het beluisterde, hoe meer ik juist de schoonheid van de combinatie van tekst en zang begon in te zien. Niets ten nadele van de muziek, maar Rock Bottom is voor mij bij uitstek een vocaal album – het contrast met Soft Machine kan niet groter zijn.
Toen de Rock Bottom-horde eenmaal genomen was, bleek de rest een makkie. Geen enkel ander album bleek ook maar in de buurt van dat niveau te komen, maar Old Rottenhat, Dondestan, Shleep en vooral ook Cuckooland zijn elk op hun eigen manier wel weer heel erg de moeite waard. Het zou om eerlijk te zijn ook wel een tegenvaller zijn geweest als Wyatt keer-op-keer hetzelfde album was blijven maken, en dat hij dan ook weleens een mindere plaat afleverde, dat is dan maar zo.
1
geplaatst: 1 april 2025, 13:27 uur
Brunniepoo schreef:
Nee hoor, in alle periodes zijn er wel mindere albums: Self Portrait, Dylan, Knocked Out Loaded, Fallen Angels... Maar zelfs dan kom ik eigenlijk nog niet eens onder de 3* - alleen herluister ik ze eigenlijk nooit. Bovendien: na mindere albums kwam ook altijd wel weer een hele sterke.
Maar voegen al die bootlegboxen voldoende toe aan de reguliere albums, of is het vooral ook een verzamelding?
Nee hoor, in alle periodes zijn er wel mindere albums: Self Portrait, Dylan, Knocked Out Loaded, Fallen Angels... Maar zelfs dan kom ik eigenlijk nog niet eens onder de 3* - alleen herluister ik ze eigenlijk nooit. Bovendien: na mindere albums kwam ook altijd wel weer een hele sterke.
Maar voegen al die bootlegboxen voldoende toe aan de reguliere albums, of is het vooral ook een verzamelding?
Die voegen zeker veel toe, in veel gevallen zijn ze
veel beter dan de studioalbum. Vooral Fragments Out Of Time is een aanrader!
6
geplaatst: 1 april 2025, 18:02 uur
34. Funkadelic / Parliament
Favoriete album: Mothership Connection
Favoriete nummer: Maggot Brain
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: ja
De oervaders van de funk zijn uiteraard Sly & The Family Stone, en hoewel ik daar graag naar luister, vallen die net buiten deze top 100. Sowieso komt funk er wat bekaaid vanaf in mijn lijst: Candy Dulfer, Curtis Mayfield en twee artiesten die nog volgen hebben alle flinke funkinvloeden (die live vaak nog wat meer aanwezig zijn dan op plaat), maar de twee vehikels van George Clinton zijn de enige echte funkbands die het tot de bovenste honderd geschopt hebben.
En als ik ‘bands’ schrijf, dan weet ik zelf eigenlijk niet eens welke ik bedoel – ik heb nog steeds niet echt een idee waar Funkadelic ophoudt en Parliament begint – en omgekeerd. Bij heel veel artiesten heb ik voldoende biografische kennis paraat en kan ik de albums ook wel een beetje duiden in de discografie, maar hier heb ik dat totaal niet. Ik heb me nooit in de geschiedenis van de band verdiept en er zal een reden zijn waarom de band(s) tussen 1970 en 1978 liefst achttien albums uitbrengen die allemaal goed tot zeer goed zijn, daarna nog een paar matige albums en daarna eigenlijk niets meer, behalve live-optredens, maar geen idee welke. En hoewel ik de meeste van die achttien platen in huis heb en best geregeld opzet, moet je me verder niet vragen in welke volgorde ze zijn uitgebracht en welke ontwikkeling erop te horen is. Om de een of andere reden interesseert me dat bij deze bands niet.
Via een collega die goed in de funk en fusion is ingevoerd, leerde ik Parliament kennen en we bezochten toen ook een concert in Paradiso. Dat concert was om diverse redenen niet zo’n succes, maar dat was verder geen reden om niet heel veel naar de band(s) te blijven luisteren. Mothership Connection was de eerste die ik kocht, daarna nog wat andere Parliament-albums en toen pas de eerste van Funkadelic, Maggot Brain. Dat was wel een wonderlijke ontdekking want het titelnummer is een tien minuten durende gitaarsolo die eigenlijk niet echt heel erg funkend is – maar wel de beste gitaarsolo die ik ken. Ik ben blij dat ik het nummer enkele jaren bij een concertherkansing ook live heb mogen horen want dat was tien minuten vervoering.
Favoriete album: Mothership Connection
Favoriete nummer: Maggot Brain
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: ja
De oervaders van de funk zijn uiteraard Sly & The Family Stone, en hoewel ik daar graag naar luister, vallen die net buiten deze top 100. Sowieso komt funk er wat bekaaid vanaf in mijn lijst: Candy Dulfer, Curtis Mayfield en twee artiesten die nog volgen hebben alle flinke funkinvloeden (die live vaak nog wat meer aanwezig zijn dan op plaat), maar de twee vehikels van George Clinton zijn de enige echte funkbands die het tot de bovenste honderd geschopt hebben.
En als ik ‘bands’ schrijf, dan weet ik zelf eigenlijk niet eens welke ik bedoel – ik heb nog steeds niet echt een idee waar Funkadelic ophoudt en Parliament begint – en omgekeerd. Bij heel veel artiesten heb ik voldoende biografische kennis paraat en kan ik de albums ook wel een beetje duiden in de discografie, maar hier heb ik dat totaal niet. Ik heb me nooit in de geschiedenis van de band verdiept en er zal een reden zijn waarom de band(s) tussen 1970 en 1978 liefst achttien albums uitbrengen die allemaal goed tot zeer goed zijn, daarna nog een paar matige albums en daarna eigenlijk niets meer, behalve live-optredens, maar geen idee welke. En hoewel ik de meeste van die achttien platen in huis heb en best geregeld opzet, moet je me verder niet vragen in welke volgorde ze zijn uitgebracht en welke ontwikkeling erop te horen is. Om de een of andere reden interesseert me dat bij deze bands niet.
Via een collega die goed in de funk en fusion is ingevoerd, leerde ik Parliament kennen en we bezochten toen ook een concert in Paradiso. Dat concert was om diverse redenen niet zo’n succes, maar dat was verder geen reden om niet heel veel naar de band(s) te blijven luisteren. Mothership Connection was de eerste die ik kocht, daarna nog wat andere Parliament-albums en toen pas de eerste van Funkadelic, Maggot Brain. Dat was wel een wonderlijke ontdekking want het titelnummer is een tien minuten durende gitaarsolo die eigenlijk niet echt heel erg funkend is – maar wel de beste gitaarsolo die ik ken. Ik ben blij dat ik het nummer enkele jaren bij een concertherkansing ook live heb mogen horen want dat was tien minuten vervoering.
2
geplaatst: 2 april 2025, 07:56 uur
33. The Watersons
Favoriete album: Sound, Sound Your Instruments of Joy
Favoriete nummer: I Am A Rover
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: nee
Folkmuziek – en dan in het bijzonder de Engelse – is tegenwoordig het hoofdbestandsdeel van mijn muzikale mix. De eerste kennismaking was met Liege and Lief van Fairport Convention uit 1969 en vanuit hier ben ik via de hoogtijdagen in de eerste helft van de jaren ’70 vooral vooruit gegaan in de tijd. Pas veel later ben ik ook meer naar de (nog) oudere folkmuziek gaan luisteren, en dat past eigenlijk wel in een patroon want ook bij jazz- en countrymuziek meed ik in eerste instantie de oudere periodes, die me door krakkemikkig geluid en een toch wel verouderde stijl in eerste instantie nogal afschrokken.
Nu is dit ergens wel wat vreemd om dit toe te passen op The Watersons, de Engelse muzikale familie uit Hull, want hun oudste muziek dateert uit 1964, dezelfde tijd als The Beatles en The Stones en die heb ik nooit als gedateerd beschouwd. De volledige kale opnamen, vaak zelfs a-capella, van The Watersons vroegen echter wel enige gewenning, ook omdat je door het gemis ervan pas merkt hoezeer je eraan gewend bent dat de zang een melodielijn volgt in plaats van leidt.
The Watersons gelden als een echte dynastie. De kinderen van Norma, Lal en Mike en zijn ook actief in de muziek en in diverse transgenerationele samenwerkingen actief (geweest). Inmiddels zijn de leden van de oorspronkelijke bezetting allen overleden en uit de tweede periode leeft alleen Martin Carthy nog. Meer nog dan The Watersons kan Carthy gezien worden als een spilfiguur in de Britse folk, met twee kortstondige lidmaatschappen van Steeleye Span (zie later), van de Albion Band (zie 80) en Brass Monkey en een lange solocarrière, maar vooral ook door zijn samenwerkingen met vrouw Norma en dochter Eliza.
Alle muziek van de verschillende familieleden beluisteren is bijna onbegonnen werk, al is het alleen al door de lastige verkrijgbaarheid, en inmiddels heb ik ook wel gemerkt dat het me ook niet allemaal evenveel aanspreekt. Zo vind ik de zang van Mike technisch heel knap, maar een heel solo-album met a-capellanummers is best een lange zit. Beter bevalt de samenwerking van Lal en Mike op Bright Phoebus, dat veel eigentijdser klinkt doordat er veel meer gebruik wordt gemaakt van instrumentatie. Ook Eliza Carthy’s muziek bevalt me lang niet altijd, maar haar meest recente platen horen wel weer bij het beste dat die in desbetreffende jaren is uitgebracht. Toch blijft de basis de platen die The Watersons in de jaren '60 hebben gemaakt, waarmee ze aan de basis hebben gestaan van de Engelse folk-revival aan het einde van dat decennium.
Martin Carthy heb ik twee keer live gezien bij Roots aan de Zaan in Zaandam, het folkplatform van Musicmeterlid Koho. Een keer met accordeonist John Kirkpatrick (met wie hij ook in Steeleye Span heeft gespeeld) en een keer met dochter Eliza. Beide waren fijne optredens in een knusse setting.
Favoriete album: Sound, Sound Your Instruments of Joy
Favoriete nummer: I Am A Rover
Ook in het lijstje van: -
Live gezien: nee
Folkmuziek – en dan in het bijzonder de Engelse – is tegenwoordig het hoofdbestandsdeel van mijn muzikale mix. De eerste kennismaking was met Liege and Lief van Fairport Convention uit 1969 en vanuit hier ben ik via de hoogtijdagen in de eerste helft van de jaren ’70 vooral vooruit gegaan in de tijd. Pas veel later ben ik ook meer naar de (nog) oudere folkmuziek gaan luisteren, en dat past eigenlijk wel in een patroon want ook bij jazz- en countrymuziek meed ik in eerste instantie de oudere periodes, die me door krakkemikkig geluid en een toch wel verouderde stijl in eerste instantie nogal afschrokken.
Nu is dit ergens wel wat vreemd om dit toe te passen op The Watersons, de Engelse muzikale familie uit Hull, want hun oudste muziek dateert uit 1964, dezelfde tijd als The Beatles en The Stones en die heb ik nooit als gedateerd beschouwd. De volledige kale opnamen, vaak zelfs a-capella, van The Watersons vroegen echter wel enige gewenning, ook omdat je door het gemis ervan pas merkt hoezeer je eraan gewend bent dat de zang een melodielijn volgt in plaats van leidt.
The Watersons gelden als een echte dynastie. De kinderen van Norma, Lal en Mike en zijn ook actief in de muziek en in diverse transgenerationele samenwerkingen actief (geweest). Inmiddels zijn de leden van de oorspronkelijke bezetting allen overleden en uit de tweede periode leeft alleen Martin Carthy nog. Meer nog dan The Watersons kan Carthy gezien worden als een spilfiguur in de Britse folk, met twee kortstondige lidmaatschappen van Steeleye Span (zie later), van de Albion Band (zie 80) en Brass Monkey en een lange solocarrière, maar vooral ook door zijn samenwerkingen met vrouw Norma en dochter Eliza.
Alle muziek van de verschillende familieleden beluisteren is bijna onbegonnen werk, al is het alleen al door de lastige verkrijgbaarheid, en inmiddels heb ik ook wel gemerkt dat het me ook niet allemaal evenveel aanspreekt. Zo vind ik de zang van Mike technisch heel knap, maar een heel solo-album met a-capellanummers is best een lange zit. Beter bevalt de samenwerking van Lal en Mike op Bright Phoebus, dat veel eigentijdser klinkt doordat er veel meer gebruik wordt gemaakt van instrumentatie. Ook Eliza Carthy’s muziek bevalt me lang niet altijd, maar haar meest recente platen horen wel weer bij het beste dat die in desbetreffende jaren is uitgebracht. Toch blijft de basis de platen die The Watersons in de jaren '60 hebben gemaakt, waarmee ze aan de basis hebben gestaan van de Engelse folk-revival aan het einde van dat decennium.
Martin Carthy heb ik twee keer live gezien bij Roots aan de Zaan in Zaandam, het folkplatform van Musicmeterlid Koho. Een keer met accordeonist John Kirkpatrick (met wie hij ook in Steeleye Span heeft gespeeld) en een keer met dochter Eliza. Beide waren fijne optredens in een knusse setting.
7
geplaatst: 2 april 2025, 17:23 uur
32. King Crimson
Favoriete album: Red
Favoriete nummer: Starless
Ook in het lijstje van: Casartelli (18); MssrRenard (34); vigil (79)
Live gezien: ja
Dat King Crimson al zo’n 55 jaar nog bestaat, kan best als een wonder worden gezien. De film In the Court of the Crimson King toont een flinke hoeveelheid spanningen en zeker bandleider Robert Fripp is (of: was) bepaald niet de makkelijkste om mee samen te werken. Fripp is dan ook de enige constante in de lange bandgeschiedenis, die wel flinke hiaten kent, en eigenlijk enkel door de bandnaam en Fripp’s aanwezigheid als één band gezien kan worden.
Toen ik eind vorige eeuw in de symfonische rock dook, stond King Crimson al snel op de radar, maar ik kon er eigenlijk maar weinig mee. Het debuut is nog best toegankelijk, al is 21st Century Schizoid Man nog steeds een van de meest bijzondere nummers die ik ken. De opvolgers vervielen echter in een voor mij toen nauwelijks te volgen muzikaal gepriegel, en ik legde de band verder terzijde.
Pas toen ik rond 2009 de website van Progwereld ontdekte en het bijbehorende forum, werd mij duidelijk dat er toch nog heel wat te ontdekken viel aan deze band. De eerste fase (tot en met Islands) kan ik inmiddels goed waarderen, maar het zijn met name fase twee (Lark’s Tongue in Aspic, Starless and Bible Black en Red) en drie (Discipline, Beat, Three of a Perfect Pair) waardoor King Crimson deze lijst gehaald heeft. De latere muziek vind ik ook wel de moeite waard, maar echt vaak zet ik het niet op.
Red en Discipline zijn voor mij de sleutelplaten. Red bevat met Providence en Starless twee uitzonderlijke nummers, waarbij die laatste zelfs al jaren mijn favoriete nummer ooit is, en het is een album met muziek die knap ingewikkeld in elkaar zit, maar tegelijkertijd toch best toegankelijk klinkt (vind ik dan). Discipline is het beste voorbeeld van het genie van Adrian Belew, dat op heel veel plekken opduikt (zie ook 63), maar dat nergens zo glanst als op Discipline.
Twee keer (2014) zag ik The Crimson Projekct, een liveband bestaande uit de powertrio’s van Belew en Levin/Mastelotto, die King Crimson-muziek uit de derde fase speelden. Een geweldige ervaring, en bovendien in een tijd dat ik eigenlijk niet meer had verwacht dat ik Crimson zelf nog aan het werk zou zien. Dat is vervolgens wel gebeurd: een zeer goed concert in Vredenburg (2015) en een enigszins tegenvallende concertervaring in het Concertgebouw (2018).
Favoriete album: Red
Favoriete nummer: Starless
Ook in het lijstje van: Casartelli (18); MssrRenard (34); vigil (79)
Live gezien: ja
Dat King Crimson al zo’n 55 jaar nog bestaat, kan best als een wonder worden gezien. De film In the Court of the Crimson King toont een flinke hoeveelheid spanningen en zeker bandleider Robert Fripp is (of: was) bepaald niet de makkelijkste om mee samen te werken. Fripp is dan ook de enige constante in de lange bandgeschiedenis, die wel flinke hiaten kent, en eigenlijk enkel door de bandnaam en Fripp’s aanwezigheid als één band gezien kan worden.
Toen ik eind vorige eeuw in de symfonische rock dook, stond King Crimson al snel op de radar, maar ik kon er eigenlijk maar weinig mee. Het debuut is nog best toegankelijk, al is 21st Century Schizoid Man nog steeds een van de meest bijzondere nummers die ik ken. De opvolgers vervielen echter in een voor mij toen nauwelijks te volgen muzikaal gepriegel, en ik legde de band verder terzijde.
Pas toen ik rond 2009 de website van Progwereld ontdekte en het bijbehorende forum, werd mij duidelijk dat er toch nog heel wat te ontdekken viel aan deze band. De eerste fase (tot en met Islands) kan ik inmiddels goed waarderen, maar het zijn met name fase twee (Lark’s Tongue in Aspic, Starless and Bible Black en Red) en drie (Discipline, Beat, Three of a Perfect Pair) waardoor King Crimson deze lijst gehaald heeft. De latere muziek vind ik ook wel de moeite waard, maar echt vaak zet ik het niet op.
Red en Discipline zijn voor mij de sleutelplaten. Red bevat met Providence en Starless twee uitzonderlijke nummers, waarbij die laatste zelfs al jaren mijn favoriete nummer ooit is, en het is een album met muziek die knap ingewikkeld in elkaar zit, maar tegelijkertijd toch best toegankelijk klinkt (vind ik dan). Discipline is het beste voorbeeld van het genie van Adrian Belew, dat op heel veel plekken opduikt (zie ook 63), maar dat nergens zo glanst als op Discipline.
Twee keer (2014) zag ik The Crimson Projekct, een liveband bestaande uit de powertrio’s van Belew en Levin/Mastelotto, die King Crimson-muziek uit de derde fase speelden. Een geweldige ervaring, en bovendien in een tijd dat ik eigenlijk niet meer had verwacht dat ik Crimson zelf nog aan het werk zou zien. Dat is vervolgens wel gebeurd: een zeer goed concert in Vredenburg (2015) en een enigszins tegenvallende concertervaring in het Concertgebouw (2018).
5
geplaatst: 3 april 2025, 12:37 uur
31. Eefje de Visser
Favoriete album: Bitterzoet
Favoriete nummer: De Parade
Ook in het lijstje van: aERodynamIC (94)
Live gezien: ja
Bij het schrijven van dit stukje heb ik Eefje’s debuutalbum De Koek weer eens opgezet en ik merk dat de vorige beluistering alweer een behoorlijke aantal jaar terug is. Het valt meteen op hoeveel ontwikkeling De Visser heeft doorgemaakt en ook hoezeer ik in die groei mee ben gegaan, want in alle eerlijkheid: de meeste liedjes van De Koek zijn lang zo leuk niet als ik mijn herinnering. En die herinnering gaat inmiddels terug tot 2011, toen ik haar muziek oppikte na enthousiaste reacties op deze site. Het jaar daarop zag ik haar in Haarlem op Bevrijdingspop, en daar matchte de ingetogen liedjes op zich niet echt heel goed met het grote veld, maar het was zeker voldoende om haar het jaar erop, na het verschijnen van Het Is in Paradiso te zien en daar kwam haar muziek – toen nog steeds veel luisterliedjes – beter tot zijn recht.
Nachtlicht was een flinke stap vooruit omdat de muzikale begeleiding interessanter is geworden en dat vertaalt zich ook naar dynamischere live-optredens, maar het is met Bitterzoet dat Eefje echt toont wat ze in huis heeft. In eerste instantie ging het allemaal wat moeizaam: de plaat vind ik geweldig, misschien wel het beste Nederlandstalige album dat ik ken, maar het touren zat er vanwege corona niet in. De film van Bitterzoet bevredigt enerzijds de behoefte om te zien wat er live met de muziek gedaan kan worden, maar stemt tegelijkertijd verdrietig omdat die optredens nog niet mogelijk zijn en er ook niet echt zicht is op wanneer er wel weer livemuziek mogelijk gaat zijn. Uiteindelijk valt het heel erg mee, amper twee maanden na de film is het al mogelijk om Eefje live te zien in het Nieuwe Luxortheater. Een wat surrealistische concertervaring, maar beduidend beter dan niets. Pas twee jaar later kan de Bitterzoet-tour pas echt van start gaan, en dan blijkt nog meer hoe waanzinnig goed De Visser live inmiddels is – niet alleen als zangeres, maar ook als middelpunt van een superstrakke show. Zeker het optreden dat ze dan in Amare geeft – met het dan populaire Running Up That Hill als afsluiter – staat nog in mijn geheugen gegrift.
Heimwee is me als album iets te veel een herhaling van zetten, maar ook in 2024 overtreft Eefje zich weer op het podium, ditmaal door de fantastische belichting die de show begeleidt. Ik moet nog maar zien of ze dit nog kan overtreffen, maar Eefje de Visser is live inmiddels de absolute top van de Nederlandse muziekscene.
Favoriete album: Bitterzoet
Favoriete nummer: De Parade
Ook in het lijstje van: aERodynamIC (94)
Live gezien: ja
Bij het schrijven van dit stukje heb ik Eefje’s debuutalbum De Koek weer eens opgezet en ik merk dat de vorige beluistering alweer een behoorlijke aantal jaar terug is. Het valt meteen op hoeveel ontwikkeling De Visser heeft doorgemaakt en ook hoezeer ik in die groei mee ben gegaan, want in alle eerlijkheid: de meeste liedjes van De Koek zijn lang zo leuk niet als ik mijn herinnering. En die herinnering gaat inmiddels terug tot 2011, toen ik haar muziek oppikte na enthousiaste reacties op deze site. Het jaar daarop zag ik haar in Haarlem op Bevrijdingspop, en daar matchte de ingetogen liedjes op zich niet echt heel goed met het grote veld, maar het was zeker voldoende om haar het jaar erop, na het verschijnen van Het Is in Paradiso te zien en daar kwam haar muziek – toen nog steeds veel luisterliedjes – beter tot zijn recht.
Nachtlicht was een flinke stap vooruit omdat de muzikale begeleiding interessanter is geworden en dat vertaalt zich ook naar dynamischere live-optredens, maar het is met Bitterzoet dat Eefje echt toont wat ze in huis heeft. In eerste instantie ging het allemaal wat moeizaam: de plaat vind ik geweldig, misschien wel het beste Nederlandstalige album dat ik ken, maar het touren zat er vanwege corona niet in. De film van Bitterzoet bevredigt enerzijds de behoefte om te zien wat er live met de muziek gedaan kan worden, maar stemt tegelijkertijd verdrietig omdat die optredens nog niet mogelijk zijn en er ook niet echt zicht is op wanneer er wel weer livemuziek mogelijk gaat zijn. Uiteindelijk valt het heel erg mee, amper twee maanden na de film is het al mogelijk om Eefje live te zien in het Nieuwe Luxortheater. Een wat surrealistische concertervaring, maar beduidend beter dan niets. Pas twee jaar later kan de Bitterzoet-tour pas echt van start gaan, en dan blijkt nog meer hoe waanzinnig goed De Visser live inmiddels is – niet alleen als zangeres, maar ook als middelpunt van een superstrakke show. Zeker het optreden dat ze dan in Amare geeft – met het dan populaire Running Up That Hill als afsluiter – staat nog in mijn geheugen gegrift.
Heimwee is me als album iets te veel een herhaling van zetten, maar ook in 2024 overtreft Eefje zich weer op het podium, ditmaal door de fantastische belichting die de show begeleidt. Ik moet nog maar zien of ze dit nog kan overtreffen, maar Eefje de Visser is live inmiddels de absolute top van de Nederlandse muziekscene.
1
geplaatst: 3 april 2025, 18:10 uur
Brunniepoo schreef:
maar ook in 2024 overtreft Eefje zich weer op het podium
maar ook in 2024 overtreft Eefje zich weer op het podium
Was dat eveneens in Amare? Daar was ik in november 2024.
0
geplaatst: 3 april 2025, 18:24 uur
Ik heb haar vorig jaar in de Arminiuskerk, in Vredenburg en in Amare gezien. Ik ben een soort Gretz-light...
1
geplaatst: 3 april 2025, 19:56 uur
1
geplaatst: 3 april 2025, 20:54 uur
Brunniepoo schreef:
Ik heb haar vorig jaar in de Arminiuskerk, in Vredenburg en in Amare gezien. Ik ben een soort Gretz-light...
(quote)
Ik heb haar vorig jaar in de Arminiuskerk, in Vredenburg en in Amare gezien. Ik ben een soort Gretz-light...
Ha, ik was in Amare nog op de uitkijk naar Geert (die er dus niet was). Maar had dus beter kunnen kijken of ik jou ergens zag staan

0
geplaatst: 3 april 2025, 21:31 uur
The Watersons
wat een talenten in die familie ( en aangetrouwde familieleden.
Mij n favoriet is een solo album Norma Waterson - The Very Thought of You (1999) - MusicMeter.nl
wat een talenten in die familie ( en aangetrouwde familieleden.Mij n favoriet is een solo album Norma Waterson - The Very Thought of You (1999) - MusicMeter.nl
0
geplaatst: 3 april 2025, 22:32 uur
Rudi S schreef:
The Watersons
wat een talenten in die familie ( en aangetrouwde familieleden.
Mij n favoriet is een solo album Norma Waterson - The Very Thought of You (1999) - MusicMeter.nl
The Watersons
wat een talenten in die familie ( en aangetrouwde familieleden.Mij n favoriet is een solo album Norma Waterson - The Very Thought of You (1999) - MusicMeter.nl
Die ken ik nog niet, dus die gaat op de luisterlijst!
1
geplaatst: 3 april 2025, 22:33 uur
GrafGantz schreef:
Ha, ik was in Amare nog op de uitkijk naar Geert (die er dus niet was). Maar had dus beter kunnen kijken of ik jou ergens zag staan
(quote)
Ha, ik was in Amare nog op de uitkijk naar Geert (die er dus niet was). Maar had dus beter kunnen kijken of ik jou ergens zag staan
Dat is sowieso verstandig...
6
geplaatst: 3 april 2025, 22:38 uur
30. Stevie Wonder
Favoriete album: Innervisions
Favoriete nummer: Visions
Ook in het lijstje van: vigil (30); Dazzler (63)
Live gezien: nee
Als je eerste kennismakingen met een artiest ‘Just Good Friends’ (op Bad), ‘Ebony and Ivory’ en ‘I Just Called To Say I Love You’ zijn, dan heb je een hoop in te halen. Begin jaren ’90 wist ik niet beter dan dat Stevie Wonder kleffe muziek maakte en er was een cover – Coolio’s Gangsta’s Paradise – voor nodig om me op het spoor te brengen van zijn veel betere werk. De eerste echte kennismaking was Songs In The Key Of Life – wat ik nu een geweldige plaat vind, maar toen vooral een hele lange, met naast een aantal hoogtepunten toch ook wel veel vullers.
Talking Book en vooral Innervisions sloten beter aan bij mijn smaak en vanuit daar ben ik de rest gaan verkennen. Dat leverde wat gemengde gevoelens op: hoe getalenteerd ook, met het kindsterrretje Stevie heb ik niet heel veel, al zijn er best enkele aardige nummers uit zijn beginperiode. Vanaf Where I’m Coming From begint Wonder een serie geweldige albums af te leveren die eindigt met het nogal vermoeiende Journey Through the Secret Life of Plants. Van de latere platen vind ik eigenlijk alleen zijn laatste comebackplaat A Time To Love nog echt de moeite waard. Een krap decennium dus waarin Wonder wat mij betreft op zijn best was – en eigenlijk ook wel meteen de beste binnen het hele soul/funk-genre in de jaren ’70.
Wat me aanspreekt aan Wonder’s goede platen is de variatie – dezelfde variatie die me oorspronkelijk juist tegenstond in Songs In The Key Of Life, en de sterke, maatschappijkritische teksten, de rijke instrumentatie (toen hij nog strijkers in kon zetten zonder dat het een klef nummer opleverde) en uiteraard de warme zang. Innervisions blijft voor mij wel de plaat waarop dit allemaal het beste samenkomt.
Stevie Wonder maakt al jaren geen muziek meer, maar er wordt voor mijn gevoel ook teleurstellend weinig gedaan met zijn oude werk. Ik heb nog een paar bootlegs van concerten uit de eerste helft van de jaren ’70 en die zijn waanzinnig goed. Toch is er nog nooit een officiële live-opname uit zijn artistieke hoogtijdagen verschenen, desnoods als bonus bij een heruitgave. Heel jammer.
Favoriete album: Innervisions
Favoriete nummer: Visions
Ook in het lijstje van: vigil (30); Dazzler (63)
Live gezien: nee
Als je eerste kennismakingen met een artiest ‘Just Good Friends’ (op Bad), ‘Ebony and Ivory’ en ‘I Just Called To Say I Love You’ zijn, dan heb je een hoop in te halen. Begin jaren ’90 wist ik niet beter dan dat Stevie Wonder kleffe muziek maakte en er was een cover – Coolio’s Gangsta’s Paradise – voor nodig om me op het spoor te brengen van zijn veel betere werk. De eerste echte kennismaking was Songs In The Key Of Life – wat ik nu een geweldige plaat vind, maar toen vooral een hele lange, met naast een aantal hoogtepunten toch ook wel veel vullers.
Talking Book en vooral Innervisions sloten beter aan bij mijn smaak en vanuit daar ben ik de rest gaan verkennen. Dat leverde wat gemengde gevoelens op: hoe getalenteerd ook, met het kindsterrretje Stevie heb ik niet heel veel, al zijn er best enkele aardige nummers uit zijn beginperiode. Vanaf Where I’m Coming From begint Wonder een serie geweldige albums af te leveren die eindigt met het nogal vermoeiende Journey Through the Secret Life of Plants. Van de latere platen vind ik eigenlijk alleen zijn laatste comebackplaat A Time To Love nog echt de moeite waard. Een krap decennium dus waarin Wonder wat mij betreft op zijn best was – en eigenlijk ook wel meteen de beste binnen het hele soul/funk-genre in de jaren ’70.
Wat me aanspreekt aan Wonder’s goede platen is de variatie – dezelfde variatie die me oorspronkelijk juist tegenstond in Songs In The Key Of Life, en de sterke, maatschappijkritische teksten, de rijke instrumentatie (toen hij nog strijkers in kon zetten zonder dat het een klef nummer opleverde) en uiteraard de warme zang. Innervisions blijft voor mij wel de plaat waarop dit allemaal het beste samenkomt.
Stevie Wonder maakt al jaren geen muziek meer, maar er wordt voor mijn gevoel ook teleurstellend weinig gedaan met zijn oude werk. Ik heb nog een paar bootlegs van concerten uit de eerste helft van de jaren ’70 en die zijn waanzinnig goed. Toch is er nog nooit een officiële live-opname uit zijn artistieke hoogtijdagen verschenen, desnoods als bonus bij een heruitgave. Heel jammer.
* denotes required fields.

