MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Muziek / Toplijsten en favorieten / De artiesten top 100 van (herman)!

zoeken in:







avatar
Onweerwolf
Oasis is eindeloos veel beter.

avatar van Johnny Marr
Onweerwolf schreef:
Oasis is eindeloos veel beter.


avatar van Casartelli
Casartelli (moderator)
Ik heb er alle vertrouwen in dat de (nog) betere Britpopgroep dan Blur (en Oasis) nog komt.

avatar van Arrie
Onweerwolf schreef:
Oasis is eindeloos veel beter.

Dat vinden ze zelf ook ja.

avatar van Rudi S
Gaan we weer Blur of Oasis Ik zeg Pulp

avatar van herman
Rudi S schreef:
Gaan we weer Blur of Oasis Ik zeg Pulp

Pulp? Zegt me niets.

avatar van herman
Eerst nog even deze:

26. Arcade Fire

https://people.com/thmb/qQ-hxf4pvOsByiVrn8hMA5HXMGY=/4000x0/filters:no_upscale():max_bytes(150000):strip_icc():focal(794x199:796x201):format(webp)/Arcade-Fire-db7bd4c7af2e4b01b2e8841557a7f4b0.jpg

Favoriete albums: Funeral
Favoriete nummers: Neighborhood #1 (Tunnels), Neighborhood #2 (Laika), No Cars Go, My Body Is A Cage, Suburban War, Reflektor
Deep cuts: In The Backseat, Ocean of Noise, City With No Children, Deep Blue, It’s Never Over (Hey Orpheus), I Give You Power (ft. Mavis Staples)
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (62)

Jarenlang rekende ik Arcade Fire tot mijn favoriete ‘actuele’ bands, maar inmiddels is het meer dan tien jaar geleden dat ik nog echt enthousiast werd van hun muziek. Reflektor was achteraf het laatste album dat ik grijsgedraaid heb; de opvolgers ken ik vooral van naam. Pink Elephant, het album dat in 2025 verscheen, heb ik zelfs nog nooit opgezet en ik zie dat ook niet snel gebeuren. Toch kunnen ze hier niet ontbreken. Achteraf was Arcade Fire voor mij de ultieme coming-of-age band van grofweg mijn 26ste tot 34ste, de jaren waarin ik stabiliteit zocht (en uiteindelijk gelukkig vond) in relaties, werk en huisvesting.

Uiteraard begon dat met Funeral, een plaat die me wel een beetje op sleeptouw heeft genomen. In het begin draaide ik het veel, samen met een toenmalig vriendinnetje dat uiteindelijk mijn hart nogal heeft gebroken. Dat is niet per se een fijne herinnering, maar bijzonder genoeg is mijn liefde voor Funeral daar nooit door aangetast. Uiteindelijk kwam ik natuurlijk wel weer over haar heen, maar de band is gebleven. Nu is dat ook wel een beetje de thematiek van het album: verlies, rouwverwerking, terugkijken, maar vooral ook weer verdergaan.

De klankkleur van Funeral sprak me ook erg aan. De wat lo-fi-achtige, alternatieve klank deed me denken aan bands uit de jaren ‘90, maar dan net even anders. Een beetje rafelig, niet te glad, maar wel vol melodie. En uiteraard de enorme drive en geldingsdrang die spreekt uit de muziek. Destijds had ik altijd een liedje als ‘wake-up-song’, en maandenlang was dat de opener “Neighborhood #1 (Tunnels)”. Elke ochtend wakker worden met dat nummer – een rustige intro en na een minuut of twee die intensiteit die ineens toeneemt. Het voelt alsof iemand je uit bed trekt en zegt: kom op, we gaan! Vaak draaide ik dan meteen het hele album af en had ik een hele goede start van de dag. “Tunnels” dwingt me er bijna nog altijd toe verder te luisteren tot aan de climax van “Rebellion (Lies)”, om daarna weer te landen met “In the Backseat”.

Het mooie is dat opener “Tunnels” en afsluiter “In the Backseat” voor mij allebei aan de zorgeloze jeugd raken. “Tunnels” voelt als het wegvluchten uit het huis waar alles ingewikkeld is, om samen met je vriendjes kattekwaad te gaan uithalen of te voetballen op straat. “In the Backseat” is meer het terugkijken naar het moment waarop het leven nog niet zo gecompliceerd was. Ik vat dat laatste nummer altijd op als een ode aan een periode waarin je nog niet nadacht over verlies en moeilijke keuzes. Het feit dat zangeres Régine dat zingt, en op zo’n breekbare manier, maakt het nog intenser.
Wat het extra persoonlijk maakt, is dat ik niet alleen een band hoor, maar ook mensen. Ik herken mezelf in hun thema’s: opgesloten zitten in jezelf (“My Body Is a Cage”, dat echt een intern conflict beschrijft waar ik mee geworsteld heb), de weemoed en somberte van de buitenwijken (The Suburbs), het terugkijken op wie je was. Dat gevoel werd versterkt toen ik een paar bandleden na een ander concert even sprak. Ze waren hartelijk en openhartig, helemaal niet afstandelijk. Sindsdien voelt het alsof ik niet alleen naar een verre, onbereikbare band luister, maar naar mensen die ik — een heel klein beetje — heb ontmoet.

De albums direct na Funeral waren niet zó goed, maar nog steeds zeer de moeite waard. Neon Bible vond ik lang wat minder, maar de uitschieters (“No Cars Go” – die laatste twee minuten, kippenvel, “My Body Is a Cage”, “Ocean of Noise”) behoren wel tot hun allerbeste nummers. The Suburbs vond ik in eerste instantie wat te rustig, maar ik ben het album steeds meer gaan waarderen. Aan de oppervlakte lijkt het een rustige popplaat, maar hoe dieper je erin duikt, hoe scherper de teksten en hoe subtieler sommige wendingen. Waar Funeral voor mij de soundtrack is van een aantal chaotische jaren waarin ik als volwassene mijn plek nog zocht, voelt The Suburbs als de plaat van een volgende fase: nog steeds zoekend, maar iets verder, met meer contouren in het werk en dagelijks leven.

Voor Reflektor waren de verwachtingen hooggespannen na de geweldige gelijknamige single, die dankzij James Murphy’s productie een DFA-sausje kreeg. Minder lo-fi dan voorheen, maar wel blazers, orgels, rave-invloeden en een housepianomotiefje. En daarbovenop ook nog een gastbijdrage van mister David Bowie. Drie van mijn muzikale topfavorieten verenigd in één werkelijk fantastisch nummer, ik kon mijn geluk niet op. Het album voelt nog steeds als een avontuur: een dubbel-cd met veel pretenties, veel muzikale uitstapjes en eigenlijk een grote ontdekkingstocht waar ik nog niet op uitgekeken ben. Veel nummers vielen pas echt op hun plaats toen ik Arcade Fire live zag in 2014, het beste van de drie concerten die ik van ze zag. Echt een overrompelend optreden, één groot feest eigenlijk, compleet met confettikanonnen.

Helaas was hierna de koek wel op, al vond ik “Everything Now” een heerlijke feelgood-single en misschien wel de laatste klassieke Arcade Fire-song, al reken ik hem niet tot hun beste. Toch hebben ze hier een vaste plek. Op de een of andere manier kruisten ze precies mijn levensfase, smaak en binnenwereld toen ik het meest vatbaar daarvoor was. In hun teksten vind ik een diepe persoonlijke herkenning: liedjes die niet alleen mooi zijn, maar aanvoelen alsof ze met mijn eigen verhaal verweven zijn. Daarom komen ze steeds weer terug. Dit is niet zomaar een band in mijn kast; dit is een band die een groot stuk van mijn volwassen leven mee heeft ingekleurd. Nu heb ik altijd al wel een zwak gehad voor coming-of-age-films, dus waarom ook niet voor coming-of-age-bands. En misschien is het ook wel het definitieve volwassen (en daardoor minder interessant) worden van de band en mezelf, waardoor we weinig raakvlakken meer hebben.

avatar van Rudi S
Ik heb al gespiekt in jouw geweldige artiesten top 10

(afbeelding)

avatar van Dance Lover
Touche! De eerste 4 albums van Arcade Fire blijven mij ook enorm dierbaar, totdat het goed fout ging.

''Everything Now, de single'' vond ik ook nog fantastisch, maar daarna verloren ze langzaam hun bezieling. Wat resulteerde in simplisme of experimenteren tegen de klippen op als tegenreactie, waardoor alles ineens wel heel gekunsteld werd. Daarnaast ook veel foute keuzes gemaakt/verkeerde producers in dienst genomen; het sounddesign van WE had veel meer potentie kunnen hebben en het laatste album is allesbehalve spannend. Vergelijk dat eens met James Murphy die ''Reflektor'' destijds onder handen nam.....

Fijn dat je ''Ocean of Noise'' op waarde schat. Die blazers die er de laatste minuut in knallen, goddelijk!

Live trouwens gelukkig nog steeds een band op de top van zijn kunnen heb ik in 2024 live mogen aanschouwen in Bilbao.

avatar van Kondoro0614
Herman zet zichzelf sowieso op één, met welk alias is nog een verassing.

avatar van herman
https://i.redd.it/1y0beknc5kma1.jpg

25. dEUS

Favoriete albums: In a Bar, Under The Sea (1996), Pocket Revolution (2005)
Favoriete nummers: Via, Hotellounge, Fell Of The Floor Man, Theme From Turnpike, Little Arithmetics, Sister Dew, One Advice Space, 7 Days 7 Weeks, Include Me Out, The Real Sugar, Nothing Really Ends
Deep cuts: Great American Nude, A Shocking Lack Thereof, Nine Threads, Disappointed In The Sun, Sam Peckinpah’s Daughter, Cold Sun of Circumstance
Live gezien: ja
Ook in de lijst van: aERodynamIC (22) en Kronos (58)

Een paar maanden terug was ik voor het eerst in jaren weer in Antwerpen, om een bandje te zien in de knusse Djingel Djangel (popquiz: naar welke klassieke popsong is dat een verwijzing? Het antwoord staat onderaan dit stuk). Na afloop raakten we aan de praat met een bandlid en een paar andere bezoekers, en belandden we spontaan op kroegentocht in het centrum. In een van de cafés speelde nóg een bandje. Ik vroeg me af of dit het soort plekken waren waar ruim dertig jaar eerder ook Tom Barman, Stef Kamil Carlens, Rudy Trouvé, Jules De Borgher en Klaas Janzoons hebben opgetreden – geen gekke gedachte. De jongen uit de band, een twintiger, vertelde enthousiast dat hij binnenkort op een festival zou spelen met Carlens. Mooi vond ik dat. Het had me ook niet verbaasd als hij had gezegd: ‘Ah, daar zijn mijn ouders fan van’, ons ontmaskerend als mensen van middelbare leeftijd.

Voor mij was het in de jaren ’90 niet Suds ’n’ Soda of Instant Street waardoor ik mijn hart verpandde aan dEUS, maar Little Arithmetics, waarvan ik de video voorbij zag komen op MTV. Een ingetogen pareltje: die fijne stem van Barman, een clip met een band die wat lol trapt rondom een zwembad. Ik was verkocht en haalde de single bij Kok’s Electronics, een beroemde Leidse elektronicazaak waar mijn vader regelmatig kwam en die ineens ook cd’s verkocht. De videoclip heb ik volgens mij daarna nooit meer gezien, maar de single heb ik stukgedraaid en dEUS is voorgoed een favoriete band gebleven. Of eigenlijk beter nog: een instituut uit de Antwerpse muziekscene, met bevriende muzikanten die naast dEUS allemaal weer hun eigen projecten hadden. Spil is uiteraard altijd Tom Barman geweest, iemand die ik zie als een soort homo universalis: naast een prachtige stem kan hij interessant vertellen over wat hem bezighoudt (zoals jazz), heeft hij meerdere intrigerende muzikale projecten én maakte hij een schitterende film (het wordt inmiddels wel tijd voor een volgende). Maar daarover later meer.

Al snel kwamen In A Bar, Under The Sea en Worst Case Scenario in huis, twee fascinerende albums waarin duidelijk te horen is dat er meerdere genieën aan boord waren: Barman, maar ook Carlens en Trouvé. Hoe goed en veelzijdig die platen zijn, blijft wonderbaarlijk, met duidelijke invloeden van echte oude-mannen-muziek (Velvet Underground, Waits, Mingus), terwijl dit jongens van begin twintig waren. Laatst hoorde ik de demoversie van Suds ’n’ Soda weer eens en het is fascinerend hoe het nummer zich daarna heeft getransformeerd: van een halfgeslaagde mix van grungerock en quasi-Urban Dance Squad-achtig geschreeuw naar de uiteindelijke snellere en veel opzwependere, originele, authentieke klassieker die het geworden is. Als popcultuurliefhebber werd ik ook blij van verwijzingen naar Velvet Underground (Hotellounge/Heroin (Be The Death of Me)) en R.E.M. (“I Skipped the Part About Love” uit Via moet wel geïnspireerd zijn op hun albumtrack Low van drie jaar eerder).

De gekte en variëteit van het debuut is op In A Bar, Under The Sea nog volop terug te horen. De opener I Don’t Mind What Ever Happens – een klein Carlens-miniatuurtje dat klinkt als een krakkemikkige jaren ’40-opname – zet meteen de toon: anything goes. Fell Off The Floor, Man is misschien wel dEUS’ meest krankzinnige nummer: alsof de band binnenvalt op zijn eigen feest en de boel in één klap op zijn kop zet. Funky ritmes en grooves worden voortdurend afgewisseld met noisy gitaarsalvo’s, terwijl Barman en Carlens om beurten een surrealistische tekst opdreunen. Het begin van het album voelt sowieso als een demonstratie van hoe eigenzinnig de band was.

Het daaropvolgende Opening Night is dan weer opvallend lief en ingetogen; Barman brengt een ode aan de mensen die hem dierbaar zijn. Daarna volgt Theme From Turnpike, een muzikale vertaling van de openingsregel “He Went To The Bottom, Put His Soul On Fire”: een draaikolk op een Mingus-sample, een donkere maar heerlijke trip. De video heb ik vaak gezien: hij stond als voorfilm op mijn officiële VHS van Trainspotting, waarschijnlijk de film die ik het vaakst in mijn leven heb gezien.

Er blijft van alles gebeuren op het album, maar naar het einde toe komt de boel langzaam tot rust met pareltjes als het rustige Nine Threads en Disappointed In The Sun – naar verluidt een citaat van Captain Beefheart, na een tegenvallende Van Gogh-tentoonstelling. Op de plaat is dit voor mij vooral het nummer waarin Barman zijn demonen te lijf gaat, iets wat hij op de albums hierna wel vaker zou doen.

De eerste twee albums en het werk daaromheen vormen een bijzonder hoofdstuk in de dEUS-geschiedenis. Mede door Trouvé en Carlens waren de branie en uitbundige chaos ongekend. Door personele verschuivingen – Trouvé richtte zich meer op Kiss My Jazz en Carlens op Moondog Jr./Zita Swoon – maakte die kant van dEUS langzaam plaats voor vakmanschap en degelijkheid. Dat leverde bepaald geen mindere muziek op, integendeel. Met Trouvé-opvolger Craig Ward als nieuw klankbord voor Barman werd The Ideal Crash opgenomen. Ook een bijzonder fraai album, al kostte het me een maand voordat ik het helemaal had uitgeluisterd. In het begin was ik volledig verslaafd aan Instant Street; ik herinner me complete treinritten waarin dat nummer op repeat stond op mijn discman. Gaandeweg ben ik het hele album enorm gaan waarderen. De eerste helft is echt grandioos, met schitterende nummers die naadloos in elkaar overgaan. Uit een interview begreep ik dat Barmans intentie was om er een lichtvoetiger plaat van te maken, maar dat plan werd doorkruist door liefdesverdriet. Vandaar dat we vooral een melancholieke Barman horen (Sister Dew) en soms een uitgesproken boze (Let’s See Who Goes Down First).

In 2001 was er ineens een nieuwe dEUS-song, waarvan ik de van Studio Brussel geripte mp3 (toen nog een redelijk schaars goed) eindeloos heb gedraaid. In gedachten hoor ik nog de vrouwelijke StuBru-dj over het outro heen praten. De definitieve versie belandde uiteindelijk op het vierde album Pocket Revolution, wat mij betreft de laatste klassieke dEUS-plaat. Precies in de periode dat ik verknocht raakte aan dat album, zag ik de band in Nighttown; een uitzonderlijk goed concert, veruit het beste dEUS-optreden dat ik heb gezien. Het warme geluid van de plaat spreekt me enorm aan, en wat intieme liedjes betreft is dEUS hier misschien wel op zijn best. Sinds dat optreden behoren Include Me Out en The Real Sugar (destijds opgedragen aan de in het harnas gestorven Morphine-zanger Mark Sandman) tot mijn absolute favorieten. Nothing Really Ends is inmiddels al jaren mijn ultieme dEUS-nummer. Ik zie het als de tegenhanger van Instant Street, zowel muzikaal als tekstueel. Waar Barman zich in Instant Street tegenover een vrouw verontschuldigt voor zijn flirterige gedrag, spreekt hij hier de hoop uit dat ze ‘that old dance’ nog eens samen zullen doen. En waar de climax van Instant Street lang en extravert is, is die hier juist heerlijk subtiel en daardoor vol suspense. Het nummer roept een verlangen op dat nooit helemaal wordt ingelost, waardoor je het automatisch nog een keer opzet. En nog eens, en nog eens.

Daarna was het voor mij eigenlijk wel gedaan met dEUS. Vanaf Vantage Point is het vooral degelijkheid troef: goed geschreven, goed geproduceerd, maar het ‘goddelijke’ en de emotionele klik ontbreken. Er zijn nog wel af en toe vonken – zo vind ik The Architect erg geslaagd, en het detail dat het intro een opname is van Buckminster Fuller, voormalig Mensa-voorzitter en net als Barman een soort homo universalis, kan ik zeer waarderen. Ook Ghosts en 1989 vind ik nog fraai, maar als ik Barman na 2010 wil horen, kies ik tegenwoordig liever voor TaxiWars: wat mij betreft zijn belangrijkste muzikale vehikel van nu. Desondanks kijk ik erg uit naar de lente van 2026, wanneer dEUS in Paradiso op één avond de eerste twee albums integraal gaat spelen. Hopelijk zijn Carlens en Trouvé dan ook weer van de partij.

(Popquiz-antwoord: Djingel Djangel verwijst natuurlijk naar Mr. Tambourine Man“in the jingle jangle morning…”.)

avatar van herman
NB. aERodynamIC, morgenavond ga ik naar Magnapop, ben benieuwd naar het voorprogramma...

avatar van GrafGantz
herman schreef:
Precies in de periode dat ik verknocht raakte aan dat album, zag ik de band in Nighttown; een uitzonderlijk goed concert, veruit het beste dEUS-optreden dat ik heb gezien.


Ik heb het even laten afweten hier, maar daar was ik ook bij

Was overigens niet m'n eerste keer dEUS, dat was Lowlands 1996. En nogmaals Lowlands in 1997. Kan me uit die periode herinneren dat de band Suds+Soda zelf een beetje zat begon te worden, en daar dus gewoon mee openden. Dan waren ze er maar van af. Weet ook nog dat bij een van die Lowlands optredens ze zowaar afsloten met Nine Threads, in een haast nog meer verstilde versie dan op het album. In plaats van 'going out with a bang' dus compleet het tegenovergestelde.

Ik ben niet zo van het heel vaak dezelfde artiest live zien, maar ik weet vrijwel zeker dat ik dEUS het vaakst in m'n leven live gezien heb.

avatar van Johnny Marr
dEUS 12 maart nog eens live zien met ArthurDZ tijdens de "worst case vs in a bar" tour.

avatar van aERodynamIC
dEUS al regelmatig gezien. Ook ik was bij dat Nighttown optreden in 2022.

En Stef? Die zie ik in februari wederom in De Doelen. Zelfde plek als vorige keer herman.

Ik verwacht eigenlijk niet dat ie erbij is in Paradiso. Zal het hem vragen in februari

avatar van herman
aERodynamIC schreef:
dEUS al regelmatig gezien. Ook ik was bij dat Nighttown optreden in 2022.

En Stef? Die zie ik in februari wederom in De Doelen. Zelfde plek als vorige keer herman.

Ik verwacht eigenlijk niet dat ie erbij is in Paradiso. Zal het hem vragen in februari

Ah, dat had ik nog niet gezien. Eens kijken of het lukt daarheen te gaan. Rond die tijd gaan we ook op vakantie waarschijnlijk, maar lijkt me leuk hem weer te zien.

En dEUS heeft net opgetreden met een hele keur aan gasten, waaronder Rudy Trouvé, de saxofonist van Taxi Wars, Brian Molko van Placebo en nog wat andere grote Belgische namen, maar geen Stef inderdaad. Ik denk ook niet dat het gaat gebeuren, maar er mag wat te wensen overblijven.

avatar van aERodynamIC
herman schreef:
Ik denk ook niet dat het gaat gebeuren, maar er mag wat te wensen overblijven.

Ik zou het geweldig vinden. Want dat is wel heel lang geleden

Maar ik denk dat ie dan nog met z'n eigen tour bezig is.

avatar van Johnny Marr
aERodynamIC schreef:
(quote)

Ik zou het geweldig vinden. Want dat is wel heel lang geleden

Euh, sinds deze zomer. Valt wel mee toch?

avatar van aERodynamIC
Johnny Marr schreef:
Euh, sinds deze zomer. Valt wel mee toch?

Maar daar was ik niet bij

Stef in dEUS is voor mij 31 jaar geleden

avatar van herman
https://complexdistractions.blog/wp-content/uploads/2024/03/boards-of-canada-press-photo-warp-records-2018-billboard-1500.webp?w=942

24. Boards of Canada

Favoriete albums: Geogaddi (2002), Tomorrow’s Harvest (2013)
Favoriete nummers: Nlogax, Everything You Do Is A Balloon, Telephasic Workshop, Pete Standing Alone, XYZ (Peel Session), Amo Bishop Roden, The Beach at Redpoint, Alpha and Omega, You Could Feel the Sky, Reach for the Dead, Transmisiones Ferox, Uritual
Favoriete miniatuurtjes: Olson, One Very Important Thought, I Saw Drones, Over the Horizon Radar, Telepath
Deep cuts: WHY? - Good Friday (Boards of Canada Remix), Slag Boom van Loon - Poppy Seed
Live gezien: nee (ze hebben ook maar 12 keer opgetreden volgens setlist.fm, de laatste keer in 2002)
Ook in de lijst van: -

Ergens rond het jaar 2000 ontdekte ik de edele kunst van mp3’s downloaden, destijds bepaald geen sinecure. Tegenwoordig is iedereen 24/7 bereikbaar op zijn eigen smartphone, maar als ik toen een mp3 wilde downloaden, was ons complete huishouden al gauw een uur telefonisch onbereikbaar voor de buitenwereld. Want zo ging dat toen nog: internetten via een telefoonmodem hield in dat de lijn verder bezet was. Gelukkig kregen we al snel kabelinternet, want ik ontdekte Audiogalaxy, een verdraaid handige website waarmee je op afstand nieuwe downloads in een wachtrij kon zetten, die thuis werd afgewerkt. En dat was wel handig, want via mijn studentenvereniging, waar ik regelmatig met een groepje gamede (Unreal Tournament, Worms World Party multiplayer, etc.), had ik inmiddels ook wat online radiostations als GrooveSalad en SomaFM ontdekt, waar ik vooral weirde elektronica en ambient leerde kennen. Tot mijn verbazing bestaan die 25 jaar later nog steeds, ongetwijfeld flink geprofessionaliseerd inmiddels. Eén van de eerste mp3’s die ik downloadde, was Aquarius van Boards of Canada, een duo waar ik verder nog nooit van gehoord had.

Aquarius is nog altijd een favoriet en exemplarisch voor veel muziek van Mike Sandison en Marcus Eoin, een toen nog mysterieus Schots duo. Een lome hiphopbeat met daaroverheen wiebelige synths en vreemde samples die een gevoel van nostalgie oproepen, in dit geval gefragmenteerde kinderstemmen die getallen opzeggen. Destijds had ik geen idee, maar na al die jaren zijn alle samples wel in kaart gebracht en blijken de stemmen gewoon uit Sesame Street te komen. Het nummer voelt als een vreemde droom, maar toch ook wel geruststellend. Dat laatste gold minder voor het volgende werk van Boards of Canada dat ik ontdekte.

In die jaren ging ik nog wel eens speciaal naar Amsterdam om obscure arthousefilms te huren, en dat combineerde ik dan meteen met een bezoek aan platenzaken als Boudisque (tegenwoordig een toeristische kaaswinkel…), Get Records en Concerto. In Concerto stond een fysieke luisterpaal met onder andere Geogaddi erop, dus dat wilde ik wel even horen. Zodra de muziek begon te spelen, stond ik aan de grond genageld en kon ik het nauwelijks nog uitzetten. Uiteraard de cd gekocht en eenmaal thuis helemaal stukgedraaid. En dat niet alleen: via allerlei websites kwamen steeds meer details over de samples, de spaarzame teksten en het artwork boven water. Blijkbaar zat de muziek vol occulte verwijzingen: via samples (bijvoorbeeld naar de gehoornde duivel en de Waco-sekte van David Koresh), via numerologie en zelfs in de structuur van de muziek, waar Fibonacci-reeksen in melodie en opbouw opdoken. Op de koop toe duurt het album precies 66 minuten en 6 seconden, maar gelukkig deelde het duo mee dat al deze zaken er toch vooral vanuit een gezonde fascinatie in waren gestopt en dat ze heus geen satanisten waren. Hoe dan ook, het hield mij ook bezig en na een jaar of twee had ik het gevoel dat het album helemaal was ingeklonken, alsof ik tot een diepere laag was gekomen die ik eerder nog niet had gehoord, ook al was ik gelijk verkocht geraakt. Vooral vanaf “1969” wordt een onpeilbare diepte bereikt. “The Devil Is in the Details” heet een van de nummers van Geogaddi, en dat is in dit geval ronduit toepasselijk.

In vergelijking met Aphex Twin en Autechre – in die tijd de twee andere Warp-grootheden voor mij – is de muziek van Boards of Canada veel dieper doordrenkt van psychedelica: natuur, hogere (of andere) bewustzijnstoestanden en een soort tribalisme dat opduikt in hypnotiserende stukken als “The Beach at Redpoint” en “Alpha and Omega”. Daar komt een uitgesproken hang naar de kindertijd bij, nog sterker op het voorgaande Music Has the Right to Children, mijn volgende grote ontdekking. De hoes zegt eigenlijk alles: een wazige, vergeelde familievakantiefoto van het duo – inmiddels wist ik dat het broers waren – die op het eerste gezicht een onschuldig nostalgisch tafereel toont. Pas als je beter kijkt, zie je dat de gezichten zijn uitgewist. Typisch BoC: een sinistere onderstroom onder muziek die vaak voelt als de muzikale vertaling van oude Super-8-films vol zorgeloze vakantietaferelen, of van halfgesmolten cassettebandjes die te lang op het dashboard van de auto hebben gelegen. Nog een verschil met Aphex Twin en Autechre: bij hen is melodie vaak ondergeschikt aan ritme, bij Boards of Canada is het precies andersom. Het mooiste voorbeeld is misschien wel “Amo Bishop Roden” van een tussenliggende ep, met bloedmooie melodieën over een minimaal percussieritme en een spaarzame beat die slechts een paar keer opduikt in een frase van vier maten (ik heb even meegeteld…).

In 2005 verscheen er nieuw werk dat ik meteen kocht. The Campfire Headphase viel me echter wat tegen. In het begin had ik nog een paar tracks die ik echt heel goed vond, maar uiteindelijk blijft het allemaal iets te vrijblijvend en is zelfs de glans van die nummers verdwenen. Ik had gehoopt op een Geogaddi-scenario, waarbij er na tientallen keren luisteren nieuwe deurtjes open zouden gaan. Als achtergrond- en wegdroommuziek bevalt het album me best goed – je kunt er ook prima bij werken – maar zonder de frictie en het mysterie verworden de broers al snel tot leveranciers van klanktapijten per strekkende meter.

Hierna bleef het lang stil en eigenlijk had ik ook niet direct nog een nieuw album verwacht, maar in 2013 was daar Tomorrow’s Harvest. Dat album kon ik ook niet meteen helemaal plaatsen, maar na langer draaien ben ik het juist wel weer meer gaan waarderen. De hoes is weer erg fraai en ook voor allerlei interpretaties vatbaar. Uiteraard zie je de skyline van een stad, maar is daar nog wat van over? Is het een spookstad? Ook dit album zit blijkbaar vol subliminale boodschappen en wiskundige grapjes. Op de een of andere manier heb ik bij dit album nooit de behoefte gehad die puzzel uit te pluizen, en laat ik het steeds gewoon over me heenkomen. Het prijsnummer is voor mij “Reach for the Dead”, dat weer als vanouds spannend en mystiek klinkt, alsof we vanuit de woestenij de spookstad van de hoes intrekken, niet wetend wat we aan zullen treffen. Verder is het heerlijk verdwalen in dit album, met “Transmisiones Ferox” en “Uritual” als favoriete aanknopingspunten. Gevoelsmatig gaat dit album over een apocalyps of eindtijd; ergens voelt het wat dat betreft als een mooie soundtrack voor het huidige polycrisis-tijdperk.

Inmiddels is Tomorrow’s Harvest ook al ruim tien jaar oud, en het zou me prima lijken als dit hun laatste echte wapenfeit blijft. Met een beetje fantasie kun je de vier volwaardige studioalbums zien als één levenscyclus: die begint met de idyllische jeugdnostalgie van Music Has the Right to Children, voert via de de ontwrichtende, avontuurlijke roes van Geogaddi naar de stabiele volwassenheid van het derde album, en eindigt in de onderhuidse dreiging en aankomende duisternis van het einde der tijden op Tomorrow’s Harvest. En dan zijn er ook nog alle vroege releases en voorstudies: er valt nog meer dan genoeg aan mysteries uit te pluizen.

avatar van herman
Pfoe, op de een of andere manier een zware bevalling dit stuk. Hierna zou het weer wat sneller moeten gaan.

avatar van vigil
herman schreef:
Pfoe, op de een of andere manier een zware bevalling dit stuk.

Het is wel lekker kort, dat scheelt

avatar van ArthurDZ
Schat, wordt wakker, herman heeft een nieuw stuk gepost in het favoriete artiesten-topic!

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 21:16 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 21:16 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.