menu

Hier kun je zien welke berichten _Rene als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Billy Preston - It's My Pleasure (1975)

3,0
Laatste alinea klopte niet helemaal. Nu is 'ie goed.

//

Billy Preston - It's My Pleasure (1975)

Ik had in de jaren zeventig graag door het adresboekje van Billy Preston gebladerd. Eric Clapton bij de C. Stevie Wonder bij de W. J: Mick Jagger. George Harrison: H. Of voor het gemak bij de B, van the Beatles, samen met de telefoonnummers van Paul, John en Ringo. Billy Preston kende iedere belangrijke muzikant en speelde onder andere mee op Let it Be en Sticky Fingers. Stevie Wonder, op zijn beurt, blaast een paar nummers mee op Billy’s soloplaat It’s My Pleasure.

Wanneer je zou beweren dat het hele album door Stevie Wonder is gemaakt, zou ik het ook hebben geloofd. It’s My Pleasure staat vol door hem groot gemaakte swingende, funky soul met een hoofdrol voor toetsen. Liever te veel dan te weinig. Preston had aan één piano niet genoeg en sleepte tevens een clavinet, elektrische piano en reusachtige T.O.N.T.O. de studio in.

Hierdoor klinkt zijn soloplaat binnen de lijntjes van Wonder-soul redelijk veelzijdig. Dan weer stampt de soul uit zijn synth (titeltrack It’s My Pleasure). Een nummer later begeleidt Billy zichzelf alleen op piano en richt daarmee knap de aandacht op zijn zang. Kant A met uitschieters That’s Life en het funky Found the Love hebben we dan al gehad.

Alles zit keurig in elkaar. Zang, toetsen naar keuze en bas trekken gemoedelijk met elkaar op. Op twee nummers (Do It While You Can en de eerder genoemde titelsong) voorziet collega Wonder op harmonica Billy’s composities van een vrolijke noot.

Op zich prima muziek, maar ik ken soul met meer smoel en Stevie Wonder staat reeds breeduit in mijn kast. Nu is Preston wel iets obscuurder dan ome Stevie. Zo neemt hij op I Can’t Stand It uitgebreid de tijd om instrumentaal te trippen op zijn toetsen. Moet kunnen. Het maakt It’s My Pleasure een beetje avontuurlijk.

Sowieso was Preston een man met verrassende trekjes, zo werd een aantal jaar na de release van deze soloplaat wel duidelijk. Vooral die keer toen hij zijn huis in brand stak, keken zijn muziekvrienden even vreemd op. Toen Billy kort daarna een minderjarige prostituee molesteerde, omdat deze eenmaal zonder onderbroek aan een als vrouw verkleedde man bleek te zijn, is de naam Preston in een aantal adresboekjes wellicht van een vraagteken voorzien. Een wat tragisch eind van een man met kwaliteit. In 2006 overleed hij. Gelukkig heb ik de poster nog, een extraatje bij de promopersing van de beste Stevie Wonder-plaat die niet van Stevie Wonder is.

[René]

Eloy - Ocean (1977)

5,0
Goed, nu zonder domme tikfouten (weet iemand of je ook berichten kunt wissen, eigenlijk?)

Heb Ocean vorig week zonder twijfelen gekocht op de Mega Platen en CD Beurs in Utrecht en meteen maar besproken op onderdenaald.nl. Je anekdote kwam daarbij mooi van pas, hmaeghs, dank. Mijn recensie is hier te lezen: Onder de naald: ELOY - Ocean (1977) - onder-de-naald.blogspot.nl

Ik ben aangenaam verrast door deze Duitsers, waarvan ik zeker meer lp's wil kopen.

Paul Simon - Paul Simon (1972)

4,0
Het leek me niet echt gepast om een lange bespreking te posten, maar bij dezen dan:

Zoals te lezen op http://www.onderdenaald.nl, het weblog waarop ik samen met een vriend schrijf over de aanwinsten, ondergeschoven kindjes, pronkstukken en missers in onze platenkasten.

Paul Simon – Paul Simon (1972)

Dat was even slikken voor Art Garfunkel toen hij in 1972 de eerste soloplaat van zijn oude vriend Paul Simon onder ogen kreeg.

Paul, die tijdens hun samenwerking als Simon & Garfunkel alle nummers schreef. Paul, die wél gitaar speelde terwijl Art er met de handen in de zakken van zijn strakke broek braaf naast stond te zingen. Die Paul had besloten om solo verder te gaan en lapte het ‘m nu maar mooi met een eigen langspeler.

Arme Art kon tijdens openingsnummer Mother and Child Reunion nog rustig ademhalen. Dit is geen wereldhit en als het hier bij blijft komt meneer Paul vanzelf bij me terug, zo schoot het wellicht hoopvol door Arts hoofd. Wie wil kan dit nummer wegzetten als te gewaagde reggea, maar negeert dan de fijne orgeldeuntjes op de achtergrond.

Na deze schijnbeweging staat de echte Paul Simon op. De topsongwriter die eerder Sound of Silence, Slip Slidin’ Away en America uit zijn mouw schudde zet met het nummer Duncan een mooi verhalend nummer neer. Hypnotiserend gitaargetokkel maken de beeldende tekst over ene dolende Duncan knap melancholisch. Paul redt zich prima in zijn eentje en weet in dit lied zelfs ongestraft een panfluit voorbij te laten komen.

En zo speelt hij solo verder op een niveau dat Art Garfunkel simpelweg nooit zou bereiken. De akkoorden in Everything put together falls apart klinken alsof ze tijdens een verloren uurtje toevallig uit zijn gitaar zijn gevist, maar vormen toch een compleet nummer. Me and Julio down by the Schooljard is een inmiddels bekende doorstampert. In Papa Hobo werken Pauls zangpartijen mooi samen met een harmonium.

Paul Simon weet wat hij waard is en verliest zich nergens in aanstellerij. Met een kort accent op de gitaar, een tempowisseling of door simpel de laatste zin van een couplet te herhalen, vraagt een lied de aandacht en bereikt het zijn doel. Geen gedoe waarmee Paul geforceerd de spierballen kan laten zien, maar gewoon met een gemikte tik de spijker op de kop. Niet te dik, maar ook niet te dun.

Simons soloplaat is daarmee een prima album vol fijne muziek die moeiteloos voorbij glijdt, maar wel blijft boeien. Een knappe prestatie, en een belofte voor de vele goede muziek die Paul Simon later zou maken.

En Art? Die had het nakijken en is zich na het beluisteren van deze lp waarschijnlijk goed gaan bezatten. Hij probeerde het later als acteur en leverde nog wat soloplaten af die wisselend werden ontvangen. Succes zoals zijn oude vriend Paul heeft hij in zijn eentje nooit bereikt. Uiteindelijk accepteerde hij zijn lot, stak zijn handen weer diep in de zakken van zijn strakke broek en schuifelde voor de nodige S & G reünies terug naar de plek waar hij thuishoort. Braaf zingend, in de schaduw van Simon. Arm jonk.

René