Een punkgroep genaamd
Bad Brains die ook aan reggae doet; dat was het vorige station waar mijn trein door newwaveland uitgebreid stilstond. Daarna volgden korte stops bij de synthpop van
Depeche Mode en de post-ska van
The Fun Boy Three om bij dit
UB44 van UB40 te belanden. Het muzikale palet is breed.
Op hun vierde album beginnen de oude fans enigszins te mopperen, zo leer ik van bovenstaande bijdragen. Nu ben ik van nature niet de grootste liefhebber van reggae, al zijn mijn oren de afgelopen twee jaar in waveland steeds meer gewend. De eerste drie nummers vind ik helemaal prima, vooral de funk die in opener
So Here I Am doorsijpelt (derde single van
UB44, eind augustus '82
#25 in de Britse hitlijst), maar ook de eerste single
I Won't Close My Eyes (eind februari
#32) mag er zijn.
Met
Love Is All Is Alright is het me opeens te klef. Of te zomers, te ontspannen, te lief. Dat was tevens hun tweede single van dit album en deze haalde
#29 in mei.
The Piper Calls the Tune beleef ik dan weer als aangenaam, waarmee kant 1 gewoon een prima plaatkant blijkt.
De wat afwijkende productie van
The Key brengt kant 2 in eerste instantie de dubkant op, meer voor puristen met de toastzang die daarbij hoort. Al is de zanglijn die deze af en toe vergezelt dan weer hartstikke licht.
Don't Do the Crime is vrolijk, alsof een skagroep het voor UB40 schreef.
Gebleven zijn de maatschappijkritische teksten, agerend tegen de (jeugd)werkloosheid die Birmingham in die jaren nog altijd teisterde, net als vijftien jaar eerder toen vier jonge knullen in diezelfde stad onder de naam Black Sabbath met een geheel andere aanpak de grauwheid vermuziekten.
Folitician is hoe UB40 het aanpakt. Met felle toaststem inclusief een licht funkgitaartje. Slotlied
The Prisoner laat het elektronisch orgel de reggaebeat maken en dan is de plaat alweer voorbij.
Mopperen doe ik niet: de plaat is afwisselend en biedt zowel de zwarte dubkant als de witte popkant, die kennelijk met de coveropvolger
Labour of Love van het jaar erna de overhand kreeg.
Red Red Wine van dat album, ik kan er níks mee. Met
UB44 wél en iets zegt me dat ik daarom hier moet stoppen wat UB40 betreft. Met voortschrijdend inzicht kan ik zeggen dat hun eerste vier albums geleidelijk in mijn smaak zijn geland, zeker in de context van new wave.
Mijn volgende halte? Op diezelfde 7 februari 1982 dat
I Won't Close My Eyes de Britse hitlijst betrad op #45, was daar een andere nieuwkomer die relevant is voor wave: female fronted punkgroep
Vice Squad moest het doen met #68.