Wie even met de natte vinger door de catalogus van dit collectief bladert zal met enig wenkbrauwgefrons en onbegrijpende blik achtergelaten worden. Zelden heeft de ontwikkeling en de variatie van een groep muzikanten zo’n explosieve indruk nagelaten. In de categorie ‘Moeilijk te plaatsen muziek’ gedraagt Animal Collective zich dan ook als de ultieme nachtmerrie voor hokjesdenkers . (In your face! Ha!) Geen houvast voor de luisteraar die zijn deuntjes en riedeltjes mooi wil catalogeren. Zo nu en dan denkt die brave luisteraar in al zijn dwaze hoogmoed de nagel hier en daar op de kop te slaan, al is het maar scheef en krom,daar neemt hij dan maar genoegen mee, ..en dan glijdt alles weer even zo snel uit handen en kan hij enkel nog de schouders ophalen.
Het is ook niet zo alledaags dat een anticommercieel geluid als dat van Animal Collective zomaar en plein publique wordt gesmeten. Een geseling der trommelvliezen voor de ene groep, een acidtrip in Disneyland zonder zijn gelijke voor de andere. Tuurlijk, want muziek is nooit gelijk of geijkt voor een massa.
De schuldige in deze tegenstelling is natuurlijk de ongeremde innovativiteit die al de Animal Collective platen kleurt.
Innovativiteit, het woord zal heden ten dage weer te pas en te onpas opduiken tijdens het Batibouw-salon. Daar weet de verkoper van vloeren, daken en pannen ook maar al te goed dat stilstand des duivels is. Muzikanten die zich constant willen ontwikkelen dienen eveneens die term als een lijfspreuk boven het bed te hangen. Velen lopen tevergeefs verloren in de zoektocht naar eigen innovativiteit, die blijkbaar niet zo één twee drie voor het oprapen ligt. M.A.W. Niet iedere artiest beheerst het animal collective gevoel. (Understatement van de week)
Het animal collective gevoel : Laat me u even uit de nood helpen. Als u de ogen sluit en ‘muziek’ even wil voorstellen als één grote snelweg dan zijn dit de mafketels die daar met hun driewielers tegen de avondspits in gaan spookrijden. Op ‘Merriweather’ is die dagelijkse routine nog steeds even tegendraads als vanouds.
..En toch, deze plaat steekt er voor mij met kop en schouders bovenuit.
Later wanneer ik oud, grijs, versleten(en seniel?) ben zal ik nog steeds met het volle plezier terugdenken aan deze plaat.
[Schommelstoel-modus] “Ja dat was die fantastische zomerplaat uit de rotwinter van 2009. Dat jaar was de winter koud en wit en glad en grijs en ellendig en somber en bedrukt en toch regende het zonnestralen uit mijn boxen. Ja, dat was die eigenzinnige Pet Sounds-hommage. Of, ja, hier was hun samenzang, hun huisgeluid, hun emotionele waarde helemaal tot wasdom gekomen. “ [Schommelstoel-modus/]
Vertrouwd en toch onplaatsbaar. Wij als luisteraar nemen een glimp in deze verknipte wereld die nooit slaapt. Zelfs wanneer de luisterbeurt erop zit weet u dat er in die wereld geen sluitingstijd kan en mag bestaan. Die wereld lijkt geen oorsprong of einde te kennen, en bestaat alleen bij gratie van zichzelf, een wereld die door blijft vertellen over zijn natste dromen en psychedelische nachtmerries, waar dansers tussen de bloemen verstenen en de paddo’s immer rijkelijk uit de aardegrond schieten. Waar ‘Sunshine, rainbows and lollipops’ een anthem voor nieuwste hipsters is.
Kijk : Zo zou ‘The Sound OF Music’ op LSD moeten klinken. Ziet u Baron Von Trapp ondertussen al stijldansen met een flamingo in een afgelegen loofbos?
U zal niet de eerste zijn die tijdens de ochtendgymnastiek in een dubbele knoop raakte tijdens Brother Sports, u zal ook de laatste niet zijn die de dwarse liefdesverklaring bluish zowel atypisch als typisch animal collective durft noemen en die paradox met hand en klem durft te verdedigen. ..En suggereren de eerste tonen van ‘In the flowers’ nu eigenlijk dat het Halloween is of toch Kerstmis?
Het sprookjesbos wiegt langszij en vertelt een verhaal zonder zich ooit in te houden. Deze tovenaars walsen hun rifjes plat met reizende circussen, kruisen gezapige flowerpunk met ritmisch terrorisme. Bakken feestschotels met snuifjes Kraftwerk en Zappaiaanse kruiden. Rommelige liefdesverklaringen en pompende bassen lijken zomaar uit zichzelf te ontstaan en overal spookt het.
U mag vast en zeker de ratels uithalen bij ‘summertime Clothes’ en ‘brother sports’, maar u snoert zichzelf beter vast wanneer eentje ervan in de cd-speler van uw wagen langskomt om een spontaan losbarstend dansje te vermijden.
Het gekste van al is nog dat ‘Merriweather’ in conclusie een coherent geheel is.
Ik zie een kleine aanklacht tegen het materialisme op My Girls, in Kraftwerk meets pet sounds stijl. Ik hoor zowaar een ingetogen moment van volwassenheid op ‘No more running’ en zo zie ik nog wel wat dingen die in al hun gekte een bestaansrecht opeisen, waarvan ik niet zeker ben of ze echt bestaan, maar tsja, wie ben ik om me zulke schoonheid te ontzeggen?
De sprint naar de eindlijstjes is nog lang. Er is alvast één vroege ontsnapping uit het peloton, nog voor de startblokken al uit het zicht zijn. En of het nu nog een lange rit is of niet, ik weet nu al welke naam er op mijn spandoek zal staan bij de aankomst in december.
De wereld aan de driewielers.
