Proglover schreef:
Uiteindelijk na (pas)25 jaar liefhebben van de platen van Eagles, is het deze die voor mij al met al de beste is. Hierboven staat al voortreffelijk beschreven waarom. De reprise van twee op zichzelf al geniale nummers. Het heerlijk rauwe rocken van Out of control en Outlaw man, het prachtige Saturday night. Als Tequila Sunrise het minste nummer van een plaat is, dan zegt dat meer over de rest van de plaat dan dat nummer voor mij.
Na 25 jaar was het Bernie Leadon zelf, vorige week in de Ziggo Dome, die mij liet zien wat de beste plaat van de Eagles was en waarom: Desperdado vanwege al het Eagles kwaliteit geweld EN Bernie. Bijvoorbeeld de geniale tonen van zijn banjo door Saturday night heen en de Doolin' Dalton reprise.
Dit terwijl Joe Walsh mijn gitaarheld is....
Ik voel helemaal met je mee. En ik ben het ook eens. De eerste twee de beste albums van The Eagles. Walsh de betere gitarist. Hoewel op Desperado natuurlijk in geen velden of wegen nog te bekennen.
Waar zit 'm het probleem.
Ik denk toch dat het een soort van richtingenstrijd is geweest.
The Eagles leunden ten tijde van Desperado nog een beetje op Leadon. Het duo Frey/Henley was nog geen uitgemaakte zaak. Het album kreeg een conceptueel tintje mee, het gevoelsleven van de band. Ze oefenden in een kleine ruimte, in een klein plaatsje in Zuid Californië. De heren zijn nog fris, de songs vol aardige ideeën en vondsten. Het thema outlaw paste helemaal in de tijd.
Na Desperado, wijzigt zich de koers. Ze willen een andere producer. De band wilde meer rocken. Dat laatste werd vooral in woorden beleden, niet in daden. Want ik ben zelden meer een Out of Control of Outlaw man tegengekomen.
Opvolger On the border verloor van alles. Het thema, de ideeën achter de goede songs, de eenheid van werken. Bernie Leadon voelde er zich niet meer thuis en wist dat zijn dagen waren geteld. Hij kon niet op tegen de commerciële opzet van The Eagles o.l.v. Henley en Frey en hij mocht zich nog slechts op een enkel nummer manifesteren.
De band en hun muziek gingen letterlijk van kampvuur naar hotelkamer en, zoals bekend, beiden hebben voor- en nadelen. Leadon was een kampvuur liefhebber, de man van de slaapzak achter zijn zadel. Een eerlijk man, begenadigd gitaar- en banjospeler en een voortreffelijk songsmid. Maar dan wel op de prairie. Zodra de paarden van de Eagles leden dan ook de rijksweg naderden, tikte hij beleefd aan zijn Stetson en reed weer terug.
Het is mij ook een raadsel wáár precies ze hem weer hebben opgepikt om mee te kunnen toeren in 2014.
Je kunt zeggen, dat Desperado, Doolin Dalton, Saturday Night en Bittercreek dezelfde balladachtige structuur kennen als latere, rustige nummers van The Eagles.
Het is niet waar.
De tracks van Desperado zitten vol zand, broeierige hitte, zweet, slangen, laarzen met sporen en ongeschoren mannen. Op latere albums pogen ze, tegen beter weten in, die sfeer opnieuw op te roepen.
Pas op Hotel California staken ze die strijd en geven ze een goed overzicht van de werkelijke stand van zaken op dat moment. Bovendien waren ze Joe Walsh tegen het lijf gelopen, de man die geweldig gitaar kon spelen en vooral oog had voor de bar van het hotel en de rondlopende schaarsgeklede dames.
Ik heb Leadon en Walsh beiden horen en zien spelen verleden week en vroeg mij af wat mijn voorkeur zou hebben. Een nieuw album met Leadon of één met Walsh. En ligt het te ver uiteen om beiden op één cd te krijgen. Walsh maakt onmiskenbaar meer en betere herrie, geheel ook in lijn met zijn solocarrière.
Ik ben er nog niet uit.