Liefhebbers van het IJslandse Sigur Rós zullen hem zeker kennen, daarin nam Jónsi namelijk de zang en de gitaar voor zijn rekening. Afgelopen jaar bracht hij met zijn vriend (Jónsi is homo) een album uit, maar Riceboy Sleeps sloeg bij mij niet zo aan. Na het faillissement van het IJslandse Landsbanki en de as-spuwende IJslandse vulkaan wat leidde tot veel gedupeerden, wordt het tijd voor iets positiefs van dat eigenzinnige eiland. Deze aan één oog blinde vegetariër kan dat doen met zijn nieuwe album Go.
IJsland zit dan in een diepe crisis, Jónsi lijkt zich daar maar weinig van aan te trekken. Een vrolijk lente gevoel geven de eerste klanken van Go Do mij. Hoewel Jónsi bijna alle nummers van Go in het Engels zingt is zijn engelenzang soms nauwelijks te verstaan waardoor het toch lijkt alsof het een andere taal is. Helemaal niets mis mee, want net als bij Sigur Rós maakt het ook voor de muziek van Jónsi niet heel erg uit wat hij precies zingt, omdat de muziek zelf al genoeg 'vertelt'. Animal Arithmetic is ook weer een prachtig nummer, het komt chaotisch over en eindigt ook in een chaos van stemmen en geluiden, maar is prima te verteren. Hierna volgen een hemels Tornado en het sprookjesachtige Boy Lilikoi met het geluid van een fluit en belletjes. Mensen die niet bekend zijn met Jónsi zullen door mijn beschrijving denken dat het één of ander kitscherige kamermuziek is, maar dat is het helemaal niet, het is gewoon erg lastig te omschrijven!
In eerste instantie denk je dat er iets mis is met je muziekinstallatie, maar ik kan je geruststellen: dat haperen in het nummer Sinking Friendships hoort er gewoon bij. Dit is het eerste nummer waar ik een melancholisch sausje bij ontdek en dat vind ik ook direct het minste nummer. Kolnidur (dat zal wel IJslands zijn) is zwaar te noemen. Dat komt misschien ook omdat Jónsi's stem in eerste instantie laag is, want zodra zijn stem weer de hoogte opzoekt klinkt het ook direct een stuk minder zwaar. Around Us is een nummer dat - hoewel het niet slecht is - misschien vanwege het dromerige karakter de neiging heeft om langs me heen te gaan.
Wat een stelletje klootzakken zijn die bestuurders ook die geld willen zien van de IJslanders. Tijdens het luisteren van Grow Till Tall is het onbegrijpelijk dat er zo harteloos gedaan kan worden tegen een volk dat zulke prachtige, hoger dan hemelse muziek weet te creëren. Van verveling - dat bij het muzikale project met zijn vriend Alex vaak toesloeg - is op dit album nauwelijks sprake. Zelfs Hengilás - dat muzikaal niet heel flitsend is - weet mij te bekoren omdat het een prachtige sfeer creëert, waardoor Go op een passende manier wordt afgesloten.
Een prachtig album dat een mix vormt van vooral vrolijke, maar ook melancholische nummers. Wat het album ook goed doet is dat Jónsi's experimenteer drift niet doorschiet en dat het grotendeels een lekker tempo heeft. Van verveling of lastig in het gehoor liggende liedjes is dus helemaal geen sprake, sterker nog: het zou mij niet verbazen als dit zou aanslaan bij het grote publiek. IJsland hoeft niet langer te zoeken naar een diplomaat die hun belangen kan verdedigen op het Europese continent. Jónsi weet het verlies van al het geld en de komst van wolken as in veertig minuten goed te maken. Go Jónsi!
For Music Only