Toen Pearl Jam in 1991 debuteerde met het sublieme "Ten" werden ze door vele zogenaamde "kenners" bestempeld als een makke Nirvana-kloon. Onterecht, want ook toen al had Pearl Jam veel meer weg van oude rockers als Neil Young & Led Zeppelin of tijdsgenoten als Sonic Youth & R.E.M dan van Cobain & co. Hoe dan ook, de critici hebben uiteindelijk hun mening moeten herzien en terwijl Kurt Cobain zich een kogel door het hoofd schoot bleven Eddie Vedder & co. sterke platen afleveren zelfs al verliep hun populariteit omgekeerd evenredig t.o.v. de kwaliteit van de muziek: dat is nu eenmaal het risico dat je loopt wanneer je als groep af en toe een nieuwe richting durft in te slaan. Vooral na hun twee recentste platen (Binaural uit 2000 en Riot Act uit 2002) haakten vele loyale fans af, al vonden gelijktijdig ook een aantal nieuwe fans hun weg naar de groep, aangetrokken door het ingetogenere karakter van deze nieuwe albums.
Het nieuwe album, simpelweg getiteld "Pearl Jam", werd aangekondigt als een back-to-basics plaat waarop Pearl Jam weer naar het oude geluid zou teruggrijpen. Een aankondiging die door de meerderheid van de fans op gejuich werd onthaald, al is enige voorzichtigheid bij dit soort oefeningen toch op zijn plaats: denk maar aan "All That You Can't Leave Behind", waarop U2 zo krampachtig hun best deden om te klinken als U2 dat de scherpe rand volledig uit de muziek verdween.
Maar geen paniek: Pearl Jam heeft deze val weten te vermijden, en hoe. Vanaf opener Life Wasted wordt het gaspedaal ingedrukt en schakelt de groep meteen in vijfde versnelling alsof ze niets anders gewend zijn. Het voelt allemaal bijzonder natuurlijk en terwijl Vedder brult "I have faced it / a life wasted / I am never going back there again" kan de luisteraar gewoon niet anders dan enthousiast recht te veren en zich schrap te zetten voor een gezonde dosis rock 'n' roll.
Life Wasted wordt op de hielen gevolg door sublieme single "World Wide Suicide" en ook in het derde nummer, "Comatose", gaat de groep genadeloos door aan het moordend tempo ingezet bij het begin van de plaat, zij het met net iets minder resultaat als in de eerste twee nummers. Pas op, ook "Comatose" is een uitstekende song maar lijdt hier toch onder de jammerlijke positionering meteen na de twee krakers die de plaat openen.
Niet gevreesd echter, want met "Severed Hand" - ondertussen al de vierde rechtuite rocker op rij- komt de plaat weer volledig back on track. Vier nummers ver en al drie instant classics, op het WK "indrukwekkend starten" is dat ongetwijfeld een podiumplaats waard.
Het vijfde en laatste nummer in de furieuze reeks stompers die de plaat openen is "Marker in the Sand": opnieuw een sterke song waar vooral in de strofes goed doorgeduwd wordt om het geheel vervolgens op bijzonder effectieve wijze tot rust te laten komen in de refreinen, waar ook de melodie de kans krijgt om volledig open te bloeien. Het gemak waarmee deze tempowissels uitgevoerd worden toont mooi aan hoe de vijftien jaar ervaring die de groep met zich meedraagt voor Pearl Jam eerder een wapen is dan een last die ervoor zorgt dat de nummers moeten inboeten aan dringendheid en energie, zoals bij vele collega veteranenrockers.
"Parachutes" is vervolgens de eerste ballade op de plaat en voelt aanvankelijk dan ook aan alsof het eigenlijk op een andere plaat had moeten staan maar ergens een afslag heeft gemist en nu hier maar wat rondhangt op zoek naar iemand die de weg kan uitleggen. Maar na een aantal luisterbeurten slaat ook dit nummer de vleugels uit en openbaart zich een knap McCartney-iaans liefdesliedje.
Het blijkt echter slechts een intermezzo, want daar is de volgende rocker al: "Unemployable", een zeer sterk nummer op zich, maar dankzij een paar geweldig goed gepositioneerde "Oh-ohoho-hoo's" mag het zich zelfs de beste van de klas noemen.
Ook "Big Wave", het bewijs dat niet alleen The Beach Boys over surfen kunnen zingen, is bijzonder fijn en zou vooral live geweldig moeten worden. Voor de mensen die dan aanwezig zijn tenminste... Waarom het Sportpaleis, Eddie, WAAROM?
Maar goed, ik ga niet afwijken, we blijven bij de plaat, want er moet nog iets gezegd worden over het slot dat net als de energieke start uit vijf krakers bestaat: Gone, Wasted reprise, Army Reserve, Come Back & Inside Job zijn stuk voor stuk fantastische Pearl Jam nummers die klinken als fantastische Pearl Jam-nummers, het is gewoon niet ingewikkelder. Ik zou hier nog eeuwen alle geweldige details van deze nummers kunnen bezingen maar ik denk dat het ondertussen wel duidelijk is dat Pearl Jam (alweer) een album for the ages heeft afgeleverd. Hun beste ooit? Ik hoed mij voor grootspraak, maar het zou wel eens kunnen.
Vijf gecontroleerde rockers, vijf slepende Pearl-jam ballades van het hoogste niveau met daartussen geperst een magnifiek trio bestaande uit een ballade van Beatles-niveau, het ultieme oh-hohoho-hoogtepunt van de plaat en een fijne meezinger over surfen op grote golven. Zoiets noem ik een tof plaatje.