David Bowie ís
Zelfs zonder dat je hem kende kon je als Groninger de laatste maanden amper om hem heen. Al maanden zag ik tijdens het wekelijkse boodschappen doen overal flyers en boekjes liggen die de vele evenementen die in het teken staan van Bowie aankondigen. In de bibliotheek, waar ik graag kom, was dat ook het geval. De foto van de cover van het album Aladdin Insane wordt het meeste gebruikt, waarschijnlijk omdat het één de meest in het oog springende foto’s is van Bowie. A lad insane. De sluikreclame in de stad lijkt al maanden naar een waanzinnige apotheose toe te werken.
En dat is ook de bedoeling zijn geweest. Vanaf december is de tentoonstelling David Bowie Is namelijk te zien in het Groninger Museum. Langzamerhand begon ik te begrijpen dat het een bijzondere voorstelling moet zijn toen ik in december merkte, tijdens de kerstvakantie, dat de kaarten sneller uitverkocht waren dan ik had verwacht waardoor een gepland bezoekje niet door kon gaan. Nog kansen genoeg.
Ondertussen was er een videoclip uitgekomen van Bowie’s nieuwe album, Blackstar. Zelden luister ik nieuwe, losstaande nummers, omdat ik graag het album in één keer wil luisteren. En terwijl Bowie zijn eerste boodschap, de eerst hint naar wat komen ging, al verspreid had en de fans al liet speculeren over de betekenis van de teksten, wachtte ik rustig af totdat het album in zijn geheel te horen zou zijn. Mijn verwachtingen waren niet heel hoog gespannen omdat de vorige plaat, The Next Day, weliswaar een goede plaat was, maar niet kon tippen aan alles wat Bowie creërde tijdens zijn hoogtijdagen in de jaren zeventig. Zou dat ooit nog kunnen? Zou je dat mogen verwachten? Het was toen, in 2013, voornamelijk het feit dát Bowie weer een plaat maakte, wat mij en de muziekwereld verraste. En meer dan dat: hij deed er nog toe want de plaat haalde toch menig jaarlijstje. Ik verwachtte nu opnieuw een goede plaat maar dat het zó goed zijn..
Een week voordat Blackstar officieel uitkwam was het album gelekt. Vrij snel vond het de weg naar mijn mediaspeler en galden de onheilspellende klanken van het eerste nummer de huiskamer door. Het album greep me vrijwel meteen bij de keel. De breekbare stem van Bowie, het dreigende drummen, de ijzingwekkend scheurende saxofoon. Dit was fenomenaal! Na de eerste luisterbeurt wist ik het zeker, de sluikreclame in de stad leidde inderdaad naar een hoogtepunt: Blackstar. Wat een plaat!
De ijzel die het noorden van het land in zijn greep had zorgde ervoor dat ik het album die week vaak kon beluisteren. De lessen vielen uit en al zou ik veilig op mijn werk aan zijn gekomen, ik had er niks te zoeken, want de kinderen hadden vrij gekregen, waren aan het schaatsen op de weg, op hun slaapkamer aan het gamen of waren misschien wel aan het leren om gitaar te spelen om hier later liedjes op te leren schrijven. Het album ging na elke luisterbeurt dieper onder mijn huid zitten, werd steeds beter. Flarden brulde ik de kamer in.
Where the fuck did Monday go?
Blackstar eiste vrij snel ruimte in de gesprekken van de muziekliefhebbers, die, zo goed als unaniem, lovend waren in hun eerste reacties op deze duistere nieuwe weg die Bowie was ingeslagen. Hij deed er nog steeds toe en meer dan dat: hij was weer écht vernieuwend. Hij zou bijna 69 worden en hij was als herboren. Hoeveel levens heeft deze man? Bowie had mij in zijn greep als nooit te voren. Als kind van de jaren tachtig heb ik zijn werk pas jaren nadat het uitkwam, langzaam maar zeker en in alles behalve een chronologische volgorde, tot mij opgenomen. Ik ging van Berlijn naar Mars om pas daarna in Los Angeles aan te komen. Nu was ik voor het eerst rechtstreeks getuige van een relevante, een vooruitstrevende en opnieuw verrassende plaat van Bowie.
Een dag voor zijn 69e verjaardag koop ik kaarten voor David Bowie Is in het Groninger Museum voor zondag 17 januari. Deze keer zal ik het niet missen.
Acht januari. Bowie is jarig. Blackstar komt uit. Op zijn Facebook pagina verschijnt hij breeduit lachend, met de vraag waarom deze man zó blij is. “Is it because it‘s his 69th birthday or that he has released his 28th studio album today and it’s a corker?” Bowie ziet er als herboren uit.
Maandagochtend. Ik sta op, loop naar de badkamer en zie iemand die me vanuit het spiegelbeeld terug staart en lijkt te willen zeggen dat hij er weer klaar voor is, klaar om weer aan het werk te gaan. De ijzel is weg, de school is weer open. De leerlingen komen echter met de bus mijn kant op vandaag; we hebben een themadag in de stad. Over lezen en schrijven, gevuld met auteurs en acteurs. Ik heb er zin in.
Dan is het alsof mijn vrouw op een enorme gong slaat, een geluid producerend dat me verdoofd en waarvan de klanken nog dagen lang zullen resoneren. “Tonny!”, schreeuwt ze en ik schrik, omdat ik de ernst in haar stem meteen herken. Er schieten meteen spookachtige scenario’s door mijn hoofd, maar als ze na het uitroepteken verder gaat, had ik nooit kunnen bedenken wat ik vervolgens hoor: “David Bowie is dood!”
Where the fuck did Monday go?
Het duizelt me even. Hij heeft zijn eigen dood geregisseerd, denk ik meteen. Ik loop vanuit de badkamer naar onze slaapkamer waar mijn vrouw, nog onder de dekens, me van achter haar telefoon hardop voorlezend op de hoogte brengt van de details. Ik zweef. Beneden grijp ik meteen naar mijn telefoon. Van vier vrienden heb ik een appje met het vreselijke nieuws. Berichten op mijn tijdlijn van Twitter die niet over de dood van Bowie gaan lijken misplaatst. De wereld weet het: Bowie was al meer dan een jaar bezig met zijn afscheid.
And fool them all again and again
I’m trying to
Wanneer ik mijn collega’s in de stad treft, weet ik dat ze het nieuws over zijn dood wel gehoord hebben, op één na, maar verder hebben ze idee hebben van de impact die het op mij heeft. Ik heb ook niet de behoefte er met hén over te praten, was er niet eens over begonnen. Laat me maar even alleen zijn met mijn verslagenheid, mijn onsteltenis, mijn bewondering. Wat een afscheid! Samen met de leerlingen loop ik Forum Images binnen en ik zie een rekje met flyers staan. Een stuk of drie hebben David Bowie op de voorkant staan. Ik haal één van de flyers uit het rekje en bekijk hem even. Ik lees niet eens wat er in staat. Ik wil het gewoon even beethouden.
Ik app met een paar vrienden. Ik typ dat ik in de war ben. ’s Avonds kijk ik eindelijk weer eens uit naar De Wereld Draait Door, omdat ik de behoefte voel om hem samen met mede bewonderaars te eren. Zelfs Patricia Paay kan de uitzending niet verstoren. ’s Avonds schakel ik in bij Cultura 24. Ik zie een oud interview. Zijn grootste hits komen voorbij. Bijna voordat ik het in de gaten heb is het middernacht.
Where the fuck did Monday go?
De daaropvolgende dagen blijft het geluid van de gong echoën. David Bowie is dood. Op internet gaan na een tijdje geruchten over een nieuw album, White Star, dat op vrijdag uit zal moeten komen. Lazarus stond na vier dagen weer op, dus Bowie moet nog een verrassing in petto voor ons hebben, denken een aantal fans. Even wil ik het geloven. De meeste liefhebbers geloven er niet in. Was Blackstar nog niet voldoende? In kranten verschijnen grote bijlages. Journalisten proberen te duiden. Columnisten delen hun Bowie ervaringen. In zijn geboortestad komen mensen ’s avonds samen om vuurwerk in de lucht te schieten en gezamenlijk het liedje Starman te zingen. En ik?
Ik luister, lees en denk ik na. De meest interessante stukken die ik enkele dagen na zijn dood lees gaan over de opnames van Blackstar, over de interpretatie van de songteksten van het album en langzamerhand realiseer ik me hoe belezen Bowie was. Hij zou een boek per dag lezen. Ik denk na over wat Bowie gedacht moet hebben toen hij zijn idee voor het album uitwerkte, toen hij de teksten schreef, toen hij besloot niets over zijn ziekte naar buiten te brengen. Steeds meer realiseer ik me dat hij zijn hele leven hetzelfde deed als ik in dezer dagen doe: hij luisterde, las en dacht na. Dat deed hij zó goed dat hij daardoor in staat was zo groot te worden als hij was. Buitenaards groot. Hij luisterde naar anderen om zichzelf te worden. Hij las anderen om zichzelf te worden.
Ik probeerde naar Low, “Heroes” en The Next Day te luisteren alsof ik ze voor het eerst beluisterde. Eén album kon ik niet beluisteren, Blackstar. Na maandag had ik nog niet de durf om het album opnieuw te beluisteren, te beluisteren met de wetenschap dat ik zou luisteren naar een dode Bowie, alsof ik hem nog in leven wilde houden. Ik zag flarden van de videoclip van Lazarus en zag een stervende Bowie achteruitlopend een kast instappen. Ik zag een stervende Bowie geblindoekt op een bed liggen. Ik huiverde. En pas op donderdag realiseerde ik me dat Bowie geslaagd was waarin hij eigenlijk altijd slaagde: hij was opnieuw een grens overgegaan.
De hele week werd Bowie geprezen om zijn veelzijdigheid, om zijn Changes, werd hij neergezet als outsider, als vernieuwer, voorloper. En iedereen had gelijk. Maar wat Bowie vooral deed is ons verder laten kijken, voorbij grenzen. Ik hoorde een liefhebber deze week zeggen dat het voor een fan moeilijk was om Bowie te blijven volgen, dat je steeds opnieuw moest luisteren, dat je steeds weer moest wennen aan een nieuw geluid, dat je je eigen grenzen steeds maar weer moest opzoeken en moest verleggen. Dát is wat Bowie deed: hij verlegde zijn eigen grenzen en daarmee de grenzen van zijn luisteraars. Hij leerde mensen ruimdenkend te zijn, leerde mensen buiten de kaders te denken. Hij verklaarde ooit dat hij homo was, misschien niet omdat hij homo was, maar omdat hij voor ze opkwam.
En toen kwam het moment dat ik het album opnieuw moest beluisteren. En dat deed ik. Met een brok in mijn keel.
Look up here, I'm in heaven
I've got scars that can't be seen
I've got drama, can't be stolen
Everybody knows me know
Zondag ga ik naar David Bowie Is in de stad. Hoe treffend kan de titel van de tentoonstelling zijn? Het zal een soort ereronde worden. Ieder mens passeert ooit de laatste grens, de grens die van leven naar dood. Maar niemand passeerde de grens zoals Bowie hem passeerde. Hij maakte zijn dood tot een kunstwerk, één van zijn beste kunstwerken. In een tijd waar de schreeuw om duidelijke grenzen steeds luider wordt, moet de wereld de man missen die zelfs de grens tussen dood en leven kon doen vervagen. Hij heeft het wéér geflikt. Ergens zwefend tussen hemel, Aarde, Mars en de sterren kunnen we hem nog richting Ground Control horen zingen. Luister maar eens goed, dan kun je hem nog horen.
Look up here, I’m in heaven
David Bowie is niet dood. Hij leeft!
(15 januari 2016)