Op een zondagochtend in november 2015 open ik mijn facebook met een kopje koffie. De aanslagen in Parijs waren nog niet lang geleden en de newsfeed liep over van verslagen reacties en politieke statements. Tussen al het rumoer door kwam er een nieuwe clip van Bowie voorbij, genaamd Blackstar. Ik klik, zet het geluid aan en kijk ademloos tien minuten lang naar het filmpje. Ik was vrijwel direct ondersteboven van de song. In een split-second had ik al beslist dat alleen dat nummer al heel het album The Next Day overtrof. Bowie had zich vernieuwd; ditmaal had hij een behoorlijk donker jasje aangetrokken (overdrachtelijk) en moest ik denken aan de tijden van Low en Heroes, maar ook 1.Outside.
Ook kwamen de eerste interpretaties binnensijpelen, zo zou het over Isis kunnen gaan. Ik nam dat niet persé aan, maar had wel het gevoel dat Bowie op dat moment de toestand in de wereld, middels een loodzwaar lament, adresseerde. In elk geval kwam de song genadeloos binnen bij me en was verantwoordelijk voor een hevig verlangen naar het nieuwe album, dat in januari 2016 uit zou komen. Tegelijkertijd leek de aandacht voor Bowie overal weer op te laaien en werd ook de expositie Bowie IS in Groningen geopend. Ik stapte op de trein als nooit te voren, Station To Station. Al mijn in bezit hebbende Bowie albums onder het stof vandaan gehaald en alles weer herbeluisterd, tot aan het punt dat deze zanger me weer volledig in de houdgreep had. Ik kon geen andere artiest meer horen. Naast Bowie luisterde ik alleen nog klassiek en jazz, geen popmuziek, dat ging gewoon niet. Uiteraard ook naar Groningen geweest, waar ik nog steeds een afzonderlijk relaas over wil schrijven, want ook dat had diepe indruk gemaakt.
In januari was het dan zover; getoogd naar de dichtstbijzijnde platenboer. Onder de klanken van het bezwerende Girl Loves Me in de platenzaak rekende ik af en spoedde mij naar mijn huisje. Aantal keren gedraaid en wat me als eerste opviel was dat de donkere toon van de titeltrack in elk geval vakkundig werd vastgehouden. Maar ook de speelsheid in de arrangementen: De alom tegenwoordige sax van Donny McCaslin; gelaagde productie, de vervreemde ritmes in het broeierige Sue (Or In A Season Of Crime), maar ook een tweetal meer stripped down ballades, Lazarus en Dollar Days.
De twee laatstgenoemde tracks zijn uiteindelijk uitgegroeid, samen met de titelsong, tot het ijzersterke fundament van dit werk. Ik kan niet ontkennen, net zoals velen met mij denk ik, dat het plotselinge overlijden van Bowie de interpretatie van met name Lazarus en Dollar Days radicaal heeft doen omslaan, maar met groot effect. Lazarus kan ik nu bijna niet horen zonder een brok in mijn keel te krijgen, en Dollar Days idem. Ik hoop niet dat deze opmerking verkeerd wordt geïnterpreteerd, maar Bowies kankergezwel zat duidelijk niet in zijn keel: Wat een prachtige zang hier, uit zijn tenen, bijna met een snik. Ik kan haast niet uitleggen wat voor betekenis die songs voor mij hebben, ze helpen mij bij het rouwproces...
Wat dit album nog eens extra lading geeft is de notie da Bowie absoluut niet dood wilde. Hij wilde nog zoveel maken en ook Ivo Ten Hove gaf aan dat Bowie erg leed. Niet alleen onder de kanker zelf, maar onder het afscheid moeten nemen. Nog maar eens een keer slikken....
Het album neemt een risico om te openen met de tien minuten durende titelsong; dat je gerust een meesterwerkje op zich mag noemen. Een opvallend rustig en warm klankbedje, bestaande uit losjes drumwerk en een vrij ostinaat, wat Oosters aandoend, repetitief akkoordenschema waarover Bowie middels een fraaie double-track vocal statig lamenteert: In The Villa Of Ormen, Stands a Solitary Candle....Halverwege draait het nummer honderdtachtig graden en ontvouwt zich een wat toegankelijker en "poppier" stuk dat langzaam weer overgaat naar het omineuze begin. I'm a Blackstar....
'Tis A Pity She Was A Whore breekt tijdelijk met de benauwende sfeer van de opener. Dikke drums leggen het fundament voor iets wat in eerste instantie op een jazz-experiment lijkt. Typisch een groeisong, aangezien ik er in het begin niet zoveel mee kon. Echter is dit nummer een perfecte showcase voor Donny McCaslin, die dit wervelende nummer naar een climax blaast. In hogere muzikale sferen.
Lazarus. Oh oh. Wat ik niet voor mogelijk hield gebeurt hier. Het titelnummer wordt overtroffen! Wat een pijn, wat een schoonheid. Haast geen woorden voor. Een tweede "Heroes"? Nee, niet gaan vergelijken nu. Muzikaal gaat alles een stapje terug en is er alle ruimte voor de Stem, en de Boodschap. De clip gaat me zelfs wat te ver, met al die verwijzingen, bijna eng om die haast sardonische glimlach op het vermoeide gezicht van Bowie te zien, terwijl hij de kast ingaat. Of dat stuk dat hij probeert te schrijven, maar het lukt niet. Ik kan dat nu even niet zien, maar de song is er wederom één om voor altijd in je hart te sluiten.
Sue (Or In A Season Of Crime) is misschien toch een beetje de zwakkere schakel voor mij; muzikaal echter interessant genoeg om de aandacht vast te houden, vooral het lekker uit de bocht vliegende laatste stuk is dik okee. Geen grote hoogvlieger, maar wordt gelukkig ook niet te veel gerekt en brengt op de een of andere manier wel lucht in het album. En hoe dan ook opnieuw credits voor de goed bij stem zijnde Bowie!
Girls Loves Me is eigenlijk best wel catchy en toegankelijk en ook heel eigen en uniek in aanpak. Het is typisch Bowie zonder te kunnen verklaren waar hem dat inzit. Die ogenschijnlijk onschuldig en gevoelloos gezongen rijmpjes over die omineuze beat zijn in mijn ogen weer een fantastische vondst. Het refrein is een heus mantra en doet me wiegen..Ook enigszins bekend geworden om de oorwurm: Where The Fuck Did Monday Go? Een behoorlijk unsettling en luguber oorwurmpje echter...
Dollar Days: Dames en heren, kopieer gewoon het stukje wat ik bij Lazarus heb geschreven. Ik hoef niet in herhaling te vallen. Ik volsta met te zeggen dat het garant staat voor waterlanders op dit moment.
I Can't Give Everything Away: Ingrediënten zijn weer aanwezig: Aangename double track vocal in de coupletten en een refrein dat nog lang na blijft zingen in je hoofd. Een hele mooie en eigenlijk ook geruststellende uitleiding van dit onwaarschijnlijk beladen album. In dit nummer lijkt Bowie zich enigszins neer te leggen bij zijn lot, maar eigenlijk moet ik niet voor hem proberen te spreken. Het nummer ademt wel een geluksgevoel op de één of andere manier of acceptatie, ik weet niet hoe ik het goed moet uitdrukken...Prachtige song en afsluiter in elk geval.
5 sterren, Sir Jones, uit de grond van mijn hart..
