Arcade Fire grijpt je bij de lurven
De Canadese veelmansband Arcade Fire is geen grote belofte meer, maar staat definitief op de kaart. Met hun debuut Funeral in 2004 oogste de band veel lof. En met hun opvolger Neon bible bewijst de band tot zeer veel in staat te zijn. Het debuut was geen toevalstreffer, Arcade Fire is here to stay. Want critici worden het er niet over eens welke plaat van beide nu de beste is. Oftewel: het ongekend sterke debuut is stomweg geëvenaard. En dat zonder dat de band een Funeral 2 heeft gemaakt.
Funeral was de meer folky plaat met in zichzelf gekeerde teksten. Dood in familiekring was de rode draad van dat werk. Nu is de blik naar buiten gericht, al blijft de somberte onverminderd voortduren. Nu maken de bandleden dood en verderf van de boze buitenwereld tot thema. Op Neon bible is de stijl aangepast. Niet meer de folk, maar meer bombast en majestueuze muziek. Maar ook zingeving speelt nog steeds een rol en daarmee krijgt de muziek iets spiritueels, iets religieus.
Dat religieuze is het meest expliciet hoorbaar - afgezien van de teksten - op Intervention en My body is a cage waar een heus kerkorgel op te horen is. Op Intervention zelfs in een stevige hoofdrol. Het nummer begint met stevig orgelspel en gaat daarna moeiteloos over in een zeer verslavende rocksong. Dit moet je op volume 10 horen en een keertje draaien volstaat niet, Intervention draai je keer na keer en dan nog verveelt het niet. Op My body is a cage wordt het orgel ingezet in de tweede helft om de climax van het nummer kracht bij te zetten. Het begint als een verstilde song, maar halverwege gaat het roer om en begint een grande finale.
Arcade Fire haalt alles uit de kast. Neon bible is een overdadige, extraverte, orkestrale plaat geworden. Bombast en kitsch wisselen elkaar af. Maar de Canadezen hebben zoveel in huis dat er binnen al dat muzikaal geweld ongekend gevarieerd wordt. Elk nummer staat stevig op zichzelf en is even karaktervol. Bijna nergens zakt de plaat weg. Natuurlijk zijn er nummers die iets minder indruk maken, maar dan nog zijn die charmant en de moeite waard.
Ondanks de orkesten, orgels en koperblazers is Neon bible gewoon een rockplaat. Alleen is de rock verbreed en verrijkt. Net als op Funeral heeft de muziek ook hier steeds een rauwrandje, alles klinkt in mineur. De zwalkende en ongrijpbare zang (van zowel Win Butler als Régine Chassagne) klinkt even zeurderig en jankend als we van het debuut gewend zijn. Het is juist de zang die de muziek een echt David Byrne-feel (je weet wel, de zanger van Talking Heads) geeft.
Neon bible zal ongetwijfeld een van de beste platen van dit jaar blijken te zijn. De band heeft een ongekende hoeveelheid gevoel in zijn donder en het knappe is nu juist dat dat ook overgebracht wordt. Als emotie muziek wordt ontstaat er iets moois. Dan wordt er niet gecomponeerd met de rekenmachine of de drumcomputer, maar dan stuurt het gevoel de muziek aan. Het lijkt wel of Arcade Fire patent heeft op die manier van musiceren. Gevoelens, emoties, twijfels, angsten worden één op één muziek. Dat levert een onvoorstelbare intense plaat op die de luisteraar wreed bij de lurven grijpt.