Arcade Fire heeft op het moment van mijn schrijven reeds 3 platen uitgebracht, en allemaal hebben ze een kernthema als solide thema. Op deze ‘Neon Bible’ is dat godsdienst (iets wat uit de titel duidelijk valt af te leiden), en tekstueel is het, net zoals ‘Funeral’, niet erg rooskleurig. Op deze plaat staan ook minder uitspattingen dan op ‘Funeral’, terwijl het dan wel weer wat grootser klinkt. Enkele nummers geven ook al de discokant van Arcade Fire voor een deel bloot. Verder ga ik dit niet vergelijken met ‘Funeral’, want dat is niet echt eerlijk; dat blijft in mijn ogen een volstrekt unieke, geniale plaat, en het zal erg moeilijk, zo niet onmogelijk zijn om die plaat te overtreffen. ‘Neon Bible’ is echter een meer dan sterke tweede van de Canadezen.
Het CD-boekje dat bij mijn exemplaar zat, is in ieder geval erg de moeite waard. Alle lyrics staan er in (altijd een pluspunt bij mij!), de overheersende kleur is zwart, met hier en daar wit, als tegengewicht. De foto’s zijn op artistiek vlak erg mooi, en passen ook wel in de sfeer van dit album; een meisje dat een boek leest (de Neon Bible waarover men het heeft, zou ik denken), geflankeerd door twee jongens met een trompet; een hevig klotsende zee waarin dan stilaan in het zwart geklede figuren naar boven komen, met een grote X op de romp (op elke pagina staat zo’n foto, het lijkt wel een kortfilmpje, als je het pagina per pagina bekijkt, maar dan wel een intrigerend kortfilmpje). Op de laatste pagina ontwaar ik een rijtje artiesten die een bijdrage hebben geleverd, dat nog een pak langer is dan op ‘Funeral’. Die pagina leert me ook dat de albumtitel afkomstig is van een roman van de mij onbekende schrijver John Kennedy Toole. Als ik dan even op Wikipedia ga kijken, ontdekt ik dat het een beetje een illuster figuur was, wat dus perfect past bij deze plaat. Een illustere plaat.
Maar goed, de plaat zet in met ‘Black Mirror’, een titel die meteen raak is; enkele woordjes in het Frans mengen zich onder de uitstekende tekst; bovendien is het een spannend, duister nummer. De titel mag dan wel helemaal raak zijn, maar het is toch een beetje een aarzelende start. Die wordt helemaal tenietgedaan door het hierop volgende ‘Keep The Car Running’; een pak vinniger. Handgeklap, ritmisch gitaarspel, pompend drumwerk, en een overtuigend declamerende Win Butler; meer heeft zo’n song blijkbaar niet nodig om geweldig goed uit de verf te komen. De titelsong is een beetje een buitenbeentje, enorm ingehouden, en zelfs een beetje saai, naar mijn mening. Maar de tekst maakt dit draaglijk; je vraagt je af waar het net om gaat, zoals wel vaker bij die semi-vage teksten. Mij lijkt het allemaal vrij apocalyptisch, en dit is misschien een verkeerde gedachtegang, maar de titel zou in dat geval kunnen slaan op het Nieuwe Testament (waar de Apocalyps volgens mijn beperkte Bijbelkennis toch deel van uitmaakt).
Schokkend is dan de opening van de volgende song, ‘Intervention’. Dat gebeurt door middel van een heus kerkorgel, dat het hele nummer lang dreigend op de achtergrond zijn rol blijft spelen. En zo lijkt elke iets mindere song afgewisseld te worden door een kathedraal van een nummer. De manier waarop dit nummer steeds meer aanzwelt, en de haartjes op m’n armen als het ware overeind trekt, is toch een beetje het handelsmerk van deze band. Op ‘Black Wave/Bad Vibrations’ mag Chassagne, de vrouw van Win Butler, nog eens op het voorplan aantreden, met die prachtstem van ‘r. Er klinkt, net zoals op ‘Funeral’, nog steeds een soort kinderlijke onschuld door in haar stemgeluid. Wat ook merkwaardig is, is het feit dat het nummer eigenlijk in tegengestelde richting gaat; Chassagne heeft het eerst over “les vagues de l’oubli”, en in het tweede, dreigende deel van de song heeft Butler het over “There’s a great black wave in the middle of the sea”. Maar ik denk dat het niet zoveel verschil uitmaakt, “Bad Vibrations” en “Black Wave” zou wel eens op hetzelfde kunnen slaan.
Dit nummer vloeit naadloos over in één van mijn favorieten, het heerlijk relaxed beginnende ‘Ocean Of Noise’ (die nonchalante basgitaar, geniaal gewoon!). Het sfeertje dat van deze song afdruipt, is om van te smullen en van te huiveren tegelijk; die tweespalt maakt het net zo’n geweldig nummer. na ongeveer drie minuten treedt de piano prominent op de voorgrond, om de fantastische finale in te luiden. De manier waarop die blazers in het geheel worden geïmplementeerd, getuigt van een uitzonderlijk talent. Samen met de strijkers trouwens, die het dramagevoel nog wat versterken. Zelden heb ik een song zo statig en waardig horen eindigen. En dit keer wordt de rangorde doorbroken; na een geweldig nummer volgt zowaar nog eens een geweldig nummer, dit keer in de vorm van het erg levendige, springerige, wispelturige ‘The Well And The Lighthouse’. De waterput en de vuurtoren; over hoogtes en laagtes, vergeet vooral je ticket retour niet! Het tweede deel van de song (over “the lighthouse”) is haast cabaretesk. Maak er een theatershow van, en trek ermede rond de wereld, zou ik zeggen. Succes zouden ze ongetwijfeld oogsten. Wat dit nummer ook zo mooi maakt, is de toevoeging van de harp, op onnavolgbare wijze bespeeld door Liza Rey. Ook Owen Pallett speelt weer mee op dit album, trouwens, zij het in een wat minder vooraanstaande rol. Dit slechts terzijde.
Want we moeten door met de muziek. Het vorige nummer heeft zich nog maar net in alle stille schoonheid naar z’n einde gesleept, of een vitaal nummer zet in. ‘(Antichrist Television Blues)’. Deze song van ruim 5 minuten is een aangrijpend verhaal van een “God-fearing man”, die een spiegel op de wereld wil richten, in de hoop ‘m weer beter en zuiverder te maken. Het lieflijke, af en toe opdravende pianospel creëert een extra dimensie, en het einde van deze song is wel erg abrupt. Muzikaal is het misschien wel een ode aan de bluesmuziek, want Arcade Fire is toch ook wel gebeten door de oude bluesmuziek, die passie is zeker aanwezig. ‘Windowsill’ is tussen al deze giganten op het einde misschien (tijdens de eerste luisterbeurten toch zeker) een beetje een grijze muis, maar in feite is ook dit weer een erg geslaagd nummer. De wereld gaat naar de haaien, luidt de boodschap, en wij kijken liever in alle vermeende onschuld weg dan er iets aan te doen. Het pijnlijke is dan ook dat dit niet gelogen is. Een ietwat spaarzamer nummer, zeker tegenover het volgende, ‘No Cars Go’. Je hoort al vanaf de eerste noten dat dit in feite één van dé hoekstenen van deze plaat is. Terwijl het tekstueel dan weer niet al te veel om het lijf heeft. De tegenstelling; het ene nummer is een spervuur aan woorden, het andere nummer is een rijke, prachtige omkadering van bondigheid. Dit nummer weet me dan vooral muzikaal uitermate te boeien, want wat zit dit goed ineen, zeg! Dat zijn we natuurlijk van Arcade Fire gewoon, het vioolspel en de blazers zijn niet zelden groots op de werkjes van deze band. Dit is ongetwijfeld het meest grootse nummer op de plaat, een nummer met stadionallures. Een hele waaier aan instrumenten passeert de revue; koude rillingen bezorgende strijkers, warme koperblazers, en ik meen zelfs een innemend stukje accordeon te hebben gehoord. Op een bepaald moment ga je gewoon spontaan in je handen klappen, dat bedoel ik met stadionallures.
Afsluiter is het verrassende ‘My Body Is A Cage’. Een onheilspellend kerkorgel speelt weer een hoofdrol, koorzang weerklinkt in samenhang met Win Butler, en na twee minuten breekt de song nog open ook. Gospel op z’n Arcade Fires.
En dan heb ik het eigenlijk nog amper over de teksten gehad. Die zijn wederom van een erg hoog niveau, en handelen over onder andere angst van het Opperwezen (en het hele gedoe daaromtrent), het verdrukkende leven van de normale man, het verstikkende karakter van het mens-zijn en de verdorvenheid van de wereld. Misschien, in navolging van mijn stukje bij ‘Funeral’, toch ook maar eens enkele geweldige fragmenten tevoorschijn halen:
“Working for the church while your life falls apart;
Singin’ Hallelujah with the fear in your heart.”
(‘Intervention’)
“You’ve got your reasons;
And me, I’ve got mine;
But all the reasons, I gave;
Were just lies, to buy myself some time.”
(‘Ocean Of Noise’)
“I heard the voice;
Calling from just outside the well;
She said: “You fool, now that;
You know your end is near;
You always fall;
For what you desire;
Or what you fear!””
(‘The Well And The Lighthouse’)
Vooral dat laatste fragment vind ik van grote klasse, erg poëtisch uitgedrukt. Ik neem het woord Shakespeariaans niet gauw in de mond, maar dit komt toch aardig in de buurt..
‘Neon Bible’ is een ijzersterke opvolger van ‘Funeral’, en lost de verwachtingen misschien niet geheel in. Maar als ik een tip mag geven; beluister dit plaatje, en denk niet te veel aan ‘Funeral’, probeer je helemaal in te leven in deze plaat. En dan heb je gegarandeerd een prachtige luisterervaring te pakken.
4,5 sterren