PEARL JAM - VITALOGY
Jaren geleden, in 1994 om precies te zijn, woonde er in onze straat een rockband, ‘Pearl Jam’ genaamd. Ik ging samen met mijn beste vriend, Kurt, die zelf ook in een bandje speelde, vaak naar hun repetities kijken. Het was een woensdagavond, redelijk koud, maar altijd plezier verzekerd in de garage bij Eddie, de zanger van de band. Ze hadden op die avond een heleboel nummers af die ze ons wilden presenteren, met het oog op een nieuw album.
Het eerste nummer was ‘Last Exit’, een typische garagerocker. Ik en Kurt trokken een blik Jupiler open terwijl Eddie en z’n mannen vol gas gaven. Stevig nummer, klonk niet slecht!
Daarna volgde een nummer dat nog een stukje harder ging, ‘Spin the black circle’. Nogmaals garagerock van de bovenste plank. Harde gitaren, stevige drums op het juiste moment en Eddie die weer het allerbeste van zichzelf gaf. Drie minuten luchtgitaren later was een applaus van mij en Kurt wel op z’n plaats.
Jeff en Mike, de bassist en gitarist van de band, wilden ons bewijzen dat muziek heel simpel kan zijn. Ze hadden een riff geschreven, die ze een heel nummer vol wilden houden. “Dat kan ik ook”, dacht ik nog. Maar de zang van Eddie maakte van het nummer een perfect geheel. ‘Not for you’ zou de titel worden. Minder hard dan de eerste twee nummers, maar daarom niet minder goed.
Het volgende nummer zou iets gelijkaardig worden. Ook hier weer een simpele riff, met eenvoudige zang over. Het enige verschil met ‘Not for you’ was dat Eddie zich ook in het refrein inhield. Dat maakte van het geheel een iets rustiger nummer met een soort onderhuidse spanning. ‘Tremor Christ’ was geboren.
“Tijd voor afwisseling”, zei Eddie toen. “Afwisseling? Waarom?” Zolang het goed is, mag een band gerust door blijven rocken, vonden wij. Toch nam de groep in het vijfde nummer wat gas terug. Hiermee bewezen ze dat ze veel meer kunnen dan enkel wat op hun gitaren rammen. ‘Nothingman’ is een rustig nummer, een ballad bijna, geleid door een akoestische gitaar en een zachte drum. Prachtig!
“Nog van dat, nog van dat!” Tja, buiten Eddie gerekend natuurlijk. “Eerst moeten we rocken en nu mogen we niet meer rocken? Vergeet het maar!” Tja, de aard van het beestje zeker? ‘Whipping’ sluit weer terug aan bij de eerste twee nummers van het album. Redelijk hard, de nadruk op de gitaren en het typische garagerockgeluid, dat wel meerdere bands in die tijd hadden. Degelijk nummer, maar ook weer niet meer dan dat.
“Het volgende nummer, is één van de beste die we ooit geschreven hebben, maar we willen graag een aanloopje nemen…” Wat hij daarmee bedoelde, was me niet helemaal duidelijk, tot ik ‘Pry to’ hoorde. Het nummer zou duidelijk niet meer worden dan een vullertje, maar ik werd toch wel benieuwd naar wat zou volgen…
Toen volgde een gitaarintro, die langzaamaan luider werd. Eddie ziet dat ik en Kurt op het topje van onze stoel zitten en moet lachen. “The waiting drove me mad!” Inderdaad ja, dat kun je wel stellen. Maar… het was het wachten meer dan waard! Wat een melodie! Wat een tekst! Wat een zang! Wat een gitaarriff! Wat een outro! Na vijf minuten genieten, zijn ik en Kurt met verstomming geslagen. Pure klasse was dat! Zelden gezien! Misschien wel het beste nummer dat ze óóit speelden…
“Komt er nog van dat?” Eddie twijfelt. “Het volgende nummer is eigenlijk een probeersel…” “Hoezo?!” Stone trekt ook een Jupke open. “Daar gaan we weer…”, zucht hij. Eddie trekt ook een blik open en legt ons uit dat ze van het grote publiek afwillen. Hiervoor hebben ze een aantal vullertjes voor het album. “Wat een nonsens”, vindt Kurt, “Als je van het grote publiek afwil, moet je gewoon harder spelen!” Ieder zijn stijl, mij was het eigenlijk om het even… ‘Bugs’ wist me echter niet helemaal te bekoren, het was echt helemaal anders dan hun andere nummers.
‘Satan’s bed’ deed me terug beseffen naar welke groep ik aan het luisteren was. Geen hoogvlieger, maar een leuk nummer dat zeker niet zou misstaan op het album.
Dan kwam er wéér een nummer van een ongezien niveau, ‘Better man’. Het nummer begon met een vreemde intro, om dan over te gaan naar een akoestisch gitaargeluid. De zang van Eddie was verbluffend. Ik weet niet goed wat ik moest doen. Eigenlijk wou ik muisstil zwijgen en genieten, maar als ik de tekst zou kennen zou ik het nummer ook héél luid willen meezingen. Halverwege schakelen ze een niveautje luider, maar dit gaat niet ten koste van de schoonheid van het nummer. Wederom pure klasse van onze buurjongens!
Dan komt er weer een vuller, ‘Aye davanita’. Veel kon ik er niet over zeggen, het was dan ook een nietszeggend nummer.
“Het volgende nummer is het laatste”, wist Eddie ons te vertellen. Jammer, maar helaas, we duimden voor een nummer dat het niveau van ‘Corduroy’ en ‘Better man’ zou halen. Dat deed ‘Immortality’ achteraf gezien niet, maar het is zeker een mooie derde op het erepodium. Prachtig huilende gitaar na het ‘refrein’ en de zang van Eddie die weer ongeëvenaard was. Ik dronk m’n laatste slok bier door en begon enthousiast te applaudisseren. Geweldig!
“Op de cd zal dit niet ons laatste nummer zijn”. Ik spuugde het bier dat ik nog niet had doorgeslikt terug uit. “Wablieft?” Ik probeerde hem nog op andere gedachten te brengen. ‘The Downward Spiral’ eindigt toch ook met ‘Hurt’? ‘The Bends’ eindigt toch ook met ‘Street spirit’? Deze cd moet gewoon eindigen met ‘Immortality’! Jammer maar helaas. Fans afschrikken bleek voor Eddie belangrijker dan in schoonheid eindigen. Misschien waren onze buurjongens wel wat te groot geworden. De garagerockers waren bekend geworden met hun twee eerste albums. Misschien komt het hen wel ten goede om hun status van garagerockers te behouden… Pearl Jam had werkelijk álles om de grootste band ter wereld te worden, maar moest dat? Ik weet het niet… Misschien was het wel beter zo…
In die tijd waren ik en Kurt beste vrienden, maar nu is mijn band met Eddie toch beter. Vrienden voor het leven, als het van mij afhangt!
(Alles in het verhaal is gebaseerd op waargebeurde feiten, hoewel het ook zou kunnen dat we Maes dronken…)
Onder het motto “doe maar eens goed zot”: ik verhoog deze ‘Vitalogy’ van 3,5* naar 4,5*. Stilaan op weg om mijn favoriete band te worden…