MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Japan - Quiet Life (1979)

mijn stem
4,00 (263)
263 stemmen

Verenigd Koninkrijk
Rock / Pop
Label: Hansa

  1. Quiet Life (4:52)
  2. Fall in Love with Me (4:32)
  3. Despair (5:59)
  4. In Vogue (6:33)
  5. Halloween (4:25)
  6. All Tomorrow's Parties (5:43)
  7. Alien (5:02)
  8. The Other Side of Life (7:24)
  9. All Tomorrow's Parties [12" Version] [1983 Remix] * (5:15)
  10. All Tomorrow's Parties [7" Version] * (3:33)
  11. A Foreign Place [B-side of Quiet Life] * (3:10)
  12. Quiet Life [7" Version] * (3:51)
toon 4 bonustracks
totale tijdsduur: 44:30 (1:00:19)
zoeken in:
avatar van dazzler
5,0
QUIET LIFE 1979

Dit is voor mij de ontdekking van het jaar (de laatste jaren).
Ik kende Tin Drum en flarden van Gentlemen Take Polaroids.
Pastelkleurige, bijna impressionistische synthpop.

Maar Quiet Life helpt me de definitie bij te stellen: synthrock it is.

Op meersterlijke wijze slaagt Japan erin om alle ingrediënten
uit de jaren 70 rock (Roxy Music, Brian Eno, David Bowie en Lou Reed)
te integreren in een soort blauwdruk voor de jaren 80 synthpop.

De single Quiet Life (gek dat ie geen hogere ogen gooide)
is meteen de perfecte kennismaking met het hitpotente Japan.
Dit is de originele Duran Duran sound: zelfde door Giorgio Moroder
geïnspireerde, electronische beat, zelfde gitaarlikjes, zelfde synthesizer toets
en bovenal ook zelfde kreunstem ... wie dit niet hoort is doof.

Fall in Love with Me rockt recht voor zich uit en laat de invloed
van de reeds vermelde groepen (Roxy Music in het bijzonder) horen.
Dit album is daarom de ware scharnierplaat tussen jaren 70 en 80.

Despair vind ik één van de allerbeste songs hier.
Die spaarzame piano doet me denken aan Depeche Mode,
wanneer Martin Gore in een sentimentele bui verkeert.
Ik hoor in de ritmebox zelfs Anne Clark op Changing Places.
Despair (wanhoop) verklankt de weemoed van de new wave.
In de verte kermt een warme saxofoon op mellotron akkoorden.

In Vogue klinkt als Roxy Music op Avalon (ahead of time dus).
Melodische glijdende bas en fris borrelende synthesizers
doen zelfs aan de pastelwave van Cocteau Twins (Garlands) denken.
Op Quiet Life is Japan, meer nog dan Bowie, de kameleon
van de toekomstmuziek. Een zeer rijk gearrangeerd palet.

Halloween laat horen waar Duran Duran en Roxy Music
elkaar vinden. Zeer merkwaardig hoe een groep als Duran Duran
er nauwelijks drie jaar later in slaagt om met vergelijkbare synthpop
wel de internationale hitstatus te bereiken. Japan kwam te vroeg.
Abba en Boney M zwaaiden nog steeds de plak in 1979.

All Tomorrow's Parties is gedoemd om in het niets
te verglijden naast het origineel van Velvet Underground.
Maar het gebeurt niet, integendeel. Japan doet wat het een heel
album lang bevestigt. Alle ingrediënten uit het verleden die bepalend
zullen zijn voor de new wave met veel verve herinterpreteren.
Deze cover is de beste VU cover die ik ooit hoorde.

Alien neemt ons mee onder water, waar een bevreemdende
bas de boventoon voert. Kan het dat ik hier sporen hoor die me
naar The Cure brengen. De basgitaar op deze plaat heeft
veel van de kronkelende baslijnen van Simon Gallup.
Boven op die baslijn hoor ik eens te meer Duran Duran.

The Other Side of Love sluit het album magistraal af.
Opnieuw speelt de grand piano de hoofdrol in dit bijzonder
geraffineerd gearrangeerd stukje muziek. Een bijzonder geladen
ballad die als een verloren schakel elke jaren 80 new wave act
schatplichtig maakt aan het meer avantgardistische jaren 70 geluid.
Leg deze orchestratie naast ABCs Lexicon of Love bijvoorbeeld.

David Sylvian moet oppassen dat hij zichzelf niet in slaap kreunt.
Meteen het enige minpuntje van het album aangehaald.
Te veel focus op het slepen van Sylvians stem kan indigestief werken.
Net zoals het dat ook doet bij Morrissey: weeping singers.

Op de remaster, krijg je naast de gestroomlijnde single edits
van Quiet Life en All Tomorrow's Parties, ook nog een klein juweeltje
cadeau in de vorm van de instrumental A Foreign Place.
Hier wordt de aanzet gegeven naar het oosters getinte geluid
waarvan Japan zich op Tin Drum zal bedienen.

Dit album hoort eigenlijk in mijn top 10 thuis. Heerlijk.

avatar van aERodynamIC
4,0
Van Japan ken ik alleen de 2 albums Gentlemen Take Polaroids en deze.
Japan was typisch zo'n 80's naam die ik in die tijd ook kende en toch ook weer niet. Ik had er toen niks van in huis en zag de naam wel eens voorbij komen, of op de radio hoorde ik eens wat en daar bleef het dan bij.
Pas later ben ik deze 2 albums terug gaan beluisteren en dan is dat toch anders dan wanneer je het op moment van verschijnen had gedaan. Maar ja, als tiener had ik niet genoeg geld om alles maar te kopen en zoiets als downloaden bestond nog niet.

Opener en tevens titelsong Quiet Life laat horen waar Duran Duran de mosterd vandaan haalde. Het leuke is dat het anno 2009 nog steeds fris klinkt ook al hoor je wel dat het niet van nu is. Dat vind ik een knappe prestatie. Dit is pop van de bovenste plank!
Dat ook Fall in Love with Me invloed op de Durannies heeft gehad kan niet missen want dit is ijzersterke pop. Het bijzondere is dat ik 80's hoor terwijl het toch wel degelijk eind jaren '70 is. Het is een beeld dat me maar niet los kan laten. Er is inderdaad ook wel wat Roxy Music in terug te horen.
Despair is heerlijk melancholiek, donker, en toch ook weer niet te zwaar. Depeche Mode had soms ook wat van dit soort nummers en ik kan de vergelijking niet uit mijn hoofd zetten. Hier geldt wederom dat Japan ze allemaal voor was.
In-Vogue zal dan weer invloed hebben gehad op een bandje als Talk Talk. Het geluid dwarrelt de boxen uit en de stem past er perfect bij: alles klopt gewoon aan dit nummer.
Halloween kan het commentaar krijgen wat ik bij de eerste nummers al gaf: Duran Duran heeft er goed naar geluisterd. En dan sluit ik me aan bij de andere commentaren hier dat het opvallend is dat juist die band er mee aan de haal ging. Blijkbaar was het grote publiek nog niet toe aan deze muziek.
Om een cover te maken van één van mijn geliefde nummers ooit, All Tommorow's Parties, moet je heel erg veel lef hebben en laten de mannen van Japan dat dan ook hebben want deze versie vind ik op zichzelf kunnen staan. Het wordt nergens verkracht en het krijgt een liefdevolle behandeling inclusief vertaling naar het geluid dat Japan met dit album uitstraalt. Perfect gedaan, ik kan niet anders zeggen.
Alien sluit met zijn intro perfect aan op het vorige nummer om vervolgens wat funky geluiden er doorheen te gooien waardoor het uiteindelijk een swingend pop/funk nummer wordt.
Met The Other Side of Life krijgen we de afsluiter die dit album verdient. Een mooie, ontroerende sfeer met de perfecte heldere klanken.

Het is grappig om er met deze Japan-revival op musicmeter achter te komen dat ik maar op 1 Japan album gestemd had en dat ik deze over het hoofd had gezien. Het is dan ook wel een tijd geleden dat ik dit voor het laatst hoorde. Maar ook ik haak aan bij de opleving en kan concluderen dat dit nog steeds een schitterend album is dat heel veel invloed heeft uitgeoefend in de muziekbizz en dan mogen we best praten over een klassieker.

avatar van deric raven
4,0
Dat Clearasil je van de puistjes af helpt is natuurlijk een grote leugen.
Maar als puber wil je alles proberen om maar beter in de smaak te vallen bij het vrouwelijke geslacht.
Zo ook onze Simon, die tevens aanleg heeft om wat dikker te worden.
Als je dan ook nog een achternaam heeft die simpel te herleiden is tot bonbon, dan heb je een probleem.
Het was dan ook een geschenk uit de hemel dat zich een band zich presenteerde waarbij de leden zich verschuilen achter een dikke laag make-up, en er toch cool uit zagen.
Je hoort een single en vanuit dat beginpunt besluit je een heel album te maken.
Het bewuste nummer was Quiet Life.
Het album het debuut van Duran Duran.
Natuurlijk is het image van Japan niet geheel origineel.
Ik ken opnames van David Bowie die Golden Years aan het performen is; geheel strak van de coke.
Om de lichamelijke aftakeling te verbergen werd er de nodige gezichtsverzorging toe gepast.
Maar bij David Sylvian had het een ander effect.
Zijn iets wat vrouwelijke verschijning met dito stemgeluid heeft iets mysterieus en sensueels.
Bij hem was het om de een of andere reden verantwoord.
Japan is ook een goed gekozen naam.
Op Quiet Life hoor je al de Oosterse invloeden door; iets waar ze voor mijn gevoel op Tin Drum te ver in door draaiden.
Zijn geslaagde samenwerking met Ryuichi Sakamoto als logisch vervolg.
Eigenlijk is Quit Life een overgangsplaat.
De glamrock van voorheen vervaagd langzaamaan tot het sfeervolle sobere latere werk.
Juist deze periode vind ik het meest interessante.
Postpunk heeft meestal een link met David Bowie, zo ook nu weer, alleen is nu het element van stijlicoon meer op de voorgrond gebracht.
Wave voor de gentlemen.

avatar van BoyOnHeavenHill
5,0
Ergens op het snijvlak tussen Bowie, Roxy en Moroder, alles zeer stijlvast en atmosferisch. De cover van All tomorrow's parties had niet gehoeven en die "Woh-oh, woh-oh" in het refrein van Halloween kan mij niet zo bekoren, maar de rest is tamelijk briljant, met als hoogtepunten voor mij het ijselijke Despair (met die klaaglijke Bowie-sax) en het lang (maar toch nooit lang genoeg) uitwaaierende The other side of life.
        Overigens wordt in het boekje van mijn vroege CD-versie (op het Hansa-label) de naam John Punter nergens genoemd: daar is dit album "Produced by Simon Napier Bell and Japan for Hansa Productions Ltd."

avatar van brandos
4,5
Prachtig melancholiek album. je kon wel horen dat Sylvian nogal door Bowie en Roxy beïnvloed was. Wat wel weer bijzonder is is dat Japan in dezelfde kwaliteitsklasse verkeerde met onder meer dit album. Na het overlijden van Mick Karn heb ik de plaat nog eens gedraaid, geheel geconcentreerd op zijn (fretloze) basspel en ben toen nog meer onder indruk geraakt.

avatar van Reint
4,0
Japan is hier beïnvloedt door de groove op Bowies Lodger. Sylvain zingt hier subtieler, en is beter geproduceerd. De titeltrack zit ijzersterk in elkaar, heeft een goede instrumentatie, maar moet oppassen dat het niet te glad en tandeloos wordt. Fall in Love with Me is een mix van de zelfverzekerde Roxy-pomp en een Low-instrumental. De instrumentatie knauwt hier hard genoeg om overeind te blijven. Op 'Despair' schrijft Sylvain de beginselen van 'Night Porter'.

'In Vogue' is top. Het heeft iets van Roxy Music en iets van Japan zelf; het soort groove dat ze hier neerzetten, een soort van zwevende, afstandelijk maar soepelende jazz waar de regendruppels vanaf lijken te druppen.

Halloween heeft eenzelfde soort tropenvogeljazz-groove, met het zelfde soort speerachtige gitaarbends in het refrein die Phil Manzanera inspeelde op Roxy Music's 'Serenade'.

De Velvet Underground-cover 'All Tomorrow's Parties' is verrassend, en eigenlijk gewoon superschattig. Instrumentatie is top.

'Alien' heeft de groove van een buitenaardse pudding. Op zich intrigerend, maar de zang en melodie doen voor mij niet genoeg.

Gek genoeg klinkt 'The Other Side Of Life' buitenaardser en vreemder over dan de voorganger. Ballads kunnen ze; file onder proto-Night Porter. Stiekem zelfs een beetje Portishead-achtig.

Nog weer beter dan de voorganger (die weer beter was dan diens voorganger)!

avatar van RonaldjK
3,5
In mijn reis door de eerste jaren van synthpop/new wave was ik bijna Japan vergeten. Een jaar voordat Ultravox hetzelfde deed, maakten zij op hun eveneens derde album een voorzichtige transitie van gitaarwave naar synthwave.
Ik kende de groep van de radio: Adolescent Sex was met stevig gitaarwerk en snerpende stem een hit in februari tot begin april 1979. Dat geluid was losgelaten, waarbij Japan in tegenstelling tot Ultravox geen nieuwe frontman inlijfde. Wel wijzigde David Sylvian zijn zangstijl naar een ingetogener en warmer geluid. Ook zijn de gitaren niet meer luid en laten de nieuwe digitale technologieën van 1979 zich op Quiet Life af en toe gelden.

Het album was vooraf gegaan door de (ook in eigen land) geflopte single Life in Tokyo, waarvoor de heren de hulp van synthpionier Giorgio Moroder hadden ingehuurd. Een heel album met hem leek hen geen goed idee. Toch klinken de invloeden van de Italiaan in sommige nummers en dat zijn juist degene die ik het beste vind. De single zou zelfs niet op het album verschijnen, maar in 1981 op verzamelaar Assemblage.
Synths klinken dominant in Quiet Life en Despair. Voor het overige klinkt artrock, zoals voorheen bij Roxy Music of sommige nummers van Bowie’s Heroes en Lodger, de laatste in datzelfde 1979 verschenen. Die vergelijkingen dringen zich vooral op als er saxofoon klinkt, zoals in All Tomorrow's Parties, oorspronkelijk van The Velvet Underground en Nico. Ook fraai is The Other Side of Life, dat halverwege orkestrale ondersteuning krijgt.

In Oor was Alfred Bos positief, getuige het fragment van zijn recensie uit januari 1980. Als ik dit album vergelijk met Vienna van Ultravox van het jaar erna, hoor ik dus dezelfde overstap. Japan en Sylvian in het bijzonder maken hier echter de overgang naar bedaagdere sferen, zich verwijderend van de felle new wave van voordien.

avatar van Rainmachine
5,0
Net de super-de-luxe boxset van dit album gekocht, mooi hoor en ook een terechte uitdieping van dit fraaie album. Kwam ook dit prima interview tegen met Rob Dean en Steve Jansen: Steve Jansen and Robert Dean on Japan’s Quiet Life – SuperDeluxeEdition

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 08:22 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 08:22 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.