We say that we're in love
While secretly wishing for rain
Sipping coke and playing games
-
Kennen jullie ook van die artiesten die je opeens genadeloos weten te grijpen? David Sylvian was voor mijn zo’n artiest. Ik had gek genoeg een stuk of 3 albums van hem in mijn kast staan, maar ik vond ze, naar later bleek onterecht, vrij middelmatig. Tot ik zoals zo vaak voor de koopjesbak van de kroeze stond. Eigenlijk gek dat ik dit album kocht. Een flink staaltje hardleersheid, al zou ik waarschijnlijk de hoge rating bij MuMe in het achterhoofd gehouden hebben. Het had niet beter kunnen uitpakken.
-
David Sylvian weet op grandioze wijze elementen van verschillende muziekstijlen te combineren om met iets op te proppen te komen dat niet binnen de gebruikelijke conventies valt. Het lijkt nog het meest op akoestische pop, maar klinkt soms licht symfonisch en dan weer welhaast folky(denk aan een Nick Drake).
-
Het album begint al erg sterk met het prachtige pianospel van Ryuichi Sakamoto. Ik denk dat het essentieel is voor een klassieker om gelijk bij de opener een goede sfeer neer te zetten. Daar slaagt dit nummer met verve in, de melancholische gevoelens van dit album worden gelijk al goed overgebracht. Heerlijk intiem: enkel Sylvians stem en piano. Geniaal in zijn eenvoud, maar verre van het beste nummer en dat zegt alles over de kwaliteit van dit album.
I wrestle with an outlook on life
That shifts between darkness and shadowy light
I struggle with words for fear that they’ll hear
But Orpheus sleeps on his back still dead to the world
-
Orpheus raakt me enorm door de prachtige tekst. Zelf ben ik een pessimist en dan zijn de woorden van Sylvian een schot in de roos. Zeker op momenten dat het me tegenzit is muziek, hier gepersonifieerd door de klassieke muzikant orpheus, een geweldige steun in de rug.
-
“The devil’s own” begint met het zelfde soort sacrale pianospel als September zei het met een donkerdere kleuring. Houtblazers doorbreken echter de sereniteit Een prachtig nummer dat klinkt als zonnestralen door de bladeren van een donker bos. Licht dat zijn uiterste best doet om de duisternis buiten de deur te houden.
-
Let the Happiness in begint ironisch genoeg als een treurmars, maar ontwikkelt zich tot het meest optimistische nummer van dit album. Qua instrumentatie wijkt dit nummer ook enigszins af: het klinkt jazzy en mist de kale sound van de voorgaande nummers. Het tekst lijkt af te willen rekenen met de vertwijfeling die zo sterk in de andere nummers te vinden is, ware het niet….
-
Dat Waterfront de vertwijfeling in vol ornaat laat terug keren. De strijkers introduceren een dramatische sfeer. Sylvian vraagt zich openlijk af of hij de volgende golf van melancholie overwint. De liefde die sylvian net als in het openingsnummer in twijfel trekt lijkt dan ook niet de liefde van/voor een vrouw te zijn, maar de liefde voor het leven zelf.
Here the memories come in waves
Raking in the lost and found of years
And though I'd like to laugh at all the things that led me on
Somehow the stigma still remains
Is our love strong enough?
Prachtig album, dat in zijn pastorale, kale schoonheid veel teweegbrengt. Op momenten weet de vertwijfeling en melancholiek(met name in Orpheus) voor herkenning te zorgen. Muzikaal staat deze plaat vol akoestische pracht en praal. Er wordt werkelijk waar geen noot te veel gespeeld. Het album is maar 34 minuten lang, maar biedt enkel topkwaliteit. Meesterwerk!!