MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Nick Cave & The Bad Seeds - Wild God (2024)

mijn stem
3,94 (358)
358 stemmen

Australiƫ
Rock
Label: Bad Seed

  1. Song of the Lake (3:36)
  2. Wild God (5:19)
  3. Frogs (4:34)
  4. Joy (6:13)
  5. Final Rescue Attempt (3:56)
  6. Conversion (5:17)
  7. Cinnamon Horses (5:16)
  8. Long Dark Night (3:33)
  9. O Wow O Wow (How Wonderful She Is) (4:33)
  10. As the Waters Cover the Sea (2:04)
totale tijdsduur: 44:21
zoeken in:
avatar van chevy93
davevr schreef:
Relevant bij wie? Kijk eens naar een doorsnee van zijn publiek. Dat zijn 95% dezelfde mensen als 20 jaar geleden. Ik denk dat heel mijn Facebook vriendenlijst bij zijn laatste concert aanwezig was...
Ik denk juist dat Nick Cave best aan zieltjes wint onder muziekminnende jongeren. In mijn omgeving ken ik best wat mensen die bijvoorbeeld behoorlijk onder indruk waren van zijn show op Best Kept Secret, niet bepaald een festival voor Cave-fans van het eerste uur.

Niet dat dat hem direct relevant maakt, maar het is volgens mij niet zo dat Nick Cave uitsluitend teert op fans van het eerste uur. Maar ik zal je na zijn concert in september vertellen hoeveel mensen onder de 35 er rondliepen.

avatar van aERodynamIC
5,0
Stelt Nick Cave eigenlijk wel eens teleur? Ik kan het me niet echt heugen. Ghosteen was wat mij betreft een mindere worp, maar als ik er dan 4* aan toeken kan je dat moeilijk als matig bestempelen.

De singles van Wild God heb ik vooraf maar 1 of 2 keer beluisterd. Ik wilde dit in het grote geheel horen, tegelijk met de andere parels, mits het parels zijn natuurlijk. Dat vertrouwen was er wel naar aanleiding van die singles. En verdomd: Wild God heeft me vanaf de eerste tonen volledig in z'n greep.

Ik hoopte op wat ruigere nummers en meer uptempo, maar dat valt enigszins tegen. De rijke orkestrale inkleuring die hier en daar opduikt en de gospel-getinte achtergrondzang maken dat in één klap goed. Het heeft een beetje het trage van albums als The Boatman's Call en No More Shall We Part maar dan met een geluid dat ook op Abattoir Blues / The Lyre of Orpheus hoorbaar was.
Tegelijkertijd voelt het ook wel aan als een logische voortzetting van de laatste twee albums (vooruit: drie als we Carnage ook meerekenen).

Klinkt als een hoop donkere somberheid, maar gek genoeg klinkt er op dit album eindelijk een soort positief gevoel in door. Het treuren wordt omgezet in licht, het is allemaal wat losser. De Bad Seeds zijn terug na het quarantaine album met Warren Ellis. De messias omhelst ons allen als luisteraar, en wie aanwezig is bij zijn optredens deze tour en vooraan weet komen te staan zal dat ongetwijfeld ook letterlijk wel weer kunnen doen, want dat is onderhand een zekerheid bij Cave. Aanbidding van een godheid is niet ver weg meer onderhand; iets wat Cave meer en meer voor elkaar krijgt op het podium (wat je daar ook van moge vinden). Een wilde God? In dit geval eentje die toch echt wel wat wilde haren kwijt is geraakt in de loop der jaren. En dat levert desondanks toch prachtplaten als deze op, met een voorkeur voor kant A (titeltrack Wild God als hoogtepunt).

avatar van deric raven
5,0
Wat als je de geschiedenis kan herschrijven en je instapmoment ergens in de verlichte slaapkamer van de albumhoes van Push the Sky Away ligt. Stel je voor dat dit uitgangspunt het startsein van Wild God is, en je de daarop aansluitende tien jaar eenvoudig simpel kan wegfilteren. De afgelopen periode zonderde Nick Cave zich met Warren Ellis meer van The Bad Seeds af, en zetten samen rouwende lijnen uit om verdriet een plek te geven. Live vindt de zanger zichzelf opnieuw uit, doopt zich onder in gospel en soul en zijn contact met het nieuwwassen publiek lijkt intenser dan ooit te zijn. God is in the House, het boetekleed wappert als een op maat gesneden zwarte mantel om het graatmagere lichaam heen.

Bij het intieme Song of the Lake valt alles op zijn plek. Het stiekeme genot van een badende vrouw in de buitenwereld, niet als een gluurder, maar het ultieme plezier van zoveel pure schoonheid. Soms moet het niet moeilijk zijn, soms zit de schoonheid in de kleine dingen. Hij is niet alleen een priester, maar nog steeds een vrouwenverslinder, die met zijn prekende vinger een versierende uitwerking heeft. Ja, hij heeft het nog steeds in zich. Het koor draagt Nick Cave, die tevens het sterke verhalende stemgeluid nog steeds bezit. Geen verbittering, maar het gelukzalige gevoel van het stille genieten. Nick Cave zingt alle vrouwen in zijn leven toe, zoals alleen hij dat kan, liefkozend zelfverzekerd. Het aardse paradijs ligt voor het oprapen, je moet het enkel beseffen.

Dan bemerk je dat hij in het prachtige tot soulclimax opwerkende titelstuk Wild God op het verval neerkijkt, en zijn positieve beeld afdrupt afgebroken wordt. Er zijn verwijzingen naar het moeizame opnameproces van Let Love In, de prostituees van Jubilee Street, de wederopstanding en de bijna kitscherige profetische voorspellingen. Een verrijzing vanuit de duisternis. Het lijmt de scherven van het Jubilee Street nachtleven tot glinsterend mozaïek aan elkaar. Geen spanningsbogen deze keer, wel dat uitbundige soulkoor. Het wekt de indruk dat maestro Warren Ellis slechts in de rol van dirigent treedt, en meer op de achtergrond aanwezig is. En toch gebeurt er ook nu weer iets bijzonders. Elke luisterbeurt wint het Wild God nummer aan kracht, elke keer weet hij je nog meer te raken, zoals alleen Nick Cave dat kan.

Zou Nick Cave zich niet zozeer door zijn compagnon laten leiden en zelf de uitgestippelde koers bepalen? Deze vriendschap met de violist overstijgt het verraad van vroegere bandleden die plotseling afhaakten. Moet ik voorzichtig concluderen dat de grootmeester hier in herhaling valt, en zo ja, is dit dan een vervelende bijkomstigheid? Hij citeert absoluut uit zijn eigen werk, en voegt geen nieuw hoofdstuk toe, het is slechts essentiële verfijning die hij de luisteraar schenkt.

De aanwezigheid van Warren Ellis is stukken bepalender in de natuur belevende, vintage musicalsfeer van Frogs. Natuurlijk is het theatrale kitsch, Nick Cave is altijd al een groot liefhebber van dit soort goedkope prullaria geweest. Ook hier een overvloed aan verwijzingen naar God, en de duivelse handelingen van de volgelingen. Hoe luguber kan de liefde zijn, hoe dwaas gaat men met pijn om. Natuurlijk is dat verdriet er nog steeds, natuurlijk reikt zijn hand naar de hemel uit om de twee zoons te bereiken. In het reine komen met het omkeerbare verleden. Is het opgewekte geluksgevoel wel zo puur en de hoera-stemming wel zo gemeend?

Hoe eenzaam kan een huiskamerpiano zijn als het onverwachte afscheid slechts pijnlijke bluessongs oplevert. Hoe kil is het dagelijkse ontwaken als de eerste gedachtes vanzelf naar het verlies toegaan. Joy is de moeizame start, de strijd tegen de ochtenddepressies. De nummers die vrijwel solo achter de piano tot stand komen staan bij het eeuwigdurende verlies stil, de tegenpool van de bijna hysterische uitbarstingen van begeleidingsband The Bad Seeds. Je bemerkt in Joy de aanwezigheid van Warren Ellis die in de schaduw wurgend aan de touwtjes trekt. Joy ademt de concertregistratie Idiot Prayer uit, en misschien wordt daar in die afwezigheid van The Bad Seeds het zaadje wel gepland.

Nick Cave verlaat zijn piano niet, de complexe experimentele begeleiding van Warren Ellis drukt wel de stempel op het gure Final Rescue Attempt, waar de toetsenaanrakingen als verpletterende regendruppels hun werk doen. Een wervelwind aan soft noise vervult de ruimtes, botst tegen de muren en zoekt naar de uitweg, de geopende slaapkamerraam van Push the Sky Away, waar het gezinsgeluk nog geen zichtbare deuk heeft opgelopen. De begrafenisstemming zit diep in het aan Ghosteen gelinkte Cinnamon Horses verweven. Vrienden doen hun best om troost te bieden, de zilvergrijze Cinnamon Horses zijn exact dezelfde Bright Horses die galopperend de Galleon Ship passagiers op hun heldentocht naar het hemelrijk begeleiden.

Conversion is het afgesloten zolderkamertje in de ziel, waar problemen zich opstapelen en zich onder een isolerende stoflaag bedekken. Liefde overwint het verlies niet, het is een helend hulpmiddel dat tevens het bijna kinderlijke lieve O Wow O Wow (How Wonderful She Is) siert. Het is wel even schrikken dat Nick Cave het toelaat dat een vocoder zijn repertoire binnendringt. Dit en het gefluit had van mij niet gehoeven, Warren Ellis moet in het vervolg met zijn tengels van dat onbezielde speeltje afblijven. Ook het gebruik van het onbevangen vrolijke telefoongesprek met de alweer drie jaar geleden overleden Anita Lane in de track is niet de Nick Cave die we kennen. Een mooi eerbetoon, maar niet meer dan dat. Ik vergeef hem deze kleine misstap.

De pianoballad Long Dark Night koppelt zich van de jarenlange verdovende sluimertoestand los. Zelfs het kwaad vindt zijn oorsprong bij God, de duivel is slechts zijn nachtelijke metgezel die in het ontwakende daglicht gepast naar het innerlijke rustpunt van de Heer terugkeert. Een tiran, een parasiet, onderhuids voedend voortlevend, minder aan de oppervlakte aanwezig. De demonische dreiging van het oude werk is geheel verdwenen, maar moet je dit van een artiest die de pensioenleeftijd aantikt wel verwachten? Nick Cave blijft echter Nick Cave, en de behoefte om nogmaals zijn innerlijke kwellingen publiekelijk te etaleren is minder aanwezig, al wordt hij continu op dit gegeven gewezen. Dan toch maar nogmaals die oprechte overgave.

As the Waters Cover the Sea bedekt, en grijpt op het houden van terug. Het besef dat de liefde niet op het juiste moment de juiste personen bereikt. Wild God is overduidelijk de opvolger van het confronterende persoonlijke Ghosteen en niet de gehoopte doorstap die Nick Cave met Push the Sky Away inzet. Het sentiment van The Good Son ligt op de loer, en uiteraard is er de verwelkoming naar de bijna nog evangelischer plaat No More Shall We Part. Wild God is geen meesterwerk, wel een meesterzet. Wild God past bij de gemoedstoestand en gepensioneerde leeftijd van de actieve zanger, die duidelijk op dit moment live op een soort een succesvolle tweede jeugd functioneert en populairder dan ooit is. Het titelstuk Wild God zal terecht in de toekomst tot een publieksfavoriet uitgroeien.

Nick Cave & The Bad Seeds - Wild God | Alternative | Written in Music - writteninmusic.com

avatar van Drs. DAJA
4,0
Gisteren om 18:00 was Wild God te beluisteren bij een aantal platenzaken en één daarvan was Concerto in Amsterdam. Ik ging er vanuit dat Nick Cave met een vrolijk album zou komen (hij had immers gezegd dat hij en de band in een goede stemming waren tijdens de opnames). Maar hoe klinkt dat dan? Een vrolijke Nick Cave and the Bad Seeds? Ik heb direct na de luistersessie mijn recensie opgenomen:

Wild God recensie

avatar van Kaaasgaaf
4,5
Ik laat me altijd graag door mr cave verrassen en vond het daarom wat jammer dat hij in tegenstelling tot z’n vorige paar platen dit nieuwe album niet in één keer dropte, maar al zo ver van tevoren nummers ervan uitbracht. Nummers die me wel uitstekend smaakten en het vermoeden bevestigden dat er een nieuwe periode aangebroken was in zijn werk, na het hoofdstuk van benauwende ontreddering gedoopt in spookachtige synthesizers. Carnage voelde al als een overgangsplaat, met nummers waarin er plots weer branie in zijn stem klonk en manie in de muziek. Die lijn wordt op Wild God dapper doorgetrokken en het album als geheel blijkt mij gelukkig wel degelijk zeer te verrassen. Op basis van met name het titelnummer had ik verwacht dat hij voor iets relatief lichtzinnigs zou gaan, zijn masker van gospelprediker uit de Abattoir Blues-mottenballen halend. Na een periode van diepe donkerte is het begrijpelijk en ook heel goed dat het licht gaat schijnen, maar ik ben toch wel heel blij dat Wild God meer is dan een heerlijke herhalingsoefening. Véél meer.

Ondanks de godvruchtige koren en louterende toon heeft Wild God toch meer gemeen met een Ghosteen dan met een Abattoir Blues, dat wil zeggen: de muziek mag dan grotendeels episch extatisch klinken, de enorme gebrokenheid klinkt nog steeds door Caves stem, dit wordt op geen enkele manier verdoezeld, het masker blijft af. En in zijn teksten blijft zijn persoonlijk zoektocht naar zingeving in een verscheurde wereld centraal staan, associatief verhalend, met altijd meer vragen dan antwoorden.

In die teksten zal ik me wel meer moeten verdiepen, want wat mij ook opvalt aan Wild God: dit is waarschijnlijk van al Cave's platen (op zijn soundtracks uiteraard na dan) degene waarin de teksten het minst centraal staan. Simpelweg omdat de muziek zo enorm overrompelend is, een wall of sound waarin zelfs die immer hemel en hel aanroepende stem zo nu en dan in mag verzuipen. Al is Fridmann een van mijn favoriete producers leek hij me aanvankelijk een onlogische combinatie met Nick en zijn zaadjes, maar de kenmerkende surrealistische bombast (met hier en daar wat elektronische elementen) past juist wonderlijk goed bij de honger van met name Warren en Nick om steeds weer nieuwe meeslepende muzikale wegen te betreden en maakt van Wild God een album dat - ondanks de nodige vertrouwde elementen - in dit Oeuvre toch weer zo volstrekt op zichzelf staat.

Ik zie ernaar dit album steeds verder te ontpellen, om er steeds weer achter te mogen komen hoe heerlijk raadselachtig het blijft, en het over enkele weken ook weer live mee te maken. Zal weer volstrekt anders zijn dan de laatste keer dat ik hem zag, met Warren in Carré, maar net als toen zal het weer een nieuwe verdieping en troostrijke intensiteit geven aan de muziek, en daarmee aan het leven.

avatar
herman schreef:
Het luisteren van een nieuw Nick Cave-album gaat steeds meer op het bezoeken van een kerkdienst lijken.


Je zegt dit alsof het iets slechts is. Heaven forbid dat Nick zich waagt aan pastoraal werk... Voorspelbaar antwoord van iemand voor wie het religieuze aspect in muziek als kryptonite lijkt te werken. Ben je atheïst? Ik zie niks dan gezeik op social media, de grote verontwaardigingsshow van de onverbeterlijke atheïst.

We hebben eerder Ghosteen gehad en Skeleton Tree, ja, maar ook een aaneenschakeling van ruiger werk uit een meer rebelse era. Toen klaagde men niet.

Dit werk is van het ene tot het andere nummer ook gewoon onderscheidend. Skeleton Tree, Ghosteen en Wild God hebben allen een andere muzikale benadering, het is allemaal net van een andere stempel.

avatar
3,5
Ik was een beetje afgeknapt op Cave na Ghosteen en zijn recente soloalbum, maar op Wild God toont hij weer flarden van de kwaliteit die hij in de 3 decennia voorafgaande aan bovengenoemde platen eigenlijk continu liet horen; met name op het titelnummer en het middenstuk van Final Rescue Attempt naar Long Dark Night.

Sowieso is de gospel wel weer een nieuwe smaak in het cave-palet. Helaas slaat ie soms iets te veel door op Wild God en heeft het een te hoog 'Kumbaya, My Lord'-gehalte, met name in Joy en de 2 slotnummers. Al met al verwacht ik dat niet een topper in zijn oeuvre gaat worden, maar wel gewoon een degelijke plaat. Ik zet in op 3.5* met voorzichtige groeipotentie naar 4*.

avatar van Boomersstory
2,0
Ik ben een groot fan van Cave en his Bad Seeds. Maar die huilerige jankende achtergrondkoortjes op de laatste albums- en met name nu op Wild God -beginnen mij flink tegen te staan. Op dus naar een nieuw fris werk in 2025!

avatar
5,0
Ik was een beetje bang dat "wild God" wat zou tegenvallen. Maar luisterbeurt na luisterbeurt wordt het mooier. Een echt groeiplaatje wat mij betreft. En wederom een album dat net even anders "voelt" dan de vorige albums. Daar is Cave meesterlijk in. Elk album heeft een iets unieks ten opzichte van het andere.

avatar van WoNa
5,0
Zo juist er een halfje bij gedaan. Deze plaat is monumentaal. Zelfs een enkele dip is volledig vergeven. Wat ik merk, is dat bij iedere beluistering de muziek en zang zo diep binnen komen. Dat is voor het eerst tussen de heer Cave en mij. De zang en de gospel- om niet te zeggen kerkzang van het koor is zo hemelschreiend mooi. Het kan goed zijn dat de herders in Bethlehem dit hebben mogen horen op die kerstavond.in het jaar 1.

avatar van Litmanen1
4,0
Wat is het toch dat me zo naar dit album doet blijven grijpen. Is het de luchtigheid van O wow O wow, of de bevlogenheid in Wild God?

Behalve Push the Sky Away heb ik in het verleden nooit platen van de goede man geheel omarmd.
Hij is absoluut al jaar en dag een fenomeen, laat dat voorop staan maar ben nooit een grote fan geworden.

Het muzikale gevarieerde behang waarop Cave zijn teksten projecteert is van filmische schoonheid. Wild God is rijker in de muzikale arrangementen dan de voorgaande albums die ik ken in de zin van variatie en gebruik. Bij Push the Sky Away was juist die eenvoud mooi, maar hier vind ik de rijkere arrangementen toch ook fraai en het versterkt de ‘iets’ positievere toon.

Fijn album

avatar van DjFrankie
3,5
DjFrankie (moderator)
Ik snap het helemaal dat veel mensen deze plaat geweldig vinden. Sferische opgezette plaat die zeker live ontzettend goed uit de verf zal komen als Cave weer kan preken.

Ik mis al heel lang het rauwe randje bij Nick zoals bv op Let Love In nog vaak aanwezig was. Maar dat deze priester de hoogmis mag preken is dus niet gek. Zeker met de koortjes op de achtergrond is een vol heilig huisje gegarandeerd.

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 09:34 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 09:34 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.