Somewhere over the rainbow…
In het oude testament staat een passage waar God de regenboog schiep ter belofte dat er nooit meer een zondvloed zou plaatsvinden. Toen konden de mensen eindelijk slapen met de zekerheid dat ze niet wakker werden tussen de zoutwatervissen of in de armen van een bronstige octopus. Het kan toeval zijn dat Radiohead net nu met een plaat op de proppen komt die ‘In Rainbows’ heet. Want tijdens de lange radiostilte zou je al met vreemde scenarios in je hoofd kunnen zitten, misschien waren zij hun eigen ark aan het bouwen om langs een achterpoortje te verdwijnen langs één van de vele woeste kanalen in muziekland of waren ze ondertussen toch een geniepige kruistocht aan het voorbereiden? Ik dacht aan dat laatste scenario, want ik zou Yorke nooit een Judasrol toedichten, al ben ik dan geen fundamenteel gelovige als het op Radiohead aankomt, maar voor een popgroep die zijn eigen Hoogmis gekregen heeft, wil ik best uit mijn pen kruipen om hen te bezingen, of het dan uiteindelijk een lofzang of klaagzang wordt, dat zal pas duidelijk worden wanneer ik de andere kant van de regenboog bereik.
Natuurlijk vind ik het mijn plicht om ooit eenmaal in mijn leven een Radiohead-recensie te schrijven als ware muziekofiel. Rabiate Radioheadfans hebben Tommeke zijn eigen plaats in het muzikale Lourdes trouwens al veel langer geschonken. Net zoals iedere Moslim ooit in zijn leven naar Mekka moet, of gepensioneerde madammekes de drang voelen om naar Lourdes te trekken, dient iedere muziekliefhebber in zijn leven ooit een Radioheadplaat te beluisteren, net zoals een Nirvana Beatles of Sex Pistols plaat . Welke bevindingen daar ook uit voortvloeien, het is een plicht om één van de grootste architecten van de huidige nieuwbouw in muziekland te bewonderen of te verfoeien want hun constructies zijn nooit puur homogeen geweest of vergankelijk. Steeds gewaagd of tegendraads zelfs. Een Sixtijnse kapel met filmdecors, zo zou je hun OK Computer/Kid A periode kunnen omschrijven. Ook op ‘IN Rainbows’ staat Yorke als verknipte misdienaar zijn hymnen dan te zingen voor de parochie, met zijn zeurstem dus ja..
Voor er messen getrokken worden of dat ik me moet verlagen tot schietstoelschrijven (vluchten voor al het verbale geweld tot mij komt) wil ik zeggen dat ik het wel heb voor Yorke zijn zeurstem, want hij zeurt immers goed, hier ook weer, en de muzikale omgeving is ook zeer te pruimen. De regel met zeurstemmen is in feite simpel. Bijvoorbeeld : Een bezopen trucker met bierbuik moet niet lang tegen me zagen voor ik pissig wordt, maar als het een schone blondine met lange benen betreft, zo rond de twintig à dertig jaar kan ik veel verdragen. Tom Yorke is dus het muzikale equivalent van mijn blondines met de lange benen, die tegenwoordig weer vaker afwezig zijn de laatste tijden maar steeds de kamers van mijn hoofd bevolken. Maar ook voor hem zal ik de komende dagen wat plaats ruimen daar boven, al is het voor een heel andere reden.
Ik heb ze trouwens beluisterd, de vorige platen, alle zes. Het oude en het Nieuwe testament tesamen. ‘In Rainbows’ zou in dit rijtje passen als de grote wederopstanding. Maar het begon allemaal lang geleden, toen ze nog abuiselijk voor een one hit wonder aanzien werden, een idool voor bakvissen en breugelbekken, niets meer, niets minder. Creep was echter slechts de stilte voor de zondvloed van the Bends en Ok Computer waarmee ze hun eigen plekje opeisten tussen de Goden op de berg Olympus. Kid A en Amnesiac waren moderne gedigitaliseerde psalmen en Hail to the thief was dan een samenvatting van de vorige boeken. Met ‘In Rainbows’, lijkt Tom zich op te werpen als martelaar en verlosser tegelijk. Hij is wat rustiger geworden, al is er af en toe nog een wilde uitbarsting te horen wanneer hij in zijn Franse colère schiet. De electronica is wat meer naar de stoffige hoeken van de kamer verplaatst en de cello’s spelen soms euh eerste viool in de ingetogen nummers.
Eigenlijk dus toch wel een Kid A bocht hoor ik mezelf al denken. Een terugkeer of een andere weg? Eigenlijk beiden en geen één van de twee. Deze plaat is weer hermetischer dan het collagewerk en het gefröbel van hun vorige. Al kan deze plaat in het begin wat onsamenhangend klinken, maar eenmaal de cement gedroogd is, staat de plaat toch maar weer als een huis. Genoeg kamers om tot rust te komen, genoeg stemmen en sferen om niet eenzaam te worden, geen structuren om verloren te lopen echter op deze plaat, maar dat zou ook niet bij het bouwplan passen, het is een eerlijke plaat geworden, geen zoekende maar een vindende plaat, minder afwijkend en experimenteel, maar met een echte hartslag deze keer, Radiohead puur en onversneden, die slogan zou ik er onder plakken, als ik mijn geld verdiende op een reclamebureau met het verzinnen van banale oneliners.
Maar oordeel vooral zelf, en of Tom Yorke nu God is of niet volgens sommigen is puur subjectief. Het is net als met God zelf : Of hij bestaat en wij slapen slechts wanneer we hem moesten horen, of we dromen gewoon dat hij echt bestaat.
…en als ik u dan toch op de zenuwen gewerkt heb, of overspoeld heb met mijn religieuze metaforen, en vind dat u te lang door de vergelijkingen moest worstelen om tot de essentie te komen, zal ik beloven dat ik het nooit meer zal doen. Stuur al uw spaargeld op en ik stuur u een persoonlijke regenboog of u denkt maar gewoon dat ik blond ben met lange benen.
Sjaloom..
