Wat een fittie

woedde hier in 2010! Pak er een grote bak koffie bij, want hier is een nieuwe aflevering van de Rijdende Rechter over het (solo)debuut van Yngwie J. Malmsteen's Rising Force.
Ik treed in deze op als pleitbezorger van MuMens
Cabeza Borradora, die veertien jaar geleden in een lange discussie belandde over dit album. Ter introductie: kort na verschijnen in december 1984 heb ik de langspeelplaat
Rising Force ontelbare rondjes laten draaien op mijn zolderkamer. Dat exemplaar ben ik kwijt, maar onlangs heb ik 'm op vinyl heraangeschaft. Een fraai tweedehands exemplaar, Nederlandse persing van '84, precies zoals ik had.
De kwaliteiten van
Rising Force op een rijtje:
1. Het verstilde, akoestische begin van de plaat, waar je binnen deze muzikale context van hardrock/metal een grotesk akkoord zou verwachten;
2. Zo'n massief akkoord opent echter wel kant 2, waar ik een volgende kleine start verwachtte. Word ik opnieuw verrast;
3. De citaten uit klassieke muziek in deze muzikale context;
4. De combinatie van invloeden van zowel Paganini als Blackmore (Malmsteen bedankt ook Hendrix op de hoes, dat hoor ik alleen terug in de eerste tonen van
Now Your Ships Are Burned). Het leidt tot vaak razendsnel spel, duidelijk beïnvloed door de twee genoemde namen;
5. Dat Barriemore Barlow, ooit bij Jethro Tull, hier drumt en goed ook;
6. Het sterke toetsenspel van Jens Johansson, soms op de wijze van Jon Lord het duel met de gitaar aangaand zoals in
Far Beyond the Sun,
Now Your Ships Are Burned en
As Above, So Below ;
7. De variatie tussen akoestische en elektrische gitaardelen;
8. De vele mooie melodieën op gitaar en toetsen;
9. Naast de snarenracerij hoor ik wel degelijk de nodige fraaie lange tonen, zoals in opener
Black Star of
Icarus' Dream Suite Op. 4 ;
10. De stem van Jeff Scott Soto, die ik destijds maar meteen op niveau Dio - Halford inschatte. Ik voorzag een grootse toekomst voor hem, vooral dankzij
As Above, So Below, ondanks de rijmelarij. Die voorspelling kwam niet geheel uit, maar de muziekwereld is veranderd ten nadele van deze muziekstijl en desondanks is Soto's carrière respectabel;
11. De talrijke breaks, tempowisselingen en zelfs stiltes;
12. De transparante productie, door Malmsteen zelf gedaan;
13. De invloed van dit album in navolgende jaren, toen vooral via het Shrapnellabel soortgelijke instrumentale albums verschenen van onder meer (op alfabetische volgorde) Jason Becker, Marty Friedman, Tony MacAlpine, Vinnie Moore en Joey Tafolla. De term shredden werd een begrip, een geluid dat ik bij Malmsteen voor het eerst ten volle tegenkwam.
14. Indirect leidde
Rising Force tot de opkomst van het subgenre powermetal, waarbij vingervlugheid op de gitaarhals anders dan hier nogal eens wordt gecombineerd met popachtige metal in relatief eenvoudige arrangementen.
We schorsen 10 minuten voor koffie en toilet.
Welkom terug bij het vervolg van de zitting inzake Yngwie J. Malmsteen's Rising Force. Hierin een weerlegging van de kritiek op Malmsteens spel. Steevast klinkt het standpunt dat dit eenzijdig zou zijn. Daarom mijn persoonlijke context, bestaande uit vier opussen.
a. In augustus of september 1981 zag ik op tv de verbluffende registratie van een concert van
Al Di Meola, John McLaughlin en Paco de Lucía genaamd
Friday Night in San Francisco. Zij speelden op verbluffende snelheden akoestische gitaar, terwijl ze nauwelijks naar hun gitaren maar vooral naar elkaar keken. Mijn kaak viel naar beneden. Hier
ruim 6 minuten beelden van dat concert. Ik had toen nog de vage ambitie gitaar te gaan leren spelen maar heb dat plan ter plekke laten vallen... Wat ik tevens leerde is dat snarenracen niet hetzelfde is als inhoudsloze muziek, omdat emotie wel degelijk kan samengaan met een hoge speelvaardigheid.
b. Malmsteen was niet de enige neoklassieke snarenracer, maar ging verder dan anderen. Ik kende er namelijk meer, al was de term 'neoklassiek' mij nog onbekend. Zo was daar Randy Rhoads bij Quiet Riot en vervolgens Ozzy Osbourne.
In 1982 was daar Hanneke Kappen, die in haar radioshow Stampij een special over Zweden had. Daarin werk van
Silver Mountain. Hier eveneens razendsnel neoklassiek gitaarspel, in dit geval van Jonas Hansson. En wie speelde hier toetsen? Jens Johansson, dezelfde als op dit
Rising Force ! De uitzending is te vinden bij
archive.org.
Ik herhaal mijn stelling:
Rising Force ging in 1984 een stapje verder dan de albums van de zojuist genoemde gitaristen.
c. Deze beweging breidde zich al vóór Malmsteens solodebuut uit van Zweden naar de VS, waar hij in 1983 onder contract kwam bij Mike Varney van magazine Guitar Player en het Shrapnellabel. Spoedig zong zijn naam rond als een fenomenaal talent. Dit vanwege onbetaalbaar dure importplaten met
Alcatrazz en
Steeler. Ik las er geïntrigeerd over in Aardschok en Oor.
d. Enkele jaren later was er een bekende, inmiddels al vele jaren gitaarleraar te Apeldoorn, die onderstreepte dat dit soort instrumentale gitaarmuziek in jazz en fusion totaal níet ongebruikelijk is. Het dichtst daaraan grenzende wat ik kende was het werk van Dixie Dregs met Steve Morse, maar hij, liefhebber van subtieler werk, kende veel meer en deelde de nodige voorbeelden.
Daarbij was hij niet per se onder de indruk van Malmsteen: snarenracerij op dit niveau was niet nieuw. Zijn verhaal had raakpunten met de namen genoemd bij punt a. Nam niet weg dat hij erkende dat de aanpak van Malmsteen in hardrock/metal een noviteit was.
Ik ga afronden. Malmsteen was in 1984 grensverleggend, dankzij zijn primeur van een (semi-)instrumentaal gitaaralbum in de wereld van hardrock/metal. En dat is hetgeen Borradora op 5 februari 2010 noteerde:
"Natuurlijk waren er andere supersnelle solisten, natuurlijk waren er anderen die reeds klassieke invloeden in hun speelstijl, of in rock verwerkten. Maar niets klinkt, of klonk als dit album, ook niet Malmsteens eigen latere werk (de opvolger misschien nog een beetje).
Ik ben het ook niet eens met de "notenpoeper" kritiek. Naast een uniek geluid hoor ik hier gitaarsolo's en muziek waar veel gevoel, schoonheid en emotie in schuilhouden."
Ook ik weet dat Lars Johan Yngve Lannerbäck (zoals Malmsteen in zijn paspoort staat) in navolgende jaren niet de meest bescheiden mens bleek en dat hij op latere albums te vaak in herhaling viel. Hier echter zijn we in december 1984 bij
Rising Force en niet in de jaren daarna. Geventileerde meningen over navolgende albums of vermeende karaktertrekken van de gitarist doen daarom niet ter zake.
We schorsen nog éénmaal, zodat de rechter zijn vonnis kan schrijven.
Welkom terug. Wilt u allen, voor zover mogelijk, gaan staan? Tv-rechter mr. John Reid spreekt:
"Ik oordeel dat het muziekalbum Rising Force van Yngwie J. Malmsteen's Rising Force een mijlpaal is, door de onderscheidende aanpak en uitvoering in de wereld van hardrock en metal van 1984. Een bescheiden mijlpaal wellicht, maar het is er één. Daarom stel ik de heer Borradora geheel in het gelijk. Dit is mijn oordeel, de zaak is hiermee afgedaan." Mr. Reid slaat met zijn hamer op het hout en sluit de zitting.
Zullen we nog wat gaan drinken? Borrelplank erbij? Ik trakteer.