Muziek / MusicMeter Live! / Primavera Sound (Barcelona)
zoeken in:
0
geplaatst: 23 mei 2011, 12:55 uur
herman schreef:
Ik wilde me registreren, maar wat vul je hier in:
register_form_nif?
Titulatuur ofzo?
(quote)
Ik wilde me registreren, maar wat vul je hier in:
register_form_nif?
Titulatuur ofzo?
Prof. dr. ir. Herman dus.
Maar omslachtig gedoe.
0
geplaatst: 26 mei 2011, 02:27 uur
Lukas (in 2010) schreef:
- De Faith Healersemo was ook dit jaar weer van de partij (zie de verslagen van vorig jaar). Frank heeft hem nog gevraagd of hij zijn polaroidcamera weer bij zich had, maar dat bleek niet het geval.
- De Faith Healersemo was ook dit jaar weer van de partij (zie de verslagen van vorig jaar). Frank heeft hem nog gevraagd of hij zijn polaroidcamera weer bij zich had, maar dat bleek niet het geval.
En ook dit jaar weer. Nu eindelijk op de foto

0
geplaatst: 26 mei 2011, 12:15 uur
0
geplaatst: 26 mei 2011, 12:29 uur
Paap_Floyd schreef:
(quote)
Th' Als je dan toch gaat taalhazen, is het 'De Th' Faith Healersemo' . Vraag maar aan Mjuman.
0
geplaatst: 26 mei 2011, 12:33 uur
*stuurt pm*
Cygnus en Lukas zijn bezig met een verslagje, maar ik ben er nog niet klaar voor.
Geslaagde openingsdag, maar door verkeerde schoenkeus was ik er bij Caribou wel klaar mee, en dat was eigenlijk wel jammer, want vanaf mijn stoel even buiten de menigte klonk het toch wel heel vet (bij vlagen.
Dit was echter het laatste optreden van de dag. Voor het eerste gaan we wat uurtjes terug. In de gangen van metrostation Glòries was het al raak en even later bij het Museum voor Catelaanse kunst weer.

Afijn, na de woeste beklimming van dit gebouw in hinkelpas hebben we onze toegangsbewijzen voor het festival opgehaald, enkele cd-zaakjes bezocht (buit: 0) en vervolgens begaven we ons naar het terrein voor festivaldag 1: Poble Espanyol. Een podium op een prachtige binnenplaats. Na uitgevogeld te hebben hoe het betaalsysteem dit jaar werkt klonken de eerste klanken van de eerste band: Nisennenmondai. Al moet ik zeggen eerste klank, want de drie Japanse dames vingen aan met een minutenlange pulserende bastoon. Langzaam maar zeker ontspon zich een geslaagde compositie die erg energiek en aangenaam klonk. De 5 nummers volgden een soortgelijk concept. Zo'n drie kwartier zijn we verblijd met deze minimal rock.
We vonden het wel tijd om wat te gaan eten. Aangezien de 2 volgende act ons minder interessant leken hadden we hier genoeg tijd voor. Die tijd hadden we ook wel nodig. Na ergens een broodje naarbinnen te hebben gewerkt hoorden we Las Robertas en vervolgens Comet Gain. Ik vond ze net zo spannend als mijn onderbuurman vond.
Op naar Echo and the Bunnymen. De twee albums die integraal gespeeld gingen worden kende ik niet. En dat is kennelijk zonde, want ik lust wel pap van dergelijke postpunk. Echter begonnen mijn beentjes te protesteren, en besloot ik (met mijn festivalgenoten) Caribou vanaf een terrasje langs de zijlijn te bekijken.
Nisennenmondai: 8
Las Robertas: 6
Comet Gain: 6
Echo & The Bunnymen: 8-
Caribou: 8-
Cygnus en Lukas zijn bezig met een verslagje, maar ik ben er nog niet klaar voor.
Geslaagde openingsdag, maar door verkeerde schoenkeus was ik er bij Caribou wel klaar mee, en dat was eigenlijk wel jammer, want vanaf mijn stoel even buiten de menigte klonk het toch wel heel vet (bij vlagen.
Dit was echter het laatste optreden van de dag. Voor het eerste gaan we wat uurtjes terug. In de gangen van metrostation Glòries was het al raak en even later bij het Museum voor Catelaanse kunst weer.

Afijn, na de woeste beklimming van dit gebouw in hinkelpas hebben we onze toegangsbewijzen voor het festival opgehaald, enkele cd-zaakjes bezocht (buit: 0) en vervolgens begaven we ons naar het terrein voor festivaldag 1: Poble Espanyol. Een podium op een prachtige binnenplaats. Na uitgevogeld te hebben hoe het betaalsysteem dit jaar werkt klonken de eerste klanken van de eerste band: Nisennenmondai. Al moet ik zeggen eerste klank, want de drie Japanse dames vingen aan met een minutenlange pulserende bastoon. Langzaam maar zeker ontspon zich een geslaagde compositie die erg energiek en aangenaam klonk. De 5 nummers volgden een soortgelijk concept. Zo'n drie kwartier zijn we verblijd met deze minimal rock.
We vonden het wel tijd om wat te gaan eten. Aangezien de 2 volgende act ons minder interessant leken hadden we hier genoeg tijd voor. Die tijd hadden we ook wel nodig. Na ergens een broodje naarbinnen te hebben gewerkt hoorden we Las Robertas en vervolgens Comet Gain. Ik vond ze net zo spannend als mijn onderbuurman vond.
Op naar Echo and the Bunnymen. De twee albums die integraal gespeeld gingen worden kende ik niet. En dat is kennelijk zonde, want ik lust wel pap van dergelijke postpunk. Echter begonnen mijn beentjes te protesteren, en besloot ik (met mijn festivalgenoten) Caribou vanaf een terrasje langs de zijlijn te bekijken.
Nisennenmondai: 8
Las Robertas: 6
Comet Gain: 6
Echo & The Bunnymen: 8-
Caribou: 8-
0
geplaatst: 26 mei 2011, 12:54 uur
De concerten waren gisteren trouwens erg vet. Het begon met Nisennenmondai, een drietal Japanse dames die met drum, bas en keyboard/gitaar een fijne show neerzetten. De muziek lijkt op het eerste oor erg repeterend en monotoon, maar er klinken steeds subtiele veranderingen in door. Doet ook erg aan Battles denken, die we later dit festival ook nog gaan zien.
Daarna kwam Las Robertas, een band die probeerde als The Jesus & Mary Chain te klinken, maar daar zonder pakkende nummers niet in slaagde.
Comet Gain speelde daarna een vrij standaard indierockset. De band stond maar liefst met 7 man op het podium, maar daar was weinig van te horen; met 4 man had deze band hetzelfde kunstje ook kunnen flikken.
Met Echo & the Bunnymen was het dan tijd voor mijn muzikale hoofdmaaltijd van deze avond. De band bracht hun eerste twee albums, Crocodiles en Heaven up Here, integraal live en daar zag ik erg naar uit. Hoewel mijn reisgenootjes er niet bepaald warm of koud van werden, vond ik het erg goed. Het kwam wat langzaam op gang, maar nadat de band bij prachtnummers als Crocodiles en Rescue was aangekomen, was de beer los. Ian McCulloch was zeer goed bij stem en had een goede band om zich heen staan, waarin gitarist Will Sergeant met sublieme hoekige riffs de show stal. Nadat Crocodiles was afgesloten (andere hoogtepunten waren Paaps favorietje All That Jazz en Happy Death Man) ging het naadloos over in Heaven Up Here. Waar het beste deel van Crocodiles het tweede deel was, zat bij het tweede album het venijn in het begin. We kregen prachtige versies te horen van Over the Wall en A Promise, maar nadat de band het podium had verlaten om de laatste 3 nummers van HUH als toegift te spelen, leek het alsof de band het beste al gegeven had.

De afsluiter van de dag werd verzorgd door Caribou, die de binnenplaats van de Poble Espanyol (wat een schitterende locatie voor concerten! zie bovenaan op bovenstaande foto) met subtiele dansmuziek liet swingen. De afsluiters Odessa en The Sun bleken het ideale eind voor dit voorproefje op het ´echte´ festival.

Vandaag gaan we verder. Ik kijk vooral uit naar Public Image Ltd., Suicide die zijn eerste plaat integraal gaat spelen (hoewel daar ook het gevaar van de grootste tegenvaller op de loer ligt), Glenn Branca, Moon Duo en Girl Talk. Dat wordt een zware, want Girl Talk staat pas om 5 uur ´s ochtends op de planning...
Daarna kwam Las Robertas, een band die probeerde als The Jesus & Mary Chain te klinken, maar daar zonder pakkende nummers niet in slaagde.
Comet Gain speelde daarna een vrij standaard indierockset. De band stond maar liefst met 7 man op het podium, maar daar was weinig van te horen; met 4 man had deze band hetzelfde kunstje ook kunnen flikken.
Met Echo & the Bunnymen was het dan tijd voor mijn muzikale hoofdmaaltijd van deze avond. De band bracht hun eerste twee albums, Crocodiles en Heaven up Here, integraal live en daar zag ik erg naar uit. Hoewel mijn reisgenootjes er niet bepaald warm of koud van werden, vond ik het erg goed. Het kwam wat langzaam op gang, maar nadat de band bij prachtnummers als Crocodiles en Rescue was aangekomen, was de beer los. Ian McCulloch was zeer goed bij stem en had een goede band om zich heen staan, waarin gitarist Will Sergeant met sublieme hoekige riffs de show stal. Nadat Crocodiles was afgesloten (andere hoogtepunten waren Paaps favorietje All That Jazz en Happy Death Man) ging het naadloos over in Heaven Up Here. Waar het beste deel van Crocodiles het tweede deel was, zat bij het tweede album het venijn in het begin. We kregen prachtige versies te horen van Over the Wall en A Promise, maar nadat de band het podium had verlaten om de laatste 3 nummers van HUH als toegift te spelen, leek het alsof de band het beste al gegeven had.

De afsluiter van de dag werd verzorgd door Caribou, die de binnenplaats van de Poble Espanyol (wat een schitterende locatie voor concerten! zie bovenaan op bovenstaande foto) met subtiele dansmuziek liet swingen. De afsluiters Odessa en The Sun bleken het ideale eind voor dit voorproefje op het ´echte´ festival.

Vandaag gaan we verder. Ik kijk vooral uit naar Public Image Ltd., Suicide die zijn eerste plaat integraal gaat spelen (hoewel daar ook het gevaar van de grootste tegenvaller op de loer ligt), Glenn Branca, Moon Duo en Girl Talk. Dat wordt een zware, want Girl Talk staat pas om 5 uur ´s ochtends op de planning...
0
geplaatst: 26 mei 2011, 13:08 uur
Hoewel het echte festival nog niet eens begonnen is, hebben we er reeds een volle muziekdag op zitten. Want het voor- en naprogramma in Barcelona is inmiddels al een prima bezet festival op zich. Voeg daar nog bij dat de locatie van dag 0 dit jaar werkelijk prachtig was. Op een wat in de luwte gelegen, maar daarom niet minder pittoresk binnenplein.
Daar waren we om 17.00 al te vinden voor de opener van de dag: Nisennenmondai. Drie Japanse dames die met drums, gitaar en bas een wervelende en stuiterende geluidsorgie verzorgden. Zoals ik vooraf al las, deed het sterk denken aan Battles. Dat zat hem dan vooral in de heerlijke instrumentale opbouw met steeds wat veranderende doorstampritmes, maar toch ook met catchy melodietjes. Vooral de eerste drie lange nummers waren wat mij betreft van zeer hoog niveau. Het slotstuk was me iets te eentonig, maar als Battles vrijdagnacht ook zo goed klinkt, dan doe ik het ervoor. Een 8.
Vervolgens stonden er twee bandjes op het programma waar we op voorhand minder benieuwd naar waren. Van Las Robertas heb ik in de Primaveravoorbereiding nog een plaatje geluisterd, maar het wilde niet echt beklijven. Live deed het dat ook niet, want ondanks dat ze helemaal uit Honduras komen, miste het nogal wat eigen smoel. Het klonk een beetje als Belly met een stofzuiger uit The Jesus & Mary Chain, maar dan minder. Een 5 is wel genoeg voor deze meisjes, maar echt aandachtig heb ik dan ook niet geluisterd.
Voor The Comet Gain hebben we in elk geval de moeite genomen om bij het podium te gaan staan. Het verhaal is een beetje hetzelfde als bij Las Robertas: allemaal net wat te standaard. In dit geval klonk het als een soort The New Pornographers, maar dan een stuk minder catchy. Af en toe een leuk nummer of een lekkere groove, maar de liedjes waren meestal toch echt wat te matig om in mee te gaan. Een 6je.
De verwachtingen bij Echo & The Bunnymen waren logischerwijs wat hoger gespannen. Ze zullen maar in het voorprogramma van je festival staan, dan doe je duidelijk iets goed... Of Ian McGulloch daar ook van overtuigd was, is dan weer de vraag. Die foeterde na elk nummer namelijk de geluidsmedewerkers uit. Hoe het ook zij, de eerste echte grote naam kwam om zijn eerste twee albums integraal uit te komen. Eerst Crocodiles, daarna Heaven Up Here. Dat deden ze in een uiterst gezellige legeroutfit; je zou toch zeggen dat er op Primavera bands staan met een meer militaristisch geluid, maar goed...
Crocodiles vind ik een aardige plaat met naar het einde toe een aantal hoge uitschieters. Dat kwam er live ook wel uit: heerlijk om Villiers Terrace en Pictures on My Wall terug te horen. De vertolking van die plaat werd bovendien opgeleukt door de Faith Healersemo, die pal voor onze neus leuke dansjes deed met zijn twee chicks. Het is wel lang geleden dat hij zijn haar voor het laatst gewassen heeft. Daarna werd het helaas minder: de Faith Healersemo liep weg en bovendien heb ik met Heaven up Here helemaal niets. Sterker nog, ik vind het een draak van een waveplaat. Te veel bombast en galm, te weinig goede liedjes. E&TB zijn er gisteravond niet in geslaagd mij van het tegendeel te overtuigen. Voor de eerste helft een 7,5, voor het tweede deel een 5,5, dat is dus gemiddeld een 6,5. Met een extra plusje voor de Faith Healersemo, dus dat maakt een 7-
Vervolgens hebben we vanaf het verhoogde terras genoten van Caribou. Die maakten de verwachtingen zeker waar. In een opstelling met twee drumstellen en een synth midden op het podium kwam hun groovende electropop van de laatste plaat uitstekend uit de verf. Fijn drumwerk, goeie melodieën en een golf van opwinding toen de 'hit' Odessa aan het einde de revue passeerde. Caribou speelde volgens mij zo ongeveer hun hele laatste album, zij het in gewijzigde volgorde. Dat laatste was een goede zet, want het tweede nummer Sun als afsluiter was een gouden zet. Een spetterende afsluiter, vooral de laatste halve minuut was geweldig. Maar voor ik in superlatieven verval toch nog even een minpuntje om mee af te sluiten: vocaal was het allemaal nogal matig. Nu ligt de nadruk daar bij Caribou natuurlijk ook niet echt op, maar het eerste nummers was zowel vals als uit de maat gezongen. En dat is jammer. Maar goed, al met al kom ik wel weer aan de 8.
Resumerend:
Nisennenmondai 8
Las Robertas 5
The Comet Gain 6
Echo & the Bunnymen 7-
Caribou 8
Daar waren we om 17.00 al te vinden voor de opener van de dag: Nisennenmondai. Drie Japanse dames die met drums, gitaar en bas een wervelende en stuiterende geluidsorgie verzorgden. Zoals ik vooraf al las, deed het sterk denken aan Battles. Dat zat hem dan vooral in de heerlijke instrumentale opbouw met steeds wat veranderende doorstampritmes, maar toch ook met catchy melodietjes. Vooral de eerste drie lange nummers waren wat mij betreft van zeer hoog niveau. Het slotstuk was me iets te eentonig, maar als Battles vrijdagnacht ook zo goed klinkt, dan doe ik het ervoor. Een 8.
Vervolgens stonden er twee bandjes op het programma waar we op voorhand minder benieuwd naar waren. Van Las Robertas heb ik in de Primaveravoorbereiding nog een plaatje geluisterd, maar het wilde niet echt beklijven. Live deed het dat ook niet, want ondanks dat ze helemaal uit Honduras komen, miste het nogal wat eigen smoel. Het klonk een beetje als Belly met een stofzuiger uit The Jesus & Mary Chain, maar dan minder. Een 5 is wel genoeg voor deze meisjes, maar echt aandachtig heb ik dan ook niet geluisterd.
Voor The Comet Gain hebben we in elk geval de moeite genomen om bij het podium te gaan staan. Het verhaal is een beetje hetzelfde als bij Las Robertas: allemaal net wat te standaard. In dit geval klonk het als een soort The New Pornographers, maar dan een stuk minder catchy. Af en toe een leuk nummer of een lekkere groove, maar de liedjes waren meestal toch echt wat te matig om in mee te gaan. Een 6je.
De verwachtingen bij Echo & The Bunnymen waren logischerwijs wat hoger gespannen. Ze zullen maar in het voorprogramma van je festival staan, dan doe je duidelijk iets goed... Of Ian McGulloch daar ook van overtuigd was, is dan weer de vraag. Die foeterde na elk nummer namelijk de geluidsmedewerkers uit. Hoe het ook zij, de eerste echte grote naam kwam om zijn eerste twee albums integraal uit te komen. Eerst Crocodiles, daarna Heaven Up Here. Dat deden ze in een uiterst gezellige legeroutfit; je zou toch zeggen dat er op Primavera bands staan met een meer militaristisch geluid, maar goed...
Crocodiles vind ik een aardige plaat met naar het einde toe een aantal hoge uitschieters. Dat kwam er live ook wel uit: heerlijk om Villiers Terrace en Pictures on My Wall terug te horen. De vertolking van die plaat werd bovendien opgeleukt door de Faith Healersemo, die pal voor onze neus leuke dansjes deed met zijn twee chicks. Het is wel lang geleden dat hij zijn haar voor het laatst gewassen heeft. Daarna werd het helaas minder: de Faith Healersemo liep weg en bovendien heb ik met Heaven up Here helemaal niets. Sterker nog, ik vind het een draak van een waveplaat. Te veel bombast en galm, te weinig goede liedjes. E&TB zijn er gisteravond niet in geslaagd mij van het tegendeel te overtuigen. Voor de eerste helft een 7,5, voor het tweede deel een 5,5, dat is dus gemiddeld een 6,5. Met een extra plusje voor de Faith Healersemo, dus dat maakt een 7-
Vervolgens hebben we vanaf het verhoogde terras genoten van Caribou. Die maakten de verwachtingen zeker waar. In een opstelling met twee drumstellen en een synth midden op het podium kwam hun groovende electropop van de laatste plaat uitstekend uit de verf. Fijn drumwerk, goeie melodieën en een golf van opwinding toen de 'hit' Odessa aan het einde de revue passeerde. Caribou speelde volgens mij zo ongeveer hun hele laatste album, zij het in gewijzigde volgorde. Dat laatste was een goede zet, want het tweede nummer Sun als afsluiter was een gouden zet. Een spetterende afsluiter, vooral de laatste halve minuut was geweldig. Maar voor ik in superlatieven verval toch nog even een minpuntje om mee af te sluiten: vocaal was het allemaal nogal matig. Nu ligt de nadruk daar bij Caribou natuurlijk ook niet echt op, maar het eerste nummers was zowel vals als uit de maat gezongen. En dat is jammer. Maar goed, al met al kom ik wel weer aan de 8.
Resumerend:
Nisennenmondai 8
Las Robertas 5
The Comet Gain 6
Echo & the Bunnymen 7-
Caribou 8
0
geplaatst: 26 mei 2011, 13:17 uur
Aan het verslag van Frank en de anderen heb ik nog weinig toe te voegen (ze zijn al zo goed als klaar als ik hiermee begin), dus ik houd het kort:
Nisennenmondai was mij tot gistermiddag compleet onbekend, maar dat is wel een bandje waar ik achteraan ga. Het deed me bij vlagen denken aan Neu! (Hallogallo), maar gezien het hogere tempo dan met een flinke dosis ritalin achter de kiezen. Fijne uptempo krautgrooves wel.
De twee bands daarna konden ook mij minder boeien. Het Hondurese Las Robertas maakte net als Comet Gain geen blijvende indruk. Dum Dum Girls vond ik vorig jaar een veel leukere Jesus and Mary Chain-navolger en tsja, Comet Gain was leuk voor het moment, maar ik ben eigenlijk nu alweer vergeten hoe ze precies klonken.
Naar Echo and the Bunnymen was ik eigenlijk best wel benieuwd, ook al kende ik van de twee albums die ze integraal zouden spelen er eentje niet (Crocodiles), terwijl ik de andere (Heaven Up Here) eerlijk gezegd (nog?) niet enorm denderend vind. Tijdens het concert heb ik me misschien nog wel het meest vermaakt met het continue gesneer van Ian McCulloch naar de geluidsmensen ("fucking cunt"), Manchester United (Ian komt uit Liverpool en droeg met het oog op zaterdag zelfs nog een nummer op aan Lionel Messi) en zijn verlopen uiterlijk. Ian had het geluk dat er binnen het publiek ook nog ´Th´ Faith Healersemo´ rondliep, de enige persoon terplekke die zijn haar vermoedelijk nóg langer niet had gewassen. Muzikaal gezien vond ik de eerste helft van Heaven Up Here de beste: het geluid was inmiddels op orde, waardoor de monumentale riff van het openingsnummer goed uit de verf kwam. De laatste drie nummers van het album werden verpakt als toegift, wat van mij niet nodig was geweest: de schwung was er daarmee wel een beetje uit.
Daarna sloeg de vermoeidheid wel een beetje toe, waardoor we Caribou grotendeels van het terras zagen. Toen Niobe, mijn favoriet van Andorra) langskwam, ben ik toch maar even opgestaan om het van iets dichterbij te bekijken. Dat was een goede zet, want Niobe liep over in Bowls, één van de hoogtepunten van Swim. De mooiste stukken waren wat mij betreft sowieso de lange jams, het was mooi om de band - midden vooraan het podium gepositioneerd en lekker dicht op elkaar - bezig te zien in een prachtige lichtshow. Het einde was ook prachtig, met publieksfavorieten Odessa en Sun. De laatste werd nog even opgerekt met een minuut of 5 dendere improvisatie, waardoor de dag op een grootse manier werd afgesloten. Enig minpuntje was de stem van Dan Snaith, die niet al te krachtig en zuiver was. Op het album werkt het wel, maar bij zijn show klinkt het eigenlijk niet al te best. Maar soit, het is hem vergeven.
Nog even wat cijfertjes ter afsluiting:
Nisennenmondai 8
Las Robertas 5
The Comet Gain 5
Echo & the Bunnymen 6,5
Caribou 8,25
En nu op naar de eerste echte festivaldag!
Nisennenmondai was mij tot gistermiddag compleet onbekend, maar dat is wel een bandje waar ik achteraan ga. Het deed me bij vlagen denken aan Neu! (Hallogallo), maar gezien het hogere tempo dan met een flinke dosis ritalin achter de kiezen. Fijne uptempo krautgrooves wel.
De twee bands daarna konden ook mij minder boeien. Het Hondurese Las Robertas maakte net als Comet Gain geen blijvende indruk. Dum Dum Girls vond ik vorig jaar een veel leukere Jesus and Mary Chain-navolger en tsja, Comet Gain was leuk voor het moment, maar ik ben eigenlijk nu alweer vergeten hoe ze precies klonken.
Naar Echo and the Bunnymen was ik eigenlijk best wel benieuwd, ook al kende ik van de twee albums die ze integraal zouden spelen er eentje niet (Crocodiles), terwijl ik de andere (Heaven Up Here) eerlijk gezegd (nog?) niet enorm denderend vind. Tijdens het concert heb ik me misschien nog wel het meest vermaakt met het continue gesneer van Ian McCulloch naar de geluidsmensen ("fucking cunt"), Manchester United (Ian komt uit Liverpool en droeg met het oog op zaterdag zelfs nog een nummer op aan Lionel Messi) en zijn verlopen uiterlijk. Ian had het geluk dat er binnen het publiek ook nog ´Th´ Faith Healersemo´ rondliep, de enige persoon terplekke die zijn haar vermoedelijk nóg langer niet had gewassen. Muzikaal gezien vond ik de eerste helft van Heaven Up Here de beste: het geluid was inmiddels op orde, waardoor de monumentale riff van het openingsnummer goed uit de verf kwam. De laatste drie nummers van het album werden verpakt als toegift, wat van mij niet nodig was geweest: de schwung was er daarmee wel een beetje uit.
Daarna sloeg de vermoeidheid wel een beetje toe, waardoor we Caribou grotendeels van het terras zagen. Toen Niobe, mijn favoriet van Andorra) langskwam, ben ik toch maar even opgestaan om het van iets dichterbij te bekijken. Dat was een goede zet, want Niobe liep over in Bowls, één van de hoogtepunten van Swim. De mooiste stukken waren wat mij betreft sowieso de lange jams, het was mooi om de band - midden vooraan het podium gepositioneerd en lekker dicht op elkaar - bezig te zien in een prachtige lichtshow. Het einde was ook prachtig, met publieksfavorieten Odessa en Sun. De laatste werd nog even opgerekt met een minuut of 5 dendere improvisatie, waardoor de dag op een grootse manier werd afgesloten. Enig minpuntje was de stem van Dan Snaith, die niet al te krachtig en zuiver was. Op het album werkt het wel, maar bij zijn show klinkt het eigenlijk niet al te best. Maar soit, het is hem vergeven.
Nog even wat cijfertjes ter afsluiting:
Nisennenmondai 8
Las Robertas 5
The Comet Gain 5
Echo & the Bunnymen 6,5
Caribou 8,25
En nu op naar de eerste echte festivaldag!
0
geplaatst: 26 mei 2011, 16:13 uur
Leuk dat Nisennenmondai iedereen zo goed is bevallen.
Bijzonder cool bandje, wil ze zelf ook zeker nog eens in actie zien!
Bijzonder cool bandje, wil ze zelf ook zeker nog eens in actie zien!
0
geplaatst: 26 mei 2011, 17:16 uur
Vanwege praktische redenen kan ik er helaas niet bij zijn.
ik smul van jullie enthousiaste verslagen van een geweldige line up
ik smul van jullie enthousiaste verslagen van een geweldige line up

0
geplaatst: 27 mei 2011, 13:55 uur
Omdat de rest het nog een stuk later maakte dan ik, heb ik vandaag de eer om de reeks enthousaiste verslagen af te trappen. Want enthousiast was iedereen zeker over deze eerste dag, die toch weer alle hoge verwachtingen overtrof.
En dat ondanks een valse start van de festivalorganisatie. Want toen we om een uurtje of zes het terrein op liepen en de eerste bands toch echt al optraden, was er bijna nergens bier te krijgen. Het ingenieuze nieuwe pasjessysteem lag namelijk plat. Slechts bij een paar loslopende verkopers en twee stands op het centrale eet- en drinkterrein was een druppel drank (met of zonder alcohol) te verkrijgen. Het zou nog tot een uur of tien duren voordat de organisatie op het idee kwam om dan maar gewoon met het betaalmiddel geld te gaan werken...
Met een wat droge mond begonnen we derhalve aan het eerste optreden van de dag: Moon Duo. Dit uit Wooden Shjips voortgekomen - u raadt het al - duo bestaat uit een oude meneer met baard en gitaar en een jonge vrouw met indrukwekkende pony achter een synthesizer. Uit die synthesizer komen Doorsachtige geluiden rollen, uit de gitaar komt een grommende groove die het midden houdt tussen Spacemen 3 en postrock/spacerock van later datum. Toch klinkt dat alles bij elkaar nog verrassend catchy af en toe, wat Moon Duo tot een mooie opener maakte. Hun eerste nummer van hun laatste EP, Motorcycle I Love You, was het hoogtepunt en meteen een mooie opwarmer voor Suicide, want zo klonk het dus ook.
Mijn volgende stop was Of Montreal op het hoofdpodium. Mijn plan was om dat vanaf het grasveld op afstand te aanschouwen en naar voren te hollen als ze het geweldige The Past Is a Grotesque Animal ten gehore zouden brengen. Want daarvoor, en eigenlijk nergens anders voor, wilde ik ze zien. Nadat Herman en Frank mij op dat grasveld nog even gezelschap hadden gehouden alvorens naar Seefeel te vertrekken, besloot ik me toch maar vast in de menigte te begeven. Al zaten we wat ver, het zag er namelijk gezellig uit in de nabijheid van het hoofdpodium. Toen bleek Of Montreal echt iets waar je vooraan bij moet staan om het goed mee te krijgen. Want wat een geweldige show was er op het podium gaande, zeg... De in een rokje en panty gehulde zanger kreeg elk nummer gezelschap van twee kolderiek verklede dansers. Ze kwamen achtereenvolgens op als showworstelaars (inclusief meevechtende scheidsrechter), biggetjes, vosachtige wezens met enorme tieten, dambordpakken en opnieuw als showworstelaars, die nu door een derde persoon met een bezem te lijf wilde gaan. De muziek was toch wel een slagje anders dan de verder niet heel erg onderscheidende indie van op plaat. Dit klonk meer als een soort moderne indieversie van Sparks; enorm over de top en nogal gay. Maar het werd ook muzikaal steeds beter wat mij betreft. Ze hadden nog wel iets langer door mogen spelen. Dat The Past Is a Grotesque Animal niet langs kwam, was hoogstens een heel klein beetje jammer.
Daarna had ik even een Oath-momentje, want ik vergiste me in het podium waar Public Image Ltd. zou spelen. Toen er een neger het podium op liep en iedereen begon te juichen, begon me gelukkig iets te dagen. In de ganzenpas naar de andere kant van het terrein dus maar, alwaar ik vreesde dat ik een fatsoenlijke plaats kon vergeten. Dat viel gelukkig mee, want het was minder druk dan ik had verwacht. We hebben het per slot van rekening wel over Johnny Rotten. Zo ver naar voren als de rest van ons gezelschap (en dat van obsessed) kwam ik niet meer, maar met de twintigste rij, precies in het midden is gelukkig niets mis.
Op plaat vind ik Public Image vaak best goed, maar zakt mijn aandacht na een minuut of twintig altijd weg. Daar had ik live gelukkig geen last van. Naar Johnny kijken is al genoeg om je meer dan een uur lang te vermaken. Hij kijkt het publiek op een wijze die het midden houdt tussen streng, boos en angstaanjagend, neemt tussen elk nummer een slok sterke drank, doet een raar dansje (alleen met zijn armen) en spuugt theatraal op de grond. Dan begint zijn band een geweldige postpunkgroove te spelen (echt veel beter dan op de soms wat saaiige platen) en fulmineert hij teksten het publiek in. Geen oude man die een parodie doet op zichzelf, maar eentje die het nog echt meent als hij zegt dat alle andere bands het voor het geld doen, maar hij niet. Vanaf Albatross (dan nog een van mijn meest favoriete nummers op plaat) kon het al niet meer stuk, en dat was pas het derde nummer. Daarna was PiL een aaneenschakeling van hoogtepunten als Religion, Flowers of Romance, The Order of Death en een aantal dingen die ik als relatieve leek niet meteen thuis kan brengen. Een poging om het Frank bij ons weerzien te doen lijken alsof ik het niets vond, mislukte jammerlijk.
Een kritiekpuntje dan toch: Johnny Rotten heeft tegenwoordig een muziekstandaard voor zijn neus staan. Dat is niet echt punk, als je het mij vraagt. Verder weerhoudt alleen het feit dat ik Built to Spill vorig jaar nog een ietsiepietsie beter vond me van de 10. Maar ja, vind je het gek, in die band woon ik zo ongeveer...
Na PiL had ik een beetje een gat in mijn programma. Cave als Grinderman is bij mij niet echt favoriet, ik zie hem liever een keer met Bad Seeds erbij. Omdat ik al twee optredens alleen had verwerkt, volgde ik maar even de groep naar Glenn Branca. Daarover leest u hier straks nog dolenthousiaste verhalen, maar helaas niet van mij. Met alleen vijf gitaren (of volgens Paap 86, maar die gaat dan ook wiskunde studeren) krijg je mij maar moeilijk warm. Leuk voor een paar nummers, maar het gaat mij vervelen. Daarom maar een rondje gaan maken over het festivalterrein, terwijl de rest bleef. Voor hen schoten superlatieven te kort, want het werd steeds beter. Frank dacht na over een nieuwe 10. Tsja, leuk voor hem, maar echt spijt heb ik niet. Als PiL niet net was geweest, was ik wel gebleven. Maar nu genoot ik liever even na dan te blijven staan bij iets dat me niet echt ligt.
Zo kon ik me in alle rust voorbereiden op Suicide. Gelukkig was het tegelijk geprogrammeerde Caribou zo vriendelijk om een dag eerder ook al te hebben opgetreden, dus dat scheelde een lastige keuze. Ik vind hun legendarische debuutplaat zelf erg intrigerend, maar ik luister er niet graag naar. Een beetje haat/liefde dus. Tel daarbij op dat zanger Alan Vega inmiddels de 70 gepasseerd is en ik was razend benieuwd wat ik hier nu weer van moest verwachten. Nou ja, dat viel dus nogal tegen. De bas stond veel te hard, waardoor het nogal een brij van geluid was. Melodie viel slechts in de toegift te ontwaren. Hun integraal gespeelde debuutplaat was slechts bij vlagen terug te ontdekken (Rocket USA was nog het best herkenbaar). Frankie Teardrop, met de legendarische angstschreeuwen, was bijna niet te onderscheiden. Zijn enige schreeuw bewaarde Vega voor het eind, zij het dat die inmiddels twee octaven lager is dan in 1977. Dat maakte dit eens zo angstaanjagende duo vooral aandoenlijk. Martin Rev stond autistisch op wat toetsen te drukken, maar daar was weinig van terug te horen. Alan Vega schuifelde af en toe wat over het podium, vermoedelijk heeft hij net een nieuwe heup. Waarschijnlijk is hij door de meegereisde zuster opgevangen, heeft zij hem verteld dat hij het hartstikke goed gedaan heeft en dat wij ons nu gaan wassen in de hotelkamer. Het begrip rollatorsynthpunk is in elk geval volstrekt geherdefinieerd, en ondanks de lage beoordeling was het daarom toch wel een vermakelijk schouwspel.
De afsluiter van mijn dag was The Flaming Lips. Bij enkele reisgenoten was blijkbaar spraken van enige FL-moeheid, zij hadden ze al eens gezien, en ze schijnen daarbij steeds hetzelfde trucje te doen. Nu had ik dat nog nooit meegekregen, dus voor mij geen belemmering. En het moet gezegd, ze maakten er wel werk van. Op de achterkant van het podium was een deur in een oog geprojecteerd van waaruit de band op kwam. De zanger crowdsurfte in een enorme opblaasbare bal alvorens de show daadwerkelijk kon beginnen. Het kwam allemaal net iets bedachter over dan Of Montreal, dat wel.
Maar goed, het gaat om de muziek, en goede liedjes hebben ze zeker. Als tweede kwam She Don't Use Jelly langs, een van de hoogtepunten in het begin. Toch kwamen de Lips wat mij betreft maar moeizaam op gang. Dat kwam vooral omdat Wayne Coyne zich wel erg applausziek toonde. Ha, leuk, dacht ik na een nummer of vijf. Yoshimi komt langs. Dan speelt-ie dus een coupletje en een refreintje, stopt ie ermee, moeten we allemaal heel hard gaan klappen, doet ie nog een coupletje, moeten we allemaal opnieuw gaan klappen, glimlacht-ie nog eens, applaus applaus en dan sluit-ie het nummer af. Tsja, leuk voor hem, maar niet voor mij. Te vaak verdween in de eerste helft van het optreden het tempo uit de show omdat Wayne zich weer nodig even moest laten bejubelen.
Dat was jammer, want zonder die hinderlijke onderbrekingen had dit optreden een absoluut hoogtepunt kunnen zijn. De nummers in de tweede helft waren zonder uitzondering prachtig. Het een-na-laatste nummer kende ik zo niet, maar het mondde uit in een heerlijke geluidseruptie. Afsluiter What Is the Light was werkelijk subliem. De encore knalde eruit met Race for the Prize en Do You Realize. Daarmee stegen The Lips alsnog met stip van een 7- naar een 8+. Waarbij de plus in extremis toch weer weg viel, omdat we weer telkens smekend moesten applaudiseren of Wayne zo vriendelijk zou willen zijn nog een keer het zinnetje 'Do you realize that you have the most beautiful face' wilde zingen.
Daarna wachtte de rest nog een tijdlang op Girl Talk, maar het ging me wat ver om me daar nog voor wakker te houden zonder dat ik er ooit een noot van gehoord heb. En het was natuurlijk ook al een mooie dag geweest.
Dus:
Moon Duo 7,5
Of Montreal 9-
Public Image Ltd. 10-
(Glenn Branca 6)
Suicide 5
The Flaming Lips 8
En dat ondanks een valse start van de festivalorganisatie. Want toen we om een uurtje of zes het terrein op liepen en de eerste bands toch echt al optraden, was er bijna nergens bier te krijgen. Het ingenieuze nieuwe pasjessysteem lag namelijk plat. Slechts bij een paar loslopende verkopers en twee stands op het centrale eet- en drinkterrein was een druppel drank (met of zonder alcohol) te verkrijgen. Het zou nog tot een uur of tien duren voordat de organisatie op het idee kwam om dan maar gewoon met het betaalmiddel geld te gaan werken...
Met een wat droge mond begonnen we derhalve aan het eerste optreden van de dag: Moon Duo. Dit uit Wooden Shjips voortgekomen - u raadt het al - duo bestaat uit een oude meneer met baard en gitaar en een jonge vrouw met indrukwekkende pony achter een synthesizer. Uit die synthesizer komen Doorsachtige geluiden rollen, uit de gitaar komt een grommende groove die het midden houdt tussen Spacemen 3 en postrock/spacerock van later datum. Toch klinkt dat alles bij elkaar nog verrassend catchy af en toe, wat Moon Duo tot een mooie opener maakte. Hun eerste nummer van hun laatste EP, Motorcycle I Love You, was het hoogtepunt en meteen een mooie opwarmer voor Suicide, want zo klonk het dus ook.
Mijn volgende stop was Of Montreal op het hoofdpodium. Mijn plan was om dat vanaf het grasveld op afstand te aanschouwen en naar voren te hollen als ze het geweldige The Past Is a Grotesque Animal ten gehore zouden brengen. Want daarvoor, en eigenlijk nergens anders voor, wilde ik ze zien. Nadat Herman en Frank mij op dat grasveld nog even gezelschap hadden gehouden alvorens naar Seefeel te vertrekken, besloot ik me toch maar vast in de menigte te begeven. Al zaten we wat ver, het zag er namelijk gezellig uit in de nabijheid van het hoofdpodium. Toen bleek Of Montreal echt iets waar je vooraan bij moet staan om het goed mee te krijgen. Want wat een geweldige show was er op het podium gaande, zeg... De in een rokje en panty gehulde zanger kreeg elk nummer gezelschap van twee kolderiek verklede dansers. Ze kwamen achtereenvolgens op als showworstelaars (inclusief meevechtende scheidsrechter), biggetjes, vosachtige wezens met enorme tieten, dambordpakken en opnieuw als showworstelaars, die nu door een derde persoon met een bezem te lijf wilde gaan. De muziek was toch wel een slagje anders dan de verder niet heel erg onderscheidende indie van op plaat. Dit klonk meer als een soort moderne indieversie van Sparks; enorm over de top en nogal gay. Maar het werd ook muzikaal steeds beter wat mij betreft. Ze hadden nog wel iets langer door mogen spelen. Dat The Past Is a Grotesque Animal niet langs kwam, was hoogstens een heel klein beetje jammer.
Daarna had ik even een Oath-momentje, want ik vergiste me in het podium waar Public Image Ltd. zou spelen. Toen er een neger het podium op liep en iedereen begon te juichen, begon me gelukkig iets te dagen. In de ganzenpas naar de andere kant van het terrein dus maar, alwaar ik vreesde dat ik een fatsoenlijke plaats kon vergeten. Dat viel gelukkig mee, want het was minder druk dan ik had verwacht. We hebben het per slot van rekening wel over Johnny Rotten. Zo ver naar voren als de rest van ons gezelschap (en dat van obsessed) kwam ik niet meer, maar met de twintigste rij, precies in het midden is gelukkig niets mis.
Op plaat vind ik Public Image vaak best goed, maar zakt mijn aandacht na een minuut of twintig altijd weg. Daar had ik live gelukkig geen last van. Naar Johnny kijken is al genoeg om je meer dan een uur lang te vermaken. Hij kijkt het publiek op een wijze die het midden houdt tussen streng, boos en angstaanjagend, neemt tussen elk nummer een slok sterke drank, doet een raar dansje (alleen met zijn armen) en spuugt theatraal op de grond. Dan begint zijn band een geweldige postpunkgroove te spelen (echt veel beter dan op de soms wat saaiige platen) en fulmineert hij teksten het publiek in. Geen oude man die een parodie doet op zichzelf, maar eentje die het nog echt meent als hij zegt dat alle andere bands het voor het geld doen, maar hij niet. Vanaf Albatross (dan nog een van mijn meest favoriete nummers op plaat) kon het al niet meer stuk, en dat was pas het derde nummer. Daarna was PiL een aaneenschakeling van hoogtepunten als Religion, Flowers of Romance, The Order of Death en een aantal dingen die ik als relatieve leek niet meteen thuis kan brengen. Een poging om het Frank bij ons weerzien te doen lijken alsof ik het niets vond, mislukte jammerlijk.
Een kritiekpuntje dan toch: Johnny Rotten heeft tegenwoordig een muziekstandaard voor zijn neus staan. Dat is niet echt punk, als je het mij vraagt. Verder weerhoudt alleen het feit dat ik Built to Spill vorig jaar nog een ietsiepietsie beter vond me van de 10. Maar ja, vind je het gek, in die band woon ik zo ongeveer...
Na PiL had ik een beetje een gat in mijn programma. Cave als Grinderman is bij mij niet echt favoriet, ik zie hem liever een keer met Bad Seeds erbij. Omdat ik al twee optredens alleen had verwerkt, volgde ik maar even de groep naar Glenn Branca. Daarover leest u hier straks nog dolenthousiaste verhalen, maar helaas niet van mij. Met alleen vijf gitaren (of volgens Paap 86, maar die gaat dan ook wiskunde studeren) krijg je mij maar moeilijk warm. Leuk voor een paar nummers, maar het gaat mij vervelen. Daarom maar een rondje gaan maken over het festivalterrein, terwijl de rest bleef. Voor hen schoten superlatieven te kort, want het werd steeds beter. Frank dacht na over een nieuwe 10. Tsja, leuk voor hem, maar echt spijt heb ik niet. Als PiL niet net was geweest, was ik wel gebleven. Maar nu genoot ik liever even na dan te blijven staan bij iets dat me niet echt ligt.
Zo kon ik me in alle rust voorbereiden op Suicide. Gelukkig was het tegelijk geprogrammeerde Caribou zo vriendelijk om een dag eerder ook al te hebben opgetreden, dus dat scheelde een lastige keuze. Ik vind hun legendarische debuutplaat zelf erg intrigerend, maar ik luister er niet graag naar. Een beetje haat/liefde dus. Tel daarbij op dat zanger Alan Vega inmiddels de 70 gepasseerd is en ik was razend benieuwd wat ik hier nu weer van moest verwachten. Nou ja, dat viel dus nogal tegen. De bas stond veel te hard, waardoor het nogal een brij van geluid was. Melodie viel slechts in de toegift te ontwaren. Hun integraal gespeelde debuutplaat was slechts bij vlagen terug te ontdekken (Rocket USA was nog het best herkenbaar). Frankie Teardrop, met de legendarische angstschreeuwen, was bijna niet te onderscheiden. Zijn enige schreeuw bewaarde Vega voor het eind, zij het dat die inmiddels twee octaven lager is dan in 1977. Dat maakte dit eens zo angstaanjagende duo vooral aandoenlijk. Martin Rev stond autistisch op wat toetsen te drukken, maar daar was weinig van terug te horen. Alan Vega schuifelde af en toe wat over het podium, vermoedelijk heeft hij net een nieuwe heup. Waarschijnlijk is hij door de meegereisde zuster opgevangen, heeft zij hem verteld dat hij het hartstikke goed gedaan heeft en dat wij ons nu gaan wassen in de hotelkamer. Het begrip rollatorsynthpunk is in elk geval volstrekt geherdefinieerd, en ondanks de lage beoordeling was het daarom toch wel een vermakelijk schouwspel.
De afsluiter van mijn dag was The Flaming Lips. Bij enkele reisgenoten was blijkbaar spraken van enige FL-moeheid, zij hadden ze al eens gezien, en ze schijnen daarbij steeds hetzelfde trucje te doen. Nu had ik dat nog nooit meegekregen, dus voor mij geen belemmering. En het moet gezegd, ze maakten er wel werk van. Op de achterkant van het podium was een deur in een oog geprojecteerd van waaruit de band op kwam. De zanger crowdsurfte in een enorme opblaasbare bal alvorens de show daadwerkelijk kon beginnen. Het kwam allemaal net iets bedachter over dan Of Montreal, dat wel.
Maar goed, het gaat om de muziek, en goede liedjes hebben ze zeker. Als tweede kwam She Don't Use Jelly langs, een van de hoogtepunten in het begin. Toch kwamen de Lips wat mij betreft maar moeizaam op gang. Dat kwam vooral omdat Wayne Coyne zich wel erg applausziek toonde. Ha, leuk, dacht ik na een nummer of vijf. Yoshimi komt langs. Dan speelt-ie dus een coupletje en een refreintje, stopt ie ermee, moeten we allemaal heel hard gaan klappen, doet ie nog een coupletje, moeten we allemaal opnieuw gaan klappen, glimlacht-ie nog eens, applaus applaus en dan sluit-ie het nummer af. Tsja, leuk voor hem, maar niet voor mij. Te vaak verdween in de eerste helft van het optreden het tempo uit de show omdat Wayne zich weer nodig even moest laten bejubelen.
Dat was jammer, want zonder die hinderlijke onderbrekingen had dit optreden een absoluut hoogtepunt kunnen zijn. De nummers in de tweede helft waren zonder uitzondering prachtig. Het een-na-laatste nummer kende ik zo niet, maar het mondde uit in een heerlijke geluidseruptie. Afsluiter What Is the Light was werkelijk subliem. De encore knalde eruit met Race for the Prize en Do You Realize. Daarmee stegen The Lips alsnog met stip van een 7- naar een 8+. Waarbij de plus in extremis toch weer weg viel, omdat we weer telkens smekend moesten applaudiseren of Wayne zo vriendelijk zou willen zijn nog een keer het zinnetje 'Do you realize that you have the most beautiful face' wilde zingen.
Daarna wachtte de rest nog een tijdlang op Girl Talk, maar het ging me wat ver om me daar nog voor wakker te houden zonder dat ik er ooit een noot van gehoord heb. En het was natuurlijk ook al een mooie dag geweest.
Dus:
Moon Duo 7,5
Of Montreal 9-
Public Image Ltd. 10-
(Glenn Branca 6)
Suicide 5
The Flaming Lips 8
0
geplaatst: 27 mei 2011, 14:26 uur
Na de goede opwarmers van festivaldag 0 was het dan tijd voor de eerste echte festivaldag. Deze begon ik met Moon Duo, een psychedelisch tweetal dat voortkomt uit Wooden Shjips en net zulke muziek maakt. Een meisje op drumcomputer en keyboard en een gitarist zorgden voor een heerlijke psychedelische groove, die bij vlagen wat op een voorproefje voor Suicide leek. Mooi, maar ook een herhaling van hetzelfde kunstje. En dan is het maar goed dat zo´n optreden niet langer dan 3 kwartier duurt.
Daarna even naar Of Montreal gekeken, iets waar Lukas zeer enthousiast over was. Leuke band die er een flink feestje van maakte, maar ik ging snel kijken naar Seefeel. Leuke knisperelectronica met wat shoegaze-achtige elementen, maar niet al te boeiend.
Dus daar gingen we op tijd weg om een mooi plekje vooraan bij Public Image Ltd. te bemachtigen. Dat lukte makkelijk en ik hoopte dat het net zo geniaal zou worden als vorig jaar in Paradiso. En dat werd het! Vanaf de opener Public Image was elk nummer raak. De schurende gitaar in Swan Lake en Albatross, het hoekige ritme in Flowers of Romance; alles was even geniaal. Tel daar bij op Johnny Rotten, die elk nummer fulmineert alsof hij hoogstpersoonlijk het einde van de wereld komt aankondigen, en het plaatje is compleet. Om bijna bang van te worden.
Dat PiL zo goed was, dat was voor mij geen verrassing, want ik had ze vorig jaar in Paradiso gezien en toen was het net zo geniaal. Het optreden van Glenn Branca Ensemble was wél een verrassing voor me, en dat in positieve zin. Het ensemble van Glenn Branca bestaat uit vier gitaristen, een bassist en een drummer die in een halve cirkel stonden opgesteld, met in het midden dirigent Glenn Branca. Ja, u leest het goed, dirigent. Waar op festivals normaal bands spelen die gewoon zelf hun ding doen, werd dit ensemble aangestuurd door dirigent Glenn Branca (type gesjeesde wiskundeleraar enkele jaren voor zijn pensioen).
De zes muzikanten voor hem konden allemaal zijn zonen of dochters zijn. Branca vervulde zijn taak als dirigent vol overgave en die vonk sprong meteen over op zijn studenten. Je zag echt dat het geen van tevoren ingestudeerd trucje was, het ensemble reageerde precies op de armgebaren van zijn dirigent. De muziekstukken leken wel klassiek, maar dan uitgevoerd met rockinstrumenten. De stukken werden gekenmerkt door een schitterende subtiele opbouw, subliem samenspel, uitmondend in verzengende uitbarstingen. Aan het einde deden de uitbarstingen ook denken aan GY!BE. Meer dan een uur extase en daarin was ik niet de enige, als ik de reacties om me heen bekeek.
Daarna was het tijd voor Suicide. Dit duo op leeftijd ging zijn debuutplaat uit 1977 integraal spelen en daar was ik razend benieuwd naar, maar hier lag ook het risico van de grootste teleurstelling op de loer. Die angst voor de teleurstelling leek tijdens de eerste twee nummers, Ghost Rider en Rocket USA, ongegrond te zijn. Martin Rev knalde heerlijke zenuwachtige geluiden uit zijn synthesizer en Alan Vega leek beter bij stem dan ik dacht. Maar daarna ging het compleet de mist in. Rev leek alleen maar te proberen om zoveel mogelijk onsamenhangend geluid uit zijn synths te willen persen, terwijl de als een seniele bejaarde over het podium rondzwalkende Vega (wat niet vreemd is als je 73 bent) wel iets zong, maar dat daarin maar bij vlagen iets van die intrigerende plaat van Suicide uit 1977 te horen was. Het optreden leek maar weinig op wat het had moeten zijn. Tel daarbij op dat het geluid bij dit optreden belachelijk hard stond. Aangekomen bij magnum opus Frankie Teardrop kreeg het begrip triestheid een nieuwe dimensie. Alan Vega probeerde iets over een geluidsbrei heen te zingen en omdat hij enkele keren ´Frankie` uitkraamde, wist het publiek dat dit Frankie Teardrop moest zijn. Wie het nummer kent weet dat dit nummer de meest angstaanjagende schreeuw ooit herbergt, maar toen de 73-jarige Vega deze probeerde te reproduceren, bleek daar weinig meer van over te zijn dan een langgerekte rochel.
Daarna nog een stuk Flaming Lips meegepikt (begint te vervelen, het is een vette show, maar het zijn al bijna 10 jaar dezelfde kunstjes), even naar Baths gekeken, even gedanst bij John Talabot om om 5 uur ´s ochtend het laatste optreden mee te pikken: Girl Talk. Girl Talk is een meester in het maken van mashups en dat liet hij hier ook weer zien. Maar dit optreden was niet het feest der herkenning dat zijn platen voor me zijn. Maar toch leuk om even de laatste restjes energie bij kwijt te raken.
Vandaag weer een overvolle dag met The Monochrome Set, Pere Ubu, Belle & Sebastian, Low, Pulp, Half Japanese, Shellac, Autolux, Explosions in the Sky, M. Ward en Ariel Pink´s Haunted Graffiti. dat worden weer lastige keuzes.
Daarna even naar Of Montreal gekeken, iets waar Lukas zeer enthousiast over was. Leuke band die er een flink feestje van maakte, maar ik ging snel kijken naar Seefeel. Leuke knisperelectronica met wat shoegaze-achtige elementen, maar niet al te boeiend.
Dus daar gingen we op tijd weg om een mooi plekje vooraan bij Public Image Ltd. te bemachtigen. Dat lukte makkelijk en ik hoopte dat het net zo geniaal zou worden als vorig jaar in Paradiso. En dat werd het! Vanaf de opener Public Image was elk nummer raak. De schurende gitaar in Swan Lake en Albatross, het hoekige ritme in Flowers of Romance; alles was even geniaal. Tel daar bij op Johnny Rotten, die elk nummer fulmineert alsof hij hoogstpersoonlijk het einde van de wereld komt aankondigen, en het plaatje is compleet. Om bijna bang van te worden.
Dat PiL zo goed was, dat was voor mij geen verrassing, want ik had ze vorig jaar in Paradiso gezien en toen was het net zo geniaal. Het optreden van Glenn Branca Ensemble was wél een verrassing voor me, en dat in positieve zin. Het ensemble van Glenn Branca bestaat uit vier gitaristen, een bassist en een drummer die in een halve cirkel stonden opgesteld, met in het midden dirigent Glenn Branca. Ja, u leest het goed, dirigent. Waar op festivals normaal bands spelen die gewoon zelf hun ding doen, werd dit ensemble aangestuurd door dirigent Glenn Branca (type gesjeesde wiskundeleraar enkele jaren voor zijn pensioen).
De zes muzikanten voor hem konden allemaal zijn zonen of dochters zijn. Branca vervulde zijn taak als dirigent vol overgave en die vonk sprong meteen over op zijn studenten. Je zag echt dat het geen van tevoren ingestudeerd trucje was, het ensemble reageerde precies op de armgebaren van zijn dirigent. De muziekstukken leken wel klassiek, maar dan uitgevoerd met rockinstrumenten. De stukken werden gekenmerkt door een schitterende subtiele opbouw, subliem samenspel, uitmondend in verzengende uitbarstingen. Aan het einde deden de uitbarstingen ook denken aan GY!BE. Meer dan een uur extase en daarin was ik niet de enige, als ik de reacties om me heen bekeek.
Daarna was het tijd voor Suicide. Dit duo op leeftijd ging zijn debuutplaat uit 1977 integraal spelen en daar was ik razend benieuwd naar, maar hier lag ook het risico van de grootste teleurstelling op de loer. Die angst voor de teleurstelling leek tijdens de eerste twee nummers, Ghost Rider en Rocket USA, ongegrond te zijn. Martin Rev knalde heerlijke zenuwachtige geluiden uit zijn synthesizer en Alan Vega leek beter bij stem dan ik dacht. Maar daarna ging het compleet de mist in. Rev leek alleen maar te proberen om zoveel mogelijk onsamenhangend geluid uit zijn synths te willen persen, terwijl de als een seniele bejaarde over het podium rondzwalkende Vega (wat niet vreemd is als je 73 bent) wel iets zong, maar dat daarin maar bij vlagen iets van die intrigerende plaat van Suicide uit 1977 te horen was. Het optreden leek maar weinig op wat het had moeten zijn. Tel daarbij op dat het geluid bij dit optreden belachelijk hard stond. Aangekomen bij magnum opus Frankie Teardrop kreeg het begrip triestheid een nieuwe dimensie. Alan Vega probeerde iets over een geluidsbrei heen te zingen en omdat hij enkele keren ´Frankie` uitkraamde, wist het publiek dat dit Frankie Teardrop moest zijn. Wie het nummer kent weet dat dit nummer de meest angstaanjagende schreeuw ooit herbergt, maar toen de 73-jarige Vega deze probeerde te reproduceren, bleek daar weinig meer van over te zijn dan een langgerekte rochel.
Daarna nog een stuk Flaming Lips meegepikt (begint te vervelen, het is een vette show, maar het zijn al bijna 10 jaar dezelfde kunstjes), even naar Baths gekeken, even gedanst bij John Talabot om om 5 uur ´s ochtend het laatste optreden mee te pikken: Girl Talk. Girl Talk is een meester in het maken van mashups en dat liet hij hier ook weer zien. Maar dit optreden was niet het feest der herkenning dat zijn platen voor me zijn. Maar toch leuk om even de laatste restjes energie bij kwijt te raken.
Vandaag weer een overvolle dag met The Monochrome Set, Pere Ubu, Belle & Sebastian, Low, Pulp, Half Japanese, Shellac, Autolux, Explosions in the Sky, M. Ward en Ariel Pink´s Haunted Graffiti. dat worden weer lastige keuzes.
0
geplaatst: 27 mei 2011, 14:33 uur
¨we give our hearts and souls to you¨
De eerste echte festivaldag op Primavera Sound werd een hele mooie. Moon Duo was de eerste band die we zagen. Naar ik begreep een voortzetting van Wooden Shjips, waar ik eerlijk gezegd dan weer niet bekend mee ben. Maar het duo zorgde voor een lekkere portie psychedelische rock en bleek een prima festivalopener.
Na Moon Duo hebben we vanuit het veld een stukje van Of Montreal meegepakt, wat bijzonder feestelijk klonk. Maar omdat ik toch wel graag een stukje van Seefeel wilde meepakken, werd de San Miguel verruild voor het ATP-podium. Seefeel had bij de eerste nummer nog de pech dat het geluid niet helemaal goed afgestemd. maar daarna was het best genieten. Aangename klanktapijten zoals je van een WARP-act mag verwachten, fijne ritmes en ijle zang. Na een klein half uurtje Seefeel vervolgden wij onze weg naar de Llevant, om een goed plekje voor Public Image Limited te bemachtigen.
Dat was een goede zet, want Public Image Limited zorgde voor het hoogtepunt van de dag. Ik heb de setlist niet helemaal paraat (wellicht post Cygnus die nog), maar vanaf Albatross was ik helemaal om. De muziek van P.I.L. is eigenlijk vrij minimalistisch, maar in combinatie met de rake teksten en de briljante voordracht van John Lydon wist het bij mij toch een soort oergevoel los te maken. Het is knap hoe Lydon zulke serieuze thema´s aansluit, maar het met genoeg onderkoelde humor brengt om het draaglijk te houden. Even heb ik nog enige reserves of hij niet enigszins een toneelstukje opvoert met het geageer tegen de gevestigde orde, religie, maar als hij ¨we give our heart and souls to you!¨ roept, geloof ik hem heb op zijn woord. Ik heb er een held bij en heb nu eigenlijk vooral zin heel hard Metal Box op te zetten.
Daarna was het de beurt aan het Glenn Branca Ensemble. Met de muziek van Glenn Branca was ik nog niet bekend, maar aangezien ik wel weet uit welke scene hij komt, had ik wel een idee wat ik zou kunnen verwachten. Branca dirigeerde zijn secundanten (5 keer gitaar, 1 keer basgitaar en 1 drumster) door lange gitaar-exercities, waarvan ik het 4e (Dedicated to Steve Reich) en 5e het beste vond. Het was een goed idee de afzonderlijke muzikanten te volgen om zo mogelijk hun spelpatronen te ontrafelen en onbewust in trance te worden gespeeld. De ontspannen wijze waarop Branca omging met het storende geluid van een ander podium vond ik ook wel indrukwekkend.
Na PIL en Branca was het weer tijd voor een band die zijn hoogtepunt rond 1980 had: synthpunkveteranen Suicide zouden nog eenmaal '- integraal - hun fantastische debuutplaat spelen. Voor mij was dit na Pulp misschien wel het optreden waar ik het meest naar uit had gekeken, al wist ik ook wel dat de kans dat het tegen zou vallen aanzienlijk was. Hierbij dacht ik vooral aan de respectabele leeftijd van Rev en Vega (ik meen 70 en 73), maar helaas bleek dit niet eens de bottleneck. Alhoewel Vega echt niet meer de krijsen van Frankie Teardrop wist te evenaren, was het vooral het achterlijk harde geluid dat het concert verpestte. De subtiele melodietjes verzopen in de muur van geluid en Vega was een enkel woord uitgezonderd niet te verstaan. Het was bijzonder om zo´n legendarische act te zien, maar ergens ook wel een beetje treurig. Ik vraag me ook af wat ze er zelf nou nog van vinden: als er mensen crowdsurfen op Frankie Teardrop, misschien wel het meest akelige nummer uit de popgeschiedenis (zoek de tekst maar eens na), dan is dat toch wel een teken dat het optreden niet echt recht doet aan de muziek.
Na een hapje te hebben gegeten (het was inmiddels al 2 uur en na het ´ontbijt´ had ik niets meer gehad) waren de hoogtepunten wel op. Flaming Lips heeft een prachtige show, maar die had ik al eens gezien en Baths was op plaat ook al niet echt mijn ding, alhoewel de combinatie tussen Four Tet-achtige electronica en Animal Collective-achtige vaagheid een interessante is. John Talabot was de artiest waar ik op dat moment nog het meeste naar uitkijk. Op basis van zijn EP´tjes was ik wel bang dat het tempo van zijn electronica wat te laag zou liggen om op dit uur van de dag (hij begon kwart over 4) nog een festivalpubliek te bekoren, maar hij trakteerde ons op een lekkere zomerse houseset. Daarna nog even het hele terrein afgelopen om nog wat van Girl Talk mee te krijgen, maar zijn set zat er al bijna op toen we aankwamen. Van wat ik zag kon ik niet meer enorm enthousiast worden. Het is knap gemixt, maar het doet me niet zoveel.
Nog even de cijfers en dan op naar het ontbijt...
Moon Duo: 8
Of Montreal: 7
Seefeel: 7
Public Image Limited: 10
Glenn Branca Ensemble: 9
Suicide: 5,5
Flaming Lips: -
Baths: 5
John Talabot: 7,5
Girl Talk: 6
De eerste echte festivaldag op Primavera Sound werd een hele mooie. Moon Duo was de eerste band die we zagen. Naar ik begreep een voortzetting van Wooden Shjips, waar ik eerlijk gezegd dan weer niet bekend mee ben. Maar het duo zorgde voor een lekkere portie psychedelische rock en bleek een prima festivalopener.
Na Moon Duo hebben we vanuit het veld een stukje van Of Montreal meegepakt, wat bijzonder feestelijk klonk. Maar omdat ik toch wel graag een stukje van Seefeel wilde meepakken, werd de San Miguel verruild voor het ATP-podium. Seefeel had bij de eerste nummer nog de pech dat het geluid niet helemaal goed afgestemd. maar daarna was het best genieten. Aangename klanktapijten zoals je van een WARP-act mag verwachten, fijne ritmes en ijle zang. Na een klein half uurtje Seefeel vervolgden wij onze weg naar de Llevant, om een goed plekje voor Public Image Limited te bemachtigen.
Dat was een goede zet, want Public Image Limited zorgde voor het hoogtepunt van de dag. Ik heb de setlist niet helemaal paraat (wellicht post Cygnus die nog), maar vanaf Albatross was ik helemaal om. De muziek van P.I.L. is eigenlijk vrij minimalistisch, maar in combinatie met de rake teksten en de briljante voordracht van John Lydon wist het bij mij toch een soort oergevoel los te maken. Het is knap hoe Lydon zulke serieuze thema´s aansluit, maar het met genoeg onderkoelde humor brengt om het draaglijk te houden. Even heb ik nog enige reserves of hij niet enigszins een toneelstukje opvoert met het geageer tegen de gevestigde orde, religie, maar als hij ¨we give our heart and souls to you!¨ roept, geloof ik hem heb op zijn woord. Ik heb er een held bij en heb nu eigenlijk vooral zin heel hard Metal Box op te zetten.
Daarna was het de beurt aan het Glenn Branca Ensemble. Met de muziek van Glenn Branca was ik nog niet bekend, maar aangezien ik wel weet uit welke scene hij komt, had ik wel een idee wat ik zou kunnen verwachten. Branca dirigeerde zijn secundanten (5 keer gitaar, 1 keer basgitaar en 1 drumster) door lange gitaar-exercities, waarvan ik het 4e (Dedicated to Steve Reich) en 5e het beste vond. Het was een goed idee de afzonderlijke muzikanten te volgen om zo mogelijk hun spelpatronen te ontrafelen en onbewust in trance te worden gespeeld. De ontspannen wijze waarop Branca omging met het storende geluid van een ander podium vond ik ook wel indrukwekkend.
Na PIL en Branca was het weer tijd voor een band die zijn hoogtepunt rond 1980 had: synthpunkveteranen Suicide zouden nog eenmaal '- integraal - hun fantastische debuutplaat spelen. Voor mij was dit na Pulp misschien wel het optreden waar ik het meest naar uit had gekeken, al wist ik ook wel dat de kans dat het tegen zou vallen aanzienlijk was. Hierbij dacht ik vooral aan de respectabele leeftijd van Rev en Vega (ik meen 70 en 73), maar helaas bleek dit niet eens de bottleneck. Alhoewel Vega echt niet meer de krijsen van Frankie Teardrop wist te evenaren, was het vooral het achterlijk harde geluid dat het concert verpestte. De subtiele melodietjes verzopen in de muur van geluid en Vega was een enkel woord uitgezonderd niet te verstaan. Het was bijzonder om zo´n legendarische act te zien, maar ergens ook wel een beetje treurig. Ik vraag me ook af wat ze er zelf nou nog van vinden: als er mensen crowdsurfen op Frankie Teardrop, misschien wel het meest akelige nummer uit de popgeschiedenis (zoek de tekst maar eens na), dan is dat toch wel een teken dat het optreden niet echt recht doet aan de muziek.
Na een hapje te hebben gegeten (het was inmiddels al 2 uur en na het ´ontbijt´ had ik niets meer gehad) waren de hoogtepunten wel op. Flaming Lips heeft een prachtige show, maar die had ik al eens gezien en Baths was op plaat ook al niet echt mijn ding, alhoewel de combinatie tussen Four Tet-achtige electronica en Animal Collective-achtige vaagheid een interessante is. John Talabot was de artiest waar ik op dat moment nog het meeste naar uitkijk. Op basis van zijn EP´tjes was ik wel bang dat het tempo van zijn electronica wat te laag zou liggen om op dit uur van de dag (hij begon kwart over 4) nog een festivalpubliek te bekoren, maar hij trakteerde ons op een lekkere zomerse houseset. Daarna nog even het hele terrein afgelopen om nog wat van Girl Talk mee te krijgen, maar zijn set zat er al bijna op toen we aankwamen. Van wat ik zag kon ik niet meer enorm enthousiast worden. Het is knap gemixt, maar het doet me niet zoveel.
Nog even de cijfers en dan op naar het ontbijt...
Moon Duo: 8
Of Montreal: 7
Seefeel: 7
Public Image Limited: 10
Glenn Branca Ensemble: 9
Suicide: 5,5
Flaming Lips: -
Baths: 5
John Talabot: 7,5
Girl Talk: 6
0
geplaatst: 27 mei 2011, 14:52 uur
Op dit moment tikt Lukas twee stoelen verderop een epistel van 86 kantjes waarin hij zijn ervaring van de eerste echte festivaldag uit de doeken doet. Frank zal hier ook weldra mee beginnen, en dat ontmoedigt mij al een beetje hetzelfde te doen, aangezien mijn verhaal hoe dan ook zal verbleken bij de werken van deze journalistieke wonderen.
De donderdag begon vroeg in de middag met een bezoek aan broodjeszaak Dino Pan (Dinobrood) waar we voor een zeer schappelijk bedrag een prima ontbijt wisten te scoren. Lukas en ik besloten nog een rondje te gaan hardlopen terwijl Frank en Herman wel iets beters te doen hadden. Joost mag weten wat. Hij heeft zich hier echter uitgeschreven.
Even na 17 uur liepen we op ons gemak naar het festivalterrein en aldaar aangekomen wilden we een drankje tot ons nemen, maar het nieuwe systeem, dat gebruik maakte van Wi-fi, faalde hopeloos. Er was een technisch probleem en tot een uur of 20 werd er 'nee' verkocht. Toen besloten ze toch maar de bar te openen en contant geld aan te nemen, maar dat wist ik pas om half 23.
Ik kwam echter niet naar dat festival om bier te drinken, integendeel. De muzikale dag begon met Moon Duo, oftewel Wooden Shjips II. De dame en heer op het podium wisten me mee te nemen op hun muzikale trip met eeuwigdurende grooves, hypnotiserende synthesizerdeuntjes en wazige vocalen. Elk nummer werd wel een beetje hetzelfde trucje toegepast, maar dat deed niets af aan het plezier dat ik aan dit optreden heb ervaren. Mijn mede-festivalgangers waren helaas niet zó enthousiast.
Seefeel dan. Ik weet eigenlijk niet wat ik daarover moet schrijven. Ik laat dat dan ook maar, vraag Herman of Frank maar hoe het was.
Snel naar PiL. Afgaande op de bejubelende verhalen van Frank moest dit hét optreden van de week worden. Ik moest het nog maar zien: PiL op plaat vind ik wel goed, maar scoort vooralsnog nergens hoger dan 4*. We zochten een mooie plek rond de vijfde rij in het midden en om 21:15 werd er afgetrapt. Wat volgde heb ik in een roes beleefd. Ik heb zelden zo staan dansen en genieten bij een optreden. Vanaf Albatross was elk nummer compleet raak, Johnny en de zijnen maakten er een compleet feest van, het geluid was perfect en wow. Frank zei het al: " We gaan naar huis. Beter wordt het niet". Lees voor een meer inhoudelijk verslag een verhaal van mijn reisgenoten.
Of toch wel?
We begaven ons naar de ATP-stage voor een optreden van gitaarmuziek gecomponeerd en gedirigeerd door de meester hemzelf: Glenn Branca. Zelden hoorde ik zoiets intens. Enkele imposante composities bestaande uit een muur van gitaargeweld en drums: precies zoals op plaat, maar dan nog vetter. Glenn had er kennelijk ook plezier in, want hij wilde nog wel wat langer door. Ware het niet dat de stage director hem nog even snel kwam duidelijk maken dat er nog maar weinig tijd was, en of-ie het laatste liedje kort wilde houden. Helaas.
Ik was al bang dat Suicide, de volgende act op het programma, de tegenvaller van de week ging zijn, maar na Glenn Branca en PiL kon het alleen maar nóg minder zijn. En dat was het ook. Het geluid stond veel te hard en met name de lage tonen waren zwaar versterkt, waardoor de subtiele deuntjes niet of nauwelijks te horen waren. Het debuutalbum, dat integraal opgevoerd werd, werd verminkt ten gehore gebracht en het werd wel erg aandoenlijk, die twee mannetjes zo op het podium. Snel vergeten helaas.
Flaming Lips hoefde ik niet per se te zien, maar na rustig een avondmaaltijd te hebben genuttigd schoof ik toch aan de zijlijn aan bij FL. Klonk allemaal wel lekker, maar ik was toch meer aan het inkakken daar. Even voor het einde zochten Herman en ik Frank op die bij Baths stond, maar dit was wel erg saai. Gelukkig was het weldra afgelopen en begaven we ons op de dansvloer voor een dj-set van John Talabot. Uurtje dansen met prima plaatjes die niet altijd even zorgvuldig aan elkaar geketend. Al met al een fijne set. De vermoeidheid was er om 5 uur wel een beetje ingeslopen, maar we raapten onszelf nog één keer bij elkaar voor het laatste optreden van de dag: Girl Talk. Was een leuk feestje, meer niet.
De dag was voor mij dan al geslaagd, met 2 vrijwel perfecte optredens, die als enige minpunt hadden dat ze te kort duurden.
Om 6:45 stapte ik in bed, in slaap gewiegd door de klanken van een snurkeraar in het bed onder mij.
Moon Duo: 8,5
Seefeel: 7,5
Public Image Limited: 10
Glenn Branca Ensemble: 10-
Suicide: 6
Baths: 5
John Talabot: 7,5
Girl Talk: 6,5
De donderdag begon vroeg in de middag met een bezoek aan broodjeszaak Dino Pan (Dinobrood) waar we voor een zeer schappelijk bedrag een prima ontbijt wisten te scoren. Lukas en ik besloten nog een rondje te gaan hardlopen terwijl Frank en Herman wel iets beters te doen hadden. Joost mag weten wat. Hij heeft zich hier echter uitgeschreven.
Even na 17 uur liepen we op ons gemak naar het festivalterrein en aldaar aangekomen wilden we een drankje tot ons nemen, maar het nieuwe systeem, dat gebruik maakte van Wi-fi, faalde hopeloos. Er was een technisch probleem en tot een uur of 20 werd er 'nee' verkocht. Toen besloten ze toch maar de bar te openen en contant geld aan te nemen, maar dat wist ik pas om half 23.
Ik kwam echter niet naar dat festival om bier te drinken, integendeel. De muzikale dag begon met Moon Duo, oftewel Wooden Shjips II. De dame en heer op het podium wisten me mee te nemen op hun muzikale trip met eeuwigdurende grooves, hypnotiserende synthesizerdeuntjes en wazige vocalen. Elk nummer werd wel een beetje hetzelfde trucje toegepast, maar dat deed niets af aan het plezier dat ik aan dit optreden heb ervaren. Mijn mede-festivalgangers waren helaas niet zó enthousiast.
Seefeel dan. Ik weet eigenlijk niet wat ik daarover moet schrijven. Ik laat dat dan ook maar, vraag Herman of Frank maar hoe het was.
Snel naar PiL. Afgaande op de bejubelende verhalen van Frank moest dit hét optreden van de week worden. Ik moest het nog maar zien: PiL op plaat vind ik wel goed, maar scoort vooralsnog nergens hoger dan 4*. We zochten een mooie plek rond de vijfde rij in het midden en om 21:15 werd er afgetrapt. Wat volgde heb ik in een roes beleefd. Ik heb zelden zo staan dansen en genieten bij een optreden. Vanaf Albatross was elk nummer compleet raak, Johnny en de zijnen maakten er een compleet feest van, het geluid was perfect en wow. Frank zei het al: " We gaan naar huis. Beter wordt het niet". Lees voor een meer inhoudelijk verslag een verhaal van mijn reisgenoten.
Cygnus schreef:
Beter wordt het niet
Beter wordt het niet
Of toch wel?
We begaven ons naar de ATP-stage voor een optreden van gitaarmuziek gecomponeerd en gedirigeerd door de meester hemzelf: Glenn Branca. Zelden hoorde ik zoiets intens. Enkele imposante composities bestaande uit een muur van gitaargeweld en drums: precies zoals op plaat, maar dan nog vetter. Glenn had er kennelijk ook plezier in, want hij wilde nog wel wat langer door. Ware het niet dat de stage director hem nog even snel kwam duidelijk maken dat er nog maar weinig tijd was, en of-ie het laatste liedje kort wilde houden. Helaas.
Ik was al bang dat Suicide, de volgende act op het programma, de tegenvaller van de week ging zijn, maar na Glenn Branca en PiL kon het alleen maar nóg minder zijn. En dat was het ook. Het geluid stond veel te hard en met name de lage tonen waren zwaar versterkt, waardoor de subtiele deuntjes niet of nauwelijks te horen waren. Het debuutalbum, dat integraal opgevoerd werd, werd verminkt ten gehore gebracht en het werd wel erg aandoenlijk, die twee mannetjes zo op het podium. Snel vergeten helaas.
Flaming Lips hoefde ik niet per se te zien, maar na rustig een avondmaaltijd te hebben genuttigd schoof ik toch aan de zijlijn aan bij FL. Klonk allemaal wel lekker, maar ik was toch meer aan het inkakken daar. Even voor het einde zochten Herman en ik Frank op die bij Baths stond, maar dit was wel erg saai. Gelukkig was het weldra afgelopen en begaven we ons op de dansvloer voor een dj-set van John Talabot. Uurtje dansen met prima plaatjes die niet altijd even zorgvuldig aan elkaar geketend. Al met al een fijne set. De vermoeidheid was er om 5 uur wel een beetje ingeslopen, maar we raapten onszelf nog één keer bij elkaar voor het laatste optreden van de dag: Girl Talk. Was een leuk feestje, meer niet.
De dag was voor mij dan al geslaagd, met 2 vrijwel perfecte optredens, die als enige minpunt hadden dat ze te kort duurden.
Om 6:45 stapte ik in bed, in slaap gewiegd door de klanken van een snurkeraar in het bed onder mij.
Herman schreef:
Nog even de cijfers en dan op naar het ontbijt...
Nog even de cijfers en dan op naar het ontbijt...
Moon Duo: 8,5
Seefeel: 7,5
Public Image Limited: 10
Glenn Branca Ensemble: 10-
Suicide: 6
Baths: 5
John Talabot: 7,5
Girl Talk: 6,5
0
geplaatst: 27 mei 2011, 16:37 uur
herman schreef:
Ik heb de setlist niet helemaal paraat (wellicht post Cygnus die nog), maar vanaf Albatross was ik helemaal om.
Ik heb de setlist niet helemaal paraat (wellicht post Cygnus die nog), maar vanaf Albatross was ik helemaal om.
Public Image
Memories
Albatross
(This Is Not A) Love Song
Poptones
Death Disco/Swan Lake
Flowers of Romance
Warrior
Chant
Religion II
The Order of Death
Rise
Open Up
0
geplaatst: 28 mei 2011, 05:53 uur
Lukas schreef:
PUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUULP!!!!!!!!!!!!!
PUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUULP!!!!!!!!!!!!!
Beetje overdreven dit.
0
geplaatst: 28 mei 2011, 09:46 uur
Lukas schreef:
PUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUULP!!!!!!!!!!!!!
PUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUULP!!!!!!!!!!!!!
Lyrisch, op dit tijdstip, van het concert of van de drank?

0
geplaatst: 28 mei 2011, 12:52 uur
Nou, vooruit dan. Omdat bovenstaande kreet een toch wel erg bondige samenvatting is van de afgelopen avond en nacht, zal ik er weer een paar A4' tjes over vol proberen te schrijven
.
Herman en ik hadden het er al dagen over: Primavera Sound herbergt best wat aardige bandjes, maar bij Pulp, daar moeten we pas écht vooraan staan. En dus stond ik bij een overigens weer tamelijk geweldig optreden van Shellac op mijn horloge te kijken. Een half uur tevoren wilde ik bij het hoofdpodium gaan posten. Dat moest toch ruim op tijd zijn. Dus sms'te ik Herman waar hij stond. ' Helemaal vooraan op de vijfde rij, maar ik denk niet dat je daar nog komt', was het antwoord.
En inderdaad, dat bleek een naïeve gedachte. Want als Pulp na een klein decennium weer eens bijeen komt, dan is dat in Barcelona een kolfje naar ieders hand. En dus stond ik een beetje beteuterd te wachten in een uithoek van het publiek. Nog redelijk vooraan probeerde ik in te steken, dat wel, het zal de dertigste rij geweest zijn. Een beetje centraal bleek echter een onmogelijke opgave, want nog voor de box links van het podium liep ik me al vast. En dus stond ik met slecht zicht en dramatisch geluid te wachten op wat er komen ging. Gedeelde smart is halve smart, want naast mij ontwaarde ik ineens obsessed die zijn droomplek ook al in rook had zien opgaan.
Nu heeft zo'n plek in de marge vaak nog het voordeel dat je om je heen nog een 'comfortable zone' weet te houden. Zo niet hier. Bewegen was ondoenlijk. Het was nog een wonder dat er door de immense horizontale pressie in de massa geen mensen hulpeloos omhoog plopten en meters de lucht in werden geslingerd. 'Nou, maar dan hebben we straks wél Pulp gezien', zei ik nog cynisch.
Nou ja, om ter zake te komen: om klokslag veertien voor twee was het uur U aangebroken. Na een kort muzikaal intro kwam Jarvis op en begon hij Do You Remember the First Time te zingen. En dus ging iedereen springen. En dus ontstond er een van de grootste moshpits die ik ooit gezien heb, want er was helemaal geen plaats om iedereen te laten springen.
Nu heb ik het niet zo op moshpits, want ik hou er in mijn vrije tijd nog een carrière als matig getalenteerd wedstrijdloper op na. Daardoor kom ik in dat soort gevallen nogal wat kilo's te kort, hetgeen de vrees voor een lullige blessure nog eens extra gegrond maakt. Ik kon dan ook alle begrip opbrengen voor de stroom beduusd kijkende meisjes die al spoedig het vege lijf probeerde te redden. Maar ja, dit was Pulp, dus ík had geen keus. Het was de dood of de gladiolen.
Na één minuut Jarvis op het podium begon het voordeel van zo'n pit me dan toch te dagen. Voor ik het wist, stond ik al tien plaatsen verder naar rechts. Aan het eind van de opener was ik al rechts van de geluidsbox beland, hetgeen in elk geval al voor een vijftig procent beter geluid zorgde. Tijdens Pink Glove en Pencil Skirt, het tweede en derde nummer, kwam ik weer een beetje vast te staan. Het was mooi om te zien hoe iedereen om me heen zowel geestverwant als concurrent was. Iedereen sprong omdat Pulp toen al alle verwachtingen overtrof, maar moest tegelijkertijd voortdurend aan zelfbehoud denken. Het was een harde, maar faire strijd. Mooi om te zien was wat er gebeurde toen mijn buurman zijn bril van zijn neus sprong. Tien man vormden in een fractie van een seconde een menselijk schild om die plek, een buurvrouw scheen wat telefoonlicht bij. De bril stond weer op de neus en we konden weer verder waar we gebleven waren.
En toen kwam Disco 2000. Het springen van iedereen die om mij heen stond, bereikte nog maar eens een volgende dimensie. Wat er toen gebeurde is moeilijk in woorden te omschrijven. Kwam er een oerkracht in mij los? Had ik mijn vizier scherper staan dan iedereen om mij heen omdat ik nog maar twee bier op had? Of had God mij uitverkoren vanwege de jarenlange toptienplaats van Different Class op deze site? Hoe het ook zij, ondanks dat ik niet dezelfde initialen heb als Jezus, boog alles om mij heen opzij en kon ik even over water lopen. Zonder al te veel misdaden tegen de menselijkheid stond ik ineens naast Herman vooraan, die dat pas minuten later doorhad omdat een ferme tik op de schouder in het geheel niet te onderscheiden was van de rest van de krachten die er in het publiek loskwamen.
De rest van het concert was een soort tunnel. Jarvis zong en sprong, wij sprongen en zongen mee. Ik kan het niet helemaal meer navertellen, maar nadat ik vooraan was beland kwam half Different Class achter elkaar voorbij. Sorted out for E's & Wizz, F.E.E.L.I.N.G.C.A.L.L.E.D.L.O.V.E. En toen I Spy, mijn absolute favoriet. Ik kan normaal best enthousiast worden van een concert. Maar op dat moment moest ik bijna janken van geluk, zelfs weer nu ik dit intik. Precies het soort van fanboigedrag waar ik altijd een beetje besmuikt om moest lachen en waarvan ik dacht dat ik het niet in me had. Nou, leer mij mezelf kennen...!
In het vervolg kwamen alle favorieten langs: This Is Hardcore bijvoorbeeld, en ook Underwear verdient het apart genoemd te worden. En dan nog Common People: het is een wonder dat er geen doden vielen.
Daarna krabden wij ons collectief achter de oren. Want als Common People geweest is, komt er dan nog wel een toegift? Ik schoot Herman nog eens aan met een wild plan. Als we nou eens heel hard Razzmatazz gingen roepen, zou iedereen om ons heen dat mee gaan doen? Het werd een tamelijk sneue poging, want er deed natuurlijk niemand mee omdat we in de menigte volstrekt onverstaanbaar waren. En toen kwamen ze dus toch gewoon terug. Voor Razzmatazz.
Pulp is terug in 2011. Voor iedereen die ook maar enigszins vooraan stond, moet het een overweldigende ervaring zijn geweest. Ik spreek in elk geval vast van het beste concert ooit. Ik zou totaal geen recht doen aan deze ervaring als ik het nu heel clichématig een 11 zou geven, omdat een 10 niet genoeg is. Ik maak er dus maar afgerond een 12,5 af, en dan ben ik nog streng. Halfje eraf omdat de toegift maar uit één nummer bestond.
Daarna begon Het Grote Nagenieten. Battles stond vooraf op mijn lijstje van dingen die ik heel graag wilde zien, maar het hoefde niet meer. Het kon niet meer. Frank heeft dan toch gelijk met de woorden die hij eerder na PiL sprak: we kunnen naar huis!
.Herman en ik hadden het er al dagen over: Primavera Sound herbergt best wat aardige bandjes, maar bij Pulp, daar moeten we pas écht vooraan staan. En dus stond ik bij een overigens weer tamelijk geweldig optreden van Shellac op mijn horloge te kijken. Een half uur tevoren wilde ik bij het hoofdpodium gaan posten. Dat moest toch ruim op tijd zijn. Dus sms'te ik Herman waar hij stond. ' Helemaal vooraan op de vijfde rij, maar ik denk niet dat je daar nog komt', was het antwoord.
En inderdaad, dat bleek een naïeve gedachte. Want als Pulp na een klein decennium weer eens bijeen komt, dan is dat in Barcelona een kolfje naar ieders hand. En dus stond ik een beetje beteuterd te wachten in een uithoek van het publiek. Nog redelijk vooraan probeerde ik in te steken, dat wel, het zal de dertigste rij geweest zijn. Een beetje centraal bleek echter een onmogelijke opgave, want nog voor de box links van het podium liep ik me al vast. En dus stond ik met slecht zicht en dramatisch geluid te wachten op wat er komen ging. Gedeelde smart is halve smart, want naast mij ontwaarde ik ineens obsessed die zijn droomplek ook al in rook had zien opgaan.
Nu heeft zo'n plek in de marge vaak nog het voordeel dat je om je heen nog een 'comfortable zone' weet te houden. Zo niet hier. Bewegen was ondoenlijk. Het was nog een wonder dat er door de immense horizontale pressie in de massa geen mensen hulpeloos omhoog plopten en meters de lucht in werden geslingerd. 'Nou, maar dan hebben we straks wél Pulp gezien', zei ik nog cynisch.
Nou ja, om ter zake te komen: om klokslag veertien voor twee was het uur U aangebroken. Na een kort muzikaal intro kwam Jarvis op en begon hij Do You Remember the First Time te zingen. En dus ging iedereen springen. En dus ontstond er een van de grootste moshpits die ik ooit gezien heb, want er was helemaal geen plaats om iedereen te laten springen.
Nu heb ik het niet zo op moshpits, want ik hou er in mijn vrije tijd nog een carrière als matig getalenteerd wedstrijdloper op na. Daardoor kom ik in dat soort gevallen nogal wat kilo's te kort, hetgeen de vrees voor een lullige blessure nog eens extra gegrond maakt. Ik kon dan ook alle begrip opbrengen voor de stroom beduusd kijkende meisjes die al spoedig het vege lijf probeerde te redden. Maar ja, dit was Pulp, dus ík had geen keus. Het was de dood of de gladiolen.
Na één minuut Jarvis op het podium begon het voordeel van zo'n pit me dan toch te dagen. Voor ik het wist, stond ik al tien plaatsen verder naar rechts. Aan het eind van de opener was ik al rechts van de geluidsbox beland, hetgeen in elk geval al voor een vijftig procent beter geluid zorgde. Tijdens Pink Glove en Pencil Skirt, het tweede en derde nummer, kwam ik weer een beetje vast te staan. Het was mooi om te zien hoe iedereen om me heen zowel geestverwant als concurrent was. Iedereen sprong omdat Pulp toen al alle verwachtingen overtrof, maar moest tegelijkertijd voortdurend aan zelfbehoud denken. Het was een harde, maar faire strijd. Mooi om te zien was wat er gebeurde toen mijn buurman zijn bril van zijn neus sprong. Tien man vormden in een fractie van een seconde een menselijk schild om die plek, een buurvrouw scheen wat telefoonlicht bij. De bril stond weer op de neus en we konden weer verder waar we gebleven waren.
En toen kwam Disco 2000. Het springen van iedereen die om mij heen stond, bereikte nog maar eens een volgende dimensie. Wat er toen gebeurde is moeilijk in woorden te omschrijven. Kwam er een oerkracht in mij los? Had ik mijn vizier scherper staan dan iedereen om mij heen omdat ik nog maar twee bier op had? Of had God mij uitverkoren vanwege de jarenlange toptienplaats van Different Class op deze site? Hoe het ook zij, ondanks dat ik niet dezelfde initialen heb als Jezus, boog alles om mij heen opzij en kon ik even over water lopen. Zonder al te veel misdaden tegen de menselijkheid stond ik ineens naast Herman vooraan, die dat pas minuten later doorhad omdat een ferme tik op de schouder in het geheel niet te onderscheiden was van de rest van de krachten die er in het publiek loskwamen.
De rest van het concert was een soort tunnel. Jarvis zong en sprong, wij sprongen en zongen mee. Ik kan het niet helemaal meer navertellen, maar nadat ik vooraan was beland kwam half Different Class achter elkaar voorbij. Sorted out for E's & Wizz, F.E.E.L.I.N.G.C.A.L.L.E.D.L.O.V.E. En toen I Spy, mijn absolute favoriet. Ik kan normaal best enthousiast worden van een concert. Maar op dat moment moest ik bijna janken van geluk, zelfs weer nu ik dit intik. Precies het soort van fanboigedrag waar ik altijd een beetje besmuikt om moest lachen en waarvan ik dacht dat ik het niet in me had. Nou, leer mij mezelf kennen...!
In het vervolg kwamen alle favorieten langs: This Is Hardcore bijvoorbeeld, en ook Underwear verdient het apart genoemd te worden. En dan nog Common People: het is een wonder dat er geen doden vielen.
Daarna krabden wij ons collectief achter de oren. Want als Common People geweest is, komt er dan nog wel een toegift? Ik schoot Herman nog eens aan met een wild plan. Als we nou eens heel hard Razzmatazz gingen roepen, zou iedereen om ons heen dat mee gaan doen? Het werd een tamelijk sneue poging, want er deed natuurlijk niemand mee omdat we in de menigte volstrekt onverstaanbaar waren. En toen kwamen ze dus toch gewoon terug. Voor Razzmatazz.
Pulp is terug in 2011. Voor iedereen die ook maar enigszins vooraan stond, moet het een overweldigende ervaring zijn geweest. Ik spreek in elk geval vast van het beste concert ooit. Ik zou totaal geen recht doen aan deze ervaring als ik het nu heel clichématig een 11 zou geven, omdat een 10 niet genoeg is. Ik maak er dus maar afgerond een 12,5 af, en dan ben ik nog streng. Halfje eraf omdat de toegift maar uit één nummer bestond.
Daarna begon Het Grote Nagenieten. Battles stond vooraf op mijn lijstje van dingen die ik heel graag wilde zien, maar het hoefde niet meer. Het kon niet meer. Frank heeft dan toch gelijk met de woorden die hij eerder na PiL sprak: we kunnen naar huis!
0
geplaatst: 28 mei 2011, 13:33 uur
Behalve Pulp hebben we trouwens nog een paar aardige bandjes gezien. Ik zal clichés over de schoenveters van Jarvis Cocker verder voor me houden en ze alsnog proberen op hun merites te beoordelen.
We trapten om 19.00 uur af met The Monochrome Set, een sympathieke waveband waar Frank en ik al het nodige van kennen. We waarderen dit gezelschap vooral om de weergaloze instrumentaaltjes waar vooral hun eerste plaat mee doorspekt is. Voor wie het niet kent: denk ergens tussen The Durutti Column en XTC. Bij dit concert had de XTC-tak duidelijk de overhand. De zanger waagde zich niet aan instrumentale stukken, maar hield het bij liedjes. Dat was niettemin best genietbaar, al was het geluid in het begin toch weer niet helemaal wat het zijn moest. Dat werd gaandeweg beter, en het was ook grappig om te horen dat het wat blikkerige geluid van de platen ook live terug te horen was. Al met al speelden ze een zeer genietbare set nummers, al was het jammer dat ze twee hinderlijke ballads hadden ingebouwd. Moeten ze niet doen, want op The Monochrome Set willen we stuiteren en dansen. Doe maar een 7,5, maar met de aantekening dat er meer had ingezeten.
Na twee glorieuze toepoverwinningen bij de klanken van M. Ward was het tijd voor Pere Ubu. Of Half Japanese, want daar twijfelde ik nogal. Omdat het eerste halfuur niet overlapte, werd het in elk geval het begin van Pere Ubu. En hoewel ik eigenlijk verwachtte dat ik daar weg zou lopen, is die gedachte geen moment bij me opgekomen. Ondanks dat ik The Modern Dance op plaat nog niet echt heb weten te doorgronden (goed, ik heb ook nog niet heel goed mijn best gedaan). Ik zei vlak van tevoren nog tegen Frank dat ik het dan ook leuker zou vinden om 30 Seconds over Tokyo te horen. U heeft hierboven al kunnen lezen dat het mijn dag was. Gelukkig was ook Pere Ubu zo vriendelijk om zich naar dat feit te schrikken, en dus begonnen ze met 30 Seconds over Tokyo. En daarna Final Solution. Want David Thomas spuugt op de gewoonte om het nieuwe werk voorrang te geven, zo vertelde hij tamelijk beeldend.
Na Johnny Rotten en Alan Vega hadden we bij Pere Ubu natuurlijk meteen de derde muziekbejaarde van het festival te pakken. Waar Johnny Rotten nog altijd angstaanjagend was en Alan Vega vooral aandoenlijk, was David Thomas allebei. Zijn anekdotes tussendoor waren hilarisch.
Bijvoorbeeld over het vriendinnetje dat vroeg of hij dit nummer voor haar geschreven had. David zij van ja, maar het was niet waar en hij voelde zich daar achteraf nogal naar over. ' It must feel like faking an orgasm', aldus Thomas. Bij een volgend vriendinnetje zei hij op dezelfde vraag dus maar dat hij het liedje níet voor haar geschreven had. En wat schetste zijn verbazing: zij was ongelukkig met die opmerking. Dus toen hij loog, was 't meisje tevreden, toen hij de waarheid sprak, was 't meisje ontevreden. Hij sloot de monoloog op gepaste wijze af door het nummer op te dragen aan een willekeurig meisje in het publiek. 'I wrote that song for you!'
Ook muzikaal was Pere Ubu de moeite meer dan waard. Een feest der herkenning werd t voor mij natuurlijk niet, want daarvoor was ik te onbekend met The Modern Dance. Maar het uurtje Pere Ubu was in elk geval doorspekt met heerlijke geluidserupties, geknars, gepiep. De achteloze voordracht van Thomas deed de rest. Alleen de vrij matige toegift had van mij niet zo gehoeven. Maar een 9 verdient het zeker. Zeer aangename verrassing.
Na Pere Ubu toch nog maar even het slot van Half Japanese meegepakt. De twee laatste nummers vond ik niet zo boeiend, maar wat daarna kwam was toch wel erg gaaf. Het licht ging aan, de technici begonnen op te ruimen. Tot de band daar een stokje voor stak, dwars door alles heen ging spelen en een knallende toegift verzorgde die muzikaal het midden hield tussen Shellac en The Sonics. De zelfgemaakte gitaar van de frontman begaf het daarbij.
Daarna was het tijd voor een zekerheidje. Het zou me namelijk verbazen, mocht Low ooit een slecht concert gegeven hebben. Dat gebeurde dus nu ook niet. Ze speelden dan ook op een mooi tijdstip, want Low is typisch muziek voor als het net donker is geworden. Het werd dan ook precies wat je ervan kon verwachten. Prachtige serene klanken, maar ook een redelijk voorspelbare setlist. Het oude werk meden ze zoals gebruikelijk. De nummers van het toch best aardige nieuwe album wisselde Low af met de bekendere nummers van hun andere albums uit deze eeuw. Monkey, Sunflower en Murderer bijvoorbeeld. Snowstorm was dan wel weer een leuke keuze: die had ik niet direct verwacht en behoort tot mijn favorieten. Het nieuwe album hield het live ook prima, met You Are Everything wat mij betreft als hoogtepunt. Verrassend: nee, goed: ja dus. Een 8.
Na Low weer een lastige keuze: Explosions in the Sky of Shellac. Het werd Shellac, mede omdat het bij EitS verschrikkelijk druk was. Bovendien was ik na Low wel weer toe aan een stukje agressie. Shellac dus, zij het voor een halfuurtje, want daarna moest en zou ik toch naar Pulp. Albini en co zorgden er in elk geval meer door dat ik dat met pijn in het hart moest doen. Want al stond ik wat verder naar achteren dan vorig jaar, het was weer een verzengende noiserockshow. Na drie jaar Primavera weet ik inmiddels wel wat je van deze heren kan verwachten. Misschien was het vorig jaar nog nét iets vetter, maar dat kan zijn omdat ik nu halverwege weg moest. Wel fijn dat ze met My Black Ass openden. Ik hoop nog steeds een keer Pull the Cup live te zien, maar die speelden ze gelukkig ook niet toen ik weg was. Wel ging het jaarlijkse trucje met de snaredrum (The End of Radio) aan mijn neus voorbij. Een 8,5 dan maar, omdat ik te kort heb gekeken om een 9 te rechtvaardigen.
De rest van de nacht staat hierboven al beschreven, dus mij resten alleen nog de rapportcijfers:
The Monochrome Set 7,5
Pere Ubu 9
Low 8
Shellac 8,5
Pulp 12,5
Het was me wat!
We trapten om 19.00 uur af met The Monochrome Set, een sympathieke waveband waar Frank en ik al het nodige van kennen. We waarderen dit gezelschap vooral om de weergaloze instrumentaaltjes waar vooral hun eerste plaat mee doorspekt is. Voor wie het niet kent: denk ergens tussen The Durutti Column en XTC. Bij dit concert had de XTC-tak duidelijk de overhand. De zanger waagde zich niet aan instrumentale stukken, maar hield het bij liedjes. Dat was niettemin best genietbaar, al was het geluid in het begin toch weer niet helemaal wat het zijn moest. Dat werd gaandeweg beter, en het was ook grappig om te horen dat het wat blikkerige geluid van de platen ook live terug te horen was. Al met al speelden ze een zeer genietbare set nummers, al was het jammer dat ze twee hinderlijke ballads hadden ingebouwd. Moeten ze niet doen, want op The Monochrome Set willen we stuiteren en dansen. Doe maar een 7,5, maar met de aantekening dat er meer had ingezeten.
Na twee glorieuze toepoverwinningen bij de klanken van M. Ward was het tijd voor Pere Ubu. Of Half Japanese, want daar twijfelde ik nogal. Omdat het eerste halfuur niet overlapte, werd het in elk geval het begin van Pere Ubu. En hoewel ik eigenlijk verwachtte dat ik daar weg zou lopen, is die gedachte geen moment bij me opgekomen. Ondanks dat ik The Modern Dance op plaat nog niet echt heb weten te doorgronden (goed, ik heb ook nog niet heel goed mijn best gedaan). Ik zei vlak van tevoren nog tegen Frank dat ik het dan ook leuker zou vinden om 30 Seconds over Tokyo te horen. U heeft hierboven al kunnen lezen dat het mijn dag was. Gelukkig was ook Pere Ubu zo vriendelijk om zich naar dat feit te schrikken, en dus begonnen ze met 30 Seconds over Tokyo. En daarna Final Solution. Want David Thomas spuugt op de gewoonte om het nieuwe werk voorrang te geven, zo vertelde hij tamelijk beeldend.
Na Johnny Rotten en Alan Vega hadden we bij Pere Ubu natuurlijk meteen de derde muziekbejaarde van het festival te pakken. Waar Johnny Rotten nog altijd angstaanjagend was en Alan Vega vooral aandoenlijk, was David Thomas allebei. Zijn anekdotes tussendoor waren hilarisch.
Bijvoorbeeld over het vriendinnetje dat vroeg of hij dit nummer voor haar geschreven had. David zij van ja, maar het was niet waar en hij voelde zich daar achteraf nogal naar over. ' It must feel like faking an orgasm', aldus Thomas. Bij een volgend vriendinnetje zei hij op dezelfde vraag dus maar dat hij het liedje níet voor haar geschreven had. En wat schetste zijn verbazing: zij was ongelukkig met die opmerking. Dus toen hij loog, was 't meisje tevreden, toen hij de waarheid sprak, was 't meisje ontevreden. Hij sloot de monoloog op gepaste wijze af door het nummer op te dragen aan een willekeurig meisje in het publiek. 'I wrote that song for you!'
Ook muzikaal was Pere Ubu de moeite meer dan waard. Een feest der herkenning werd t voor mij natuurlijk niet, want daarvoor was ik te onbekend met The Modern Dance. Maar het uurtje Pere Ubu was in elk geval doorspekt met heerlijke geluidserupties, geknars, gepiep. De achteloze voordracht van Thomas deed de rest. Alleen de vrij matige toegift had van mij niet zo gehoeven. Maar een 9 verdient het zeker. Zeer aangename verrassing.
Na Pere Ubu toch nog maar even het slot van Half Japanese meegepakt. De twee laatste nummers vond ik niet zo boeiend, maar wat daarna kwam was toch wel erg gaaf. Het licht ging aan, de technici begonnen op te ruimen. Tot de band daar een stokje voor stak, dwars door alles heen ging spelen en een knallende toegift verzorgde die muzikaal het midden hield tussen Shellac en The Sonics. De zelfgemaakte gitaar van de frontman begaf het daarbij.
Daarna was het tijd voor een zekerheidje. Het zou me namelijk verbazen, mocht Low ooit een slecht concert gegeven hebben. Dat gebeurde dus nu ook niet. Ze speelden dan ook op een mooi tijdstip, want Low is typisch muziek voor als het net donker is geworden. Het werd dan ook precies wat je ervan kon verwachten. Prachtige serene klanken, maar ook een redelijk voorspelbare setlist. Het oude werk meden ze zoals gebruikelijk. De nummers van het toch best aardige nieuwe album wisselde Low af met de bekendere nummers van hun andere albums uit deze eeuw. Monkey, Sunflower en Murderer bijvoorbeeld. Snowstorm was dan wel weer een leuke keuze: die had ik niet direct verwacht en behoort tot mijn favorieten. Het nieuwe album hield het live ook prima, met You Are Everything wat mij betreft als hoogtepunt. Verrassend: nee, goed: ja dus. Een 8.
Na Low weer een lastige keuze: Explosions in the Sky of Shellac. Het werd Shellac, mede omdat het bij EitS verschrikkelijk druk was. Bovendien was ik na Low wel weer toe aan een stukje agressie. Shellac dus, zij het voor een halfuurtje, want daarna moest en zou ik toch naar Pulp. Albini en co zorgden er in elk geval meer door dat ik dat met pijn in het hart moest doen. Want al stond ik wat verder naar achteren dan vorig jaar, het was weer een verzengende noiserockshow. Na drie jaar Primavera weet ik inmiddels wel wat je van deze heren kan verwachten. Misschien was het vorig jaar nog nét iets vetter, maar dat kan zijn omdat ik nu halverwege weg moest. Wel fijn dat ze met My Black Ass openden. Ik hoop nog steeds een keer Pull the Cup live te zien, maar die speelden ze gelukkig ook niet toen ik weg was. Wel ging het jaarlijkse trucje met de snaredrum (The End of Radio) aan mijn neus voorbij. Een 8,5 dan maar, omdat ik te kort heb gekeken om een 9 te rechtvaardigen.
De rest van de nacht staat hierboven al beschreven, dus mij resten alleen nog de rapportcijfers:
The Monochrome Set 7,5
Pere Ubu 9
Low 8
Shellac 8,5
Pulp 12,5
Het was me wat!
0
geplaatst: 28 mei 2011, 14:13 uur
Leuke verslagen 
Mijn dag:
The Monochrome Set 7
M Ward 6
Pere Ubu 8,5
Low 8
Shellac 9,5
Pulp 8,5

Mijn dag:
The Monochrome Set 7
M Ward 6
Pere Ubu 8,5
Low 8
Shellac 9,5
Pulp 8,5
0
geplaatst: 28 mei 2011, 15:42 uur
Ik waag me vandaag niet meer aan een lange recensie (over anderhalf uur wacht Damo Suzuki alweer op ons), dus ik houd het kort:
The Monochrome Set 7
Wat onevenwichtig opgebouwde set (die ballads hadden inderdaad niet gehoeven) en hard geluid in het begin. Dat laatste lijkt wel het euvel bij alle optredens op de Ray Ban stage.
M Ward 6,5
Ik had hem al eens solo gezien, volgens mij. Met band was hij godzijdank een stuk beter, al was het voor ons niet meer dan achtergrondmuziek. Hij sloot af met een cover van Roll Over Beethoven.
Half Japanese 7,5
(waarvan een halfje bonus voor de toegift, waarbij HJ gewoon over de alweer aangezette zaalmuziek heenspeelde en Jad Fair in zijn enthousiasme zijn zelfgebouwde gitaar in tweeën brak.
Belle and Sebastian 9,25
In het begin viel het me tegen: het geluid te zacht, waardoor het weinig indruk maakte en de zang van Sarah Martin amper hoorbaar was. Vanaf nummer 5 (If You´re Feeling Sinister) werd ik gaandeweg steeds meer meegesleept. Minpuntjes: het latere werk is toch niet zo sterk, ook niet live. En Stevie Jackson moet geen leadvocals doen. Pluspunten: in de brug van Legal Man werd een stukje Common People van Pulp ingezet; Stuart Murdoch liet zijn ogen bijkleuren door iemand op de eerste rij, terwijl hij zonder sjoegge zijn prachtige liedje afzong. Al met al was dit een heel fijne show met echt een subliem geluid, waarbij alle instrumenten (cello, dwarsfluit, violen, electronica, etc. etc.) goed uit de verf kwamen.
Pulp 12,5
Het enige wat ik me nog afvraag is of dit nou het beste concert is dat ik ooit heb gezien. Ik neig naar ja, dus ik kan mijn top 10 hier updaten. Ik kan me verder bij het verhaal van Lukas aansluiten. Van begin af aan was het 1 groot feest. Verder was het wel erg mooi dat Jarvis toen een gesprek aanknoopte met publiek op de eerste rij, een jongen zijn vriendin ten huwelijk vroeg en een ring tevoorschijn toverde. En dat Common People werd opgedragen aan de slachtoffers van de rellen hier in het centrum (er liepen veel mensen met stickers ¨Indignicia¨ op hun kleren en er hing een spandoek ¨#Spanish Revolution: for the Common People¨), kon mijn goedkeuring ook wel wegdragen. De setlist was ook fantastisch: als ik hem zelf had mogen samenstellen had ie er ook zo uitgezien.
Kortom:
Pulp 
Daarna nog wat Battles en Lindstrom meegepakt, maar daar zal ik geen cijfers aan verbinden. Ik denk wel dat Battles hoog zou hebben gescoord als ik er nog volledige aandacht voor had gehad.
The Monochrome Set 7
Wat onevenwichtig opgebouwde set (die ballads hadden inderdaad niet gehoeven) en hard geluid in het begin. Dat laatste lijkt wel het euvel bij alle optredens op de Ray Ban stage.
M Ward 6,5
Ik had hem al eens solo gezien, volgens mij. Met band was hij godzijdank een stuk beter, al was het voor ons niet meer dan achtergrondmuziek. Hij sloot af met een cover van Roll Over Beethoven.
Half Japanese 7,5
(waarvan een halfje bonus voor de toegift, waarbij HJ gewoon over de alweer aangezette zaalmuziek heenspeelde en Jad Fair in zijn enthousiasme zijn zelfgebouwde gitaar in tweeën brak.
Belle and Sebastian 9,25
In het begin viel het me tegen: het geluid te zacht, waardoor het weinig indruk maakte en de zang van Sarah Martin amper hoorbaar was. Vanaf nummer 5 (If You´re Feeling Sinister) werd ik gaandeweg steeds meer meegesleept. Minpuntjes: het latere werk is toch niet zo sterk, ook niet live. En Stevie Jackson moet geen leadvocals doen. Pluspunten: in de brug van Legal Man werd een stukje Common People van Pulp ingezet; Stuart Murdoch liet zijn ogen bijkleuren door iemand op de eerste rij, terwijl hij zonder sjoegge zijn prachtige liedje afzong. Al met al was dit een heel fijne show met echt een subliem geluid, waarbij alle instrumenten (cello, dwarsfluit, violen, electronica, etc. etc.) goed uit de verf kwamen.
Pulp 12,5
Het enige wat ik me nog afvraag is of dit nou het beste concert is dat ik ooit heb gezien. Ik neig naar ja, dus ik kan mijn top 10 hier updaten. Ik kan me verder bij het verhaal van Lukas aansluiten. Van begin af aan was het 1 groot feest. Verder was het wel erg mooi dat Jarvis toen een gesprek aanknoopte met publiek op de eerste rij, een jongen zijn vriendin ten huwelijk vroeg en een ring tevoorschijn toverde. En dat Common People werd opgedragen aan de slachtoffers van de rellen hier in het centrum (er liepen veel mensen met stickers ¨Indignicia¨ op hun kleren en er hing een spandoek ¨#Spanish Revolution: for the Common People¨), kon mijn goedkeuring ook wel wegdragen. De setlist was ook fantastisch: als ik hem zelf had mogen samenstellen had ie er ook zo uitgezien.
Kortom:
Pulp 
Daarna nog wat Battles en Lindstrom meegepakt, maar daar zal ik geen cijfers aan verbinden. Ik denk wel dat Battles hoog zou hebben gescoord als ik er nog volledige aandacht voor had gehad.
0
geplaatst: 29 mei 2011, 05:31 uur
Aangezien het nog niet zo gek laat is, vanavond nog het verslag van de laatste volledige festivaldag.
De eerste band die op het programma stond was Cuzo, een band uit Barcelona die op een of andere manier de legendarische Can-vocalist Damo Suzuki had weten te strikken. Aangezien het relatief vroeg op de dag was viel de belangstelling wat tegen, maar voor wij die op de eerste rij stonden maakte dat niet uit. Cuzo deed vermoedelijk gewoon zijn ding door psychedelische spacerock te spelen en Suzuki improviseerde daar nonstop tekst over heen. Eerlijk is eerlijk, zijn vocalen waren voor mij niet te volgen, maar in het totaalplaatje werkte het wel. En het was wel schattig om te zien dat de heren van Cuzo net zulke grote Suzuki-fanbois waren als wij, want na afloop kreeg hij van ieder een dikke knuffel.
Na Cuzo was het tijd om het hele terrein over te steken, want aan de andere kant speelde Warpaint, de dames neo-wave-band uit L.A.. Helaas wisten ze mijn verwachtingen niet in te lossen, want de muziek klonk teveel als een brei en miste daardoor de spanning die ik op het album en de ep wel terughoor. Na een nummer of 5 hielden we het voor gezien, waarna we bij het voor mij onbekende Phosphorescent belandde. Die speelden een soort indierock die me in de verte aan Neil Young deed denken. Weer een prima concert, al lieten de hoogtepunten nog even op zich wachten.
Inmiddels hadden Lukas, Paap en ik bedacht dat we toch wel graag de Champions League finale wilden zien op het speciaal daarvoor vrij gemaakt Llevant-podium. De sfeer daar was geweldig. Bij de eerste goal juichte ontplofte zowat het hele veld, maar even later konden de Engelsen hun gram halen. Toen de finale eenmaal gespeeld was, werd over de PA het El Cant del Barça gedraaid. Een magisch moment.
De magie zou nog even aanhouden, want het volgende optreden was van Dean Wareham, die muziek van zijn Galaxie 500 zou spelen. Van Galaxie 500 ken ik alleen Today, maar de voor mij nieuwe nummers kwamen zeker zo goed over. Op plaat vind ik het al erg goed, maar hier was het zo mogelijk nog intenser. De afsluiter was Ceremony, een cover van Joy Division/New Order.
Na Galaxie 500 had ik alles gezien wat ik wilde zien (alleen Piqué Harvey laten schieten voor het voetbal), dus liet ik me maar verrassen door Swans, een band die wel iets voor mij zou moeten zijn, maar ik op de een of andere manier altijd heb weten te ontlopen. Swans kijken was duidelijk de beste keuze van de dag, want hun optreden werd uiteindelijk een van de beste van het hele festival. Het was keihard, grimmig, intens en voelde bijna als een soort collectieve duivelsuitdrijving met Michael Gira als gids door de donkere krochten van de ziel. Het feit dat alle nummers aan elkaar werden geregen hielp daarin wel mee: geen losse liedjes spelen, maar één lange catharsis. Het is duidelijk dat ik dat oeuvre van Swans eens goed uit moet gaan pluizen.
Een grote ontdekking, een patatje en een crepe later was het tijd voor Animal Collective, een band die ik al eens had gezien in Paradiso (begin 2009 meen ik) en toen uitermate goed was bevallen. Hun show nu was heel anders: ze hebben het idee van 'liedjes' min of meer overboord gekiepert en spelen nu een aantal lange jams waarin delen van hun nummers nog wel langskomen. Niet alles beviel me even goed, maar het twintig minuten durende psychedelische acidtechnopop-festijn van ergens halverwege was echt geniaal. Ik ben benieuwd of de albums van Abidal Collective ook meer die kant op gaan.
Daarna was voor mij de koek wel op: er stonden nog wel wat artiesten die ik had willen zien, maar mijn voeten waren het niet langer met me eens.
De cijfertjes dan maar:
Cuzo ft. Damo Suzuki 7,5
Warpaint 5
Phosphorescent 7-
Barcelona 9,5
Manchester United 5
Galaxie 500 9
Swans 9,25
Animal Collective 8
De eerste band die op het programma stond was Cuzo, een band uit Barcelona die op een of andere manier de legendarische Can-vocalist Damo Suzuki had weten te strikken. Aangezien het relatief vroeg op de dag was viel de belangstelling wat tegen, maar voor wij die op de eerste rij stonden maakte dat niet uit. Cuzo deed vermoedelijk gewoon zijn ding door psychedelische spacerock te spelen en Suzuki improviseerde daar nonstop tekst over heen. Eerlijk is eerlijk, zijn vocalen waren voor mij niet te volgen, maar in het totaalplaatje werkte het wel. En het was wel schattig om te zien dat de heren van Cuzo net zulke grote Suzuki-fanbois waren als wij, want na afloop kreeg hij van ieder een dikke knuffel.
Na Cuzo was het tijd om het hele terrein over te steken, want aan de andere kant speelde Warpaint, de dames neo-wave-band uit L.A.. Helaas wisten ze mijn verwachtingen niet in te lossen, want de muziek klonk teveel als een brei en miste daardoor de spanning die ik op het album en de ep wel terughoor. Na een nummer of 5 hielden we het voor gezien, waarna we bij het voor mij onbekende Phosphorescent belandde. Die speelden een soort indierock die me in de verte aan Neil Young deed denken. Weer een prima concert, al lieten de hoogtepunten nog even op zich wachten.
Inmiddels hadden Lukas, Paap en ik bedacht dat we toch wel graag de Champions League finale wilden zien op het speciaal daarvoor vrij gemaakt Llevant-podium. De sfeer daar was geweldig. Bij de eerste goal juichte ontplofte zowat het hele veld, maar even later konden de Engelsen hun gram halen. Toen de finale eenmaal gespeeld was, werd over de PA het El Cant del Barça gedraaid. Een magisch moment.
De magie zou nog even aanhouden, want het volgende optreden was van Dean Wareham, die muziek van zijn Galaxie 500 zou spelen. Van Galaxie 500 ken ik alleen Today, maar de voor mij nieuwe nummers kwamen zeker zo goed over. Op plaat vind ik het al erg goed, maar hier was het zo mogelijk nog intenser. De afsluiter was Ceremony, een cover van Joy Division/New Order.
Na Galaxie 500 had ik alles gezien wat ik wilde zien (alleen Piqué Harvey laten schieten voor het voetbal), dus liet ik me maar verrassen door Swans, een band die wel iets voor mij zou moeten zijn, maar ik op de een of andere manier altijd heb weten te ontlopen. Swans kijken was duidelijk de beste keuze van de dag, want hun optreden werd uiteindelijk een van de beste van het hele festival. Het was keihard, grimmig, intens en voelde bijna als een soort collectieve duivelsuitdrijving met Michael Gira als gids door de donkere krochten van de ziel. Het feit dat alle nummers aan elkaar werden geregen hielp daarin wel mee: geen losse liedjes spelen, maar één lange catharsis. Het is duidelijk dat ik dat oeuvre van Swans eens goed uit moet gaan pluizen.
Een grote ontdekking, een patatje en een crepe later was het tijd voor Animal Collective, een band die ik al eens had gezien in Paradiso (begin 2009 meen ik) en toen uitermate goed was bevallen. Hun show nu was heel anders: ze hebben het idee van 'liedjes' min of meer overboord gekiepert en spelen nu een aantal lange jams waarin delen van hun nummers nog wel langskomen. Niet alles beviel me even goed, maar het twintig minuten durende psychedelische acidtechnopop-festijn van ergens halverwege was echt geniaal. Ik ben benieuwd of de albums van Abidal Collective ook meer die kant op gaan.
Daarna was voor mij de koek wel op: er stonden nog wel wat artiesten die ik had willen zien, maar mijn voeten waren het niet langer met me eens.
De cijfertjes dan maar:
Cuzo ft. Damo Suzuki 7,5
Warpaint 5
Phosphorescent 7-
Barcelona 9,5
Manchester United 5
Galaxie 500 9
Swans 9,25
Animal Collective 8
0
geplaatst: 29 mei 2011, 06:01 uur
De cijfertjes dan maar.
Cuzo & Damo Suzuki: 8
Warpaint: 6-
Phosphorescent: 7+
CL-finale: 9
Dean Wareham: 9-
Swans: 10-
Pissed Jeans: 6,5
Black Angels: 8+
Cuzo & Damo Suzuki: 8
Warpaint: 6-
Phosphorescent: 7+
CL-finale: 9
Dean Wareham: 9-
Swans: 10-
Pissed Jeans: 6,5
Black Angels: 8+
* denotes required fields.



