Muziek / MusicMeter Live! / Primavera Sound (Barcelona)
zoeken in:
0
geplaatst: 29 mei 2011, 06:12 uur
Vandaag was de eerste dag in mijn post-Pulp-op-Primavera-2011-leven. Zoals geschreven, eigenlijk konden we na gisteren al naar huis. Maar het vliegtuig ging nog niet, en dus besloten we de verveling maar weer eens te verdrijven op een festivalterrein aan de Middellandse zee.
Speciaal voor Paap begonnen we ditmaal al om 17.00, want zijn grote held Damo Suzuki kwam met de plaatselijke band Cuzo optreden. Even vreesde onze Canboi dat zijn persoonlijke hoogtepunt hem door de neus geboord zou worden. Want er stond me een rij voor de ingang... De reden daarvan was geheel onduidelijk, maar er mocht in elk geval niemand naar binnen. Gelukkig voor Paap kwam er net op tijd beweging in de mensenmassa. Hij kon opgelucht ademhalen: een strijd voor een plekje op de eerste rij hoefde hij niet te leveren. Er luisterden zeker honderd mensen naar onze Japanse vriend.
Maar goed, ik schrijf hier natuurlijk vooral over wat ik van de muziek vind. De eerste minuten waren ronduit verrassend. Er kwam een heel ander soort geluid uit deze krasse Aziaat dan ik voor mogelijk had gehouden. De eerste drie minuten klonken me behoorlijk fijn in de oren. Nogal bluesy en stormachtig. Dat ging echter nog tien minuten op dezelfde voet verder, waarna ik mijn conclusies trok en besloot The Soft Moon te gaan zien.
Van The Soft Moon had ik nog nooit wat gehoord, maar de omschrijvingen klonken veelbelovend. Ik kreeg ook wel ongeveer wat ik op basis daarvan kon verwachten. Ook al is hun enige plaat van vorig jaar, ze maken toch vooral ouderwetse postpunk die het midden houdt tussen Bauhaus en A Place to Bury Strangers. Hun geluid varieerde van harde, repetitieve postpunk tot net wat lichtere wavenummers. De zanger had Suicide wat mij betreft als gastschreeuwer mogen huren voor Frankie Teardrop. Want hij schreeuwde, om een bekende MuMe-quote aan te halen, door:
Zeker de eerste twee en laatste vier nummers waren van hoog niveau. Een zetje in de rug om hun enige plaat uit 2010 eens onder de loep te nemen was het zeker. Minpunt was wel dat ze binnen 40 minuten al klaar waren, maar dat is met één uitgebracht album van een minuut of 38 misschien ook wel logisch.
Na een bliksembezoek aan het niet al te beste La Débil (puur ingegeven door de naam) was het tijd voor Warpaint, een vierkoppige vrouwenband die vorig jaar een aardige plaat uitbracht. Hoewel niemand echt een wereldwonder had verwacht, viel het ons allemaal nogal tegen. Hun wat dromerige dancepostpunkgeluid kwam live niet echt over. Na een nummer of vijf concludeerden we dus maar dat een bezoekje aan Phosphorescent een beter idee was.
Daar kwamen we dankzij een ingelaste plaspauze wat later binnenvallen. Het werd daardoor slechts een krap halfuurtje, maar wel van een zeer hoog niveau. Ik ken slechts een plaat oppervlakkig, maar ook dit gaat op de lijst om meer van te ontdekken. Het was in elk geval beter dan Neil Young op Primavera twee jaar geleden, want dat is de meest vanzelfsprekende vergelijking die je bij deze band kunt maken. Vooral de gierende gitaren die het laatste nummer afsloten waren om je vingers bij af te likken.
Daarna ging de bandjesdruk voor twee uur even van de ketel en voegden wij ons bij duizenden Spanjaarden (wat zeg ik: Catalanen!) en iets minder Britten op het één-na-grootste podiumterrein. Voor de Champions Leaguefinale. Het valt tussen alle muziek een beetje uit de toon, maar ook dit was weer een onvergetelijke ervaring. De eerste helft was leuk, maar je had ons allen moeten horen toen Messi de 2-1 maakte... Paap droeg zijn David Villashirt met trots, tot het moment dat hij de 3-1 binnen schoot. Toen ging hij er namelijk wild mee boven zijn hoofd zwaaien. En zette hij zichzelf niet in zijn hemd, maar wel in zijn Canshirt.
Daarna was er heel even tijd om van deze mooie collectieve voetbalbeleving na te genieten, al stonden we alweer vrij snel vooraan bij Dean Wareham. De frontman van Galaxie 500 speelde werk van zijn oude band, voornamelijk van de twee hoog aangeschreven eerste platen Today en On Fire. Hij opende maar meteen met mijn twee favorieten Flowers en Temperature's Rising, had-ie dat vast gehad. Bij het eerste nummer moest ik even wennen aan Deans stem, die ik wat hoger en meer benepen vond klinken dan op plaat. Maar zeker toen de zang iets beter leek te staan afgesteld, was er geen houden meer aan. Een niet aflatende stroom aan dromerige gitaartapijten overtrof mijn toch al best hoge verwachtingen. Dean speelde me geheel in trance, die slechts af en toe werd onderbroken door een nogal irritante knul in houthakkershemd die telkens met een nieuw meisje naar voren kwam lopen. En door de Faith Healersemo die voor de vierde keer pal naast ons kwam staan, maar die kleine verstoring zij hem uiteraard vergeven. Verder kan ik er nog van zeggen dat ik tijdens een concert nog nooit zo veel met mijn ogen dicht heb gestaan. Dat record stond twee jaar geleden bij het toch niet al te softe Zu, maar dat kwam toen omdat ik in slaap was gevallen. Kortom, dit was weer een van de absolute hoogtepunten van Primavera '11.
Tijd om bij te komen was er echter niet, want Swans was al net begonnen toen we daar aan kwamen lopen. Ik had werkelijk geen idee wat ik daarvan moest verwachten. Ik ken de verhalen over dat de muziek zó heftig is dat er mensen van over hun nek gaan. En dat ze er live nogal een logge klereherrie van schijnen te maken. En dat de twee platen die ik van ze ken (White Mouth en de laatste) niet echt een indicatie geven van wat je schijnt te gaan horen. Frank en Paap hadden om ons voor al te erge gehoorschade te behoeden zelfs watjes aangeschaft. Toen we aan kwamen lopen, waren ze dan ook flink aan het houthakken, waarbij meteen opviel dat ze met zes man maar eenderde van het podium gebruiken. Gezellig, moet frontman Michael Gira gedacht hebben.
De eerste nummers vielen me qua heftigheid uiteindelijk heel erg mee. Het klonk vet, maar niet zo - noem het catastrofaal - als ik gedacht had. Daarna ging de ritmesectie nog een paar standjes omhoog en moeten de seismografen in de wijde omtrek flink zijn uitgeslagen. Ik moest er af en toe een boertje van laten, al hield mijn maagzuur zich nog tamelijk rustig. Aanvankelijk had ik een beetje moeite met de omschakeling van Galaxie 500 naar Swans. Maar gaandeweg bleek dit nu eens teringherrie waar ik wél van hou. Log, spijkerhard, maar wel met enige structuur en zelfs melodie. Pas in de tweede helft was ik er in gedachten helemaal bij, maar toen de laatste twee nummers losbarstten... De hel op aarde, zei Paap nog. Dat lijkt me een rake omschrijving. Het laatste kwartier Swans was na Pulp zonder meer het beste van de hele week.
Na twee heftige uren had ik wel weer even een punt van verzadiging bereikt. En dus ben ik met Herman voor een slotakkoord bescheiden achteraan aangesloten bij Animal Collective. Ondanks dat ik daar eigenlijk helemaal geen zin meer in had, wisten ze me te overtuigen dat ik toch nog even moest blijven. Met een heerlijke aaneenschakeling van geluidscollages zoals we die ook van hun platen kennen werd het toch weer een nieuw hoogtepunt. Nee, niet zo hoog als de vorige twee, maar toch... Dat ligt zelfs denk ik vooral aan mij. Als ik me vooraan in dit feestgedruis zou hebben begeven waren de >9-scores weer niet te vermijden geweest. Nu wordt het dus iets lager, maar een feestje was het ook op de 146ste rij! De Black Angels heb ik vervolgens maar gelaten voor wat het was, want ergens is de koek een keer op bij een festivalwatje als ik.
En dus:
The Soft Moon 8
Warpaint 5,5
Phosphorescent 8-
Dean Wareham plays Galaxie 500 9,5
Swans 9+
Animal Collective 8+
Komen we dan aan de eindlijst toe? Nee, nog niet. Want morgenavond wacht nog een van de concerten waar ik het meest naar heb uitgekeken: Mercury Rev. Ze gaan integraal Deserter's Songs uitvoeren, met afstand hun beste plaat met de huidige zanger. Wordt dus nog vervolgd!
Speciaal voor Paap begonnen we ditmaal al om 17.00, want zijn grote held Damo Suzuki kwam met de plaatselijke band Cuzo optreden. Even vreesde onze Canboi dat zijn persoonlijke hoogtepunt hem door de neus geboord zou worden. Want er stond me een rij voor de ingang... De reden daarvan was geheel onduidelijk, maar er mocht in elk geval niemand naar binnen. Gelukkig voor Paap kwam er net op tijd beweging in de mensenmassa. Hij kon opgelucht ademhalen: een strijd voor een plekje op de eerste rij hoefde hij niet te leveren. Er luisterden zeker honderd mensen naar onze Japanse vriend.
Maar goed, ik schrijf hier natuurlijk vooral over wat ik van de muziek vind. De eerste minuten waren ronduit verrassend. Er kwam een heel ander soort geluid uit deze krasse Aziaat dan ik voor mogelijk had gehouden. De eerste drie minuten klonken me behoorlijk fijn in de oren. Nogal bluesy en stormachtig. Dat ging echter nog tien minuten op dezelfde voet verder, waarna ik mijn conclusies trok en besloot The Soft Moon te gaan zien.
Van The Soft Moon had ik nog nooit wat gehoord, maar de omschrijvingen klonken veelbelovend. Ik kreeg ook wel ongeveer wat ik op basis daarvan kon verwachten. Ook al is hun enige plaat van vorig jaar, ze maken toch vooral ouderwetse postpunk die het midden houdt tussen Bauhaus en A Place to Bury Strangers. Hun geluid varieerde van harde, repetitieve postpunk tot net wat lichtere wavenummers. De zanger had Suicide wat mij betreft als gastschreeuwer mogen huren voor Frankie Teardrop. Want hij schreeuwde, om een bekende MuMe-quote aan te halen, door:
Paalhaas schreef:
merg en been, titan, merg en been
merg en been, titan, merg en been
Zeker de eerste twee en laatste vier nummers waren van hoog niveau. Een zetje in de rug om hun enige plaat uit 2010 eens onder de loep te nemen was het zeker. Minpunt was wel dat ze binnen 40 minuten al klaar waren, maar dat is met één uitgebracht album van een minuut of 38 misschien ook wel logisch.
Na een bliksembezoek aan het niet al te beste La Débil (puur ingegeven door de naam) was het tijd voor Warpaint, een vierkoppige vrouwenband die vorig jaar een aardige plaat uitbracht. Hoewel niemand echt een wereldwonder had verwacht, viel het ons allemaal nogal tegen. Hun wat dromerige dancepostpunkgeluid kwam live niet echt over. Na een nummer of vijf concludeerden we dus maar dat een bezoekje aan Phosphorescent een beter idee was.
Daar kwamen we dankzij een ingelaste plaspauze wat later binnenvallen. Het werd daardoor slechts een krap halfuurtje, maar wel van een zeer hoog niveau. Ik ken slechts een plaat oppervlakkig, maar ook dit gaat op de lijst om meer van te ontdekken. Het was in elk geval beter dan Neil Young op Primavera twee jaar geleden, want dat is de meest vanzelfsprekende vergelijking die je bij deze band kunt maken. Vooral de gierende gitaren die het laatste nummer afsloten waren om je vingers bij af te likken.
Daarna ging de bandjesdruk voor twee uur even van de ketel en voegden wij ons bij duizenden Spanjaarden (wat zeg ik: Catalanen!) en iets minder Britten op het één-na-grootste podiumterrein. Voor de Champions Leaguefinale. Het valt tussen alle muziek een beetje uit de toon, maar ook dit was weer een onvergetelijke ervaring. De eerste helft was leuk, maar je had ons allen moeten horen toen Messi de 2-1 maakte... Paap droeg zijn David Villashirt met trots, tot het moment dat hij de 3-1 binnen schoot. Toen ging hij er namelijk wild mee boven zijn hoofd zwaaien. En zette hij zichzelf niet in zijn hemd, maar wel in zijn Canshirt.
Daarna was er heel even tijd om van deze mooie collectieve voetbalbeleving na te genieten, al stonden we alweer vrij snel vooraan bij Dean Wareham. De frontman van Galaxie 500 speelde werk van zijn oude band, voornamelijk van de twee hoog aangeschreven eerste platen Today en On Fire. Hij opende maar meteen met mijn twee favorieten Flowers en Temperature's Rising, had-ie dat vast gehad. Bij het eerste nummer moest ik even wennen aan Deans stem, die ik wat hoger en meer benepen vond klinken dan op plaat. Maar zeker toen de zang iets beter leek te staan afgesteld, was er geen houden meer aan. Een niet aflatende stroom aan dromerige gitaartapijten overtrof mijn toch al best hoge verwachtingen. Dean speelde me geheel in trance, die slechts af en toe werd onderbroken door een nogal irritante knul in houthakkershemd die telkens met een nieuw meisje naar voren kwam lopen. En door de Faith Healersemo die voor de vierde keer pal naast ons kwam staan, maar die kleine verstoring zij hem uiteraard vergeven. Verder kan ik er nog van zeggen dat ik tijdens een concert nog nooit zo veel met mijn ogen dicht heb gestaan. Dat record stond twee jaar geleden bij het toch niet al te softe Zu, maar dat kwam toen omdat ik in slaap was gevallen. Kortom, dit was weer een van de absolute hoogtepunten van Primavera '11.
Tijd om bij te komen was er echter niet, want Swans was al net begonnen toen we daar aan kwamen lopen. Ik had werkelijk geen idee wat ik daarvan moest verwachten. Ik ken de verhalen over dat de muziek zó heftig is dat er mensen van over hun nek gaan. En dat ze er live nogal een logge klereherrie van schijnen te maken. En dat de twee platen die ik van ze ken (White Mouth en de laatste) niet echt een indicatie geven van wat je schijnt te gaan horen. Frank en Paap hadden om ons voor al te erge gehoorschade te behoeden zelfs watjes aangeschaft. Toen we aan kwamen lopen, waren ze dan ook flink aan het houthakken, waarbij meteen opviel dat ze met zes man maar eenderde van het podium gebruiken. Gezellig, moet frontman Michael Gira gedacht hebben.
De eerste nummers vielen me qua heftigheid uiteindelijk heel erg mee. Het klonk vet, maar niet zo - noem het catastrofaal - als ik gedacht had. Daarna ging de ritmesectie nog een paar standjes omhoog en moeten de seismografen in de wijde omtrek flink zijn uitgeslagen. Ik moest er af en toe een boertje van laten, al hield mijn maagzuur zich nog tamelijk rustig. Aanvankelijk had ik een beetje moeite met de omschakeling van Galaxie 500 naar Swans. Maar gaandeweg bleek dit nu eens teringherrie waar ik wél van hou. Log, spijkerhard, maar wel met enige structuur en zelfs melodie. Pas in de tweede helft was ik er in gedachten helemaal bij, maar toen de laatste twee nummers losbarstten... De hel op aarde, zei Paap nog. Dat lijkt me een rake omschrijving. Het laatste kwartier Swans was na Pulp zonder meer het beste van de hele week.
Na twee heftige uren had ik wel weer even een punt van verzadiging bereikt. En dus ben ik met Herman voor een slotakkoord bescheiden achteraan aangesloten bij Animal Collective. Ondanks dat ik daar eigenlijk helemaal geen zin meer in had, wisten ze me te overtuigen dat ik toch nog even moest blijven. Met een heerlijke aaneenschakeling van geluidscollages zoals we die ook van hun platen kennen werd het toch weer een nieuw hoogtepunt. Nee, niet zo hoog als de vorige twee, maar toch... Dat ligt zelfs denk ik vooral aan mij. Als ik me vooraan in dit feestgedruis zou hebben begeven waren de >9-scores weer niet te vermijden geweest. Nu wordt het dus iets lager, maar een feestje was het ook op de 146ste rij! De Black Angels heb ik vervolgens maar gelaten voor wat het was, want ergens is de koek een keer op bij een festivalwatje als ik.
En dus:
The Soft Moon 8
Warpaint 5,5
Phosphorescent 8-
Dean Wareham plays Galaxie 500 9,5
Swans 9+
Animal Collective 8+
Komen we dan aan de eindlijst toe? Nee, nog niet. Want morgenavond wacht nog een van de concerten waar ik het meest naar heb uitgekeken: Mercury Rev. Ze gaan integraal Deserter's Songs uitvoeren, met afstand hun beste plaat met de huidige zanger. Wordt dus nog vervolgd!
0
geplaatst: 29 mei 2011, 14:50 uur
Het was in elk geval beter dan Neil Young op Primavera twee jaar geleden, want dat is de meest vanzelfsprekende vergelijking die je bij deze band kunt maken.
Band of horses

Wat een heerlijk festival toch weer, maar nu echt goed naar de klote, maar wel gezien dat er om zondagmorgen half 7 geen rij staat bij de Sagrada familia.
Grinderman, Fiery furnaces, Black angels, P.i.L, Shellac, Swans, Einsturzende neubauten, B&S (wat een kranzinnig fijne setlist voor mij), Gold panda zo even snel uit mijn hoofd als hoogtepunten.
Grootste tegenvaller was ook Suicide, blunder om te laat bij Pulp aan te komen (druk in het kwadraat zeg maar) en de gok om na het toch wel leuke Das racist nog een hiphopact mee te pakken, maar Odd future is wel de meest kansloze hiphop act die ik ooit gezien heb en dan heb ik in een verleden wel eens Brainpower gezien, kan je na gaan, maar als je geen beats hebt, ga dan geen hiphop act beginnen.
0
geplaatst: 29 mei 2011, 16:33 uur
Zo, dan ga ik ook nog maar eens het een en ander posten over mijn belevenissen de afgelopen twee dagen.
Na dag 1 leek het erop dat het festival zijn kruit al verschoten had. Glenn Branca Ensemble en Public Image Ltd. waren zo geniaal dat ik me bijna niet voor kon stellen dat daar nog iets bij in de buurt kon komen. Het eerste bandje dat we op de tweede dag zagen, deed dat in elk geval niet. The Monochrome Set, niet al te bekend hier op MuMe, maar toch de makers van enkele zeer fijne postpunkplaten uit het begin van de jaren 80, hield er lekker de vaart in. De zanger liet ook weten dat hij geen tijd aan geklets wilde verprutsen, maar gewoon zoveel mogelijk nummers wilde spelen in het uurtje dat de band mocht optreden. Dat lukte de band, met travestiet op keyborad, erg goed, maar de setlist was lichtelijk tegenvallend. The Monochrome Set heeft namelijk een paar heerlijke puntige instrumentaaltjes in de aanbieding, die op Primavera volkomen genegeerd werden. De nummers die ze wel speelden waren goed, maar het voegde niets toe aan wat op hun platen staat.
M. Ward ken ik als een ingetogen singer/songwriter, maar op Primavera had hij een complete band bij zich, die er behoorlijk in knalde. Inhoudelijk kan ik er niet teveel op ingaan, want M. Ward fungeerde toch vooral als achtergrondmuziek bij enkele potjes toepen, die ik helaas niet kon winnen.
Pere Ubu kwam het album The Modern Dance voor ons spelen, maar voor het zover was, trapte David Thomas eerst af met de singles 30 Seconds Over Tokio en Final Solution. David Thomas was lekker op dreef en wist het publiek tussen de nummers door te vermaken met leuke anekdotes en vage vertelsels (zie verslag Lukas). The Modern Dance werd glorieus gebracht. Knallend en noisy wanneer het moest, ingetogen wanneer het nodig was en piepend en knarsend om het geheel af te maken.
Na Pere Ubu konden we nog de laatste helft van Half Japanese meepakken. En dat viel op het eerste oor tegen. Want ik was vooral benieuwd hoe de demente en autistische muziek op het album 1/2 Gentlemen, Not Beasts het live zou houden, maar HJ speelde voor rockabilly-achtige muziek die aan The Sonics deed denken, maar dan met meer herrie. Gelukkig maakte de toegift veel goed, al was het alleen maar op de manier waarop deze begon. Terwijl de lichten aangingen en de pauzemuziek al was ingezet, kwam Half Japanese weer op het podium. Toen dit er niet toe leidde dat het licht en de muziek weer werden uitgezet, begon de band maar gewoon door de pauzemuziek heen te spelen. Dat werkte; de muziek en het licht gingen uit en in de toegift kreeg ik eindelijk de gekte waar ik op hoopte.
Daarna ging ik naar Belle & Sebastian. Dat optreden bleek een schot in de roos, al kreeg ik met alleen The Stars of Track and Field maar één van mijn favorieten te horen. Dat maakte uiteindelijk niet zoveel uit, al is het recentere werk ook live minder dan het oude werk. Het geluid was subliem, waardoor het rijke instrumentarium (viool, cello, dwarsfluit, blokfluit enz.) van de band perfect doorkwam. Zanger Stuart Murdoch bracht het begrip `interactie met het publiek` naar grote hoogte en het publiek dat voor een groot deel uit Britten bestond gingen er helemaal in op en deze Dutchman ging er ook in mee.
Snel door naar Shellac, die er elk jaar spelen en dat elk jaar even goed doen. Daarbij speelt publiek een grote rol, want ook dit jaar ontstond voor het podium weer één van de wreedste moshpits die ik ooit heb gezien. De band lijkt zich hierdoor nog meer te geven, wat weer overslaat naar het publiek en ga zo maar door. Wat is eigenlijk het tegenovergesteld van een vicieuze cirkel? Bij Shellac wwerd het in de praktijk gebracht. Het nummer The End Of Radio was als vanouds weer een waanzinnig hoogtepunt. Ik moet nog zeggen dat Paap, die op de eerste rij de pit trotseerde, een fraaie foto van drummer Todd Trainer met op de achtergrond Steve Albini heeft gemaakt. deze zullen we hier nog wel zien.
Daarna ging ik naar Pulp. In tegenstelling tot Lukas en Herman ben ik geen Pulp-fanboi, dus deed ik ook geen moeite om vooraan te komen, ook omdat Shellac hier vlak voor speelde. En daar heb ik nu eigenlijk best spijt van. want ik had graag een stuk van de vierde keer dat ik Shellac zag laten schieten voor een betere plek bij dit zeer vette optreden. Want deze reünie moet toch wel één van de meest geslaagde ooit zijn en ik keek toch lichtelijk jaloers van veel te ver hoe het complete veld tussen het podium en de PA veranderde in één grote pit. Toen Disco 2000 werd ingezet, werd de pit nog maar een stukje groter en tot helemaal achteraan stond alles en iedereen te springen. En dan heb ik het alleen nog maar over het publiek en niet over de band zelf gehad. Nu heb ik niet al teveel verstand van Pulp, ik ken slechts Different Class en die staat ondanks meerdere luisterbeurten slechts op 3,5 ster, maar ik kon de euforie die Lukas en Herman na afloop uitstraalden volledig begrijpen.
Omdat deze twee na voor hun het beste concert ooit niet meteen doorwilden naar Battles, hebben we dit van een grote afstand gehoord. Op zich maakte dat niet veel uit, want het geluid stond hier zo belachelijk hard, dat we qua geluid precies goed leken te zitten. Het klonk daarnaast ook nog eens hartstikke goed en ik denk dat als ik hier echt voor was gaan staan, het één van de beste shows van het festival was geworden.
Daarna wilden we nog naar Lindstrøm en daar hebben we alleen het begin van meegepikt. We waren zo tegen 5 uur ´s ochtends, om met Romario te spreken, een beetje moe en omdat het er niet op leek dat we iets van Where You Go I Go Too zouden gaan horen, zochten we het hostel maar op.
Na dag 1 leek het erop dat het festival zijn kruit al verschoten had. Glenn Branca Ensemble en Public Image Ltd. waren zo geniaal dat ik me bijna niet voor kon stellen dat daar nog iets bij in de buurt kon komen. Het eerste bandje dat we op de tweede dag zagen, deed dat in elk geval niet. The Monochrome Set, niet al te bekend hier op MuMe, maar toch de makers van enkele zeer fijne postpunkplaten uit het begin van de jaren 80, hield er lekker de vaart in. De zanger liet ook weten dat hij geen tijd aan geklets wilde verprutsen, maar gewoon zoveel mogelijk nummers wilde spelen in het uurtje dat de band mocht optreden. Dat lukte de band, met travestiet op keyborad, erg goed, maar de setlist was lichtelijk tegenvallend. The Monochrome Set heeft namelijk een paar heerlijke puntige instrumentaaltjes in de aanbieding, die op Primavera volkomen genegeerd werden. De nummers die ze wel speelden waren goed, maar het voegde niets toe aan wat op hun platen staat.
M. Ward ken ik als een ingetogen singer/songwriter, maar op Primavera had hij een complete band bij zich, die er behoorlijk in knalde. Inhoudelijk kan ik er niet teveel op ingaan, want M. Ward fungeerde toch vooral als achtergrondmuziek bij enkele potjes toepen, die ik helaas niet kon winnen.
Pere Ubu kwam het album The Modern Dance voor ons spelen, maar voor het zover was, trapte David Thomas eerst af met de singles 30 Seconds Over Tokio en Final Solution. David Thomas was lekker op dreef en wist het publiek tussen de nummers door te vermaken met leuke anekdotes en vage vertelsels (zie verslag Lukas). The Modern Dance werd glorieus gebracht. Knallend en noisy wanneer het moest, ingetogen wanneer het nodig was en piepend en knarsend om het geheel af te maken.
Na Pere Ubu konden we nog de laatste helft van Half Japanese meepakken. En dat viel op het eerste oor tegen. Want ik was vooral benieuwd hoe de demente en autistische muziek op het album 1/2 Gentlemen, Not Beasts het live zou houden, maar HJ speelde voor rockabilly-achtige muziek die aan The Sonics deed denken, maar dan met meer herrie. Gelukkig maakte de toegift veel goed, al was het alleen maar op de manier waarop deze begon. Terwijl de lichten aangingen en de pauzemuziek al was ingezet, kwam Half Japanese weer op het podium. Toen dit er niet toe leidde dat het licht en de muziek weer werden uitgezet, begon de band maar gewoon door de pauzemuziek heen te spelen. Dat werkte; de muziek en het licht gingen uit en in de toegift kreeg ik eindelijk de gekte waar ik op hoopte.
Daarna ging ik naar Belle & Sebastian. Dat optreden bleek een schot in de roos, al kreeg ik met alleen The Stars of Track and Field maar één van mijn favorieten te horen. Dat maakte uiteindelijk niet zoveel uit, al is het recentere werk ook live minder dan het oude werk. Het geluid was subliem, waardoor het rijke instrumentarium (viool, cello, dwarsfluit, blokfluit enz.) van de band perfect doorkwam. Zanger Stuart Murdoch bracht het begrip `interactie met het publiek` naar grote hoogte en het publiek dat voor een groot deel uit Britten bestond gingen er helemaal in op en deze Dutchman ging er ook in mee.
Snel door naar Shellac, die er elk jaar spelen en dat elk jaar even goed doen. Daarbij speelt publiek een grote rol, want ook dit jaar ontstond voor het podium weer één van de wreedste moshpits die ik ooit heb gezien. De band lijkt zich hierdoor nog meer te geven, wat weer overslaat naar het publiek en ga zo maar door. Wat is eigenlijk het tegenovergesteld van een vicieuze cirkel? Bij Shellac wwerd het in de praktijk gebracht. Het nummer The End Of Radio was als vanouds weer een waanzinnig hoogtepunt. Ik moet nog zeggen dat Paap, die op de eerste rij de pit trotseerde, een fraaie foto van drummer Todd Trainer met op de achtergrond Steve Albini heeft gemaakt. deze zullen we hier nog wel zien.
Daarna ging ik naar Pulp. In tegenstelling tot Lukas en Herman ben ik geen Pulp-fanboi, dus deed ik ook geen moeite om vooraan te komen, ook omdat Shellac hier vlak voor speelde. En daar heb ik nu eigenlijk best spijt van. want ik had graag een stuk van de vierde keer dat ik Shellac zag laten schieten voor een betere plek bij dit zeer vette optreden. Want deze reünie moet toch wel één van de meest geslaagde ooit zijn en ik keek toch lichtelijk jaloers van veel te ver hoe het complete veld tussen het podium en de PA veranderde in één grote pit. Toen Disco 2000 werd ingezet, werd de pit nog maar een stukje groter en tot helemaal achteraan stond alles en iedereen te springen. En dan heb ik het alleen nog maar over het publiek en niet over de band zelf gehad. Nu heb ik niet al teveel verstand van Pulp, ik ken slechts Different Class en die staat ondanks meerdere luisterbeurten slechts op 3,5 ster, maar ik kon de euforie die Lukas en Herman na afloop uitstraalden volledig begrijpen.
Omdat deze twee na voor hun het beste concert ooit niet meteen doorwilden naar Battles, hebben we dit van een grote afstand gehoord. Op zich maakte dat niet veel uit, want het geluid stond hier zo belachelijk hard, dat we qua geluid precies goed leken te zitten. Het klonk daarnaast ook nog eens hartstikke goed en ik denk dat als ik hier echt voor was gaan staan, het één van de beste shows van het festival was geworden.
Daarna wilden we nog naar Lindstrøm en daar hebben we alleen het begin van meegepikt. We waren zo tegen 5 uur ´s ochtends, om met Romario te spreken, een beetje moe en omdat het er niet op leek dat we iets van Where You Go I Go Too zouden gaan horen, zochten we het hostel maar op.
0
geplaatst: 29 mei 2011, 16:36 uur
0
geplaatst: 29 mei 2011, 16:56 uur
Primavera Sound 2011 is een droom van een festival. Alles klopt eraan, de zon schijnt, het strand is op 10 minuten en overal waar je omkijkt zie je een legendarische band spelen. Van Pulp (beste concert ooit) tot Einsturzende Neubauten. De mensen zijn er aardig en er is totaal geen controle. Volgend jaar weer.
0
geplaatst: 29 mei 2011, 17:46 uur
De derde en laatste echte festivaldag begon met Cuzo & Damo Suzuki. Aangezien Paap de grootste Can-fanboi in ons gezelschap is, sleepte hij ons hier met liefde mee naartoe. Uiteraard was dat niet nodig, want Can is ons allen wel bekend en als er een grootheid als Damo Suzuki te zien is, dan ga je gewoon kijken. Helaas dachten er maar weinig zo over. Ondanks dat Primavera het enige festival is waar ik ooit ben geweest waar ik mensen in shirts van Can zie rondlopen (en dan niet 1 of 2, maar tientallen), stond er belachelijk weinig volk.
Van Cuzo, een bandje uit Barcelona, hadden we nog nooit gehoord, dus we wisten totaal niet wat we gingen krijgen. Ook wisten we niet hoe deze band hun grote held had weten te strikken om als leadzanger voor hen op te treden. Wat ons zeer onwaarschijnlijk leek, is dat we Can-nummers zouden krijgen. Dat kregen we ook niet. Cuzo speelde heerlijke uitgesponnen psychedelische spacerock terwijl Damo Suzuki daar geheel onverstaanbaar overheen stond te zingen. Het leek op complete improvisatie wat de Japanner deed. Een erg mooie manier om de dag te beginnen.
Daarna snel door naar The Soft Moon. waar dit me op plaat niet zoveel doet, greep het me live wel bij de strot. De originaliteitsprijs gaat dit bandje nooit verdienen met de muziek die ze spelen. Bauhaus, The Cure, The Sisters of Mercy en A Place To Bury Strangers zijn zomaar wat namen die voorbijkwamen en de goede verstaander heeft dan aan een half woord genoeg. Beter goed gejat dan slecht bedacht wordt dan vaak gezegd en dat ging hier zeker op.
Daarna speelde Warpaint en dat werkte de andere kant op. Op plaat vind ik dit goed, live was ht zouteloos en ongeïnspireerd. Snel door dus naar Phosphorescent dus, dat live wel wist te overtuigen en, zoals eerder al gezegd, vooral aan Neil Young deed denken. Vooral het sublieme gitaarwerk was om de vingers bij af te likken.
Terwijl Paap, Lukas en Herman de Champions League finale verkozen boven het muziekprograma, bleef ik alleen achter. Want de keuze tussen de finale en de Einstürzende Neubauten pakte bij mij uit in het voordeel van de laatstgenoemde. Maar eerst pakte ik nog een stuk van The Album Leaf mee. Dit duo speelt muziek die vooral aan Sigur Ros doet denken, begeleid door een strijkkwartet en heerlijke knisperende elektronica op de achtergrond.
De Einstürzende Neubauten hadden hun podium inmiddels al opgebouwd en daar stond me toch een partij aan oud ijzer op het podium. De percussiesectie, waar twee drummers hun ding deden, was een lust voor het oog. Alles was van metaal: er stonden vaten om op te rammen en in plaats van cymbalen hingen er reusachtige tandwielen. Er was niets te zien wat je op een gewoon drumstel ziet. Daarbij kwam dat er tijdens het optreden nog twee grote zelfgebouwde slagwerkinstrumenten het podium op werden gereden.
En dan de muziek: angstaanjagend. De hierboven al beschreven ritmesectie zet een heerlijk dreunend en kil geluid neer, terwijl gitaarnoise, bas en keyboard de rest doen. Aan het roer staat Blixa Bargeld, de man die met zijn vocale voordracht de muziek de muzikale bangmakerij compleet maakt. Hij kwam bij mij over als acteur Bruno Ganz in zij rol als Adolf Hitler in de film Der Untergang, maar dan met één groot verschil. Want waar het personage van Bruno Ganz zichzelf niet in de hand heeft, staat Blixa op het podium als een toonbeeld van zelfbeheersing. En wat het optreden alleen maar mooier maakte: Einstürzende Neubauten begon toen het helemaal licht was; na hun show was het inmiddels pikdonker. Alsof de band hoogstpersoonlijk het daglicht uit Barcelona had verdreven.
Daarna pakte ik nog een stukje Gang Gang Dance mee. De gekte regeerde op het podium en de band blonk uit in een heerlijke kakafonische show. Helaas te weinig van gezien om echt diep op in te kunnen gaan.
En toen was het tijd voor mijn muzikale hoofdmaaltijd: Dean Wareham die nummers van zijn oude band Galaxie 500 ging spelen. Dat er persoonlijke favorieten van me langs zouden komen, was dus een zekerheidje. Die kwamen er ook meteen met Flowers en Temperature´s Rising. Wareham bleek heerlijk bij stem, zijn valsigheid en het sublieme gitaarwerk gaven de prachtige popliedjes een perfect rafelig randje. Wat moet ik nog meer zeggen behalve dat mijn verwachtingen meer dan ingelost werden. Prachtig.
Door naar Swans. Deze speelden op hetzelfde podium als waar de Einstürzende Neubauten het licht hadden verdreven en Michael Gira en zijn mannen namen dat estafettestokje moeiteloos over. Het begrip bruutheid kreeg hier weer een nieuwe betekenis en het leek wel of dit zestal, dat op een groot podium op eenderde van de ruimte opeengepakt stond, bezig was met een collectieve duivelsuitdrijving. Voor dit optreden had ik watten gekocht, aangezien ik mijn eigen oordoppen thuis had laten liggen. Die waren eigenlijk niet nodig, het geluid van Swans slaat je meer in je buik dan in de oren. Naar het einde toe werd de intensiteit steeds meer opgebouwd en totaal verdwaasd stond een volle weide te kijken hoe de laatste klanken van Swans wegstierven.
Daarna zag ik nog een licht tegenvallend Pissed Jeans. De noisrock die dit kwartet maakt is de moeite waard, maar de zanger probeert een David Yow te zijn en dat is hij niet.
Daarna sloten Paap en ik de nacht af met The Black Angels. Er waren problemen met het podium waardoor de hele opstelling een kwartier van tevoren opnieuw moest worden opgebouwd. Dat lukte uiteraard niet, waardoor het optreden met flinke vertraging begon en dat ging ten koste van de speeltijd. Hiervoor liet de band waarschijnlijk de songs van de eerste twee albums vallen, getuige het feit dat we vooral veel nummers van het nieuwste album Phosphene Dream te horen kregen. En dat is niet zo goed als het werk ervoor.
Nu hebben we nog 1 optreden voor de boeg: Mercury Rev gaat vanavond het album Deserter´s Songs integraal live spelen. Zin in!
Van Cuzo, een bandje uit Barcelona, hadden we nog nooit gehoord, dus we wisten totaal niet wat we gingen krijgen. Ook wisten we niet hoe deze band hun grote held had weten te strikken om als leadzanger voor hen op te treden. Wat ons zeer onwaarschijnlijk leek, is dat we Can-nummers zouden krijgen. Dat kregen we ook niet. Cuzo speelde heerlijke uitgesponnen psychedelische spacerock terwijl Damo Suzuki daar geheel onverstaanbaar overheen stond te zingen. Het leek op complete improvisatie wat de Japanner deed. Een erg mooie manier om de dag te beginnen.
Daarna snel door naar The Soft Moon. waar dit me op plaat niet zoveel doet, greep het me live wel bij de strot. De originaliteitsprijs gaat dit bandje nooit verdienen met de muziek die ze spelen. Bauhaus, The Cure, The Sisters of Mercy en A Place To Bury Strangers zijn zomaar wat namen die voorbijkwamen en de goede verstaander heeft dan aan een half woord genoeg. Beter goed gejat dan slecht bedacht wordt dan vaak gezegd en dat ging hier zeker op.
Daarna speelde Warpaint en dat werkte de andere kant op. Op plaat vind ik dit goed, live was ht zouteloos en ongeïnspireerd. Snel door dus naar Phosphorescent dus, dat live wel wist te overtuigen en, zoals eerder al gezegd, vooral aan Neil Young deed denken. Vooral het sublieme gitaarwerk was om de vingers bij af te likken.
Terwijl Paap, Lukas en Herman de Champions League finale verkozen boven het muziekprograma, bleef ik alleen achter. Want de keuze tussen de finale en de Einstürzende Neubauten pakte bij mij uit in het voordeel van de laatstgenoemde. Maar eerst pakte ik nog een stuk van The Album Leaf mee. Dit duo speelt muziek die vooral aan Sigur Ros doet denken, begeleid door een strijkkwartet en heerlijke knisperende elektronica op de achtergrond.
De Einstürzende Neubauten hadden hun podium inmiddels al opgebouwd en daar stond me toch een partij aan oud ijzer op het podium. De percussiesectie, waar twee drummers hun ding deden, was een lust voor het oog. Alles was van metaal: er stonden vaten om op te rammen en in plaats van cymbalen hingen er reusachtige tandwielen. Er was niets te zien wat je op een gewoon drumstel ziet. Daarbij kwam dat er tijdens het optreden nog twee grote zelfgebouwde slagwerkinstrumenten het podium op werden gereden.
En dan de muziek: angstaanjagend. De hierboven al beschreven ritmesectie zet een heerlijk dreunend en kil geluid neer, terwijl gitaarnoise, bas en keyboard de rest doen. Aan het roer staat Blixa Bargeld, de man die met zijn vocale voordracht de muziek de muzikale bangmakerij compleet maakt. Hij kwam bij mij over als acteur Bruno Ganz in zij rol als Adolf Hitler in de film Der Untergang, maar dan met één groot verschil. Want waar het personage van Bruno Ganz zichzelf niet in de hand heeft, staat Blixa op het podium als een toonbeeld van zelfbeheersing. En wat het optreden alleen maar mooier maakte: Einstürzende Neubauten begon toen het helemaal licht was; na hun show was het inmiddels pikdonker. Alsof de band hoogstpersoonlijk het daglicht uit Barcelona had verdreven.
Daarna pakte ik nog een stukje Gang Gang Dance mee. De gekte regeerde op het podium en de band blonk uit in een heerlijke kakafonische show. Helaas te weinig van gezien om echt diep op in te kunnen gaan.
En toen was het tijd voor mijn muzikale hoofdmaaltijd: Dean Wareham die nummers van zijn oude band Galaxie 500 ging spelen. Dat er persoonlijke favorieten van me langs zouden komen, was dus een zekerheidje. Die kwamen er ook meteen met Flowers en Temperature´s Rising. Wareham bleek heerlijk bij stem, zijn valsigheid en het sublieme gitaarwerk gaven de prachtige popliedjes een perfect rafelig randje. Wat moet ik nog meer zeggen behalve dat mijn verwachtingen meer dan ingelost werden. Prachtig.
Door naar Swans. Deze speelden op hetzelfde podium als waar de Einstürzende Neubauten het licht hadden verdreven en Michael Gira en zijn mannen namen dat estafettestokje moeiteloos over. Het begrip bruutheid kreeg hier weer een nieuwe betekenis en het leek wel of dit zestal, dat op een groot podium op eenderde van de ruimte opeengepakt stond, bezig was met een collectieve duivelsuitdrijving. Voor dit optreden had ik watten gekocht, aangezien ik mijn eigen oordoppen thuis had laten liggen. Die waren eigenlijk niet nodig, het geluid van Swans slaat je meer in je buik dan in de oren. Naar het einde toe werd de intensiteit steeds meer opgebouwd en totaal verdwaasd stond een volle weide te kijken hoe de laatste klanken van Swans wegstierven.
Daarna zag ik nog een licht tegenvallend Pissed Jeans. De noisrock die dit kwartet maakt is de moeite waard, maar de zanger probeert een David Yow te zijn en dat is hij niet.
Daarna sloten Paap en ik de nacht af met The Black Angels. Er waren problemen met het podium waardoor de hele opstelling een kwartier van tevoren opnieuw moest worden opgebouwd. Dat lukte uiteraard niet, waardoor het optreden met flinke vertraging begon en dat ging ten koste van de speeltijd. Hiervoor liet de band waarschijnlijk de songs van de eerste twee albums vallen, getuige het feit dat we vooral veel nummers van het nieuwste album Phosphene Dream te horen kregen. En dat is niet zo goed als het werk ervoor.
Nu hebben we nog 1 optreden voor de boeg: Mercury Rev gaat vanavond het album Deserter´s Songs integraal live spelen. Zin in!
0
geplaatst: 29 mei 2011, 17:53 uur
Cygnus schreef:
Ik moet nog zeggen dat Paap, die op de eerste rij de pit trotseerde, een fraaie foto van drummer Todd Trainer met op de achtergrond Steve Albini heeft gemaakt. deze zullen we hier nog wel zien.
Ik moet nog zeggen dat Paap, die op de eerste rij de pit trotseerde, een fraaie foto van drummer Todd Trainer met op de achtergrond Steve Albini heeft gemaakt. deze zullen we hier nog wel zien.

Jammer van de matige beeldkwaliteit. Een scherpe foto maken met een moshpìt in de rug is niet het allermakkelijkst.
0
geplaatst: 30 mei 2011, 04:23 uur
Even een sneltreinverslag van vandaag:
In het Poble Espanyol waren we ruimschoots op tijd aanwezig om Mercury Rev te zien, waardoor we - al dan niet toepend - ook nog een aantal andere bands meekregen. Zowel Deakin, My Teenage Stride en BMX Bandits maakten in die hoedanigheid geen blijvende indruk, wat mij betreft. Daarom maar meteen door naar Mercury Rev, dat hun album Deserter´s Songs integraal ten gehore bracht. Voor mij was dat zeker iets om naar uit te kijken, al vind ik het oudere werk van de band wel wat interessanter.
Alhoewel ik het geluid iets te hard vond (en de zang van Donahue daardoor niet echt kon verstaan) was het toch wel een mooi concert. Donahue had, een beetje op zijn Jarvis´, veel theatrale moves waarvan de ooievaarsdans toch wel het vaakst terugkwam. Hoogtepunten voor mij waren vooral het epische Opus 40 en meezinger Goddess on a Hiway, alhoewel het enthousiasme van het publiek me wat tegen viel en lang niet iedereen meezong. Na Deserter´s Songs had de heren van Mercury Rev blijkbaar nog wel zin in wat meer, wat ik op zich goed kan begrijpen. Ze hebben ook best wat nummers die ik graag nog eens live gehoord had, maar de eerste toegift (een tenenkrommende cover van Peter Gabriel´s Solsbury Hill) hoorde daar duidelijk niet bij. Ook het daaropvolgende nummer The Dark is Rising kon onze goedkeuring niet wegdragen, waarna we maar weg zijn gelopen. Een flinke domper op een verder prima concert.
Na Mercury Rev zijn we de stad ingelopen, op zoek naar een hele late avondmaaltijd. Na uitgebreid tapas te hebben gegeten zijn we nog naar Club Apolo gegaan, alwaar The Black Angels bij binnenkomst net begonnen waren. In een prachtige zaal waar je het rocknroll-gevoel bij wijze van spreken van de muur kon schrapen, gaf de mij onbekende band een heerlijk optreden waarin de oude psychedelica van bv. The Doors en ook CCR met nieuwerwetse garagerock van bands als Black Rebel Motorcycle Club werd gecombineerd. Een uitermate geslaagde afsluiter van Primavera Sound voor ons!
Cijfertjes:
Mercury Rev: 8 (excl. toegiften)
The Black Angels: 8,5
In het Poble Espanyol waren we ruimschoots op tijd aanwezig om Mercury Rev te zien, waardoor we - al dan niet toepend - ook nog een aantal andere bands meekregen. Zowel Deakin, My Teenage Stride en BMX Bandits maakten in die hoedanigheid geen blijvende indruk, wat mij betreft. Daarom maar meteen door naar Mercury Rev, dat hun album Deserter´s Songs integraal ten gehore bracht. Voor mij was dat zeker iets om naar uit te kijken, al vind ik het oudere werk van de band wel wat interessanter.
Alhoewel ik het geluid iets te hard vond (en de zang van Donahue daardoor niet echt kon verstaan) was het toch wel een mooi concert. Donahue had, een beetje op zijn Jarvis´, veel theatrale moves waarvan de ooievaarsdans toch wel het vaakst terugkwam. Hoogtepunten voor mij waren vooral het epische Opus 40 en meezinger Goddess on a Hiway, alhoewel het enthousiasme van het publiek me wat tegen viel en lang niet iedereen meezong. Na Deserter´s Songs had de heren van Mercury Rev blijkbaar nog wel zin in wat meer, wat ik op zich goed kan begrijpen. Ze hebben ook best wat nummers die ik graag nog eens live gehoord had, maar de eerste toegift (een tenenkrommende cover van Peter Gabriel´s Solsbury Hill) hoorde daar duidelijk niet bij. Ook het daaropvolgende nummer The Dark is Rising kon onze goedkeuring niet wegdragen, waarna we maar weg zijn gelopen. Een flinke domper op een verder prima concert.
Na Mercury Rev zijn we de stad ingelopen, op zoek naar een hele late avondmaaltijd. Na uitgebreid tapas te hebben gegeten zijn we nog naar Club Apolo gegaan, alwaar The Black Angels bij binnenkomst net begonnen waren. In een prachtige zaal waar je het rocknroll-gevoel bij wijze van spreken van de muur kon schrapen, gaf de mij onbekende band een heerlijk optreden waarin de oude psychedelica van bv. The Doors en ook CCR met nieuwerwetse garagerock van bands als Black Rebel Motorcycle Club werd gecombineerd. Een uitermate geslaagde afsluiter van Primavera Sound voor ons!
Cijfertjes:
Mercury Rev: 8 (excl. toegiften)
The Black Angels: 8,5
0
geplaatst: 30 mei 2011, 04:48 uur
Het zit er nu dan écht op. Na vijf dagen vol muziek wordt het weer langzaam stil in Barça. En ja, ook de vijfde dag was er weer een die me bij zal blijven. Al was het slechts een relatief bescheiden toetje op het plein waar we de eerste dag ook waren. De verwachtingen voor het ultieme slotakkoord lagen voor mij persoonlijk echter torenhoog. Mercury Rev zou namelijk Deserter's Songs integraal uitvoeren. Dat is meteen de best denkbare setlist voor een Mercury Rev-optreden in deze samenstelling, dus ik mocht mij best een beetje rijk rekenen.
Na een instrumentaal aankondigingsmuziekje barstte het feest los met Holes. Het geluid was voor de verandering eens meteen prachtig; de kenmerkende hoge stem van Jonathan Donahue klonk live werkelijk subliem. Het feit dat het concert zo'n tien minuten langer duurde dan de plaat, zegt wel iets over dat ze instrumentaal nog heel veel extra's te bieden hadden. Zoals in wat toch het minste nummer van de plaat is wat mij betreft, het instrumentaaltje Pick Up If You're There. Daar toverde de frontman namelijk een zaag en een strijkstok tevoorschijn. Niet om raar te doen of om indruk te maken, maar om met sublieme geluidsflarden een extra dimensie te geven aan het geluid.
Die minuten waren dan misschien wel het visuele hoogtepunt van ruim een uur Deserter's Songs, muzikaal waren de toppen nóg veel hoger. Ik verheugde me er al dagen op om keihard Goddess on a Hiway mee te brullen, en zo geschiedde. Ook de twee veel betere instrumentale passages I Collect Coins en vooral The Happy End klonken zoals het hoort, maar dan beter. Het ab-so-lute summum was echter toch het beste nummer van de plaat: Opus 40. Het instrumentale einde was zo bloedmooi, hartverscheurend, ontroerend en nog een rijtje van dergelijke superlatieven... Het zou moeiteloos meekunnen in de subtop van de twee dagen eerder gehoorde Pulpnummers. Dat klinkt lullig, maar is het grootste compliment denkbaar. Dit was muziek van een andere wereld, dat was zelfs Frank met mij eens. Onze scheidsrechter toonde zich een ware Mercury Ref.
Uitzinnig was ik nadat ze met Delta Shoe Bottleneck Stomp hadden afgesloten. Het best denkbare einde van Primavera was geschied. Maar helaas, we juichten allemaal wat te enthousiast. 'Geen toegift', riep ik nog. 'Niet doen'. Want dat zou logischerwijs enorm afbreuk doen aan het wonderschone sprookjeslandschap dat zich net voor onze ogen en oren had voltrokken. En verdorie, ze kwámen terug voor een toegift, en nog een slechte ook. Wat een enorme koude douche... Teleurgesteld dropen we nog tijdens de toegift af. Ongelooflijk hoe een absoluut hoogtepunt in zo'n anticlimax kan uitmonden.
Om die nare smaak weg te spoelen, ben ik toch nog maar even meegegaan naar The Black Angels in concertzaal Apollo. Dat was een aardig doekje voor het bloeden. Moddervette garagespacebluesrock met tegenwind op de cruisecontrol, ofzoiets. De muziek is nogal aan de hypnotiserende kant. Repetitief, maar wel wat veel van hetzelfde. Tot de laatste minuut, want toen ging de cruiscontrol eraf en zorgde de toch al niet al te lelijke drumster (het oog wil ook wat) voor een spetterend slotakkoord van vijf dagen Primavera.
Nog even de cijfers:
Mercury Rev 10
De toegift van Mercury Rev 0
The Black Angels 8-
Na een instrumentaal aankondigingsmuziekje barstte het feest los met Holes. Het geluid was voor de verandering eens meteen prachtig; de kenmerkende hoge stem van Jonathan Donahue klonk live werkelijk subliem. Het feit dat het concert zo'n tien minuten langer duurde dan de plaat, zegt wel iets over dat ze instrumentaal nog heel veel extra's te bieden hadden. Zoals in wat toch het minste nummer van de plaat is wat mij betreft, het instrumentaaltje Pick Up If You're There. Daar toverde de frontman namelijk een zaag en een strijkstok tevoorschijn. Niet om raar te doen of om indruk te maken, maar om met sublieme geluidsflarden een extra dimensie te geven aan het geluid.
Die minuten waren dan misschien wel het visuele hoogtepunt van ruim een uur Deserter's Songs, muzikaal waren de toppen nóg veel hoger. Ik verheugde me er al dagen op om keihard Goddess on a Hiway mee te brullen, en zo geschiedde. Ook de twee veel betere instrumentale passages I Collect Coins en vooral The Happy End klonken zoals het hoort, maar dan beter. Het ab-so-lute summum was echter toch het beste nummer van de plaat: Opus 40. Het instrumentale einde was zo bloedmooi, hartverscheurend, ontroerend en nog een rijtje van dergelijke superlatieven... Het zou moeiteloos meekunnen in de subtop van de twee dagen eerder gehoorde Pulpnummers. Dat klinkt lullig, maar is het grootste compliment denkbaar. Dit was muziek van een andere wereld, dat was zelfs Frank met mij eens. Onze scheidsrechter toonde zich een ware Mercury Ref.
Uitzinnig was ik nadat ze met Delta Shoe Bottleneck Stomp hadden afgesloten. Het best denkbare einde van Primavera was geschied. Maar helaas, we juichten allemaal wat te enthousiast. 'Geen toegift', riep ik nog. 'Niet doen'. Want dat zou logischerwijs enorm afbreuk doen aan het wonderschone sprookjeslandschap dat zich net voor onze ogen en oren had voltrokken. En verdorie, ze kwámen terug voor een toegift, en nog een slechte ook. Wat een enorme koude douche... Teleurgesteld dropen we nog tijdens de toegift af. Ongelooflijk hoe een absoluut hoogtepunt in zo'n anticlimax kan uitmonden.
Om die nare smaak weg te spoelen, ben ik toch nog maar even meegegaan naar The Black Angels in concertzaal Apollo. Dat was een aardig doekje voor het bloeden. Moddervette garagespacebluesrock met tegenwind op de cruisecontrol, ofzoiets. De muziek is nogal aan de hypnotiserende kant. Repetitief, maar wel wat veel van hetzelfde. Tot de laatste minuut, want toen ging de cruiscontrol eraf en zorgde de toch al niet al te lelijke drumster (het oog wil ook wat) voor een spetterend slotakkoord van vijf dagen Primavera.
Nog even de cijfers:
Mercury Rev 10
De toegift van Mercury Rev 0
The Black Angels 8-
0
geplaatst: 30 mei 2011, 04:59 uur
Het finale verdict:
1. Pulp 12,5
2. Public Image Limited: 10
3. Swans 9,25
4. Belle and Sebastian 9,25
5. Glenn Branca Ensemble: 9
6. Dean Wareham plays Galaxie 500 9
7. The Black Angels: 8,5
8. Caribou 8,25
9. Animal Collective 8
10. Moon Duo: 8
1. Pulp 12,5
2. Public Image Limited: 10
3. Swans 9,25
4. Belle and Sebastian 9,25
5. Glenn Branca Ensemble: 9
6. Dean Wareham plays Galaxie 500 9
7. The Black Angels: 8,5
8. Caribou 8,25
9. Animal Collective 8
10. Moon Duo: 8
0
geplaatst: 30 mei 2011, 04:59 uur
En dus zijn we klaar voor de eindbalans. Het was met afstand de beste van drie Primavera's, dat is wel duidelijk! Knap dat ik volkomen onbewust pas op de tiende plek een ex aequo heb staan. Dat is dan ook wel meteen een heel peloton...
01. Pulp 12,5
02. Mercury Rev 10
03. Public Image Ltd. 10-
04. Galaxie 500 9,5
05. Swans 9+
06. Pere Ubu 9
07. Of Montreal 9-
08. Shellac 8,5
09. Animal Collective 8+
10. The Soft Moon 8
10. Low 8
10. Caribou 8
10. Nisennenmondai 8
10. The Flaming Lips 8
01. Pulp 12,5
02. Mercury Rev 10
03. Public Image Ltd. 10-
04. Galaxie 500 9,5
05. Swans 9+
06. Pere Ubu 9
07. Of Montreal 9-
08. Shellac 8,5
09. Animal Collective 8+
10. The Soft Moon 8
10. Low 8
10. Caribou 8
10. Nisennenmondai 8
10. The Flaming Lips 8
0
geplaatst: 30 mei 2011, 04:59 uur
01. Public Image Limited: 10
01. Swans: 10
03. Glenn Branca Ensemble: 10-
04. Shellac 9,5
05. Dean Wareham: 9-
06. Pere Ubu 8,5
07. Pulp 8,5
08. Black Angels (@Apollo) 8,5
09. Moon Duo: 8,5
10. Cuzo & Damo Suzuki: 8
11. Low 8
12. Nisennenmondai 8
13. Caribou: 8-
14. Echo & The Bunnymen: 8-
01. Swans: 10
03. Glenn Branca Ensemble: 10-
04. Shellac 9,5
05. Dean Wareham: 9-
06. Pere Ubu 8,5
07. Pulp 8,5
08. Black Angels (@Apollo) 8,5
09. Moon Duo: 8,5
10. Cuzo & Damo Suzuki: 8
11. Low 8
12. Nisennenmondai 8
13. Caribou: 8-
14. Echo & The Bunnymen: 8-
0
geplaatst: 30 mei 2011, 11:23 uur
Lukas schreef:
Bijvoorbeeld over het vriendinnetje dat vroeg of hij dit nummer voor haar geschreven had. David zij van ja
Bijvoorbeeld over het vriendinnetje dat vroeg of hij dit nummer voor haar geschreven had. David zij van ja
Ik ben benieuwd wat zei daarop zij.
0
geplaatst: 30 mei 2011, 11:35 uur
Cygnus schreef:
Wat is eigenlijk het tegenovergesteld van een vicieuze cirkel?
Wat is eigenlijk het tegenovergesteld van een vicieuze cirkel?
Volgens mij is dat een dubieus vierkant.
0
geplaatst: 30 mei 2011, 12:28 uur
GrafGantz schreef:
Ik ben benieuwd wat zei daarop zij.
(quote)
Ik ben benieuwd wat zei daarop zij.
Hei zij: mein acound is gehekd door d-ark...
0
geplaatst: 30 mei 2011, 12:43 uur
Ik weet niet wat jij onder correct Nederlands verstaat, maar wind bekommen is in elk geval kein uitdrukking...
0
geplaatst: 30 mei 2011, 13:40 uur
En dan zal ik mijn belevenissen van de laatste dag nog eens posten. De laatste dag vonden er twee kleine festivalletjes plaats. Overdag en ´s avonds was er een festivalletje in de Poble Espanyol, waar we de eerste dag aftrapten met Echo and the Bunnymen en Caribou. Ditmaal was het muzikale hoofdgerecht Mercury Rev, dat het album Deserter´s Songs integraal zou gaan spelen.
Voor het zover was zagen we nog de bands Deakin, My Teenage Stride en BMX Bandits, waarbij het tweede bandje de beste indruk maakte. My Teenage Stride maakt lekkere zeurpop met een snel en hoog gitaartje, waardoor het geheel aan The Wedding Present doet denken.
Maar dat was allemaal voorspel voor het echte werk. Mercury Rev begon het optreden met een verduisterd podium waar sfeervolle nepkaarsjes brandden en een instrumentaal intromuziekje klonk. Vanaf het moment dat de band opkwam bleek dat Mercury Rev het album live iets extra´s mee zou geven. Live was het album veel meer dichtgesmeerd met geluid, zonder dat afbreuk werd gedaan aan de verstilde stukken die op de plaat staan. Tonite It Show, Endlessly en Opus 40 werden schitterend gebracht, Godess on a Hiway was de ideale meezinger op deze avond. De instrumentaaltjes op de plaat bleken schitterende intermezzos en afsluiter Delta Sun Bottleneck Stomp, dat ik normaal een minder nummer op dit album vind, bleek een fabelachtige afsluiter. De uitvoering eindigde zoals het begon, het geluid stierf weg, de lichten gingen langzaam uit en we zagen weer het verduisterde podium met de sfeervolle kaarsjes.
Dat was op dat moment perfect geweest. maar nee, Jonathan Donahue en zijn mannen besloten nog even afbreuk aan het concert te doen door een compleet overbdoige toegift te geven. Bij het horen van het intro van het eerste nummer dacht ik: ´ze gaan toch niet Solsbury Hill coveren?´ Nou, dat deden ze dus wel. daarna kwam nog The Dark is Rising en nog een ander nummer dat we niet hebben meegemaakt omdat we vroegtijdig weggelopen zijn. Zonde, zonde, zonde.
Met Mercury Rev kwam een einde aan het programma in de Poble Espanyol en gingen we naar de Apolo, waar nog The Black Angels en Simian Mobile Disco op het programma stonden. The Black Angels hadden voor mij wat goed te maken. Door problemen met het podium begon hun eerste show veel te laat en deze miste eigenlijk alles wat een show van The Black Angels goed maakte. Gelukkig was de tweede poging van The Black Angels wel raak. De heerlijke fuzz op de gitaren en de jug, twee elementen die ik een dag eerder niet gehoord had, waren nu volop aanwezig. Ik blijf het knap vinden dat een band die zo nadrukkelijk leentjebuur speelt bij de psychedelische helden uit de jaren 60 en 70, dit op zo´n manier weten te brengen en te mengen dat er een band met een compleet eigen geluid staat
Na afloop sprak ik nog even met Black Angel Christian Blend. Het bleek dat Odd Future, dat een dag eerder voor The Black Angels speelde, ongeveer 100 man uit het publiek het podium had opgelaten en dat daarbij monitoren waren vernield en een deel van het podium ontwricht was geraakt. Het kostte veel tijd dit te herstellen, met als gevolg een veel te korte Black Angels show.
Daarna luisterden we nog even naar een DJ-set van Simian Mobile Disco, die op een sublieme wijze postpunk met dance mixte. En daar hebben we nu nog even een vraag over. In de set zat een Duits nummer met de tekst ´Ich liebe dich´ dat enorm aan Grauzone´s Eisbär deed denken. Alleen een zoekopdracht op deze termen leverde ons niets op. Dus wellicht kan één van de wavertjes op de site ons iets verder brengen. Alvast bedankt.
Daarmee is een eind gekomen aan, zonder te overdrijven, het beste festival ter wereld. Volgend jaar weer.
Voor het zover was zagen we nog de bands Deakin, My Teenage Stride en BMX Bandits, waarbij het tweede bandje de beste indruk maakte. My Teenage Stride maakt lekkere zeurpop met een snel en hoog gitaartje, waardoor het geheel aan The Wedding Present doet denken.
Maar dat was allemaal voorspel voor het echte werk. Mercury Rev begon het optreden met een verduisterd podium waar sfeervolle nepkaarsjes brandden en een instrumentaal intromuziekje klonk. Vanaf het moment dat de band opkwam bleek dat Mercury Rev het album live iets extra´s mee zou geven. Live was het album veel meer dichtgesmeerd met geluid, zonder dat afbreuk werd gedaan aan de verstilde stukken die op de plaat staan. Tonite It Show, Endlessly en Opus 40 werden schitterend gebracht, Godess on a Hiway was de ideale meezinger op deze avond. De instrumentaaltjes op de plaat bleken schitterende intermezzos en afsluiter Delta Sun Bottleneck Stomp, dat ik normaal een minder nummer op dit album vind, bleek een fabelachtige afsluiter. De uitvoering eindigde zoals het begon, het geluid stierf weg, de lichten gingen langzaam uit en we zagen weer het verduisterde podium met de sfeervolle kaarsjes.
Dat was op dat moment perfect geweest. maar nee, Jonathan Donahue en zijn mannen besloten nog even afbreuk aan het concert te doen door een compleet overbdoige toegift te geven. Bij het horen van het intro van het eerste nummer dacht ik: ´ze gaan toch niet Solsbury Hill coveren?´ Nou, dat deden ze dus wel. daarna kwam nog The Dark is Rising en nog een ander nummer dat we niet hebben meegemaakt omdat we vroegtijdig weggelopen zijn. Zonde, zonde, zonde.
Met Mercury Rev kwam een einde aan het programma in de Poble Espanyol en gingen we naar de Apolo, waar nog The Black Angels en Simian Mobile Disco op het programma stonden. The Black Angels hadden voor mij wat goed te maken. Door problemen met het podium begon hun eerste show veel te laat en deze miste eigenlijk alles wat een show van The Black Angels goed maakte. Gelukkig was de tweede poging van The Black Angels wel raak. De heerlijke fuzz op de gitaren en de jug, twee elementen die ik een dag eerder niet gehoord had, waren nu volop aanwezig. Ik blijf het knap vinden dat een band die zo nadrukkelijk leentjebuur speelt bij de psychedelische helden uit de jaren 60 en 70, dit op zo´n manier weten te brengen en te mengen dat er een band met een compleet eigen geluid staat
Na afloop sprak ik nog even met Black Angel Christian Blend. Het bleek dat Odd Future, dat een dag eerder voor The Black Angels speelde, ongeveer 100 man uit het publiek het podium had opgelaten en dat daarbij monitoren waren vernield en een deel van het podium ontwricht was geraakt. Het kostte veel tijd dit te herstellen, met als gevolg een veel te korte Black Angels show.
Daarna luisterden we nog even naar een DJ-set van Simian Mobile Disco, die op een sublieme wijze postpunk met dance mixte. En daar hebben we nu nog even een vraag over. In de set zat een Duits nummer met de tekst ´Ich liebe dich´ dat enorm aan Grauzone´s Eisbär deed denken. Alleen een zoekopdracht op deze termen leverde ons niets op. Dus wellicht kan één van de wavertjes op de site ons iets verder brengen. Alvast bedankt.
Daarmee is een eind gekomen aan, zonder te overdrijven, het beste festival ter wereld. Volgend jaar weer.
0
geplaatst: 30 mei 2011, 14:01 uur
Tijd voor wat lijstjes, statistieken en overige opmerkingen:
Top 10 nummers (1 per artiest). Dat wil zeggen, de nummers die ik enigszins kan reproduceren. Bij Galaxie 500 heb ik zo geen idee hoe mijn favjes tijdens dat concert heetten:
01. Pulp - I Spy
02. Mercury Rev - Opus 40
03. Swans - Het Coil-achtige een-na-laatste nummer
04. The Flaming Lips - Race for the Prize
05. Public Image Ltd. - Religion II
06. Shellac - Compliant
07. Pere Ubu - 30 Seconds over Tokyo
08. Caribou - Sun
09. The Soft Moon - When It's Over
10. The Black Angels - Bad Vibrations
En nog even in beknopte vorm de eindbalans:
Beste optreden: Dat is niet zo moeilijk: Pulp! Ik zal mijn hele verhaal niet nog eens overdoen, maar een ding is zeker. Ik móet nu naar Dour om ze nog een keer te zien. Al kan dat natuurlijk alleen maar tegenvallen, ik doe het toch.
Slechtste optreden: Echt slechte dingen hebben we eigenlijk niet gezien. Warpaint bleef behoorlijk achter bij de verwachtingen en een bandje als Las Robertas was niet meer dan een matige The Jesus & Mary Chain ripoff. Maar ik noem hier toch maar Suicide. Als zo'n angstaanjagende plaat aandoenlijk wordt, dan gaat er iets fout.
Grootste meevaller: Dat moet dan iets zijn waarvan ik weinig had verwacht, maar wat toch een enorme openbaring bleek. Dan noem ik toch Swans. Ik had verwacht dat ik het ofwel verschrikkelijk, ofwel redelijk zou vinden. Maar zo goed? Ook Pere Ubu en Of Montreal had ik vooraf nooit in mijn Top 10 verwacht.
Grootste tegenvaller: Die is veel makkelijker. De toegift van Mercury Rev. Dat was een soort Sunshine aan het eind van Lows I Could Live in Hope, maar dan nog veel erger.
Grootste artiest: Ik heb mij verbaasd over de gitarist van Swans. Zelden zijn muzikanten langer dan pakweg 1,85. Hij was toch zeker twee meter. Een openbaring.
Slechtste overlap: Het viel dit jaar eigenlijk heel erg mee. Vorig jaar was het een verschrikking dat Panda Bear, Les Savy Fav, Japandroids én Wilco tegelijk speelden. Dit jaar maakten ze het veel makkelijker, ook door het voor- en naprogramma. Dankzij die geste stond Mercury Rev de CL-finale niet in de weg en konden we met een gerust hart naar Suicide. Je kan de organisatie hoogstens verwijten dat Battles meteen na Pulp stond. Niet eens overlap, maar ik heb toch wel spijt dat ik dat in de consternatie ontweken heb. En we weten natuurlijk ook niet wat we zoal gemist hebben, natuurlijk.
Leukste ontdekking: Dat moet iets zijn dat ik écht nog niet kende. Die eer gaat ex aequo naar The Soft Moon en Nisennenmondai.
Grootste fan: Die titel gaat voor het derde jaar op rij naar De Faith Healersemo. In drie jaar was hij nog nooit zo manifest aanwezig als nu. Bij zeker vier concerten ging-ie naast me staan. Dat is op een festival met tienduizenden zielen vrij veel.
Beste 'mama appelsap': Misschien wel de beste ooit zelfs: Animal Collective - Brother Sport. Ook een hapje?
Leukste ontdekking tussen de optredens door: als ik thuis ben, ga ik snel eens het nummer Grey Gardens van Agent Ribbons opzoeken. Een heerlijk Throwing Musesachtig popliedje!
Beste Paapgrap: voor de twitteraars onder ons: wij wachten allen op het moment dat Heracles Europees voetbal mag spelen en dan Manchester United loot. Zodat #herman trending wordt.
Slechtste Paapgrap: niet geschikt voor publicatie.
Beste editie van Primavera tot nu toe: 2011!
Top 10 nummers (1 per artiest). Dat wil zeggen, de nummers die ik enigszins kan reproduceren. Bij Galaxie 500 heb ik zo geen idee hoe mijn favjes tijdens dat concert heetten:
01. Pulp - I Spy
02. Mercury Rev - Opus 40
03. Swans - Het Coil-achtige een-na-laatste nummer
04. The Flaming Lips - Race for the Prize
05. Public Image Ltd. - Religion II
06. Shellac - Compliant
07. Pere Ubu - 30 Seconds over Tokyo
08. Caribou - Sun
09. The Soft Moon - When It's Over
10. The Black Angels - Bad Vibrations
En nog even in beknopte vorm de eindbalans:
Beste optreden: Dat is niet zo moeilijk: Pulp! Ik zal mijn hele verhaal niet nog eens overdoen, maar een ding is zeker. Ik móet nu naar Dour om ze nog een keer te zien. Al kan dat natuurlijk alleen maar tegenvallen, ik doe het toch.
Slechtste optreden: Echt slechte dingen hebben we eigenlijk niet gezien. Warpaint bleef behoorlijk achter bij de verwachtingen en een bandje als Las Robertas was niet meer dan een matige The Jesus & Mary Chain ripoff. Maar ik noem hier toch maar Suicide. Als zo'n angstaanjagende plaat aandoenlijk wordt, dan gaat er iets fout.
Grootste meevaller: Dat moet dan iets zijn waarvan ik weinig had verwacht, maar wat toch een enorme openbaring bleek. Dan noem ik toch Swans. Ik had verwacht dat ik het ofwel verschrikkelijk, ofwel redelijk zou vinden. Maar zo goed? Ook Pere Ubu en Of Montreal had ik vooraf nooit in mijn Top 10 verwacht.
Grootste tegenvaller: Die is veel makkelijker. De toegift van Mercury Rev. Dat was een soort Sunshine aan het eind van Lows I Could Live in Hope, maar dan nog veel erger.
Grootste artiest: Ik heb mij verbaasd over de gitarist van Swans. Zelden zijn muzikanten langer dan pakweg 1,85. Hij was toch zeker twee meter. Een openbaring.
Slechtste overlap: Het viel dit jaar eigenlijk heel erg mee. Vorig jaar was het een verschrikking dat Panda Bear, Les Savy Fav, Japandroids én Wilco tegelijk speelden. Dit jaar maakten ze het veel makkelijker, ook door het voor- en naprogramma. Dankzij die geste stond Mercury Rev de CL-finale niet in de weg en konden we met een gerust hart naar Suicide. Je kan de organisatie hoogstens verwijten dat Battles meteen na Pulp stond. Niet eens overlap, maar ik heb toch wel spijt dat ik dat in de consternatie ontweken heb. En we weten natuurlijk ook niet wat we zoal gemist hebben, natuurlijk.
Leukste ontdekking: Dat moet iets zijn dat ik écht nog niet kende. Die eer gaat ex aequo naar The Soft Moon en Nisennenmondai.
Grootste fan: Die titel gaat voor het derde jaar op rij naar De Faith Healersemo. In drie jaar was hij nog nooit zo manifest aanwezig als nu. Bij zeker vier concerten ging-ie naast me staan. Dat is op een festival met tienduizenden zielen vrij veel.
Beste 'mama appelsap': Misschien wel de beste ooit zelfs: Animal Collective - Brother Sport. Ook een hapje?
Leukste ontdekking tussen de optredens door: als ik thuis ben, ga ik snel eens het nummer Grey Gardens van Agent Ribbons opzoeken. Een heerlijk Throwing Musesachtig popliedje!
Beste Paapgrap: voor de twitteraars onder ons: wij wachten allen op het moment dat Heracles Europees voetbal mag spelen en dan Manchester United loot. Zodat #herman trending wordt.
Slechtste Paapgrap: niet geschikt voor publicatie.
Beste editie van Primavera tot nu toe: 2011!
0
geplaatst: 30 mei 2011, 18:43 uur
MVW schreef:
Hebben jullie trouwens al zo'n portal aangemaakt? Het lijkt me nogal een omslachtig systeem om via internet geld op je pasje te zetten om wat te drinken te halen....
Hebben jullie trouwens al zo'n portal aangemaakt? Het lijkt me nogal een omslachtig systeem om via internet geld op je pasje te zetten om wat te drinken te halen....
Gelukkig viel het allemaal mee en was het één geoliede machine

Ondanks bovenstaande toch weer een zeer geslaagd lang weekend Barcelona achter de rug. Volgend jaar weer. Zowel voor, tijdens en nu na Primavera erg druk dus een meeting zat er dit keer nog niet in (was bovendien vergeten Cygnus' nummer op te slaan). Wellicht een andere keer tijdens een concert. Heb zelfs moeite om alle recensies te lezen maar dat ga ik zeker nog doen. Zelf schrijven net zoals vorig jaar zal nog iets langer op zich laten wachten. Al met al wel iets minder dan vorig jaar, maar dat was ook een voor mij niet te overtreffen line-up...
0
geplaatst: 31 mei 2011, 19:11 uur
WEED DEMON schreef:
Wat ben je eigenlijk kwijt naar zo'n weekje Barcelona?
Wat ben je eigenlijk kwijt naar zo'n weekje Barcelona?
Ikzelf was 120 euro kwijt voor het festivalticket; 65 euro voor een retourvlucht met Ryanair en voor de 7 overnachtingen betaalde ik 158 euro. Dan moet je daar natuurlijk ook nog eten en drinken en uiteraard blijven er ook cd'tjes aan je handen kleven enzo, maar wat dat betreft kun je het zo duur maken als je het zelf wilt. Ik vind dat de totale kosten best meevallen, zeker als ik het vergelijk met wat ik normaal op 4 dagen Werchter of 3 dagen Pinkpop/Pukkelpop verbras.
0
geplaatst: 1 juni 2011, 00:45 uur
Mag ik alvast bestellen voor Primavera 2011, al dan niet via een nog te regelen reünie:
- Siouxsie
- Yello
- Suede
- Magazine
- Pinback
- Portishead
- Mark Kozelek
- The Brian Jonestown Massacre performs Take It from the Man!
- The Chills
- The Magnetic Fields
- Wipers
- Tame Impala
- Naked on the Vague
- Soap&Skin
- Sunset Rubdown
- Bill Callahan
- Slint performs Spiderland
- Oneida
- Siouxsie
- Yello
- Suede
- Magazine
- Pinback
- Portishead
- Mark Kozelek
- The Brian Jonestown Massacre performs Take It from the Man!
- The Chills
- The Magnetic Fields
- Wipers
- Tame Impala
- Naked on the Vague
- Soap&Skin
- Sunset Rubdown
- Bill Callahan
- Slint performs Spiderland
- Oneida
0
geplaatst: 1 juni 2011, 07:37 uur
WEED DEMON schreef:
Wat ben je eigenlijk kwijt naar zo'n weekje Barcelona?
Wat ben je eigenlijk kwijt naar zo'n weekje Barcelona?
155 ticket (ik was wat later met bestellen)
120 euro vliegticket via Transavia vanaf Rotterdam
160 euro voor 6 nachten in een gehuurd appartement naast de Sagrada Familia
Op het festival zelf denk ik 120 euro uitgegeven.
Totaal kom ik ergens op 750 euro uit.
0
geplaatst: 1 juni 2011, 07:39 uur
Lukas schreef:
Mag ik alvast bestellen voor Primavera 2011, al dan niet via een nog te regelen reünie:
Mag ik alvast bestellen voor Primavera 2011, al dan niet via een nog te regelen reünie:
Het zou toch zonde zijn als dat hele lijstje nog toegevoegd zou worden aan de line-up van afgelopen weekend.
* denotes required fields.





