Muziek / MusicMeter Live! / Primavera Sound (Barcelona)
zoeken in:
0
geplaatst: 28 mei 2013, 14:09 uur
Zo, dan zal ik mijn bevindingen ook maar eens posten:
Op dinsdag wilden we naar het concert van Godflesh in de Apolo gaan. Omdat het eten wat uitliep en we dachten dat het concert een half uur later zou beginnen, kwamen we pas aan toen die show afgelopen was. Paap had deze show heel graag willen zien, maar hij kon sowieso niet omdat hij pas woensdag aankwam. Dus besloten we Paap in de waan te laten en hebben we hem gezegd dat het Godflesh-concert een waar hoogtepunt was. Zelf opperhiphopper Rob had het geniaal gevonden. Paap geloofde dit uiteraard en het hele festival herinnerden we hem eraan dat hij dé show van Primavera Sound 2013 had gemist. Totdat we zondag onze top 10 maakten en daar bij niemand Godflesh in voorkwam. "Oh, vergeten", zeiden we. Waarop Paap de legandarische woorden sprak: "Toevallig, iedereen is Godflesh in zijn top 10 vergeten." Omdat dat wel een beetje argwaan bij deze knul wekte, hebben we hem maar verteld hoe de vork echt in de steel zat.
De woensdag voor het festival waren er een paar bandjes in de Apolo, een concertzaal in het centrum van Barcelona. Als eerste trad hier een mystery act op, die pas bekendgemaakt zou worden als het optreden zou beginnen. Hiervoor was het noodzakelijk te reserveren en we hadden geen reservatie. Omdat Lukas en ik het vermoeden hadden dat het wel eens The Dream Syndicate kon zijn, zijn we toch maar zonder reservatie in de rij gaan staan. In die rij werd druk gespeculeerd over wie de mystery act zou zijn. De naam Sebadoh kwam langs (Lou Barlow was immers met Dinosaur jr. op het festival) en mijn hoop op The Dream Syndicate werd al snel de grond ingeboord toen bleek dat deze band last-minute een show in Nijmegen zou geven.
De security had ons zonder kaartje in een aparte rij plaats laten nemen, dus we hadden goede hoop dat we binnen zouden komen, maar even later kwamen ze iedereen zonder reservatie vertellen dat ze uit de rij moesten en er niet in konden. Deze security-man wist ons te vertellen dat de mystery act The Breeders was. Die konden we wel missen, aangezien die ook op het gewone festival stonden. Toen het concert echter een half uurtje bezig was, bleken we toch naar binnen te kunnen, aangezien er minder mensen met reservatie binnen waren dan de capaciteit.
The Breeders speelden het album Last Splash integraal en we waren net op tijd binnen om mijn favoriet Divine Hammer te horen. Een heerlijk optreden, de nummers werden lekker puntig en krachtig gebracht en ze sloten af met een fraai setje toegiften na het album.
In de tweede zaal van de Apolo ging het feest daarna verder met Cheatahs. Deze Britten speelden snoeiharde shoegaze en deden dit met veel overtuiging. De zang was door de harde gitaren wel een beetje een ondergeschoven kindje, maar dat is in dit genre niet echt een minpunt. En wat zaten er heerlijke effecten op de gitaar.
Daarna speelde Veronica Falls. Ze maken makkelijk in het gehoor liggende indiepop en dat klonk best leuk. Daar is dan ook wel alles mee gezegd, want het geheel klonk me vooral gewoontjes in de oren.
Parquet Courts heeft met Light Up Gold één van de beste platen van 2013 op zak en deze garage/noiserockband speelde daar veel van tijdens hun concert. Dat gebeurde met een waanzinnige drive die vanaf de eerste seconde oversloeg naar het publiek. De helft van de zaal was meteen een crowdsurfende moshpit en Herman zag in dat geweld zijn bril sneuvelen. Ook speelde Parquet Courts een paar nieuwe nummers, die meer dan nieuwsgierig naar het vervolg op Light Up Gold maken:
The Breeders: 7,5
Cheatahs: 8,5
Veronica Falls, 6,5
Parquet Courts: 9
Op dinsdag wilden we naar het concert van Godflesh in de Apolo gaan. Omdat het eten wat uitliep en we dachten dat het concert een half uur later zou beginnen, kwamen we pas aan toen die show afgelopen was. Paap had deze show heel graag willen zien, maar hij kon sowieso niet omdat hij pas woensdag aankwam. Dus besloten we Paap in de waan te laten en hebben we hem gezegd dat het Godflesh-concert een waar hoogtepunt was. Zelf opperhiphopper Rob had het geniaal gevonden. Paap geloofde dit uiteraard en het hele festival herinnerden we hem eraan dat hij dé show van Primavera Sound 2013 had gemist. Totdat we zondag onze top 10 maakten en daar bij niemand Godflesh in voorkwam. "Oh, vergeten", zeiden we. Waarop Paap de legandarische woorden sprak: "Toevallig, iedereen is Godflesh in zijn top 10 vergeten." Omdat dat wel een beetje argwaan bij deze knul wekte, hebben we hem maar verteld hoe de vork echt in de steel zat.

De woensdag voor het festival waren er een paar bandjes in de Apolo, een concertzaal in het centrum van Barcelona. Als eerste trad hier een mystery act op, die pas bekendgemaakt zou worden als het optreden zou beginnen. Hiervoor was het noodzakelijk te reserveren en we hadden geen reservatie. Omdat Lukas en ik het vermoeden hadden dat het wel eens The Dream Syndicate kon zijn, zijn we toch maar zonder reservatie in de rij gaan staan. In die rij werd druk gespeculeerd over wie de mystery act zou zijn. De naam Sebadoh kwam langs (Lou Barlow was immers met Dinosaur jr. op het festival) en mijn hoop op The Dream Syndicate werd al snel de grond ingeboord toen bleek dat deze band last-minute een show in Nijmegen zou geven.
De security had ons zonder kaartje in een aparte rij plaats laten nemen, dus we hadden goede hoop dat we binnen zouden komen, maar even later kwamen ze iedereen zonder reservatie vertellen dat ze uit de rij moesten en er niet in konden. Deze security-man wist ons te vertellen dat de mystery act The Breeders was. Die konden we wel missen, aangezien die ook op het gewone festival stonden. Toen het concert echter een half uurtje bezig was, bleken we toch naar binnen te kunnen, aangezien er minder mensen met reservatie binnen waren dan de capaciteit.
The Breeders speelden het album Last Splash integraal en we waren net op tijd binnen om mijn favoriet Divine Hammer te horen. Een heerlijk optreden, de nummers werden lekker puntig en krachtig gebracht en ze sloten af met een fraai setje toegiften na het album.
In de tweede zaal van de Apolo ging het feest daarna verder met Cheatahs. Deze Britten speelden snoeiharde shoegaze en deden dit met veel overtuiging. De zang was door de harde gitaren wel een beetje een ondergeschoven kindje, maar dat is in dit genre niet echt een minpunt. En wat zaten er heerlijke effecten op de gitaar.
Daarna speelde Veronica Falls. Ze maken makkelijk in het gehoor liggende indiepop en dat klonk best leuk. Daar is dan ook wel alles mee gezegd, want het geheel klonk me vooral gewoontjes in de oren.
Parquet Courts heeft met Light Up Gold één van de beste platen van 2013 op zak en deze garage/noiserockband speelde daar veel van tijdens hun concert. Dat gebeurde met een waanzinnige drive die vanaf de eerste seconde oversloeg naar het publiek. De helft van de zaal was meteen een crowdsurfende moshpit en Herman zag in dat geweld zijn bril sneuvelen. Ook speelde Parquet Courts een paar nieuwe nummers, die meer dan nieuwsgierig naar het vervolg op Light Up Gold maken:
The Breeders: 7,5
Cheatahs: 8,5
Veronica Falls, 6,5
Parquet Courts: 9
0
geplaatst: 28 mei 2013, 15:27 uur
Op de eerste echte festivaldag gingen we meteen kijken naar La Brigada, die ons door iemand in ons hostel werd aangeraden als de Spaanse Archers of Loaf. Met zulke vergelijkingen krijg je me wel op de been, maar aangekomen bij het Ray-Banpodium bleek daar weinig van te kloppen. De Spaanse 3J's (of beter: 3G's) was meer op zijn plaats geweest: wat volks aandoende muziek die in de verste verte niet leek op de noiserock van Archers of Loaf.
Op het festivalterrein was een reuzenrad geplaatst en tijdens Wild Nothing op het hoofdpodium hebben we hierin een ritje gemaakt om het festivalterrein vanuit de lucht te zien. Op het festivalterrein zijn namelijk wat dingen veranderd. Eén daarvan is de positie van het hoofdpodium. Dat stond voorgaande jaren altijd helemaal vooraan op het terrein en is nu naar helemaal achteraan verplaatst. Een goede zet van de organisatie, want daardoor verspreidt het publiek zich beter over het terrein, omdat de populairste acts nu niet meer vlak bij de ingang spelen.
Een minder goede zet (en dan druk ik me nog eufemistisch uit) is het verplaatsen van de ATP-stage. Deze stond het afgelopen festival naast het hoofdpodium en die twee podia zaten elkaar lelijk in het vaarwater. Het had geen probleem hoeven te zijn als ze hier om en om hadden geprogrammeerd, maar vaak stonden er twee bands tegelijk te spelen. Als beide bands op een lekker volume spelen was er niets aan de hand, maar als Nick Cave Red Right Hand op het hoofdpodium vertolkt, wil ik daar geen flarden Meat Puppets van het andere podium doorheen horen (en ik stond in het voorste vak, nog iets aan de andere kant van het midden van de ATP-stage). Tijdens My Bloody Valentine stonden Nurse With Wound en Omar Souleyman op de ATP-stage. Ik geloof niet dat daar iets te genieten viel met die belachelijk harde geluidsstorm op het naastgelegen podium. Leermomentje voor de organisatie.
De eerste band waar ik echt voor ging was Savages. De postpunt/gothicband die ruim uit het vaatje van Siouxsie & the Banshees tapt is op plaat zeer genietbaar, maar live op een groot podium kwam het niet helemaal over. Het dreigende en gevaarlijke sfeertje van de plaat kwam alleen naar voren aan het einde, toen er een furieuze versie van Husbands werd gespeeld. Tel daarbij op de technische problemen (de gitaar viel uit waardoor een flink stuk met bas en drum werden volgejamd en een nummer moest worden geschrapt) en dan trek ik de conclusie dat de verwachtingen niet werden waargemaakt.
Op hetzelfde podium werd Savages opgevolgd door METZ. De band speelde zijn volledige repertoire, wat niet echt een kunst is met één plaat van ruim een half uur op zak. Zo lang duurde het optreden dan ook, maar dan wel in een krachtig geconcentreerd optreden waarin alle energie in een korte tijdspanne samengebald zat.
Dinosaur Jr. was voor mij een hoogtepuntje en dat kwam vooral door de setlist. Ze begonnen met mijn favoriet The Lung en daarna kwamen nog prachtnummers als Feel the Pain, Budge en Watch the Corners voorbij. Tel daarbij op publiekslievelingen als Freak Scene en Sludgefeast en je staat een uurtje te genieten van één van de betere bands die al bijna 30 jaar voorop loopt in het noiserockgenre. Maar toch, je krijgt een beetje het gevoel dat ze gewoon hun platen naspelen. Dat doen ze heel goed, maar het beetje extra dat ik bij eerdere shows van Dinosaur Jr wel heb gezien, miste ik.
Bob Mould speelde op Primavera de enige show op het Europese vasteland en hij had zijn show volgens een strak stramien opgebouwd: eerst vijf nummers van het album Copper Blue van Sugar, daarna een paar nummers van het recente solo-album Silver Age om daarna te eindigen met een setje Hüsker Dü-klassiekers. En op dat laatste zat het publiek toch vooral te wachten, getuige de moshpit die bij punkklassiekers als Celebrated Summer, I Apologize, Chartered Trips, Hate Paper Doll en Makes No Sense At All ontstond. Heerlijke show!
Op de ATP-stage werd Bob Mould opgvolgd door Hot Snakes, die het stokje van Bob Mould moeiteloos overnamen. De vaart zat er lekker in met veel korte en puntige nummers en de vonk sloeg goed over naar het publiek, waar het hele optreden een moshpit stond. Sowieso spelen de artiesten op Primavera voor een dankbaar publiek. Ook als de toeschouwers de band niet kennen gaan ze flink tekeer en moshpits en crowdsurfende mensen zijn hier eerder regel dan uitzondering.
Daarna zagen we Fucked Up en met Pink Eyes als frontman is een feestje gegarandeerd. Hij sprong al aan het begin van de show het publiek in en bleef daar het grootste deel van de show, terwijl de strakke band op het podium voor het instrumentale gedeelte zorgde. Toch werd het geen moment legendarisch, daarvoor bleken de nummers te inwisselbaar en was het geluid te slecht afgesteld (Pink Eyes was nauwlijks verstaanbaar).
Daarna ging ik kijken naar de IJslandse psychedelica van Dead Skeletons, die er een mysterieuze podiumpresentatie op nahouden. De zanger tekende meteen na opkomst een schilderij van een vrouw, die het meest weghad van een kruising tussen een heks en een mummie. Toen de in een gewaad geklede zanger zijn wierookstokjes had aangestoken, kon het eindelijk echt beginnen. Fijne psychedelische grooves, maar het bleef allemaal net wat te tam om écht te kunnen boeien. Pas op het einde begon het een beetje te knallen en deed het in de verte denken aan Spacemen 3, maar daarvoor was de aanloop toch een beetje te lang.
Savages: 6,5
METZ: 8,5
Dinosaur Jr.: 8
Bob Mould: 8,5
Hot Snakes: 8,5
Fucked Up: 7
Dead Skeletons: 7,5
Op het festivalterrein was een reuzenrad geplaatst en tijdens Wild Nothing op het hoofdpodium hebben we hierin een ritje gemaakt om het festivalterrein vanuit de lucht te zien. Op het festivalterrein zijn namelijk wat dingen veranderd. Eén daarvan is de positie van het hoofdpodium. Dat stond voorgaande jaren altijd helemaal vooraan op het terrein en is nu naar helemaal achteraan verplaatst. Een goede zet van de organisatie, want daardoor verspreidt het publiek zich beter over het terrein, omdat de populairste acts nu niet meer vlak bij de ingang spelen.
Een minder goede zet (en dan druk ik me nog eufemistisch uit) is het verplaatsen van de ATP-stage. Deze stond het afgelopen festival naast het hoofdpodium en die twee podia zaten elkaar lelijk in het vaarwater. Het had geen probleem hoeven te zijn als ze hier om en om hadden geprogrammeerd, maar vaak stonden er twee bands tegelijk te spelen. Als beide bands op een lekker volume spelen was er niets aan de hand, maar als Nick Cave Red Right Hand op het hoofdpodium vertolkt, wil ik daar geen flarden Meat Puppets van het andere podium doorheen horen (en ik stond in het voorste vak, nog iets aan de andere kant van het midden van de ATP-stage). Tijdens My Bloody Valentine stonden Nurse With Wound en Omar Souleyman op de ATP-stage. Ik geloof niet dat daar iets te genieten viel met die belachelijk harde geluidsstorm op het naastgelegen podium. Leermomentje voor de organisatie.
De eerste band waar ik echt voor ging was Savages. De postpunt/gothicband die ruim uit het vaatje van Siouxsie & the Banshees tapt is op plaat zeer genietbaar, maar live op een groot podium kwam het niet helemaal over. Het dreigende en gevaarlijke sfeertje van de plaat kwam alleen naar voren aan het einde, toen er een furieuze versie van Husbands werd gespeeld. Tel daarbij op de technische problemen (de gitaar viel uit waardoor een flink stuk met bas en drum werden volgejamd en een nummer moest worden geschrapt) en dan trek ik de conclusie dat de verwachtingen niet werden waargemaakt.
Op hetzelfde podium werd Savages opgevolgd door METZ. De band speelde zijn volledige repertoire, wat niet echt een kunst is met één plaat van ruim een half uur op zak. Zo lang duurde het optreden dan ook, maar dan wel in een krachtig geconcentreerd optreden waarin alle energie in een korte tijdspanne samengebald zat.
Dinosaur Jr. was voor mij een hoogtepuntje en dat kwam vooral door de setlist. Ze begonnen met mijn favoriet The Lung en daarna kwamen nog prachtnummers als Feel the Pain, Budge en Watch the Corners voorbij. Tel daarbij op publiekslievelingen als Freak Scene en Sludgefeast en je staat een uurtje te genieten van één van de betere bands die al bijna 30 jaar voorop loopt in het noiserockgenre. Maar toch, je krijgt een beetje het gevoel dat ze gewoon hun platen naspelen. Dat doen ze heel goed, maar het beetje extra dat ik bij eerdere shows van Dinosaur Jr wel heb gezien, miste ik.
Bob Mould speelde op Primavera de enige show op het Europese vasteland en hij had zijn show volgens een strak stramien opgebouwd: eerst vijf nummers van het album Copper Blue van Sugar, daarna een paar nummers van het recente solo-album Silver Age om daarna te eindigen met een setje Hüsker Dü-klassiekers. En op dat laatste zat het publiek toch vooral te wachten, getuige de moshpit die bij punkklassiekers als Celebrated Summer, I Apologize, Chartered Trips, Hate Paper Doll en Makes No Sense At All ontstond. Heerlijke show!
Op de ATP-stage werd Bob Mould opgvolgd door Hot Snakes, die het stokje van Bob Mould moeiteloos overnamen. De vaart zat er lekker in met veel korte en puntige nummers en de vonk sloeg goed over naar het publiek, waar het hele optreden een moshpit stond. Sowieso spelen de artiesten op Primavera voor een dankbaar publiek. Ook als de toeschouwers de band niet kennen gaan ze flink tekeer en moshpits en crowdsurfende mensen zijn hier eerder regel dan uitzondering.
Daarna zagen we Fucked Up en met Pink Eyes als frontman is een feestje gegarandeerd. Hij sprong al aan het begin van de show het publiek in en bleef daar het grootste deel van de show, terwijl de strakke band op het podium voor het instrumentale gedeelte zorgde. Toch werd het geen moment legendarisch, daarvoor bleken de nummers te inwisselbaar en was het geluid te slecht afgesteld (Pink Eyes was nauwlijks verstaanbaar).
Daarna ging ik kijken naar de IJslandse psychedelica van Dead Skeletons, die er een mysterieuze podiumpresentatie op nahouden. De zanger tekende meteen na opkomst een schilderij van een vrouw, die het meest weghad van een kruising tussen een heks en een mummie. Toen de in een gewaad geklede zanger zijn wierookstokjes had aangestoken, kon het eindelijk echt beginnen. Fijne psychedelische grooves, maar het bleef allemaal net wat te tam om écht te kunnen boeien. Pas op het einde begon het een beetje te knallen en deed het in de verte denken aan Spacemen 3, maar daarvoor was de aanloop toch een beetje te lang.
Savages: 6,5
METZ: 8,5
Dinosaur Jr.: 8
Bob Mould: 8,5
Hot Snakes: 8,5
Fucked Up: 7
Dead Skeletons: 7,5
0
geplaatst: 28 mei 2013, 16:54 uur
Ik ga nu al voor het vijfde jaar naar Primavera Sound, maar deze vrijdag was er een unicum. Ik heb alle bands op de mainstage gezien. Normaal sta ik vooral naar de obscure bandjes op de kleinere podia te kijken, maar het rijtje Kurt Vile, Django Django, The Jesus and Mary Chain en Blur zorgde ervoor dat ik niet voor het hoofdpodium was weg te slaan (nou is dat niet helemaal waar, want ik ben ook nog wel ergens anders gaan kijken).
Het begon met Kurt Vile & the Violators, die een geweldige opener bleken voor deze festivaldag. Om een uurtje of 6 's avonds in het zonnetje was de lome muziek van Kurt Vile, met felle uithalen en gitaarwerk dat bij vlagen aan Neil Young and Crazy Horse doet denken, ideaal om bij te beginnen.
Na een stukje Merchandise meegepikt te hebben, twijfelde ik tussen OM en Django Django. Laatstgenoemde had ik vorig jaar op Pukkelpop al een tent op de kop zien zetten; eerstgenoemde had ik nog nooit live gezien. Ik begon bij OM, maar dat kwam zo tergend langzaam op gang dat ik toch maar naar het hoofdpodium liep, waar Django Django iets later begon. En wat DD vorig jaar in de tent op Pukkelpop deed, lukte ook weer op het hoofdpodium in Barcelona. Fijne ritmes, huppelende melodieën en een strakke ritesectie; hier gaan we nog veel meer van horen.
Daarna ging ik voor de tweede keer The Breeders zien. Maar waar ze in de clubzaal van de Apolo wél overtuigden, verzoop de band op het grote podium. Waar Last Splash binnen hard en puntig klonk, was er buiten de angel totaal uit. En dan waren er nog problemen met het geluid, dat wegwaaide en door problemen met de luidsprekers leek het soms alsof je naar een grammofoonplaat waarvan de naald oversloeg aan het luisteren was. Als nummers als Cannonball en Divine Hammer al niet overkomen, dan hoef ik niets te zeggen over de rest van de nummers. Jammer.
The Jesus and Mary Chain is zo'n band die ik al jaren wil zien, maar dat is er door hun selectieve toerschema en het vermijden van de Lage Landen nog nooit van gekomen. Gelukkig geeft Primavera deze prille shoegazehelden wel een podium en dus stond ik in het voorste vak om dit te zien. En dat kwam nogal moeizaam op gang, zeker omdat in het eerste deel hun meesterwerk Psychocandy totaal werd genegeerd. Niet dat het slecht was, maar wat mij betreft staat bij TJAMC al het werk na Psychocandy in de schaduw van deze plaat. Psychocandy is een plaat waarbij schitterende poppareltjes in een draaikolk van noise en feedback dreigen te worden weggezogen, maar toch nét aan de oppervlakte blijven. Deze kant van de band kregen we pas in het laatste kwartier te horen en dat is wel een beetje weinig.
Op de naastgelegen ATP-stage begon na the Jesus and Mary Chain Neurosis en daar werd het begrip bruutheid opnieuw gedefinieerd, maar dan wel op een subtiele manier. Neurosis greep het publiek met moddervette metalgrooves bij de strot, om deze pas na een uur weer los te laten.
Gelukkig zat er genoeg ruimte tussen Neurosis en Blur om daarbij in het voorste vak terecht te komen. En daar leek de voertaal Engels te zijn. De vele Britten en Ieren die het festival trekt kwamen natuurlijk massaal op de been om hun helden van Blur te zien, net zoals ze dat een paar jaar terug bij Pulp deden. Met de opener Girls & Boys was de toon meteen gezet en wat volgde was een soort greatest hits-show, waarbij het publiek de nummers woord voor woord meebrulde. Ook mooi was de blazerssectie die aan de band was toegevoegd, die écht iets aan de nummers toevoegde.
Na Blur zag ik nog net het einde van Goat, dat bezig was aan het laatste nummer en een waanzinnige mix van wereldmuziek en psychedelica op het podium legde. Voor wie naar Lowlands gaat: ga dat zien! Voor wie naar Pukkelpop gaat (waaronder ik): duimen dat ze er nog bij komen!
Kurt Vile: 8,5
Django Django: 8
The Breeders: 6
The Jesus and Mary Chain: 8,5
Neurosis: 8,5
Blur: 8,5
Het begon met Kurt Vile & the Violators, die een geweldige opener bleken voor deze festivaldag. Om een uurtje of 6 's avonds in het zonnetje was de lome muziek van Kurt Vile, met felle uithalen en gitaarwerk dat bij vlagen aan Neil Young and Crazy Horse doet denken, ideaal om bij te beginnen.
Na een stukje Merchandise meegepikt te hebben, twijfelde ik tussen OM en Django Django. Laatstgenoemde had ik vorig jaar op Pukkelpop al een tent op de kop zien zetten; eerstgenoemde had ik nog nooit live gezien. Ik begon bij OM, maar dat kwam zo tergend langzaam op gang dat ik toch maar naar het hoofdpodium liep, waar Django Django iets later begon. En wat DD vorig jaar in de tent op Pukkelpop deed, lukte ook weer op het hoofdpodium in Barcelona. Fijne ritmes, huppelende melodieën en een strakke ritesectie; hier gaan we nog veel meer van horen.
Daarna ging ik voor de tweede keer The Breeders zien. Maar waar ze in de clubzaal van de Apolo wél overtuigden, verzoop de band op het grote podium. Waar Last Splash binnen hard en puntig klonk, was er buiten de angel totaal uit. En dan waren er nog problemen met het geluid, dat wegwaaide en door problemen met de luidsprekers leek het soms alsof je naar een grammofoonplaat waarvan de naald oversloeg aan het luisteren was. Als nummers als Cannonball en Divine Hammer al niet overkomen, dan hoef ik niets te zeggen over de rest van de nummers. Jammer.
The Jesus and Mary Chain is zo'n band die ik al jaren wil zien, maar dat is er door hun selectieve toerschema en het vermijden van de Lage Landen nog nooit van gekomen. Gelukkig geeft Primavera deze prille shoegazehelden wel een podium en dus stond ik in het voorste vak om dit te zien. En dat kwam nogal moeizaam op gang, zeker omdat in het eerste deel hun meesterwerk Psychocandy totaal werd genegeerd. Niet dat het slecht was, maar wat mij betreft staat bij TJAMC al het werk na Psychocandy in de schaduw van deze plaat. Psychocandy is een plaat waarbij schitterende poppareltjes in een draaikolk van noise en feedback dreigen te worden weggezogen, maar toch nét aan de oppervlakte blijven. Deze kant van de band kregen we pas in het laatste kwartier te horen en dat is wel een beetje weinig.
Op de naastgelegen ATP-stage begon na the Jesus and Mary Chain Neurosis en daar werd het begrip bruutheid opnieuw gedefinieerd, maar dan wel op een subtiele manier. Neurosis greep het publiek met moddervette metalgrooves bij de strot, om deze pas na een uur weer los te laten.
Gelukkig zat er genoeg ruimte tussen Neurosis en Blur om daarbij in het voorste vak terecht te komen. En daar leek de voertaal Engels te zijn. De vele Britten en Ieren die het festival trekt kwamen natuurlijk massaal op de been om hun helden van Blur te zien, net zoals ze dat een paar jaar terug bij Pulp deden. Met de opener Girls & Boys was de toon meteen gezet en wat volgde was een soort greatest hits-show, waarbij het publiek de nummers woord voor woord meebrulde. Ook mooi was de blazerssectie die aan de band was toegevoegd, die écht iets aan de nummers toevoegde.
Na Blur zag ik nog net het einde van Goat, dat bezig was aan het laatste nummer en een waanzinnige mix van wereldmuziek en psychedelica op het podium legde. Voor wie naar Lowlands gaat: ga dat zien! Voor wie naar Pukkelpop gaat (waaronder ik): duimen dat ze er nog bij komen!
Kurt Vile: 8,5
Django Django: 8
The Breeders: 6
The Jesus and Mary Chain: 8,5
Neurosis: 8,5
Blur: 8,5
0
geplaatst: 28 mei 2013, 22:58 uur
Wow. Wat een verhalen. Dan ben je echt een held. Ik ga morgen ook maar eens wat verhalen over Primavera Sound schrijven.
0
geplaatst: 29 mei 2013, 13:26 uur
Op een regenachtige dinsdag in Nederland vertrok ik vanuit mijn huis te voet naar het Petrus Dondersplein in Sint-Michielsgestel. Daar wachtte ik even op de bus, waarna de chauffeur riep: "kom daar onmiddellijk vanaf". Dat deed ik en daarna ging ik met de bus naar Den Bosch om daar met de trein naar Schiphol te gaan. Ondertussen belde ik Herman voor een printopdracht (ik was zo slim om mijn Primavera- en vliegtuigticket thuis te laten) en deelde ik handtekeningen uit aan medepassagiers. Op Schiphol zorgde ik voor wat oponthoud omdat ik mijn tas drugs mee had genomen, maar uiteindelijk mocht ik toch samen met Herman vliegen naar Barcelona.
In Barcelona kwamen wij Lukas tegen, geen al te grote verrassing want dit hadden we afgesproken. Met hem gingen we naar het hostel waar Frank ook al was. Wat een gezelligheid. Deze dag hebben we gegeten bij de Japanse Argentijn (of de Argentijnse Japanner) en ik moet zeggen van onze groep dat we veel lol hebben gehad. We hebben veel lol gehad.
Woensdag was ook fijn. Zo lekker midden in de week. Deze dag hebben we ook muziek gezien in Apolo, maar ik uiteindelijk maar één bandje omdat ik geen VIP was en de rest wel. Ik huilen. Gelukkig wilde Lukas mij wel vergezellen de rest van de avond en dus hebben we nog wat gedronken op een terras alvorens wij hostelwaarts gingen. In dat hostel kwamen we even later ons vijfde wiel aan de wagen tegen: Paap. Dansen, dansen! Herman had op dit moment een kapotte bril.
Donderdag is het festival voor mij pas echt begonnen. We konden eindelijk naar het geweldige terrein van Primavera en hebben daar genoten van diverse optredens. Een onbekende Spaanse band heb ik gezien, gevolgd door een uitstekend Savages, een aardig maar wat Tam(e) Impala, een geweldige Jessie Ware, een Killer Mike in topvorm, een apart Fucked Up, een evenzo vreemd Dead Skeletons en de prachtige afsluiter (voor mij althans) Four Tet. De jury heeft ook cijfers gegeven:
Onbekende Spaanse band met o.a. een corpulente dikzak (corpulente dikzak inderdaad): 6
Savages: 7
Tame Impala: 6,5
Jessie Ware: 8,5
Killer Mike: 9,25
Fucked Up: 6
Dead Skeletons: 5
Four Tet: 9,5
Op vrijdag 24 mei leggen alle vogels een ei. Zo ook Paap en dus hadden we ineens een musje op onze schouders. Hier weet niemand meer iets van. Maar toch. Ook aten we elke dag lekker bij Dino Pan waar Xiu Wang ons elke dag even enthousiast ontving met het volgende liedje:
"Hey hallo, daar zijn jullie weer. Mijn vrienden uit Nederland, ze zijn niet skeer. Eet maar lekker van ons brood, drink maar lekker van ons sap, toe je gaat echt niet dood en we hebben ook een bord pap."
Een echt feest dus. Aaron de Koerd was er ook soms, maar hij schijnt een account te hebben op deze site dus ik ga niks lelijks over hem zeggen want dat leest hij. Wel vond ik hem maar raar.
Op het festivalterrein was het deze dag weer genieten geblazen. Ik zag een redelijk Kurt Vile een heel erg gezellig Django Django, een tegenvallende Solange, een briljant Local Natives, een meeslepende James Blake en een gezellig en retegaaf Blur. De jury geeft nu weer cijfers:
Kurt Vile: 6,5
Django Django: 8
Solange: 4,5
Local Natives: 9,25
James Blake: 9,25
Blur: 9,25
Vanaf James Blake was ik jarig. En na het concert van Blur werd ik verrast door de vriendengroep met gezang en een mooi cadeau (een gloednieuwe fiets). Een gelukkig moment in het leven van mij.
Zaterdag was ook weer één en al gezelligheid. Ook al waren mijn benen naar de klote en viel ik van ellende uit elkaar. Gelukkig had Herman lijm bij zich waardoor ik weer als nieuw was. Deze festivaldag begon echt fantastisch met een magistraal Pantha du Prince en de klokkenjongens, daarna een sfeervolle Nils Frahm, het verrassende Melody's Echo Chamber, een afstandelijk Dead Can Dance, een zwak maar vermakelijk Wu-Tang Clan, een stukje Nick Cave waar ik geen mening over heb en een gezellig Meat Puppets. De cijfers:
Pantha du Prince en de klokkenjongens: 9,9
Nils Frahm: 9,5
Melody's Echo Chamber: 8,5
Dead Can Dance: 4
Wu-Tang Clan: 6
Nick Cave: -
Meat Puppets: 7
En toen zaten de festivaldagen erop. Zondag was huilend naar de stad slenteren om daar door te gaan met huilen. Gelukkig maakte de frappuccino's veel goed. Daarna ging ik huilend slapen. En kon ik maandag al huilend terug met het vliegtuig. Ik heb hier geen cijfers van.
Tot volgend jaar kinders!
In Barcelona kwamen wij Lukas tegen, geen al te grote verrassing want dit hadden we afgesproken. Met hem gingen we naar het hostel waar Frank ook al was. Wat een gezelligheid. Deze dag hebben we gegeten bij de Japanse Argentijn (of de Argentijnse Japanner) en ik moet zeggen van onze groep dat we veel lol hebben gehad. We hebben veel lol gehad.
Woensdag was ook fijn. Zo lekker midden in de week. Deze dag hebben we ook muziek gezien in Apolo, maar ik uiteindelijk maar één bandje omdat ik geen VIP was en de rest wel. Ik huilen. Gelukkig wilde Lukas mij wel vergezellen de rest van de avond en dus hebben we nog wat gedronken op een terras alvorens wij hostelwaarts gingen. In dat hostel kwamen we even later ons vijfde wiel aan de wagen tegen: Paap. Dansen, dansen! Herman had op dit moment een kapotte bril.
Donderdag is het festival voor mij pas echt begonnen. We konden eindelijk naar het geweldige terrein van Primavera en hebben daar genoten van diverse optredens. Een onbekende Spaanse band heb ik gezien, gevolgd door een uitstekend Savages, een aardig maar wat Tam(e) Impala, een geweldige Jessie Ware, een Killer Mike in topvorm, een apart Fucked Up, een evenzo vreemd Dead Skeletons en de prachtige afsluiter (voor mij althans) Four Tet. De jury heeft ook cijfers gegeven:
Onbekende Spaanse band met o.a. een corpulente dikzak (corpulente dikzak inderdaad): 6
Savages: 7
Tame Impala: 6,5
Jessie Ware: 8,5
Killer Mike: 9,25
Fucked Up: 6
Dead Skeletons: 5
Four Tet: 9,5
Op vrijdag 24 mei leggen alle vogels een ei. Zo ook Paap en dus hadden we ineens een musje op onze schouders. Hier weet niemand meer iets van. Maar toch. Ook aten we elke dag lekker bij Dino Pan waar Xiu Wang ons elke dag even enthousiast ontving met het volgende liedje:
"Hey hallo, daar zijn jullie weer. Mijn vrienden uit Nederland, ze zijn niet skeer. Eet maar lekker van ons brood, drink maar lekker van ons sap, toe je gaat echt niet dood en we hebben ook een bord pap."
Een echt feest dus. Aaron de Koerd was er ook soms, maar hij schijnt een account te hebben op deze site dus ik ga niks lelijks over hem zeggen want dat leest hij. Wel vond ik hem maar raar.
Op het festivalterrein was het deze dag weer genieten geblazen. Ik zag een redelijk Kurt Vile een heel erg gezellig Django Django, een tegenvallende Solange, een briljant Local Natives, een meeslepende James Blake en een gezellig en retegaaf Blur. De jury geeft nu weer cijfers:
Kurt Vile: 6,5
Django Django: 8
Solange: 4,5
Local Natives: 9,25
James Blake: 9,25
Blur: 9,25
Vanaf James Blake was ik jarig. En na het concert van Blur werd ik verrast door de vriendengroep met gezang en een mooi cadeau (een gloednieuwe fiets). Een gelukkig moment in het leven van mij.
Zaterdag was ook weer één en al gezelligheid. Ook al waren mijn benen naar de klote en viel ik van ellende uit elkaar. Gelukkig had Herman lijm bij zich waardoor ik weer als nieuw was. Deze festivaldag begon echt fantastisch met een magistraal Pantha du Prince en de klokkenjongens, daarna een sfeervolle Nils Frahm, het verrassende Melody's Echo Chamber, een afstandelijk Dead Can Dance, een zwak maar vermakelijk Wu-Tang Clan, een stukje Nick Cave waar ik geen mening over heb en een gezellig Meat Puppets. De cijfers:
Pantha du Prince en de klokkenjongens: 9,9
Nils Frahm: 9,5
Melody's Echo Chamber: 8,5
Dead Can Dance: 4
Wu-Tang Clan: 6
Nick Cave: -
Meat Puppets: 7
En toen zaten de festivaldagen erop. Zondag was huilend naar de stad slenteren om daar door te gaan met huilen. Gelukkig maakte de frappuccino's veel goed. Daarna ging ik huilend slapen. En kon ik maandag al huilend terug met het vliegtuig. Ik heb hier geen cijfers van.
Tot volgend jaar kinders!

0
geplaatst: 29 mei 2013, 13:35 uur
Eén van de dingen die Primavera toch zo'n bijzonder festival maakt, is de aanwezigheid van het Auditorium. In dit theater dat naast het festivalterrein ligt, treden bijvoorbeeld artiesten op die niet goed zouden overkomen op een buitenpodium. Zoals de pianist Nils Frahm bijvoorbeeld. Deze wilde ik graag zien en omdat Pantha du Prince & the Bell Laboratory hiervoor in het Auditorium speelde, besloten we om daar ook alvast naartoe te gaan. Zo waren we verzekerd van mooie plekken bij Nils Frahm.
Pantha du Prince, een Duitse minimal techno-artiest, kende ik al, maar zijn samenwerking met het Noorse The Bell Laboratory was mij niet bekend. Dit jaar brachten ze samen het album Elements of Light uit en daar kregen we alles van te horen. Waar dit naartoe zou gaan, was al snel duidelijk bij een blik op de stage. Het podium was volgebouwd met bellen, xylofoons, ander slagwerk waarvan ik de naam niet kende en met als blikvanger een kolossaal carillon. Normaal gesproken hoor ik carillons alleen in binnensteden met een kerk, en dan vooral tijdens de kerstperiode, wanneer beiaardiers belletjesversies van Dreaming of a White Christmas en andere kerstdraken op het winkelpubliek loslaten. Ik was dus zeer benieuwd hoe dit in elektronische dansmuziek werd ingepast.
Hendrik Weber en het vijftal van The Bell Laboratory kwamen gekleed in witte pakken en een grijs schort het podium op, met allemaal een bel in iedere hand. Daarmee begonnen ze een deuntje met een subtiele opbouw, waarna iedereen achter zijn of haar instrument ging zitten en de zaak echt losging. De hoofdrol was daarbij natuurlijk weggelegd voor de klanken uit de draaitafel van Pantha du Prince, maar de show werd gestolen door het meisje op carillon. Wie denkt dat een carillon niet sexy is, moet heel gauw Pantha du Prince met The Bell Laboratory gaan checken. Voor mij veruit het beste dat ik het afgelopen Primavera heb gezien.
De opstelling van Nils Frahm was een stuk minimaler. Vleugel, keyboard en wat apparatuur voor de elektronische elementen uit zijn muziek. Daarmee begon hij, om daarna via wat minimalistische klassieke pianomuziek bij het hoogtepunt van zijn optreden aan te komen: een paar drukke pianostukken die even waanzinnig als onnavolgbaar waren.
Buiten keken we even naar het optreden van The Sea and Cake, die niet genoeg wisten te boeien om ons bij dat podium te houden. Dus hadden we mooi de tijd om een goede plek te veroveren bij Dead Can Dance. De religieus aandoende wereldmuziek van het Australische gezelschap werd vooral gedragen door het enorme stembereik van zangeres Lias Gerrard. Prachtige show, maar wel een minpuntje: het optreden vond plaats bij daglicht en in het begin van het invallen van de schemer. Deze muziek moet je natuurlijk in het donker live horen.
Ik heb al wat gepost over hoe het publiek meegaat in de optredens op dit festival, maar het hardst ging het publiek tijdens de show van Thee oh Sees. De band mixt garage, noise en krautrock en voor het podium veranderde het publiek in een beukende en crowdsurfende massa. Dat werd ook de security, die normaal gesproken het publiek daarbij zijn gang laat gaan, te veel. Er kwamen mensen van de security het publiek in om mensen die aan het crowdsurfen waren te verwijderen en ook frontstage werden mensen uit het publiek getrokken. Dat ging er flink hard aan toe en zanger John Dwyer legde tot twee keer toe het optreden stil om de security-gorillas onderuit de kan te geven nadat hij zag dat mensen uit het publiek hardhandig werden afgevoerd nadat ze al uit het publiek waren gehaald en geen tegenstand boden. De show had er niet onder te lijden. Na de uitvallen van Dwyer werd het publiek met rust gelaten en maakte Thee Oh Sees één van de beste shows magistraal af.
Ondanks dat het flink vol stond voor de main stage, wist ik toch in het voorste vak te komen bij Nick Cave & the Bad Seeds. Na een mooie opening met twee nummers van de nieuwe plaat Push The Sky Away, waarvan Jubilee Street wel het hoogtepunt van het concert was) kwam Cave aan bij een mooie serie oude nummers, waarin hij als een bezetene over het podium raasde en ook een paar bezoekjes aan het publiek bracht. The Weeping Song, The Mercy Seat, Stagger Lee, Jack the Ripper, Tupelo en Red Right Hand werden meer dan overtuigend gebracht. Het concert ging wel een beetje uit als een nachtkaars. Nadat hij na ruim een uur afsloot met het rustige Push the Sky Away, verwachtte het hele veld nog een toegift, maar het was een deceptie toen het licht aanging en de crew het podium begon af te breken. Push teh Sky Away is een schitterend nummer, maar het past niet echt in de razende show die we daarvoor hadden gezien.
Los Planetas kwam hun album Una Semana en el Motor de un Autobús live spelen. Deze plaat schijnt een Spaanse indieklassieker te zijn en daar kan ik me wel wat bij voorstellen, want ik had de plaat ter voorbereiding op het festival geluisterd. De conclusie; ook in Spanje wordt er fijn geshoegazed. Het concert was een Spaans feestje; rondom me heen stond iedereen de voor mij onbegrijpelijke teksten mee te blèren. Mooie show, maar wel jammer dat de band zich beperkte tot het veilig naspelen van wat ze op plaat ook al gedaan hadden.
The Drones hebben met I See Seaweed één van de beste platen van 2013 gemaakt en daarvan kwam er tijdens hun concert ook veel langs. Maar de magie van hun concert op Primavera Sound 2009 was echter geen moment te bekennen. Nog steeds een hartstikke goede show, maar toch miste er iets. Ook rondom me heen werd matjes op de show gereageerd en volgens mij kwam dat vooral door de setlist, waarop veel lange nummers met een rustige opbouw stonden.
Na The Drones spoedde ik me nog even naar de andere kant van het festivalterrein (toch snel een wandeling van 10 minuten tot een kwartier) waar ik nog net op tijd was om het einde van My Bloody Valentine mee te pikken. het leek alsof ze voor mij speciaal mijn favorieten tot het einde bewaard hadden, want toen het nummer Thorn begon, had ik net een mooi plekje bij de geluidstoren te pakken. Daarna kwamen nog To Here Knows When, Soon, Feed Me With Your Kiss en You Made Me Realise, dat zoals gewoonlijk uitmondde in een storm van keiharde gitaarnoise die onder de fans bekendstaat als de holocaust. Deze heb ik nu voor de vierde keer overleefd, maar dit was de eerste keer dat ik mijn oordoppen niet noodzakelijk vond. Is de band nu wat zachter gaan spelen of zijn mijn oren de laatste vier jaar achteruitgegaan?
Pantha du Prince & the Bell Laboratory: 9,5
Nils Frahm: 9
Dead Can Dance: 8,5
Thee Oh Sees: 9,5
Nick Cave & the Bad Seeds: 9
Los Planetas: 8
The Drones: 8,5
My Bloody Valentine: 8,5
Pantha du Prince, een Duitse minimal techno-artiest, kende ik al, maar zijn samenwerking met het Noorse The Bell Laboratory was mij niet bekend. Dit jaar brachten ze samen het album Elements of Light uit en daar kregen we alles van te horen. Waar dit naartoe zou gaan, was al snel duidelijk bij een blik op de stage. Het podium was volgebouwd met bellen, xylofoons, ander slagwerk waarvan ik de naam niet kende en met als blikvanger een kolossaal carillon. Normaal gesproken hoor ik carillons alleen in binnensteden met een kerk, en dan vooral tijdens de kerstperiode, wanneer beiaardiers belletjesversies van Dreaming of a White Christmas en andere kerstdraken op het winkelpubliek loslaten. Ik was dus zeer benieuwd hoe dit in elektronische dansmuziek werd ingepast.
Hendrik Weber en het vijftal van The Bell Laboratory kwamen gekleed in witte pakken en een grijs schort het podium op, met allemaal een bel in iedere hand. Daarmee begonnen ze een deuntje met een subtiele opbouw, waarna iedereen achter zijn of haar instrument ging zitten en de zaak echt losging. De hoofdrol was daarbij natuurlijk weggelegd voor de klanken uit de draaitafel van Pantha du Prince, maar de show werd gestolen door het meisje op carillon. Wie denkt dat een carillon niet sexy is, moet heel gauw Pantha du Prince met The Bell Laboratory gaan checken. Voor mij veruit het beste dat ik het afgelopen Primavera heb gezien.
De opstelling van Nils Frahm was een stuk minimaler. Vleugel, keyboard en wat apparatuur voor de elektronische elementen uit zijn muziek. Daarmee begon hij, om daarna via wat minimalistische klassieke pianomuziek bij het hoogtepunt van zijn optreden aan te komen: een paar drukke pianostukken die even waanzinnig als onnavolgbaar waren.
Buiten keken we even naar het optreden van The Sea and Cake, die niet genoeg wisten te boeien om ons bij dat podium te houden. Dus hadden we mooi de tijd om een goede plek te veroveren bij Dead Can Dance. De religieus aandoende wereldmuziek van het Australische gezelschap werd vooral gedragen door het enorme stembereik van zangeres Lias Gerrard. Prachtige show, maar wel een minpuntje: het optreden vond plaats bij daglicht en in het begin van het invallen van de schemer. Deze muziek moet je natuurlijk in het donker live horen.
Ik heb al wat gepost over hoe het publiek meegaat in de optredens op dit festival, maar het hardst ging het publiek tijdens de show van Thee oh Sees. De band mixt garage, noise en krautrock en voor het podium veranderde het publiek in een beukende en crowdsurfende massa. Dat werd ook de security, die normaal gesproken het publiek daarbij zijn gang laat gaan, te veel. Er kwamen mensen van de security het publiek in om mensen die aan het crowdsurfen waren te verwijderen en ook frontstage werden mensen uit het publiek getrokken. Dat ging er flink hard aan toe en zanger John Dwyer legde tot twee keer toe het optreden stil om de security-gorillas onderuit de kan te geven nadat hij zag dat mensen uit het publiek hardhandig werden afgevoerd nadat ze al uit het publiek waren gehaald en geen tegenstand boden. De show had er niet onder te lijden. Na de uitvallen van Dwyer werd het publiek met rust gelaten en maakte Thee Oh Sees één van de beste shows magistraal af.
Ondanks dat het flink vol stond voor de main stage, wist ik toch in het voorste vak te komen bij Nick Cave & the Bad Seeds. Na een mooie opening met twee nummers van de nieuwe plaat Push The Sky Away, waarvan Jubilee Street wel het hoogtepunt van het concert was) kwam Cave aan bij een mooie serie oude nummers, waarin hij als een bezetene over het podium raasde en ook een paar bezoekjes aan het publiek bracht. The Weeping Song, The Mercy Seat, Stagger Lee, Jack the Ripper, Tupelo en Red Right Hand werden meer dan overtuigend gebracht. Het concert ging wel een beetje uit als een nachtkaars. Nadat hij na ruim een uur afsloot met het rustige Push the Sky Away, verwachtte het hele veld nog een toegift, maar het was een deceptie toen het licht aanging en de crew het podium begon af te breken. Push teh Sky Away is een schitterend nummer, maar het past niet echt in de razende show die we daarvoor hadden gezien.
Los Planetas kwam hun album Una Semana en el Motor de un Autobús live spelen. Deze plaat schijnt een Spaanse indieklassieker te zijn en daar kan ik me wel wat bij voorstellen, want ik had de plaat ter voorbereiding op het festival geluisterd. De conclusie; ook in Spanje wordt er fijn geshoegazed. Het concert was een Spaans feestje; rondom me heen stond iedereen de voor mij onbegrijpelijke teksten mee te blèren. Mooie show, maar wel jammer dat de band zich beperkte tot het veilig naspelen van wat ze op plaat ook al gedaan hadden.
The Drones hebben met I See Seaweed één van de beste platen van 2013 gemaakt en daarvan kwam er tijdens hun concert ook veel langs. Maar de magie van hun concert op Primavera Sound 2009 was echter geen moment te bekennen. Nog steeds een hartstikke goede show, maar toch miste er iets. Ook rondom me heen werd matjes op de show gereageerd en volgens mij kwam dat vooral door de setlist, waarop veel lange nummers met een rustige opbouw stonden.
Na The Drones spoedde ik me nog even naar de andere kant van het festivalterrein (toch snel een wandeling van 10 minuten tot een kwartier) waar ik nog net op tijd was om het einde van My Bloody Valentine mee te pikken. het leek alsof ze voor mij speciaal mijn favorieten tot het einde bewaard hadden, want toen het nummer Thorn begon, had ik net een mooi plekje bij de geluidstoren te pakken. Daarna kwamen nog To Here Knows When, Soon, Feed Me With Your Kiss en You Made Me Realise, dat zoals gewoonlijk uitmondde in een storm van keiharde gitaarnoise die onder de fans bekendstaat als de holocaust. Deze heb ik nu voor de vierde keer overleefd, maar dit was de eerste keer dat ik mijn oordoppen niet noodzakelijk vond. Is de band nu wat zachter gaan spelen of zijn mijn oren de laatste vier jaar achteruitgegaan?
Pantha du Prince & the Bell Laboratory: 9,5
Nils Frahm: 9
Dead Can Dance: 8,5
Thee Oh Sees: 9,5
Nick Cave & the Bad Seeds: 9
Los Planetas: 8
The Drones: 8,5
My Bloody Valentine: 8,5
0
geplaatst: 29 mei 2013, 13:54 uur
Een kleine selectie aan foto's (ik zal er elke dag 5 doen om de spanning er nog in te houden):
Er wordt gewoon gewipt...:

Een echte GrafGantz-foto, dacht ik zo:

Voor dix:

Iedereen oranje, iedereen een hoedje op... <:-)

Drukte want hipsters. Hipsters want Pitchfork:

Er wordt gewoon gewipt...:

Een echte GrafGantz-foto, dacht ik zo:

Voor dix:

Iedereen oranje, iedereen een hoedje op... <:-)

Drukte want hipsters. Hipsters want Pitchfork:

0
geplaatst: 29 mei 2013, 14:00 uur
Frank is een echte verhalenverteller. Dit is voor mij geen verrassing, elke avond las hij voor uit zijn eigen werk in het hostel.
0
geplaatst: 29 mei 2013, 14:05 uur
Mooie plaatjes Rob! 
Nog even mijn verslag van de afsluitdag:
Op de zondag na het festival waren er nog wat concerten in de binnenstad. De niet zo rock 'n roll-zijnde Paap, Rob, Lukas en Herman worden al een dagje ouder en haakten af, dus ze hebben mijn hier alleen naartoe laten gaan.
Eén van de concerten was Come in Sala BARTS en de reünie van deze Amerikaanse noiserock/slowcoreband stond hoog op mijn lijstje van Primavera-acts. De band heeft 15 jaar geleden zijn laatste plaat uitgebracht en bleek aan kracht niets te hebben ingeboet. De stem van Thalia Zedek klinkt nog steeds als vroeger en de set zal vol nummers met fraaie uitgesponnen gitaar-intros, die daarna in heerlijke noisy nummers overgingen. Er werd natuurlijk veel van het onlangs heruitgegeven Eleven: Eleven gespeeld, maar ook het meesterwerk Don't Ask, Don't Tell kwam ruim aan bod, met onder meer fraaie versies van In/Out en German Song.
Daarna ging ik naar de Apolo, waar ik Merchandise en Deerhunter nog zag. Merchandise had ik op het festival al half gezien, maar in een zaal pakte het me wél. Vanaf de opener Anxiety's Door, wat mij betreft één van de mooiste nummers van 2013, zat de band er goed in. Op Pukkelpop staan ze weer en ik weet wel waar ik dan sta: vooraan.
Voor Deerhunter was het alweer de derde keer dat ze op Primavera 2013 stonden. Na hun reguliere show op donderdag hadden ze zaterdag ook nog gespeeld als opvulling van de opengevallen plek die het afzeggen van Band of Horses had achtergelaten. Deze beide shows had ik gemist ten faveure van Bob Mould en Dead Can Dance, dus ik was wel blij met deze herkansing. En volgens mijn twee concertmaatjes bij deze show, Deerhunter-fans die er alledrie de keren bij waren, was dit de beste show van de drie. Daar kan ik niet over oordelen, maar neem maar van mij aan dat het erg goed was. Dit is nu typisch zo'n band die zijn nummers live naar grote hoogte stuwt. Met name de afsluiter van de reguliere set: Monomania van het gelijknamige nieuwe album, was om je vingers bij af te likken. Om daarna met Cover Me (Slowly) en Agorafobhia een waanzinnige gitaareruptie ter afsluiting te geven.
Ondanks dat ik de lineup op voorhand wat minder vond dan de andere jaren, was deze editie van Primavera Sound van hetzelfde niveau van de andere jaren. In 2014 ben ik er gewoon weer bij!
Come: 9
Merchandise: 8,5
Deerhunter: 9,5
De eindstand:
01. Pantha du Prince & the Bell Laboratory
02. Thee oh Sees
03. Deerhunter
04. Parquet Courts
05. Nick Cave & the Bad Seeds
06. Nils Frahm
07. Come
08. Bob Mould
09. Hot Snakes
10. Kurt Vile & the Violators

Nog even mijn verslag van de afsluitdag:
Op de zondag na het festival waren er nog wat concerten in de binnenstad. De niet zo rock 'n roll-zijnde Paap, Rob, Lukas en Herman worden al een dagje ouder en haakten af, dus ze hebben mijn hier alleen naartoe laten gaan.
Eén van de concerten was Come in Sala BARTS en de reünie van deze Amerikaanse noiserock/slowcoreband stond hoog op mijn lijstje van Primavera-acts. De band heeft 15 jaar geleden zijn laatste plaat uitgebracht en bleek aan kracht niets te hebben ingeboet. De stem van Thalia Zedek klinkt nog steeds als vroeger en de set zal vol nummers met fraaie uitgesponnen gitaar-intros, die daarna in heerlijke noisy nummers overgingen. Er werd natuurlijk veel van het onlangs heruitgegeven Eleven: Eleven gespeeld, maar ook het meesterwerk Don't Ask, Don't Tell kwam ruim aan bod, met onder meer fraaie versies van In/Out en German Song.
Daarna ging ik naar de Apolo, waar ik Merchandise en Deerhunter nog zag. Merchandise had ik op het festival al half gezien, maar in een zaal pakte het me wél. Vanaf de opener Anxiety's Door, wat mij betreft één van de mooiste nummers van 2013, zat de band er goed in. Op Pukkelpop staan ze weer en ik weet wel waar ik dan sta: vooraan.
Voor Deerhunter was het alweer de derde keer dat ze op Primavera 2013 stonden. Na hun reguliere show op donderdag hadden ze zaterdag ook nog gespeeld als opvulling van de opengevallen plek die het afzeggen van Band of Horses had achtergelaten. Deze beide shows had ik gemist ten faveure van Bob Mould en Dead Can Dance, dus ik was wel blij met deze herkansing. En volgens mijn twee concertmaatjes bij deze show, Deerhunter-fans die er alledrie de keren bij waren, was dit de beste show van de drie. Daar kan ik niet over oordelen, maar neem maar van mij aan dat het erg goed was. Dit is nu typisch zo'n band die zijn nummers live naar grote hoogte stuwt. Met name de afsluiter van de reguliere set: Monomania van het gelijknamige nieuwe album, was om je vingers bij af te likken. Om daarna met Cover Me (Slowly) en Agorafobhia een waanzinnige gitaareruptie ter afsluiting te geven.
Ondanks dat ik de lineup op voorhand wat minder vond dan de andere jaren, was deze editie van Primavera Sound van hetzelfde niveau van de andere jaren. In 2014 ben ik er gewoon weer bij!
Come: 9
Merchandise: 8,5
Deerhunter: 9,5
De eindstand:
01. Pantha du Prince & the Bell Laboratory
02. Thee oh Sees
03. Deerhunter
04. Parquet Courts
05. Nick Cave & the Bad Seeds
06. Nils Frahm
07. Come
08. Bob Mould
09. Hot Snakes
10. Kurt Vile & the Violators
0
geplaatst: 29 mei 2013, 14:11 uur
Thee oh seees
Wát een feest. Mag ik Frank en Herman bedanken dat ze me daar naartoe hebben genomen 
22 juli weer in Amsterdam.
Mag ik trouwens gewoon iedereen (Cygnus, Herman, Lukas, Rhythm&Poetry, Egbert de Slowaak en Xiu Wang van Dino Pan in het bijzonder) bedanken voor het bijdragen aan een fantastisch verblijf in Barcelona. Ondanks alle gemene streken
Wát een feest. Mag ik Frank en Herman bedanken dat ze me daar naartoe hebben genomen 
22 juli weer in Amsterdam.
Mag ik trouwens gewoon iedereen (Cygnus, Herman, Lukas, Rhythm&Poetry, Egbert de Slowaak en Xiu Wang van Dino Pan in het bijzonder) bedanken voor het bijdragen aan een fantastisch verblijf in Barcelona. Ondanks alle gemene streken

0
geplaatst: 29 mei 2013, 14:13 uur
Paap_Floyd schreef:
Thee oh seees
Wát een feest. Mag ik Frank en Herman bedanken dat ze me daar naartoe hebben genomen 
22 juli weer in Amsterdam.
Mag ik trouwens gewoon iedereen (Cygnus, Herman, Lukas, Rhythm&Poetry, Egbert de Slowaak en Xiu Wang van Dino Pan in het bijzonder) bedanken voor het bijdragen aan een fantastisch verblijf in Barcelona. Ondanks alle gemene streken
Thee oh seees
Wát een feest. Mag ik Frank en Herman bedanken dat ze me daar naartoe hebben genomen 
22 juli weer in Amsterdam.
Mag ik trouwens gewoon iedereen (Cygnus, Herman, Lukas, Rhythm&Poetry, Egbert de Slowaak en Xiu Wang van Dino Pan in het bijzonder) bedanken voor het bijdragen aan een fantastisch verblijf in Barcelona. Ondanks alle gemene streken
Dat mag. En vooraf maar sceptisch zijn over onze tip...

0
geplaatst: 29 mei 2013, 14:27 uur
Paap_Floyd schreef:
Thee oh seees
Wát een feest. Mag ik Frank en Herman bedanken dat ze me daar naartoe hebben genomen 
22 juli weer in Amsterdam.
Mag ik trouwens gewoon iedereen (Cygnus, Herman, Lukas, Rhythm&Poetry, Egbert de Slowaak en Xiu Wang van Dino Pan in het bijzonder) bedanken voor het bijdragen aan een fantastisch verblijf in Barcelona. Ondanks alle gemene streken
Thee oh seees
Wát een feest. Mag ik Frank en Herman bedanken dat ze me daar naartoe hebben genomen 
22 juli weer in Amsterdam.
Mag ik trouwens gewoon iedereen (Cygnus, Herman, Lukas, Rhythm&Poetry, Egbert de Slowaak en Xiu Wang van Dino Pan in het bijzonder) bedanken voor het bijdragen aan een fantastisch verblijf in Barcelona. Ondanks alle gemene streken
Dat mag, dat was dan 75 euro meneer.
0
geplaatst: 29 mei 2013, 20:09 uur
Wat een geweldige eerste kennismaking met dit fantastische festival zeg, en ideaal (edoch niet onlastig) om te combineren met een citytripje 
Mijn punten:
Guards 4
The Vaccines 6,5
(en daarna jammer genoeg niet binnen geraakt in de Apollo, Veronica Falls en John Talabot had ik nochtans graag gezien)
Wild Nothing 6,5 (had veel meer kunnen zijn in een tent of een zaaltje)
Savages 5
Manel 6
Jessie Ware 7,5
The Postal Service 9
Grizzly Bear 7
Phoenix 6,5
Animal Collective 8
Peace 6,5
Django Django 8
Solange 5
The Jesus & Mary Chain 5,5
Daughter 8,5
How To Dress Well 9
The Knife 6,5 (twee weken geleden ook al gezien, dus het nieuwe en het speciale was er wat af)
Disclosure 7
Pantha Du Prince & The Bell Laboratory 10
Nils Frahm 8
Apparat 7
Dead Can Dance 7,5
Dan Deacon 6
Phosphorescent 5
Crystal Castles 9
Hot Chip 8,5
Een verslagje heb ik ook geschreven, en is hier te lezen: http://imctblog.blogspot.be/ (al is niet alles geschreven door mij..)

Mijn punten:
Guards 4
The Vaccines 6,5
(en daarna jammer genoeg niet binnen geraakt in de Apollo, Veronica Falls en John Talabot had ik nochtans graag gezien)
Wild Nothing 6,5 (had veel meer kunnen zijn in een tent of een zaaltje)
Savages 5
Manel 6
Jessie Ware 7,5
The Postal Service 9
Grizzly Bear 7
Phoenix 6,5
Animal Collective 8
Peace 6,5
Django Django 8
Solange 5
The Jesus & Mary Chain 5,5
Daughter 8,5
How To Dress Well 9
The Knife 6,5 (twee weken geleden ook al gezien, dus het nieuwe en het speciale was er wat af)
Disclosure 7
Pantha Du Prince & The Bell Laboratory 10
Nils Frahm 8
Apparat 7
Dead Can Dance 7,5
Dan Deacon 6
Phosphorescent 5
Crystal Castles 9
Hot Chip 8,5
Een verslagje heb ik ook geschreven, en is hier te lezen: http://imctblog.blogspot.be/ (al is niet alles geschreven door mij..)
0
geplaatst: 30 mei 2013, 07:12 uur
Dag 1:
Na een paar dagen strand, bier en cultuur gedaan te hebben werd het toch eindelijk eens tijd om wat muziek te gaan luisteren, de avonden in de stad laat ik altijd aan mij voorbij gaan, omdat wat tijd doorbrengen met je vrienden die niet zo nerdig zijn als ik als het op muziek aankomt ook geen straf is, bandje opgehaald en doorgelopen naar het nieuwe hoofdpodium vernoemd naar de nieuwe hoofdsponsor.
Onderweg kom je dan langs de plek waar vroeger het ATP podium stond. Dan vallen 2 dingen op; het was toch wel een mooie locatie, maar er ontstaat heel veel meer ruimte om van de ene naar de andere kant van het festivalterrein te komen. Het nieuwe podium kon me echter niet zo bekoren; een standaardpodium zoals je die wel meer op festivals ziet.
Wild nothing trapte af en speelde een aardige set. Het album wel een paar keer gehoord, maar is nooit echt blijven hangen, drie kwartier en een paar herkende deuntjes later liep ik weg met het idee dat het best leuk was.
Neko Case ken ik vooral van The new pornographers en speelde poprock met een vleugje country, ze is een beetje raar, maar heeft wel een mooie stem die goed aangevuld werd door de dame die vanuit het publiek gezien rechts van haar stond. Onderweg naar het 2e podium zag ik al snel hordes mensen naar het Pitchforkpodium gaan en gezien andere verhalen was het daar ontzettend druk, goede keuze gemaakt.
Waar het ook snel volliep was bij Tame impala, mooi plaatsje gevonden achter het hek van het voorste vak, welke dit jaar voor het eerst aanwezig was, zal vast iets met Europa te maken ofzo, ook het geluid was niet zo luid als het voorheen wel stond en bij Suicide je organen in je lichaam herschikt werden.
De opener was het altijd fijne Solitude is bliss. Na een blok met 8 Lonerism nummers die goed werden gespeeld door een band die ten opzichte van 2,5 jaar terug heel open naar het publiek stond was de band warm en werd het tijd om echt te knallen, bij Alter ego waren de aanslagen net wat harder dan op het album zonder zijn loomheid te verliezen die doorgezet werd in it’s not meant to be om op zijn Black angels psychadelisch rockend de show af te sluiten.
Half uurtje Dinosaur jr. gepakt, blijft fijne muziek, maar vanwege het omvangrijke oevre ook te onbekend met de specifieke nummers om er echt van te kunnen genieten, daarvoor pakt het live toch ook te weinig.
Bij The postal service stond ik ongeveer het hetzelfde plekje als bij Tame impala, waarvandaan ik uitstekend zicht had. Uiteraard kwam bijna geheel Give up voorbij en werd Such great hieghts uiteraard het best ontvangen, maar ook de andere nummers konden het publiek bekoren gezien de hoeveelheid meezingers.
Toch voegt het live eigenlijk niet zo veel toe, maar wat een wijf. En dan bedoel ik niet Ben Gibbard, maar die vrouw links, fijne uitstraling en enthousiasme.
Grizzly bear daarentegen was in bloedvorm, strak, helder, onbevangen, zo veel beter dan het moeilijke doch aardig optreden op Lowlands een aantal jaar terug. Vanaf de opener Sleeping ute, via een fantastisch opgebouwde Speaking in rounds tot aan de slottrack The sun is in your eyes was elke song raak. De nummers van Shields doen de live reputatie van de band in ieder geval goed.
Te vette patat gegeten, stukje Wolfgang Amadeus Phoenix meegepakt, de overige nummers konden mij namelijk niet bekoren en een plaatsje gezocht voor Fuck buttons en jezus wat was dat weer een briljante geluidsmuur, hoe die jongens het voor elkaar krijgen om laag op laag te stapelen zonder dat het een chaos wordt is mij onduidelijk, maar wow.
Voeten stuk, geen zin in Animal collective dus lekker richting mijn bed gegaan……….
……….om de volgende dag te concluderen dat het toch te koud was op het strand om dan maar bij Placa Catalunya mensen te gaan kijken en te zien hoe een meeuw een duif vangt.
Na een paar dagen strand, bier en cultuur gedaan te hebben werd het toch eindelijk eens tijd om wat muziek te gaan luisteren, de avonden in de stad laat ik altijd aan mij voorbij gaan, omdat wat tijd doorbrengen met je vrienden die niet zo nerdig zijn als ik als het op muziek aankomt ook geen straf is, bandje opgehaald en doorgelopen naar het nieuwe hoofdpodium vernoemd naar de nieuwe hoofdsponsor.
Onderweg kom je dan langs de plek waar vroeger het ATP podium stond. Dan vallen 2 dingen op; het was toch wel een mooie locatie, maar er ontstaat heel veel meer ruimte om van de ene naar de andere kant van het festivalterrein te komen. Het nieuwe podium kon me echter niet zo bekoren; een standaardpodium zoals je die wel meer op festivals ziet.
Wild nothing trapte af en speelde een aardige set. Het album wel een paar keer gehoord, maar is nooit echt blijven hangen, drie kwartier en een paar herkende deuntjes later liep ik weg met het idee dat het best leuk was.
Neko Case ken ik vooral van The new pornographers en speelde poprock met een vleugje country, ze is een beetje raar, maar heeft wel een mooie stem die goed aangevuld werd door de dame die vanuit het publiek gezien rechts van haar stond. Onderweg naar het 2e podium zag ik al snel hordes mensen naar het Pitchforkpodium gaan en gezien andere verhalen was het daar ontzettend druk, goede keuze gemaakt.
Waar het ook snel volliep was bij Tame impala, mooi plaatsje gevonden achter het hek van het voorste vak, welke dit jaar voor het eerst aanwezig was, zal vast iets met Europa te maken ofzo, ook het geluid was niet zo luid als het voorheen wel stond en bij Suicide je organen in je lichaam herschikt werden.
De opener was het altijd fijne Solitude is bliss. Na een blok met 8 Lonerism nummers die goed werden gespeeld door een band die ten opzichte van 2,5 jaar terug heel open naar het publiek stond was de band warm en werd het tijd om echt te knallen, bij Alter ego waren de aanslagen net wat harder dan op het album zonder zijn loomheid te verliezen die doorgezet werd in it’s not meant to be om op zijn Black angels psychadelisch rockend de show af te sluiten.
Half uurtje Dinosaur jr. gepakt, blijft fijne muziek, maar vanwege het omvangrijke oevre ook te onbekend met de specifieke nummers om er echt van te kunnen genieten, daarvoor pakt het live toch ook te weinig.
Bij The postal service stond ik ongeveer het hetzelfde plekje als bij Tame impala, waarvandaan ik uitstekend zicht had. Uiteraard kwam bijna geheel Give up voorbij en werd Such great hieghts uiteraard het best ontvangen, maar ook de andere nummers konden het publiek bekoren gezien de hoeveelheid meezingers.
Toch voegt het live eigenlijk niet zo veel toe, maar wat een wijf. En dan bedoel ik niet Ben Gibbard, maar die vrouw links, fijne uitstraling en enthousiasme.
Grizzly bear daarentegen was in bloedvorm, strak, helder, onbevangen, zo veel beter dan het moeilijke doch aardig optreden op Lowlands een aantal jaar terug. Vanaf de opener Sleeping ute, via een fantastisch opgebouwde Speaking in rounds tot aan de slottrack The sun is in your eyes was elke song raak. De nummers van Shields doen de live reputatie van de band in ieder geval goed.
Te vette patat gegeten, stukje Wolfgang Amadeus Phoenix meegepakt, de overige nummers konden mij namelijk niet bekoren en een plaatsje gezocht voor Fuck buttons en jezus wat was dat weer een briljante geluidsmuur, hoe die jongens het voor elkaar krijgen om laag op laag te stapelen zonder dat het een chaos wordt is mij onduidelijk, maar wow.
Voeten stuk, geen zin in Animal collective dus lekker richting mijn bed gegaan……….
……….om de volgende dag te concluderen dat het toch te koud was op het strand om dan maar bij Placa Catalunya mensen te gaan kijken en te zien hoe een meeuw een duif vangt.
0
geplaatst: 30 mei 2013, 07:13 uur
Dag 2
Mijn reisgezelschap had bij de Fnac een dagkaart gehaald en daarvoor wilde ik mijn schema wel iets omgooien, maar eerst moesten ze mee naar Kurt Vile & the violators. Net als Wild nothing paste de muziek precies bij het moment van de dag, deze keer was het lekker loom zoals het begin van de tweede dag op een festival kan zijn. Maar sterk optreden, waarbij Jezus fever als tweede nummer de boel wel een beetje wakker schudde.
De set leunde op het werk van zijn tweede album Wakin on a pretty daze met daarin een solo gespeelde Peeping tom en de afsluiter Freak train die zijn naam eer aan deed. Goed begin van de dag.
Merchandise zittend tegen een hek met een biertje in de hand van een afstand gevolgd, klonk beter dan een week geleden, toch kan het allemaal wel een tikkeltje beter en dan verdiep ik mij er misschien wel verder in.
Omdat de wind fors waaide in het voorste vak gaan staan bij Django django om ons warm te dansen en als de band zo speelt als vrijdagavond lukt dat uitstekend. Toch ook weer een beetje gegroeid al blijft het soms wat ongemakkelijk qua bewegingen, maar daar had het publiek lak aan en danste lustig los op de set die helaas geen nieuw nummer bevatte, maar Waveforms, Storm, Firewater, het blijven toch erg fijne liedjes. Sterk.
Na een niet overtuigende Breeders, die te veel giechelde en geluidsproblemen hadden afscheid genomen omdat het tijd was voor een Willie blokje.
Over The Jezus and Mary chain heb ik al wat geschreven en die mening is niet veranderd, gelukkig wel nog een sterk einde, maar als je dat nog kan, waarom doe je dat dan niet de gehele set. Tegenvaller van het weekend.
Neurosis was zoals altijd hard en strak en net als Godflesh vorig jaar is een portie muziek aan de randen van wat je kan hebben soms gewoon lekker. Hierna Swans en Goat opgeofferd om met mijn vrienden Blur te bekijken, mooie show, bij vlagen hele sterke delen, girls and boys als opener is erg prettig, zit je er ook meteen lekker in. Groot fan zal ik wel niet worden, maar ik heb van de waarschijnlijk enige keer dat ik ze zal zien er wel van genoten, Country house, Parklife, Coffee & tv gaan er bij mij prima in en hoewel afgezaagd is een massaal springend veld wel een leuk gezicht.
We besloten dat het een gezellige dag was geweest en zijn richting placa Catalunya gegaan.
Mijn reisgezelschap had bij de Fnac een dagkaart gehaald en daarvoor wilde ik mijn schema wel iets omgooien, maar eerst moesten ze mee naar Kurt Vile & the violators. Net als Wild nothing paste de muziek precies bij het moment van de dag, deze keer was het lekker loom zoals het begin van de tweede dag op een festival kan zijn. Maar sterk optreden, waarbij Jezus fever als tweede nummer de boel wel een beetje wakker schudde.
De set leunde op het werk van zijn tweede album Wakin on a pretty daze met daarin een solo gespeelde Peeping tom en de afsluiter Freak train die zijn naam eer aan deed. Goed begin van de dag.
Merchandise zittend tegen een hek met een biertje in de hand van een afstand gevolgd, klonk beter dan een week geleden, toch kan het allemaal wel een tikkeltje beter en dan verdiep ik mij er misschien wel verder in.
Omdat de wind fors waaide in het voorste vak gaan staan bij Django django om ons warm te dansen en als de band zo speelt als vrijdagavond lukt dat uitstekend. Toch ook weer een beetje gegroeid al blijft het soms wat ongemakkelijk qua bewegingen, maar daar had het publiek lak aan en danste lustig los op de set die helaas geen nieuw nummer bevatte, maar Waveforms, Storm, Firewater, het blijven toch erg fijne liedjes. Sterk.
Na een niet overtuigende Breeders, die te veel giechelde en geluidsproblemen hadden afscheid genomen omdat het tijd was voor een Willie blokje.
Over The Jezus and Mary chain heb ik al wat geschreven en die mening is niet veranderd, gelukkig wel nog een sterk einde, maar als je dat nog kan, waarom doe je dat dan niet de gehele set. Tegenvaller van het weekend.
Neurosis was zoals altijd hard en strak en net als Godflesh vorig jaar is een portie muziek aan de randen van wat je kan hebben soms gewoon lekker. Hierna Swans en Goat opgeofferd om met mijn vrienden Blur te bekijken, mooie show, bij vlagen hele sterke delen, girls and boys als opener is erg prettig, zit je er ook meteen lekker in. Groot fan zal ik wel niet worden, maar ik heb van de waarschijnlijk enige keer dat ik ze zal zien er wel van genoten, Country house, Parklife, Coffee & tv gaan er bij mij prima in en hoewel afgezaagd is een massaal springend veld wel een leuk gezicht.
We besloten dat het een gezellige dag was geweest en zijn richting placa Catalunya gegaan.
0
geplaatst: 30 mei 2013, 07:13 uur
Dag 3
Mount eerie overgeslagen op le guess who en me er best op verheugd, zeker omdat ik had gehoopt dat Julie Doiron zich aan zou sluiten, aangezien zij op de zondag in Barts zou staan. Ik heb niet gezien of ze er bij was, de boel verwaaide zo dat de subtiliteit volledig verdween en toen Adam Green er doorheen kwam heb ik het opgegeven. Het verplaaten van het ATP podium is niet zo’n hele goede zet gebleken.
Ik had de keuze uit 2 Spaanse bandjes en ik besloot voor Betunizer te gaan, volgens mij stond ik daar als enige niet Spanjaard om meteen de bekende Shellac opstelling op het podium te zien en al gauw bleek het een Spaanse mathrockband te gaan die in het midden houdt van Shellac en Slint.
Zeker niet slecht.
Blijven hangen voor Melody’s echo chamber, waar het plaatje Melody haar mooie liedjes afwisselend in het Frans en Engels zong. Goed gespeeld, af en toe buiten de lijntjes gekleurd, Melody blij met het publiek, het publiek blij met Melody, wat willen we nog meer? Oh ja, ik zou willen dat ik weer wat meer songtitels ging onthouden.
Dead can dance wilde ik na Vredeburg wel eens staand meemaken en ging op weg naar het Ray-banpodium. Het eerste deel bestond grotendeels uit Anastasisnummers, waarvan ik Amnesia en Children of the sun het indrukwekkendst vond klinken. Staand vond ik het leuker dan zittend, maar de bezwaren die ik bij het Vredenburgconcert had speelden ook hier op: te afstandelijk, te weinig toevoegend live, al zijn de stemmen fantastisch. De Tim Buckley cover heb ik niet afgegeken, omdat ik zag dat het al weer tijd was voor de volgende band, de tijd vloog ondanks mijn solo avontuur, Thee oh sees.
Fijne waanzin, springen, springen, springen en volgens mij maakt het geen reet uit als ze een volgende keer een totaal andere setlist spelen. Ondertussen in je korte broek de beveiliging op zijn lazer geven, top.
Twee fijne momenten in korte tijd: Neutral milk hotel werd aangekondigd en Jubilee street was krankzinnig goed. Nick cave liet zich weer eens kronen tot koning en ondanks dat hij ooit wel eens feller trapte en zijn oudere nummers iedere setlist wel terugkomen zonder dat daar veel aan wijzigt blijft het een genot om onder andere Tupelo, Red right hand en The mercy seat te horen om vervolgens een verpletterende Stagger Lee neer te zetten, hij stond tussen het publiek dat hem aan zijn benen omhoog hield, een meisje vooraan moet wel de avond van haar leven hebben gehad, ik wil ook wel over mijn hoofd geaaid worden terwijl hij me strak aankijkt. Enige kritiekpunt is eigenlijk dat het nog wel veel langer had mogen duren.
Tactische keuze gemaakt om niet het hele eind naar de andere kant van het festivalterrein te lopen en gewoon op het podium ernaast Phosphorescent te kijken, altijd goed, beetje korte set met het oh zo mooie Los angeles af te sluiten. Twee keer in korte tijd is eigenlijk wat veel van het goede, maar ik heb me prima vermaakt en bij de bar was het lekker rustig.
Ergens op rij 15 gaan staan, omdat ik nogal lang ben en nooit per se ergens vooraan hoef te staan, om te wachten op de laatste act op het hoofdpodium . Twee Spanjaarden jaloers gemaakt met mijn Loveless plaat en een leuk gesprekje gehad om vervolgens te kijken na een wat moeizaam op gang komend My bloody valentine, de geluidsman heeft een hoop werk moeten verzetten, maar na een minuut of 20 had hij het voor elkaar om te horen wat ze nu echt kunnen. Redelijk overtuigend speelden ze afwisselend Loveless en m b v nummers, helaas geen wonder2 of another way en weliswaar een wat luider eind van You made me realise, maar geen 130 dB, toch wil de band nog wel een slag beter, langer en harder zien dus ga ik ook maar naar de Effenaar.
Uitgelaten richting metro, want het was weer een heerlijke editie geweest, niet zo’n uitdagende line-up als andere jaren, maar toch een heel vol schema gehad. En niet zo veel lastige keuzes, ook wel eens fijn.
Volgende week toch maar eens kijken welke kaarten er in de voorverkoop gaan, want dat ik ga is zeker.
Mount eerie overgeslagen op le guess who en me er best op verheugd, zeker omdat ik had gehoopt dat Julie Doiron zich aan zou sluiten, aangezien zij op de zondag in Barts zou staan. Ik heb niet gezien of ze er bij was, de boel verwaaide zo dat de subtiliteit volledig verdween en toen Adam Green er doorheen kwam heb ik het opgegeven. Het verplaaten van het ATP podium is niet zo’n hele goede zet gebleken.
Ik had de keuze uit 2 Spaanse bandjes en ik besloot voor Betunizer te gaan, volgens mij stond ik daar als enige niet Spanjaard om meteen de bekende Shellac opstelling op het podium te zien en al gauw bleek het een Spaanse mathrockband te gaan die in het midden houdt van Shellac en Slint.
Zeker niet slecht.
Blijven hangen voor Melody’s echo chamber, waar het plaatje Melody haar mooie liedjes afwisselend in het Frans en Engels zong. Goed gespeeld, af en toe buiten de lijntjes gekleurd, Melody blij met het publiek, het publiek blij met Melody, wat willen we nog meer? Oh ja, ik zou willen dat ik weer wat meer songtitels ging onthouden.
Dead can dance wilde ik na Vredeburg wel eens staand meemaken en ging op weg naar het Ray-banpodium. Het eerste deel bestond grotendeels uit Anastasisnummers, waarvan ik Amnesia en Children of the sun het indrukwekkendst vond klinken. Staand vond ik het leuker dan zittend, maar de bezwaren die ik bij het Vredenburgconcert had speelden ook hier op: te afstandelijk, te weinig toevoegend live, al zijn de stemmen fantastisch. De Tim Buckley cover heb ik niet afgegeken, omdat ik zag dat het al weer tijd was voor de volgende band, de tijd vloog ondanks mijn solo avontuur, Thee oh sees.
Fijne waanzin, springen, springen, springen en volgens mij maakt het geen reet uit als ze een volgende keer een totaal andere setlist spelen. Ondertussen in je korte broek de beveiliging op zijn lazer geven, top.
Twee fijne momenten in korte tijd: Neutral milk hotel werd aangekondigd en Jubilee street was krankzinnig goed. Nick cave liet zich weer eens kronen tot koning en ondanks dat hij ooit wel eens feller trapte en zijn oudere nummers iedere setlist wel terugkomen zonder dat daar veel aan wijzigt blijft het een genot om onder andere Tupelo, Red right hand en The mercy seat te horen om vervolgens een verpletterende Stagger Lee neer te zetten, hij stond tussen het publiek dat hem aan zijn benen omhoog hield, een meisje vooraan moet wel de avond van haar leven hebben gehad, ik wil ook wel over mijn hoofd geaaid worden terwijl hij me strak aankijkt. Enige kritiekpunt is eigenlijk dat het nog wel veel langer had mogen duren.
Tactische keuze gemaakt om niet het hele eind naar de andere kant van het festivalterrein te lopen en gewoon op het podium ernaast Phosphorescent te kijken, altijd goed, beetje korte set met het oh zo mooie Los angeles af te sluiten. Twee keer in korte tijd is eigenlijk wat veel van het goede, maar ik heb me prima vermaakt en bij de bar was het lekker rustig.
Ergens op rij 15 gaan staan, omdat ik nogal lang ben en nooit per se ergens vooraan hoef te staan, om te wachten op de laatste act op het hoofdpodium . Twee Spanjaarden jaloers gemaakt met mijn Loveless plaat en een leuk gesprekje gehad om vervolgens te kijken na een wat moeizaam op gang komend My bloody valentine, de geluidsman heeft een hoop werk moeten verzetten, maar na een minuut of 20 had hij het voor elkaar om te horen wat ze nu echt kunnen. Redelijk overtuigend speelden ze afwisselend Loveless en m b v nummers, helaas geen wonder2 of another way en weliswaar een wat luider eind van You made me realise, maar geen 130 dB, toch wil de band nog wel een slag beter, langer en harder zien dus ga ik ook maar naar de Effenaar.
Uitgelaten richting metro, want het was weer een heerlijke editie geweest, niet zo’n uitdagende line-up als andere jaren, maar toch een heel vol schema gehad. En niet zo veel lastige keuzes, ook wel eens fijn.
Volgende week toch maar eens kijken welke kaarten er in de voorverkoop gaan, want dat ik ga is zeker.
0
geplaatst: 30 mei 2013, 13:43 uur
Elke dag 5 foto's:
De zangeres van Savages is heel erg fotogeniek:

Bij Tame Impala stond ik ver van het podium vandaan:

Wat een grote muis, echt een reuzenrad:

Leuk dat Herman en ik nog bij Jessie Ware:

Killer Mike voerde een dikke show op:

De zangeres van Savages is heel erg fotogeniek:

Bij Tame Impala stond ik ver van het podium vandaan:

Wat een grote muis, echt een reuzenrad:

Leuk dat Herman en ik nog bij Jessie Ware:

Killer Mike voerde een dikke show op:

0
geplaatst: 3 juni 2013, 13:04 uur
Heb je niet meer van die mooie foto's?
En the usual suspects zijn er volgend jaar weer bij heb ik net van Cygnus begrepen, netjes.
En the usual suspects zijn er volgend jaar weer bij heb ik net van Cygnus begrepen, netjes.
0
geplaatst: 7 juni 2013, 12:25 uur
Voor de mensen die nog wel een goedkoop kaartje willen, maar naast de pot hebben gepist:
Noticia - primaverasound.es
Maandag dus nog 2000 goedkope kaarten voor 115 euro, daarna rap duurder.
Noticia - primaverasound.es
Maandag dus nog 2000 goedkope kaarten voor 115 euro, daarna rap duurder.
0
geplaatst: 7 juni 2013, 13:39 uur
0
geplaatst: 16 juni 2013, 17:51 uur
Optimus Primavera Sound - Porto
Drie dagen muziekfestival in Porto: voor het eerst met je geliefde samen eropuit. Samen een onbekende stad leren kennen en van prachtige livemuziek genieten. Simpelweg een geweldige ervaring. Laat ik er daarom toch nog een verhaaltje over schrijven.
Dag 1
Voor mij de allereerste festivalervaring. Oké, dat is niet helemaal waar; ik heb hier op het strand van Wijk aan Zee een klein festivalletje meegemaakt, het Visbakfestival genaamd, waar ik nog Moke en Zuco 103 heb gezien. Best leuk en aardig, maar niet te vergelijken natuurlijk. Dit zou m'n eerste grote festivalervaring worden. Festivals als Lowlands en Pinkpop spraken me toch minder aan, en aangezien ik veel goede verhalen had gehoord over de Barcelona-versie van Primavera en er elk jaar een line-up staat waarvan ik baal dat ik er niet bij ben, besloot ik dit keer gewoon te gaan, en had ik een kaartje gekocht voordat er ook maar een naam bekend was. Wel in Porto ipv Barcelona, aangezien Sharons examens daartoe dwongen. Niet dat dat erg is overigens: Porto is wat kleinschaliger en jonger, en dat spreekt me ook wel aan.
Op het moment dat we onze hotelkamer betraden in Porto, kreeg ik ineens een heel erg fijn gevoel; dit kon niet meer misgaan, dit zouden drie geweldige dagen worden. En dat werd het ook, een combinatie van drie dingen waar ik erg van hou: een culturele stedentrip, muziek en natuurlijk m'n vriendin.
De eerste dag hebben we eigenlijk nog maar weinig interessants van Porto gezien, aangezien we de weg naar het festival hebben gelopen, wat niet bepaald het mooiste gedeelte van Porto bleek. Het was één lange rechte en vooral saaie weg. We waren uiteindelijk ook veel te vroeg bij het festival, maarja, wij wisten wij veel…
Het festival zelf kwam muzikaal gezien wat moeizaam op gang. We waren er al meteen bij het begin, maar blijkbaar worden als festivalopeners niet de sterkste bands gekozen. Het eerste bandje bleek een of ander Spaanse of Portugese bluesband, met wat Morricone-invloeden. Klinkt wel leuk, en het begon ook niet onaardig, maar al na vijf minuten begon het te vervelen en toen de gitarist ook nog de behoefte bleek te hebben om te gaan zingen, liepen we maar weg om wat te gaan eten; sommige mensen kunnen nou eenmaal beter hun mond houden en gewoon gitaar spelen.
Met daarna het ietwat nietszeggende bandje Merchandise begon het allemaal nogal matig, maar gelukkig kwam het allemaal nog goed. Wild Nothing speelden erg leuke lenteachtige popmuziek, een beetje dromerig, met fijne melodieën: paste perfect bij het festival. Helaas vielen The Breeders daarna wat tegen, maar toch leuk om gezien te hebben…
Maar toen was het tijd voor het Australische tweeluik. Het eerste deel daarvan was Dead Can Dance, een band die me op hun studiowerk niet altijd weet te grijpen, maar live bleek het haast magische muziek te zijn. Prachtige zang, betoverende sferen, en zelfs opzwepende ritmes. Ook de setlist was uitstekend, waarbij er werd benadrukt dat de band nog steeds prachtige nummers maakt, maar ook oudere klassiekers als Cantara aan bod kwamen, en zelfs nog een erg mooie cover van Song to thé Siren. En dan ook nog die prachtige uitstraling van Lisa en Brendan zelf. Indrukwekkend, maar het bleek slechts een opwarmertje.
Een opwarmertje voor Nick Cave, welteverstaan. En The Bad Seeds, niet te vergeten, want de man heeft ook een fantastische band om zich heen. Zelfs nu Mick Harvey en Blixa Bargeld er niet meer bij zijn. Dat was misschien wel het beste optreden dat ik ooit heb gezien. De setlist was perfect, met prachtige nummers van zijn laatste albums en allerlei fantastische klassiekers, mooi verdeeld over zijn oeuvre. De nummers werden ook nog eens fantastisch uitgevoerd, en het is altijd genieten om de showman genaamd Nick Cave aan het werk te zien. Of Warren Ellis zich helemaal te zien uitleven op zijn viool. Het optreden had gewoon alles, maar bovenal deed het gewoon heel veel met me. Misschien het juiste optreden op het juiste moment dat de juiste snaar raakt? Ik heb geen idee maar ik heb ontzettend genoten, en ik prijs me gelukkig dat ik het met m'n lieve vriendin heb mogen meemaken.
Daarna had ik ook echt het gevoel dat het hierna niet meer beter zou kunnen worden. De perfectie was bereikt. Als ik dan op het concert terugkijk, kan ik zeggen dat Jack thé Ripper wellicht niet helemaal goed uit de verf kwam, dat de piano niet te horen was tijdens de climax van Jubillee Street of dat Tupelo me net wat minder deed, maar dat maakte helemaal niks uit, omdat het totaalplaatje voor mij perfect was, en het zoals gezegd helemaal de juiste snaar raakte.
Omdat we die dag veel hadden gelopen, hadden we het die dag allebei wel gehad, maar toch wou ik blijven om James Blake nog te kunnen zien. Daarvoor moesten we nog even wachten, want eerst speelde nog het voor mij niet interessante Deerhunter, en we gingen dan op een afstandje zitten. James Blake hebben we uiteindelijk gezien, maar op de helft zat ik er zo doorheen dat ik toch maar besloot terug naar het hotel te gaan, met in m'n hoofd dat we nog twee dagen te gaan hadden. En de helft van James Blake was toch het wachten waard, de elektronica en de bassen kwamen live precies zo over als ik had verwacht, en zelfs daar wist James de mooie emotionele sfeer te creëren, die me op het album zo weet te raken.
Dag 2 en 3 volgen nog.
Drie dagen muziekfestival in Porto: voor het eerst met je geliefde samen eropuit. Samen een onbekende stad leren kennen en van prachtige livemuziek genieten. Simpelweg een geweldige ervaring. Laat ik er daarom toch nog een verhaaltje over schrijven.
Dag 1
Voor mij de allereerste festivalervaring. Oké, dat is niet helemaal waar; ik heb hier op het strand van Wijk aan Zee een klein festivalletje meegemaakt, het Visbakfestival genaamd, waar ik nog Moke en Zuco 103 heb gezien. Best leuk en aardig, maar niet te vergelijken natuurlijk. Dit zou m'n eerste grote festivalervaring worden. Festivals als Lowlands en Pinkpop spraken me toch minder aan, en aangezien ik veel goede verhalen had gehoord over de Barcelona-versie van Primavera en er elk jaar een line-up staat waarvan ik baal dat ik er niet bij ben, besloot ik dit keer gewoon te gaan, en had ik een kaartje gekocht voordat er ook maar een naam bekend was. Wel in Porto ipv Barcelona, aangezien Sharons examens daartoe dwongen. Niet dat dat erg is overigens: Porto is wat kleinschaliger en jonger, en dat spreekt me ook wel aan.
Op het moment dat we onze hotelkamer betraden in Porto, kreeg ik ineens een heel erg fijn gevoel; dit kon niet meer misgaan, dit zouden drie geweldige dagen worden. En dat werd het ook, een combinatie van drie dingen waar ik erg van hou: een culturele stedentrip, muziek en natuurlijk m'n vriendin.
De eerste dag hebben we eigenlijk nog maar weinig interessants van Porto gezien, aangezien we de weg naar het festival hebben gelopen, wat niet bepaald het mooiste gedeelte van Porto bleek. Het was één lange rechte en vooral saaie weg. We waren uiteindelijk ook veel te vroeg bij het festival, maarja, wij wisten wij veel…
Het festival zelf kwam muzikaal gezien wat moeizaam op gang. We waren er al meteen bij het begin, maar blijkbaar worden als festivalopeners niet de sterkste bands gekozen. Het eerste bandje bleek een of ander Spaanse of Portugese bluesband, met wat Morricone-invloeden. Klinkt wel leuk, en het begon ook niet onaardig, maar al na vijf minuten begon het te vervelen en toen de gitarist ook nog de behoefte bleek te hebben om te gaan zingen, liepen we maar weg om wat te gaan eten; sommige mensen kunnen nou eenmaal beter hun mond houden en gewoon gitaar spelen.
Met daarna het ietwat nietszeggende bandje Merchandise begon het allemaal nogal matig, maar gelukkig kwam het allemaal nog goed. Wild Nothing speelden erg leuke lenteachtige popmuziek, een beetje dromerig, met fijne melodieën: paste perfect bij het festival. Helaas vielen The Breeders daarna wat tegen, maar toch leuk om gezien te hebben…
Maar toen was het tijd voor het Australische tweeluik. Het eerste deel daarvan was Dead Can Dance, een band die me op hun studiowerk niet altijd weet te grijpen, maar live bleek het haast magische muziek te zijn. Prachtige zang, betoverende sferen, en zelfs opzwepende ritmes. Ook de setlist was uitstekend, waarbij er werd benadrukt dat de band nog steeds prachtige nummers maakt, maar ook oudere klassiekers als Cantara aan bod kwamen, en zelfs nog een erg mooie cover van Song to thé Siren. En dan ook nog die prachtige uitstraling van Lisa en Brendan zelf. Indrukwekkend, maar het bleek slechts een opwarmertje.
Een opwarmertje voor Nick Cave, welteverstaan. En The Bad Seeds, niet te vergeten, want de man heeft ook een fantastische band om zich heen. Zelfs nu Mick Harvey en Blixa Bargeld er niet meer bij zijn. Dat was misschien wel het beste optreden dat ik ooit heb gezien. De setlist was perfect, met prachtige nummers van zijn laatste albums en allerlei fantastische klassiekers, mooi verdeeld over zijn oeuvre. De nummers werden ook nog eens fantastisch uitgevoerd, en het is altijd genieten om de showman genaamd Nick Cave aan het werk te zien. Of Warren Ellis zich helemaal te zien uitleven op zijn viool. Het optreden had gewoon alles, maar bovenal deed het gewoon heel veel met me. Misschien het juiste optreden op het juiste moment dat de juiste snaar raakt? Ik heb geen idee maar ik heb ontzettend genoten, en ik prijs me gelukkig dat ik het met m'n lieve vriendin heb mogen meemaken.
Daarna had ik ook echt het gevoel dat het hierna niet meer beter zou kunnen worden. De perfectie was bereikt. Als ik dan op het concert terugkijk, kan ik zeggen dat Jack thé Ripper wellicht niet helemaal goed uit de verf kwam, dat de piano niet te horen was tijdens de climax van Jubillee Street of dat Tupelo me net wat minder deed, maar dat maakte helemaal niks uit, omdat het totaalplaatje voor mij perfect was, en het zoals gezegd helemaal de juiste snaar raakte.
Omdat we die dag veel hadden gelopen, hadden we het die dag allebei wel gehad, maar toch wou ik blijven om James Blake nog te kunnen zien. Daarvoor moesten we nog even wachten, want eerst speelde nog het voor mij niet interessante Deerhunter, en we gingen dan op een afstandje zitten. James Blake hebben we uiteindelijk gezien, maar op de helft zat ik er zo doorheen dat ik toch maar besloot terug naar het hotel te gaan, met in m'n hoofd dat we nog twee dagen te gaan hadden. En de helft van James Blake was toch het wachten waard, de elektronica en de bassen kwamen live precies zo over als ik had verwacht, en zelfs daar wist James de mooie emotionele sfeer te creëren, die me op het album zo weet te raken.
Dag 2 en 3 volgen nog.

0
geplaatst: 16 juni 2013, 18:31 uur
Leuk! In Porto is er ook een mooie lineup zie ik. Is je vriendin ook een muziekliefhebber, of zijn alle acts voor haar onbekend?
0
geplaatst: 17 juni 2013, 11:58 uur
(willie) schreef:
Heb je niet meer van die mooie foto's?
En the usual suspects zijn er volgend jaar weer bij heb ik net van Cygnus begrepen, netjes.
Heb je niet meer van die mooie foto's?
En the usual suspects zijn er volgend jaar weer bij heb ik net van Cygnus begrepen, netjes.
O ja, shit. Helemaal vergeten. Heb nog meer foto's ja. Ik zal ze de komende dagen eens plaatsen.

0
geplaatst: 17 juni 2013, 13:51 uur
Zijn wij er weer bij? Leuk dat Cygnus dat ons ook laat weten.
Of nee ik bedoel driewerf
Of nee ik bedoel driewerf

* denotes required fields.
