menu

Hier kun je zien welke berichten Masimo als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

16 Horsepower - Secret South (2000)

4,5
Prachtig album, en dan vooral het mooie Straw Foot. (die dan weer in de favoriete tracks-statistieken van MuMe ergens onderaan bungelt) Er gaat ook een mooi verhaal rond over de tekst, en voor de mensen die hebben gedacht: waar zou die strooien voet nou voor staan? Ik zal 't jullie vertellen.. (hoezee!)

We gaan terug naar lang vervlogen jaren, helemaal terug naar de Amerikaanse Civil War (ja, dat is lang geleden) waar men boeren van het platteland afhaalde om ze te laten meedraaien in het leger. Een probleempje was dat die boeren niet de slimsten onder ons menswezens waren, en links en rechts nooit zo goed uit elkaar konden houden. Omdat manschappen zichzelf snel moesten verplaatsen, wilden de officieren de soldaten laten marcheren. Dat gaat echter niet zo gemakkelijk als je het verschil tussen links en rechts niet weet, en je met een groep steeds maar een willekeurig been kiest om mee te beginnen..

Dan maar niet marcheren? Nee, de officieren bedachten daar wat op (wat 'n slimme gasten toch!) De boeren, met veel ervaring op boerderijen uiteraard, konden wél het verschil zien tussen stro en hooi. Onze slimme officiertjes konden dat in hun voordeel gebruiken: ze bonden aan de ene voet stro en aan de andere voet hooi. En daardoor konden ze toch marcheren. Hayfoot! Strawfoot! Hayfoot! Strawfoot!

En zo marcheerden ze voort..

Joni Haastrup - Wake Up Your Mind (1978)

4,0
Joni Haastrup is de zanger die, daar nog Jonnygeheten, op het nummer 'My Girl' zong, op de plaat 'Super Afro Soul' van Orlando Julius Ekemode (waar afrobeat haast ontsprong). Daarbij ook de leadzanger bij de twee platen van Monomono, waarvan mij 'Give the Beggar a Chance' erg goed bevalt. Een hoog verwachtingspatroon is het resultaat - en gelukkig komt Joni zijn beloftes ook na. Heerlijke afrobeat (alhoewel wellicht ook wel afro-funk of afro-rock te noemen) vol met fijne basloopjes en trompetgeschal - het swingt.

Na een fijne opener volgt, wat mij betreft, het prijsnummer: 'Greetings', beginnend met een galmende kreet van Joni, waarna de instrumentatie steeds reageert, en na driemaal Joni start 't dan echt - er volgt een bijzonder fijn nummer dat wat mij betreft alles bezit wat afrobeat voor mij interessant maakt: fijne vocalen met afrovibe, blazers, toffe basloopjes, en fijne percussie, hier zelfs inclusief rasp!

Niet dat het dan is afgelopen - er volgt nog veel fijns, waarbij het titelnummer, Wake Up Your Mind, te noemen is, waarin Joni z'n afrobroeders oproept wakker te worden, op te komen voor eigen recht, en het heft eindelijk 'ns in eigen hand nemen - 'It's about time' - zo zijn teksten van Joni wel vaker politiek gekleurd. Wellicht dat ik ooit nog meer achtergrondinformatie zoek, 't is de interesse waard.

En dan als laatst zou ik, logischerwijs, het slotnummer 'Watch Out' nog graag noemen, en alweer te omschrijven als bijzonder fijn, hierbij geleverd met extra leuk gitaartje - en Joni speelt weer de predikende wijze man ('Listen to me people') die luisteraars aan het denken wil zetten, get yourself together!

Josh T. Pearson - Last of the Country Gentlemen (2011)

4,5
JOSH T. PEARSON – LAST OF THE COUNTRY GENTLEMEN

Josh T. Pearson: de man met een baard waar de meeste zwervers niet aan kunnen tippen, waarvan Sint Nicolaas verbaasd van zijn paard zou vallen, met een baard waarvan Klaas Vaak enkel van zou kunnen dromen.. Vader Abraham zou zich afvragen waarom deze verwilderde baard niet wat meer verzorging zou krijgen.. Want niets zo belangrijk als het ordenen van de haren uit onze onderkin. Toch? Nee. Josh T. Pearson weet wel beter. Hij stopt zijn energie niet in het verzorgen van zijn baard, maar stopt al zijn energie in het verzorgen van zijn muziek.. Ja, zijn baard is groots, maar zijn muziek is nog veel grootser!

En met Last Of The Country Gentlemen levert hij een prachtige plaat af. Al na enkele tonen grijpt het je vast. Het bijt zich vast in je nekvel, en is (gelukkig) niet van plan je los te laten. De stem van Pearson dringt door tot diep in je hart, zo ook in de mijne. Neil Young heeft bij deze een nieuwe buurman gekregen in het mijn hart's hotelletje. Teveel veren in de reet van meneer Pearson? Wellicht. Maar shit, het is goed. Het is écht goed. Neil kan trots zijn op zo'n buurman.

Met nummers die de dertien minuten klokken neemt hij hier een risico om luisteraars vroegtijdig te laten afhaken, maar ik ben blij dat hij dat risico genomen heeft. Hij moet wel. Want, hoe kan je immers al je gevoelens opsluiten in liederen van – pak 'm beet – twee minuten? Gelukkig voelt Pearson zich niet gebonden aan de druk van tijd. Nee, als je écht je emoties in de muziek legt, zijn die dertien minuten gewoon nodig. De kortere eerste track en de nog kortere laatste track zorgen voor een prachtig welkom en afscheid. Het lijkt alsof hij zich eerst wil voorstellen, vervolgens zijn emoties op tafel legt, en vervolgens alles weer afsluit en weer afscheid neemt. Niet voorgoed. Tuurlijk niet. Tot ziens. Dat is het meer. Je weet na het klinken van de laatste tonen dat dit niet de laatste keer is dat je dit album zal draaien. Tenminste, zo voelt het voor mij.

Josh T. Pearson.. Shit, wat heeft die man me hiermee verbaasd. Of ik niet een beetje overdrijf? Nee. Deze muziek is prachtig! Puur! Gemeend! Recht uit het hart! Luisteraars aller landen, luister naar deze man, en maak kennis met Josh T. Pearson!

Ik ga mijn baard maar laten staan, denk ik.

Pixies - Doolittle (1989)

4,0
Wat mij betreft wordt deze platen gedragen door drie verschillende momenten op dit album. Allereerst is daar uiteraard Debaser, met 'Slicing up eyeballs, oh oh oh oh!' Wat overigens een verwijzing is naar de destijds schokkende (menig man viel toen flauw bij het bekijken ervan) film Un Chien Andalou, waar inderdaad eyeballs worden gesliced. (bekijk rond 0.25) En dan heeft 'I Am Un Chien Andalusia' ook weer enige logica heeft verkregen. Ik weet niet in hoeverre iedereen deze film al kende of niet, maar ik dacht, voor de onwetenden. Bij deze.

Awel, dat is een het eerste moment. Een tweede moment - ook niet erg origineel, maar daar ben hier ik niet voor - is het einde van Monkey Gone to Heaven, met als hoofdrol de geschreeuwde regel 'Then God is Seven'. Uitleg is overbodig. 'Tame' zou ook nog genoemd worden, maar dan zou het mooie, complete getal '3' overschreden worden. Dus noem ik 'Tame' niet.

Afijn, nu kom ik bij het stukje wat ik daadwerkelijk wilde uitlichten, het derde moment, en het moment waar de plaat me het meeste pakt. Misschien niet het spannendste moment, beste moment, beste lied, knapste staaltje werk, maar dat hoeft ook niet. Het derde moment - geen bewuste spanningsopbouw door het langzame gelul, dat is gewoonweg mijn kwaal van tikken - betreft een stuk in 'Here Comes Your Man'.

Het is niet per se het nummer zelf dat ik zo fantastisch vind, eigenlijk is het gitaardeuntje me zelfs wat te simplistisch, door het te grote 'Costa del Sol'-gehalte. Maar dan, in het refrein is daar Kim Deal, en zij is daar de 'vervoicelijking' van verlangen, schoonheid, geduld, ongeduld, verlossing, verlichting, bevrediging, onvrede, verwachting, liefde, teleurstelling, opluchting - het bevat alles, zelfs al wat tegen elkaar indruist. Het zit op het randje van het klagerige, maar er druipt nog steeds een enorme hoeveelheid schoonheid in. So long, so long! Het is vreemd hoe vier woorden, waarvan door de herhaling eigenlijk twee originelen, van een zangeres die fungeert als achtergrondzangeres, zo'n aantrekkelijke uitwerking kan hebben - een moment op de plaat waar ik eigenlijk naar uitkijk, op wacht, naar verlang haast. Maf, maar een werkelijk briljant stukje, wat mij betreft.

Dat zijn de drie en een half pilaren, of voetstukken waar - in mijn geval - deze plaat op staat, en de fragmenten staan me van een bepaald niveau aan, dat dit album ook daadwerkelijk stévig staan blijft.

Thousands - The Sound of Everything (2011)

4,0
THOUSANDS – THE SOUND OF EVERYTHING.

Kristian Garrard en Luke Bergman, dat zijn de namen van de twee mannen die samen deze groep bevolken, gezellig met z'n tweetjes dus. Beiden een gitaar in de hand en allebei geschapen met een prima stem. De een met een flinke baard waarin de gemiddelde vogel een prima nest zou kunnen bouwen, de ander lang haar tot de schouders: het zijn precies de twee personen die je bij dit plaatje verwacht. Knipbeurten, scheerbeurten en krultang-beurten zijn niet inbegrepen tijdens het schrijven van dit stuk, dit beeld is enkel gebaseerd op de paar video's die ik van de mannen heb gezien.. Zo zag ik net ook een paar plaatjes voorbij vliegen waar de ene half kaal was en de ander zijn flinke baard had gereduceerd tot een mini-baardje. Maar, ach, wat doet het er toe? Het gaat immers om de muziek! En dat zit allemaal wel snor!

Dit album draagt een rustig folky sfeertje met zich mee. Lekker getokkel op gitaren, een accordeonnetje hier en daar.. (of laat mijn instrumentenkennis mij hier in de steek? Verrek, volgens mij is het een accordeon.. Mooi is het in ieder geval wel) En ook nog eens prima stemmen gecombineerd met mooie deuntjes: het klopt gewoon. De stemmen van meneer Garrard en meneer Bergman klinken erg mooi bij elkaar en geven elk lied een prachtige harmonieuze lading.

The Sound Of Everything is gewoon een erg mooi album. Een favoriet aanwijzen is vooralsnog heel lastig, maar tot nu toe springt 'Big Black Road' er voor mij toch wel uit. Prachtig! Maar, gelukkig blijft dit album in zijn geheel gewoon op hetzelfde hoge niveau. Het slokt je vanaf het begin – met het prachtige Mtses III – al meteen op en het klinkt allemaal meteen al goed. Beelden van een prachtig natuurlandschap schieten voorbij tijdens het luisteren naar dit album.. Grappig hoe er complete gebieden zich in je hersenpan vormen bij het beluisteren van bepaalde liedjes: rustig liggend op het gras bekijk je het water dat voorbij stroomt, bekijk je de vogels die heen en weer vliegen.. Je ziet de zon opgaan, en op den duur ook weer ondergaan, en je neemt een teug van de geur van ''heuse natuur''. En, al met al, voel je een bepaalde kalmte. Niets yoga-achtigs, geen geforceerde kalmte hoor, maar gewoon.. Kalmte. Prettige kalmte.

Die kalmte maakt het tot een prachtig plaatje. Misschien is het voorbarig om al te gaan roepen dat dit dé plaat van 2011 is, maar Thousands heeft hiermee al wel een plekje als kanshebber opgeëist.

Het wachten is nu op 21 maart, want deze CD móet in de collectie!

Trembling Bells & Bonnie 'Prince' Billy - The Marble Downs (2012)

1,5
Wat een gruwelijke instrumentatie, met een bijzonder nare zangeres. Heel naar studio-album.

Geloof me, ik ben groot liefhebber van Oldham's muziek, maar af en toe kan 'ie samenwerkingen aangaan waaruit afschuwelijke draken voortvloeien. Moge dit er ook een genoemd worden. Soms haast kerkelijk kerstelijke associaties krijg ik hiervan: zo'n winters kerstmarktje met een groepering hobby-vaders uit eigen dorp - moederlief zingt ook mee, en klinkt als 'n geflopt lerares van het plaatselijke kinderkoor, getypeerd door een bijzonder onprettig stemgeluid. Werkelijk, waar heeft 'ie deze broze bellen nou weer vandaan getoverd?

De gitaar is prut, tergend inspiratieloos en vervelend, de pianopartijen klinken te simpel, en het voorbijpruttelende orgel is een constant zeurende factor. De strijkers brengen helaas ook niet genoeg om er wat acceptabels van te maken. Men heeft naar ik las getracht een barokkig sfeertje neer te zetten, en die komt het album niet erg ten goede.

Het minst slechte nummer is 'My Husband's Got No Courage in Him', exact: een nummer zonder instrumentatie. Daar komt een ander sfeertje naar boven druppelen, of is de rest ook met deze insteek gemaakt, maar hopeloos geflopt? Let wel, ik kan echt houden van die sfeer en muziekstijl, maar dit? Nee. En het machtig sterke Riding van There Is No-One What Will Take Care of You wordt verkracht door een afschuwelijk en zeurend gitaartje. Geen sterke versie.

Oldham's stem promoveert sommige slechte nummers tot matige nummers, en laat dat dan een van mijn weinige positieve kritieken zijn. Wellicht ben ik hard, maar wat valt dit tegen, zeg..

Brrrrr...