Debuut is op de streamingdiensten niet te vinden, dus begin ik bij Tent - op Tidal overigens TENT geheten.
De term hoekig komt hierboven veelvuldig voorbij. Daar sluit ik me uiteraard bij aan. Grappig, hoe deze muziek bij veel mensen niet-muzikale adjectieven oproept.
Verder valt mij vooral op hoe jong, licht en springerig de knullen hier klinken. Hun latere evergreens hebben toch iets gedragens, maar hier zitten we duidelijk nog in het punktijdperk. Instrumentaal is het allemaal lekker strak. De composities zijn niet erg onderscheidend, maar een eigen geluid hebben The Nits hier wel degelijk al.
Een Big Thief-album met een andere stem - ook wel weer eens leuk. En voor wie dat al te veel verandering is voor op de donderdagochtend: Adrianne zingt op de helft van de nummers gewoon op de achtergrond mee.
En daar is mijn favoriete dronken oom Daniël weer. Vanaf de eerste regels vliegen de vogelties, de vlinderties en obligate lebenslessies je weer om de oren. Daniël Lohues doet al dertig jaar wat hij goed kan (heel veel liedjes schrijven), zonder zich bezig te houden met wat hij niet zo goed kan (het kaf van het koren scheiden). Nu houd ik wel van mateloze kunstenaars die doen waar ze zin in hebben, maar Lohues' hoge output resulteert in albums waar de kwalitatieve spoeling toch wel erg dun is. Altijd een paar prachtige liedjes met wonderschone muzikale én tekstuele vondsten, aangevuld met lopendebandmateriaal. Beetje Springsteen, beetje Bach, beetje janboerenfluitsjesromantiek voor het plattelandspubliek en er is weer een schijfje vol. Volgend jaar weer dezelfde plaat. Ik zal wel luisteren hoor, daar niet van, maar ik heb dan toch liever ieder lustrum een meesterwerk. Pleur dan in de herfst van je carrière een reeks verzamelaars vol met restmateriaal voor de liefhebber - iedereen blij.