menu

Hier kun je zien welke berichten Kramer als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Big Thief - Dragon New Warm Mountain I Believe in You (2022)

4,0
Erg leuk album: speels, ontroerend en gevarieerd. Het liedmateriaal is weer uitstekend en fantastisch uitgevoerd. Zojuist als kerstcadeautje op LP gekocht, en ik ben benieuwd wat dat toevoegt - tot nu toe ben ik erg onder de indruk van hoeveel er te ontdekken valt qua instrumentatie en productie. Te lang? Misschien, maar ik zie het maar als een grabbelton waar iedereen iets uit kan halen wat bevalt, en waar uiteindelijk geen cadeautje overblijft.

Bnny - One Million Love Songs (2024)

3,0
Uitstekende hoes. Ik zal niet de enige zijn die erdoor aangespoord werd om even te luisteren toen ik dit plaatje voorbij zag komen. De muziek was helaas niet zo zinnenprikkelend als ik op basis van de visuele presentatie had gehoopt. Vrij doorsnee indierock die door een gebrek aan eigenzinnige songschrijverij snel verveelt. Fijn geluid wel, maar daar blijft het bij.

Bob Dylan - Another Side of Bob Dylan (1964)

4,0
Another Side of Bob Dylan - de titel van Dylans vierde album belooft een revolutie van formaat, zoals die in zijn oeuvre wel meer voorkomen. Wat gaat er gebeuren? Gaat Dylan elektrisch? Gelooft hij plotseling in God? Slaat hij aan het croonen in de voetsporen van Frank Sinatra? Welnee, zover is het in 1964 nog lang niet. De grootste verandering ten opzichte van de Bob Dylan op diens eerste drie platen is dat Bob een beetje moe is, moe van zijn prekerige toontje, waarmee hij de hele gevestigde orde aanklaagde.

En dat Dylan moe is, dat hoor je zeker terug op dit album. Het begint gezellig: op All I Really Want to Do horen we Bob eindelijk weer eens lachen - om zijn eigen ondeugende grapje nog wel - en dat is een verademing. De rest van het album klinkt echter nogal uitgeblust, de kracht is er een beetje uit. Dylan heeft zijn sinaasappelkistje terzijde geschoven en zingt alleen nog voor wie het horen wil en kom je niet, nou ja, dan niet.

Er staan op dit album weinig echte diamanten, hooguit een paar ruwe. My Back Pages is er daar één van: de zin: I was so much older than, I'm younger than that now dringt met elke herhaling dieper mijn borst binnen. Met It Ain't Me Babe heeft deze plaat op de valreep toch nog een klassiekertje te pakken.

Het is goed te begrijpen als Bob Dylan na dit album aan wat anders toe is. Alle akkoorden heeft hij nou al zo vaak gespeeld op dat lullige gitaartje, ik zou er ook wat verveeld van raken. Ik, als luisteraar, kan ook wel wat pit gebruiken. Als Dylan op deze toer was blijven doorgaan, was ik waarschijnlijk bij het volgende album afgehaakt. Gelukkig weten we inmiddels dat de sterren en Dylans pet anders stonden, waardoor hij onze hoofden binnenkort weer met beide handen naar zich toe zal draaien om onze onverdeelde aandacht op te eisen.

Bob Dylan - Blonde on Blonde (1966)

4,5
Eén van de dingen die Bob Dylan heel goed kan, is albums openen. Platen van Dylan openen vaak met een knal, een bliksemschicht, met een schot van een revolver of het eerste slokje whiskey, door dat eerste lied staan al je zintuigen op scherp en wil je dat hele album gulzig naar binnen werken. Dit album is helaas een uitzondering. De eerste twee nummers van Blonde on Blonde sla ik eigenlijk altijd over, omdat ik niet hou van respectievelijk dreutelige meligheid of nog dreuteligere blues. Na een compilatie-cd'tje was dit de eerste plaat die ik van Dylan kocht, en bij de eerste keer luisteren dacht ik vooral: is dit het nou? Vervolgens kwam ook nog Visions of Johanna, alweer een moeilijke, omdat het een prachtnummer is maar niet thuis op de derde plek - te lang, te rustig.

Pas bij numero vier komt deze plaat van de grond: One of Us Must Know (Sooner or Later) is heerlijk, en bij de volgende twee wordt het alleen nog maar mooier. Mijn teleurstelling sloeg om in vreugde. De band is op dreef, Dylan zingt goed en als tekstschrijver staat hij in brand - de nummers zitten propvol beelden, waarvan ik de helft niet snap maar die ik stuk voor stuk begrijp, die me raken, die in dienst staan van het geheel, die samen de bouwstenen vormen van het gebouw dat ieder lied is.

Speciale aandacht verdienen wat mij betreft nog even Abselutely Sweet Marie en Fourth Time Around, allebei prachtig op hun eigen manier, de een door zijn explosiviteit, de ander door zijn deinende zachtheid. Wat is het toch knap dat iemand muziek kan maken die zo eenvoudig is en toch zo sterk. Als geheel vind ik dit album toch wat onevenwichtig. Eigenlijk is het gewoon te lang, wat mij betreft had Bob vijf nummers weg mogen laten. Het niveau van de rest is echter zo hoog, dat het toch een erg fijn album is. Gewoon je wijsvinger op de doorspoelknop en je hebt goud in handen.

Over de hoes kan ik alleen maar zeggen dat Dylan heerlijk arrogant de lens in gluurt, en dat ik ook zo'n sjaal wil.

Bob Dylan - Blood on the Tracks (1975)

4,5
Toen ik een jaar of zestien was, ging op een familieverjaardag naast mijn oom zitten.
'Jij vroeg me de vorige keer toch wat ik het beste album aller tijden vind? Nou, ik ben eruit hoor.'
'En welk album mag dat dan wel wezen?'
'Bob Dylan, Blood on the Tracks.'
Mijn oom had nog nooit naar het album geluisterd, zei hij, en bovendien weerhield Dylans stem hem ervan zich überhaupt in diens werk te verdiepen. Wacht maar, dacht ik, ik bewijs je nog wel een keer dat ik gelijk heb.

De gebruikers van deze site geven mijn jongere ik in elk geval wél gelijk: Blood on the Tracks is het Dylan-album met het hoogste stemgemiddelde. Dat is volgens mij grotendeels te verklaren doordat het een allemansvriend is: alle nummers liggen makkelijk in het gehoor, Bob zingt goed en de muziek is inhoudelijk sterk, maar ook weer niet zo pregnant dat het irritant wordt als je er een gesprek bij wilt voeren. Bovendien bevat dit album geen slechte nummers, wat toch een unicum is in Bobs rijke oeuvre.

Helaas is er iets wat me is gaan tegenstaan aan dit album. Misschien is het op de een of andere manier iets te braaf, te netjes afgewerkt - wat mij betreft hadden er meer nummers op mogen staan in de trant van Idiot Wind met dat bijtende orgeltje. We weten inmiddels dat Bob Dylan een meester is in het openen van albums, dus met Tangled up in Blue zit het ook wel goed. Maar toch... Simple Twist of Fate, Meet Me in the Morning, Shelter from the Storm... Het zijn pareltjes, maar in mijn hoofd belanden uiteindelijk ze op dezelfde hoop. Misschien heb ik deze plaat in mijn enthousiasme te vaak beluisterd, misschien zijn het parels voor de zwijnen, wie weet.

Dan nog even over Lily, Rosemary and the Jack of Hearts: voor sommigen misschien te carnavalesk, ik vind het een hoogtepuntje.

De hoes van Blood on the Tracks blijft prachtig, met dat diepe paars dat het album de koninklijke allure geeft dat het verdient. De muziek heeft bij mij wat glans verloren, maar dat is alleen maar jammer voor mij persoonlijk; het doet natuurlijk niks af aan de kwaliteit die ieder lied onmiskenbaar bezit. Het valt te verdedigen dat het juist de grilligheid is die Dylan zo onweerstaanbaar maakt. Die grilligheid ontbreekt hier een beetje.

Bob Dylan - Bob Dylan (1962)

3,5
Goed, laten we de lange voettocht beginnen door het werk van Bob Dylan, en beginnen met dit album. Waterflessen in de knapzak, desert boots aan de voeten, hoed bij de hand tegen de snoeihete middagzon: we gaan op weg!

Zoals hierboven ook al opgemerkt, op de foto is het net Jan Smit die met zijn auto door de tweedehands-kledingwinkel is gereden. Bob - twintig jaar, verdomme, ik loop al twee jaar achter! - klinkt echter een stuk beter: wat een kracht zit er in die melkmuil! Zijn eigen stem lijkt hij hier nog niet gevonden te hebben, hij imiteert wat hij her en der om zich heen gehoord heeft, maar doet dat verdienstelijk en overtuigend. Soms moet ik er een beetje om giechelen (op Pretty Peggy-O is het net een cowboy), soms (op Fixin' to Die bijvoorbeeld) zit ik op het puntje van mijn stoel en wou ik dat ik vijftig jaar eerder geboren was.

Opvallend is dat een van de grootste liedschrijvers ooit daar op zijn debuut nog weinig van liet merken. Dit album bestaat voor een groot deel uit covers. Bobs eigen nummers zijn zeker niet zijn meest memorabele: Talkin' New York heb ik altijd vrij vervelend gevonden, Song to Woody is wel weer aandoenlijk. Het feit dat het overgrote deel van de liedjes van anderen is mag de pret echter niet drukken: het is niet voor niets dat House of the Risin' Sun me een jaar of tien geleden in Bobs armen joeg. Het talent van Dylan is hier al heel duidelijk hoorbaar, nog niet perfect geslepen maar absoluut aanwezig en volop in ontwikkeling.

Natuurlijk is het te horen dat dit album meer dan een halve eeuw oud is. De eenvormigheid van gitaar en zeurharmonica dreigen me tegen het einde van het album wat tegen te gaan staan, maar keer op keer trekt Bob me er dan weer bij met die stem van hem, een stem die soms lijkt te schreeuwen: "Wakker blijven! Niet weggaan! Ik heb nog zoveel moois te vertellen!" Dit album straalt kracht, plezier, strijdbaarheid en levenslust uit, en dat werkt aanstekelijk. Je krijgt ongelofelijk veel zin in de rest van de tocht, benieuwd wat je further on up the road nog allemaal zult tegenkomen. Op naar de horizon!

Bob Dylan - Bringing It All Back Home (1965)

Alternatieve titel: Subterranean Homesick Blues

4,5
Er is al veel over dit album gezegd, de feiten zijn bekend: Dylan gaat elektrisch, Jezus wordt Judas. Hij lijkt er zelf plezier in te hebben, zoveel zelfs dat hij Bob Dylan's 115th Dream even opnieuw moet beginnen, omdat hij bij de eerste poging al na één regel in onbedaarlijk lachen uitbarst. Bob heeft een nieuwe vorm gevonden waar hij zich in vast kan bijten: rockliederen, hard en energiek, met teksten die hun maatschappijkritiek verliezen maar winnen aan diepgang en poëzie. Hij rookt veel, drinkt veel, ontmoet veel mensen - waaronder een paar jongens uit Liverpool. Het is kortom een bewogen periode, en dat hoor je op deze plaat.

De eerste helft van de nummers op dit album is elektrisch. De kwaliteit schiet heen en weer tussen magistraal en middelmatig. Het begin is goed: Subterranean Homesick Blues is misschien wel het beste lied op deze plaat. Lekker kort (zie je nou dat het heus geen pijn doet Bob?), bommetjevol tekst en met een zalige stuwing die je het album in slingert. Die vaart wordt er direct uitgehaald door She Belongs to Me, een mooi maar ook wat dreutelig nummer. Maggie's Farm is dan weer heerlijk en voor wie het nog niet duidelijk was een definitieve afwijzing van de protestbeweging. Niks beters om je tegen af te zetten dat de protestbeweging zelf.

Zo stuitert de eerste helft van dit album voorbij. Vervolgens komen we vier songs tegen waarop Dylan zijn akoestische gitaar weer even oppakt. Mr. Tambourine Man heb ik bijna doodgedraaid, maar na een tijdje droogstaan openbaart de schoonheid van dit lied zich weer even gemakkelijk als de eerste keer dat ik het hoorde: aandoenlijk, hoopvol, de prachtige melodie prachtig gezongen. De volgende twee zijn gewoon goed - als het aan mij ligt niet zo briljant als soms gezegd wordt - en met It's All Over Now, Baby Blue heeft dit album een waardige afsluiter.

De hoes van deze plaat geeft de sfeer goed weer: kleurrijk, zeker ten opzichte van Dylans vorige platen. Het is ook een rommeltje in de kamer waar de twee twintigers zitten, overal liggen platen, boeken en andere snuisterijen. Dit album ploft ook bijna uit elkaar van de ideeën, van enthousiasme en ambitie, wat het soms wisselvallig maar vooral heel lekker maakt. Bob zocht en vond, of kwam, zag en overwon, wat je maar wil: dit is een bijzondere plaat. Dit is een bijzonder goede plaat.

Bob Dylan - Dylan (1973)

Alternatieve titel: A Fool Such as I

4,0
Op AllMusic schrijft Stephen Thomas Erlewine het volgende over dit album:

Commonly regarded as the worst album in Bob Dylan's catalog. (...) The album is a collection of covers that are poorly performed on purpose. (...) Dylan attempts to sabotage each number. (...) While Dylan is indeed a negligible album, it isn't unlistenable -- it has a pleasant pop/rock sheen and Dylan sings in his Nashville Skyline croon. Nevertheless, it adds nothing to his canon, and only die-hard fans with a perverse sense of humor will find the record worth a listen.

Dat is niet mis. Of liever gezegd: dat is goed mis. Allereerst vind ik de "toevoegende waarde voor de canon" één van de minst belangrijke criteria voor een werk. Belangrijker vind ik dat het "pleasant" en "listenable" is, en dat is deze plaat zeker. Verder wil ik de bewering dat Dylan ieder nummer bewust gesaboteerd heeft in twijfel trekken - dat dit wellicht opwarmertjes of tussendoortjes waren is goed mogelijk, maar ik hoor hier geen zanger die expres loopt te klooien.

Natuurlijk maakt het feit dat het hier allemaal covers betreft, dit album direct wat minder bijzonder. Maar wat is de kwaliteit van die covers? In sommige gevallen niet zo goed: The Ballad of Ira Hayes is tergend saai, net als Spanish is the Loving Tongue, en A Fool Such As I is lelijk en plat. De kwaliteit van de rest van de liedjes is redelijk (Mary Ann) tot zeer goed: Can't Help Falling in Love hoor ik liever van Bob dan van Elvis, en ook Mr. Bojangles en Big Yellow Taxi kunnen zich meten met hun originelen. Grappig is hoe Dylan vaak de melodie subtiel maar volgens mij zeer bewust verandert, wat in veel gevallen het beste in de composities naar boven haalt.

De verguizing van dit album is volledig onterecht en ook vrij onbegrijpelijk: is het pure teleurstelling over het gedwongen afscheid van een profeet, of is het nog simpeler en was Dylan in 1973 gewoon "uit"? Het is jammer dat dit album vaak al vóór beluistering wordt afgeserveerd, want je kan er vele fijne uurtjes aan beleven. Dylan hoeft zich nergens voor te schamen.

Bob Dylan - Highway 61 Revisited (1965)

4,5
In een duister verleden (lees: 2011 ofzo), ik zat nog net op de middelbare school, zong ik op een muziekavond Like a Rolling Stone. Een paar jongens had ik zover gekregen me te begeleiden, ik pufte uit alle macht in mijn mondharmonica en voelde me vijf minuten Bob Dylan. Memorabel zat het optreden voor publiek niet geweest zijn, voor mij wel: ik was zeventien, het leven stond op het punt te gaan beginnen en ik zong, schreeuwde, het nummer dat precies de energie, de boosheid en de kracht in zich droeg die ik die periode in mezelf voelde, maar die er tot dan toe niet uit leek te kunnen. Deze plaat begint met dat lied.

Dylans uiterlijk op de platenhoes spreekt boekdelen: hij heeft een kop als een opgestoken middelvinger, maar met een onwijs tof jekkie aan. Highway 61 Revisited voelt als een logisch vervolg op Dylans vorige plaat, waarop hij voor het eerst de elektrische gitaar oppakte. Hier past zijn nieuwe geluid hem inmiddels als een tweede huid, de band klinkt voller dan op Bringing it All Back Home. En wat een songs staan er op deze plaat, mijn hemel... Het niveau van de opener wordt regelmatig geëvenaard, Dylan heeft in een paar maanden een ontzettende stap gemaakt op compositorisch gebied. En wat klinkt Dylan levendig, krachtig, vrolijk, wat heerlijk jong, wat waanzinnig volwassen, wat ongelofelijk goed...

Dit is wat mij betreft misschien wel Dylans beste plaat van de jaren zestig, en één van de toppers uit zijn oeuvre. Waar zijn eerdere platen hier en daar inzakmomenten bevatten, zijn die hier nagenoeg afwezig - ze steken hooguit nog de kop op bij nummers die anderhalve minuut te lang duren, maar dat vergeven we hem, het is de ambitie zullen we maar zeggen. En wanneer, helemaal aan het einde van de plaat, de versnelling een tandje lager mag, komt het ontroerende Desolation Row nog eens de hoek omkijken, waarmee Dylan bewijst ons niet alleen kan laten dansen, maar ook kan laten huilen.

Dit is de eerste plaat van Bob Dylan die ik nog niet zo heel goed kende, op een paar nummers na. Ik ben blij dat het direct zo'n genoegen is. Ik merk trouwens dat het voor mij niet te doen is bij deze besprekingen ook uitvoerig op de teksten in te gaan: zeer belangrijk, zo belangrijk dat ze het verdienen om langzaam naar binnen te sijpelen, honderden keren in mijn hoofd rond te wandelen en zich langzaam in mijn schedel te slijten. Ik denk dat ik, wanneer ik het hele oeuvre doorgeploegd ben, ik nog een keer van voor af aan begin om Dylans teksten de aandacht te geven die ze verdienen.

Nog even terug naar dit album om conclusies te trekken: een plaat waar Dylan zich wat mij betreft definitief bewijst als songschrijver. Een rijke plaat waar je lang, heel lang naar kan blijven luisteren. Feest!

Bob Dylan - John Wesley Harding (1967)

3,5
Daar staat hij dan, de cowboy tussen twee indianen en een redneck met een petje. Is dit de man die de afgelopen vijf jaar de muziekwereld opschudde met zijn liedjes, dezelfde man die met een zonnebril en strakke broek door New York stapte en alles om zich heen kleur gaf met zijn snerende stem? Ja, dit is echt dezelfde Bob Dylan, maar hij heeft zich duidelijk een andere jas laten aanmeten.

Die nieuwe jas is, meer nog dan zichtbaar, vooral te horen. De fantastische begeleidingsband die Dylans voorgaande platen het rockgevoel gaf dat ze nodig hadden, is hier vervangen door een band die zich vooral kenmerkt door soberheid: soms vergeet je zelfs dat ze er zijn, en denk je dat je naar een van Bobs eerste platen zit te luisteren.

Toch is John Wesley Harding ook duidelijk anders dan Bobs akoestische werk, vooral op het vlak van compositie. Waar zijn eerste platen duidelijk thuishoorden in rokerige folkclubs, in de nachtelijke stad, zie je hier Bob toch vooral voor wanneer hij, in zijn eentje en een gitaar op zijn rug, over eindeloze Amerikaanse Highways loopt, de brandende zon op zijn rug, een bijbel in zijn binnenzak en in iedere hand een revolver. Hij lijkt zich hier af te keren van de wereld van alledag en zich te richten op andere dingen: het verleden, het onzichtbare, niet-menselijke.

Dit is een plaat die je in slaap wiegt. All Along the Watchtower is het enige lied waar de kracht van voorgaande platen nog te horen is, verder walst, drentelt en mijmert Dylan dat het een lieve lust is. Hij doet dat vervolgens wel heel goed, want dit album verveelt me nauwelijks, wat bij eerdere albums dan weer vaker het geval was. Natuurlijk is het soms wat saaiïg, maar nooit vervelend. Dit is geen album dat je wakker schudt of laat dansen, maar wel een dat je meevoert op een reis naar Joost mag weten waar heen. John Wesley Harding, As I Went Out One Morning en All Along the Watchtower behoren tot Dylans beste werk. En dan denk je na een halfuur dat je het wel gehad hebt met deze plaat, en dan komt het wonderlijke I'll Be Your Baby Tonight nog langs, wat een heerlijk vriendelijke afsluiter is.

John Wesley Harding mist de slagkracht om een Dylanfavoriet te zijn, maar verder is dit een erg mooi album, dat misschien toch iets meer waardering verdient. Misschien is het die domme hoes die mensen tegenstaat.

Bob Dylan - Nashville Skyline (1969)

4,0
Ik kan me de gesprekken van 1969 levendig voorstellen.

"Best een lieverd eigenlijk hè?"
"Wie?"
"Bob, Bob Dylan! Ik vond het altijd zo'n griezel, met zijn ongewassen haar en die nare stem."
"Ja nou hè, wat een griezel."
"Ja, nou, dat dacht ik dus ook, maar ik zag toevallig laatst zijn nieuwe elpee, niet dat ik ernaar op zoek was hoor, ik zag hem toevallig liggen in zo'n bak bij Vroom en Dreesman, nou, kind, je herkent hem bijna niet!"
"Je meent het..."
"Moet je kijken, dat ziet er opeens een stuk frisser uit? Reuzevriendelijk hoor, met dat guitige hoedje op en zo, echt een leuke knul. Hij staat er zowaar lachend op!"
"Goh..."
"Ik kon het toch niet nalaten om de elpee gelijk te kopen, het is echt zo'n leuk kiekje! Mijn man zei nog, hij zei, ben je nou helemaal belazerd! Maar ik zette hem op, en wat blijkt nou: hij kan dus wél heel goed zingen!"
"Leuk baardje ook..."

Het is bij iedere plaat van Bob Dylan weer afwachten hoe zijn pet staat. Nou, op Nashville Skyline stond-ie duidelijk goed, Bob heeft er zin in. Even geen gezeur aan zijn kop, de zon schijnt, waarom sikkeneuren over wereldleed? Goed, liefdesleed, daar mag af en toe nog wel over gezongen worden, als het maar niet te zwaar wordt, het zal je maar gebeuren dat de stemming omslaat.

Ik moet zeggen dat ik de prekerige Dylan op dit plaatje niet mis. Natuurlijk, als hij alleen maar van dit soort albums had gemaakt, was ik snel op hem uitgekeken geweest, maar dit is een welkome afwisseling van de zwart-witte Bob Dylan die de jaren 60 overheerste. Zoals gezegd schijn hier in ieder nummer de zon, ook wanneer de minder leuke kanten van het leven bezongen worden. Bob laat zich begeleiden door een rammelend countrybandje en zingt alsof hij er goed op geoefend heeft - een paar jaar hiervoor had hij daar natuurlijk geen tijd voor, toen moest heel Noord-Amerika op zijn kop en snel ook. Voor deze plaat heeft hij in zijn hangmat fijn zijn toonladdertjes kunnen oefenen, en dat hoor je, of je er nou van houdt of niet.

In veel nummers ligt de gezapigheid om de hoek. Hij overheerst echter nergens, simpelweg omdat het grootste deel van de nummers gewoon heel goed is: na oudgediende Girl from the North Country - met Johnny Cash - kun je mij al wegdragen, en dan moeten nieuwe schoonheden als I Threw It All Away en Tell Me That It Isn't True nog komen. Serieuze teksten en muziek worden afgewisseld met losbandige vrolijkheid, die al bij het tweede lied, het instrumentale Nashville Skyline Rag, tot een hoogtepunt komt.

Soms zakt de aandacht even weg: dit album leent zich nu eenmaal heel goed voor de achtergrond, iets wat je niet van alle Dylanplaten kunt zeggen. Het is niet erg, de boog kan niet altijd gespannen zijn. Wat ik hier al eerder schreef: ik heb een zwak voor dit plaatje. Het is niet Dylans beste, niet zijn spannendste en zeker niet zijn meest uitdagende, maar het luistert wel lekker weg, en dat is ook wat waard.

Bob Dylan - New Morning (1970)

4,5
Well, friends, Bob Dylan is back with us again. I don't know how long he intends to stay, but I didn't ask him. Didn't figure it was any of my business.

Zo begint de tweeëntwintigjarige Ed Ward zijn recensie van New Morning in Rolling Stone. Het is 26 november 2016, in New York City is het rond het vriespunt, maar op het hoofdkantoor schijnt de zon: Ward beloont het nieuwe album van Bob Dylan met vijf sterren.

Bijna vijftig jaar later schijnt in Utrecht ook de zon. Ook ik word vrolijk van dit album (hoe kan je anders?), al gaat een maximumscore me iets te ver. Sterker nog, ik vind het erg lastig om een sterrenwaardering toe te kennen. Want wat valt er te zeggen over New Morning? Dat het lekker weg luistert, dat zeker. Dat het wat smoelloos is, misschien. Er staan geen kanonskogels of geslepen scheermessen op deze plaat. Bob maakt muziek en dat doet hij goed. Zelfs de vrolijke - soms zelfs olijke - hoogtepunten op deze plaat zijn geen nummers die je direct bij de strot pakken; If Not for You, New Morning, The Man in Me, het zijn allemaal fantastische nummers zonder iemand voor het hoofd te stoten, behalve misschien de fans die in Bobs protestfase zijn blijven hangen en wat meer venijn hopen.

Ik heb deze plaat vaak moeten beluisteren om hem te kunnen doorgronden: vaak was New Morning alweer voorbij voor ik er erg in had, omdat ik niet echt goed geluisterd had. Aan de andere kant: staan er, behalve One More Weekend, slechte nummers op? Nauwelijks, en dat is toch ook een prestatie. Is dit een album vol middelmatige opvullertjes, of een album vol verborgen schoonheid? Bob zelf trekt zich op de hoes terug in de schaduwen van zijn huis in Woodstock, New York. "Zoek het zelf maar uit", lijkt hij te willen zeggen.

New Morning is geen ijkpunt in Dylans carrière, geen kantelpunt, geen vuurwerk, maar ook absoluut geen dieptepunt. En als je goed luistert, ontdekt je dat juist op de ingetogener momenten van de plaat de parels zich prijsgeven: Sign on the Window is een mooi voorbeeld van hoe je een goed liedje schrijft, en afsluiter Father of the Night blaast je met anderhalve minuut toch mooi nog van de sokken. En dat, om met Zuster Klivia te spreken, zonder te schreeuwen en zonder te gillen.

Mijn score gaat misschien nog met een halfje omhoog, voor nu laat ik het hierbij.

Bob Dylan - Saved (1980)

3,5
Dit is het eerste album in Bob Dylans oeuvre dat ik nog nooit had beluisterd. Het kan geen verrassing zijn dat ik Saved met enige huiver opzette: een, voor Bob-Dylan-begrippen, slechte beoordeling op deze website en een twijfelachtige status in 's mans discografie. Na twee integrale luisterbeurten kan ik niet anders concluderen dan dat de meerderheid het zoals zo vaak bij het verkeerde eind heeft. Wat een plezierige plaat is dit!

Op Saved leeft Bob zich volledig in in zijn rol als voorganger. Het begint al bij de hoes: die doet sterk denken aan het soort schilderingen dat je in moderne kerken tegenkomt, gemaakt door de lokale kunstenaar die zijn gebrek aan talent met enthousiasme en oprechte vroomheid compenseert. In de muziek dringt het zijige orgeltje zich direct naar de voorgrond, wat in combinatie met het koortje zorgt voor de ultieme kerksfeer. Even slikken voor de fans, dat kan ik best begrijpen. Maar Bob is in vorm, en hij stort zich er zonder aarzeling in.

Waar op Slow Train Coming de blues domineerde - niet mijn genre - is hier meer ruimte voor variatie. Na de opening van de dienst trekt Dylan met het titelnummer alle registers open, in een hyperactieve gospelstamper. Daarna volgen twee rustige pareltjes, waarna met Solid Rock de beuk er weer in gaat. Ook Pressing on is heerlijk, waarin Bob jubelt als nooit tevoren. De laatste drie nummers zijn aardig, maar net zoals bij de meeste kerkdiensten begin ik nu toch wel zin in koffie te krijgen.

Saved is natuurlijk een beetje een potsierlijke plaat, maar ik vind potsierlijke Bob altijd ontzettend gezellig. Bovendien bevat dit album een aantal zeer overtuigende, zeer ontroerende liederen waar zelfs een ongelovige hond als ik het warm van krijgt. Artistiek is dit misschien niet de rijkste plaat, maar de muzikale omlijsting is puntgaaf, en Bob zingt met hart en ziel. Dit is er een die ik waarschijnlijk nog vaker zal draaien.

Bob Dylan - Self Portrait (1970)

3,0
Lastig, lastig lastig.

Over dit album kunnen we kort zijn: het is natuurlijk niet zo heel goed. Toch ga ik er niet té kort over zijn, want dat is weer jammer van de paar lichtpuntjes die er toch op te vinden zijn. Je moet gewoon heel goed zoeken, want mijn hemel, wat is dit toch ook een lange zit! Ik zal hen die dit album nog niet gehoord hebben die moeite besparen, en ze vertellen welke onderdelen van dit album ze absoluut moeten meepikken. De rest mag je lekker overslaan.

1. De hoes
Aandoenlijk schilderwerkje. Ik voel er me altijd verbonden mee, omdat ik behoorlijke gelijkenissen met mezelf zie. Sterker nog, ik verdenk Bob dat hij mij heeft proberen te schilderen in plaats van zichzelf. Dit plaatje gebruik ik als profielfoto op Facebook, en ik krijg regelmatig de vraag wie mij zo treffend geportretteerd heeft. Goeie hoes.

2. All the Tired Horses. Het openingslied van dit album is meteen raak. Een vreemd nummer, zeker, alleen al omdat Bob zelf helemaal niet te horen is. Twee regels tekst maar, en dat dan drie minuten herhaald door een vrouwenkoortje. Klinkt onaantrekkelijk? Toch maar luisteren, een prachtige proloog.

3. Days of '49. Bob laat wat kracht horen, iets wat niet vaak gebeurt op deze plaat. Eventjes horen we de echo van folkheld Bob Dylan weer, in plaats van één of andere countryzeurpiet. Geen Dylantopper, maar tussen al het geteutebel door toch een heel aardig nummer.

4. Little Sadie Een voorbeeld van hoe het hillbillystijltje ook aangenaam kan zijn.

5. Self Portrait kent een bijzonder onverwacht hoogtepunt: The Boxer, een cover van Simon & Garfunkel nota bene. Ik kan huilen van dit lied. Het intro is subtiel, twee gitaartjes komen de kamer binnen geslenterd. Daar achteraan zweeft Bob Dylans stem, murmelend zoals zo vaak op dit album, en bovendien met z'n tweetjes: Bob heeft geen partner nodig voor een tweede stem, dat doet hij gewoon lekker zelf. Zijn stemmen dansen om elkaar heen als pasgeboren veulentjes. Het lied zelf is natuurlijk van een ongekende zoetheid, maar waar Simon & Garfunkel daar saampjes nog een extra laag suiker overheen strooien, weet Dylan perfect te contrasteren: deze uitvoering klinkt lui, vermoeid, vals en rommelig, maar weet juist daarom meer te ontroeren dan het origineel. Schitterend.

6. Daar zijn de dames uit het eerste nummer weer. Ditmaal zijn ze maar kort te horen op Take a Message to Mary, een mooie vertolking van het Everly-Brothersnummer.

Tot zover de hoogtepunten. Speciale aandacht verdienen hooguit nog de zwakke herinterpretaties van Like a Rolling Stone en She Belongs to Me, maar daarmee hebben we de interessante stukken van dit album wel gehad. Hieromheen zit een uur aan nietszeggende nummers, die wat mij betreft niet uitgebracht hadden hoeven worden. Ik sla ze meestal over, maar wie weet vindt een ander weer andere kruimels die hem weten te bekoren. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen lager dan 2,5* te geven.

Bob Dylan - Slow Train Coming (1979)

3,0
Moedig voorwaarts!

Ik vraag me altijd af hoe het geweest moet zijn om in 1979 Slow Train Coming voor het eerst op de platenspeler te leggen. Bob Dylan had zijn status als halfgod van de folkbeweging allang verkwanseld - na zijn hemeltergend briljante elektrieke periode in de tweede helft van de jaren zestig was hij van de kansel gesprongen, had wat niks-aan-de-hand-plaatjes gemaakt van wisselende kwaliteit, om vervolgens terug te keren met de drie beste albums uit zijn carrière. Natuurlijk was Dylan altijd al een religieus baasje - wellicht niet in de klassieke zin van het woord, maar van een zekere mystiek bediende hij zich in zijn teksten al eerder, en gezwollen Bijbels taalgebruik was hem ook niet vreemd. Maar dan.

Op Slow Train Coming deelt Bob Dylan niet langer zelf de kaarten. Er is een hogere macht die ons leidt, en die moet geprezen worden. Een hoop fans haakten af vanwege de onverbloemde, niet altijd even poëtische verwoorde godvruchtigheid die Dylan tentoonspreidt, een hoop anderen haakten aan nu de messias eindelijk het licht had gezien. Te vrezen valt dat ik tot de eerste categorie had behoord: de teksten zijn veel meer rechttoe-rechtaan dan voorheen. Wat me eerder zo aansprak in Dylan - zoals Matthijs van Nieuwkerk ooit over het werk van Martin Bril zei: "De woorden keken vreemd op van de zinnetjes waarin ze terecht waren gekomen," - is op Slow Train Coming verbleekt tot een verzameling teksten die we al te vaak hebben gehoord uit de mond van mensen met versleten ideeën. Nog altijd torent Dylan flink uit boven veel andere tekstschrijvers, maar toch.

Toch zijn het niet de teksten die van Slow Train Coming mijn minst favoriete Dylan-album tot dan toe maken. Het is de muziek, die zwaar leunt op het gitaarspel van Mark Knopfler en lauwe bluesrock. Het mag in de oren van Dylan-haters lachwekkend klinken, maar het is altijd de melodieuze kwaliteit geweest die me in zijn muziek zo aansprak. Memorabele melodieën ontbreken hier, een enkele uitzondering daargelaten. Het zijn die lichtpuntjes waar Slow Train Coming het van moet hebben: het potsierlijke maar o zo ontroerende I Believe In You, het dreigende Slow Train en het door velen zo gehate Man Gave Names to All the Animals, waar ik altijd juist wel lekker op ga.

Tot slot nog het vermelden waard: dit is het eerste Dylan-album waar ik me begin te herkennen in de eeuwige kritiek dat de beste man niet kan zingen. Waar ik op al zijn eerdere platen (ja, echt allemaal) omver word geblazen door de kracht in zijn stem, klinkt Dylan hier voor het eerst dunnetjes en ijl. Later zou hij weer een charmante kraai worden, maar vocaal begint hier een tussenperiode waar Bob niet echt lekker uit de verf kwam. Soms klinkt er een glimp door van de vroegere (of latere!) glorie, maar over de gehele linie is Slow Train Coming geen plaat om over naar huis te schrijven.

Bob Dylan - Street-Legal (1978)

5,0
Ik heb toch een beetje het gevoel op de rand van een afgrond te staan. Street Legal is, afgezien van zijn meest recente werk, het laatste album van Bob Dylan dat ik echt goed ken. Na 1978 betreden we minder vruchtbare grond, als ik de meerderheid van de kenners moet geloven tenminste. Aan de andere kant is dat, het volgen van de meerderheid, het slechtste wat je kunt doen bij het luisteren naar Dylan, want dan blijf je eindeloos zwelgen met Blowing in the Wind op repeat. Daar heb ik geen zin in. Ik ben Joan Baez niet.

Misschien is het weleens aardig om met de minste nummers van deze plaat te beginnen, al was het maar omdat dat beduidend minder werk is dan ieder hoogtepunt te beroemen. Sterker nog: bij herhaalde beluistering blijkt dat er eigenlijk maar één lied is dat me echt niet aanstaat. Dat nummer is New Pony - blijkbaar zijn er mensen die ermee weglopen, maar de reden is me onduidelijk. Het is een lomp nummer dat te lang duurt en bovendien de ondankbare eer heeft de helderste ster van de plaat op te volgen: Changing of the Guards. Dat lied draagt alles in zich wat een liefhebber nodig heeft om zich aan te laven: een perfecte melodie, een tekst als een apocrief Bijbelboek, Bob's stem als een broodmes en een begeleiding die even stampend als harmonieus is. Mij kun je wegdragen.

Na inzakker New Pony herpakt Dylan het openingsniveau en weet dat tot het einde toe vol te houden. Qua liedmateriaal steekt dit album boven zijn gehele oeuvre uit, en de uitvoering is tot in de puntjes verzorgd - sommigen zullen het te gepolijst vinden, maar dat zijn dezelfde romantici die steigerhouten tuinmeubilair aanschaffen en met plezier met de splinters in hun reet blijven zitten. Nou, geef mij maar een schuurpapiertje.

Soms heeft een mens muzikale associaties die nergens op slaan, maar gevoelsmatig toch de spijker op de kop slaan. Ik moet bij dit album altijd aan André Hazes denken, terwijl er, afgezien van de dameskoortjes, op muzikaal niveau toch weinig overeenkomsten zijn. Misschien heeft het ermee te maken dat Bob hier zonder schroom of omhaal grote emoties durft te uiten. Schatje, Niet Huilen, Is Jouw Liefde Tevergeefs, Geen Tijd Om Na te Denken, We Moeten Hierover Praten - het is allemaal een echte volkszanger waardig. Maar angst dat het plat wordt is nergens voor nodig - de man die later de Nobelprijs voor de Literatuur zou winnen is niet op zijn achterhoofd gevallen. Met zijn onveranderd scherpe pen prikt hij zich zo je borstkas binnen.

Vroeger omschreef ik Street Legannog weleens als een guilty pleasure. Al een tijdje besloot ik te stoppen die term te gebruiken: geen mens zou zich moeten schamen voor wat hij het meest liefheeft. Tot de hoes aan toe is dit mijn favoriete plaat van Bob Dylan. Laat die praatjes maar zitten: speel dit album maar integraal af op mijn uitvaart, dan kunnen we daarna zonder een woord te zeggen aan de borrel. Zelfs New Pony mag meedoen. Is natuurlijk ook gewoon een dijk van een nummer, wat zeur ik nou. Thanks Bobby, je maakt het leven een stuk draaglijker met je muziek.

Bob Dylan - The Freewheelin' Bob Dylan (1963)

4,0
Wie smelt er nu niet voor zo'n aandoenlijke hoes? Jongen heeft meisje gevonden, ze lopen gearmd door een koud New York, het middagzonnetje doet zijn best door te breken. Ze houden elkaar stevig vast, bang om uit te glijden.

Op dit album horen we geen jongetje. Bob Dylan is tweeëntwintig - of eigenlijk eenentwintig toen hij de plaat opnam - maar klinkt als een volwassen vent. Dit resulteert in een dertiental even volwassen liederen, die zich net als Dylans eerste plaat kenmerken door hun eenvoud, goeddeels uitgevoerd met niet meer dan een stem, een gitaar en een mondharmonicaatje. Inhoudelijk heeft zijn meisje, Suze Rotolo, grote invloed: zij is niet alleen zijn vriendinnetje, maar ook zeer politiek en maatschappelijk geëngageerd. Op een deel van de nummers bezingt Bob de liefde, eerlijk, vrij traditioneel maar soms wonderschoon: Don't Think Twice It's Allright is een lied waarmee je ieder meisje mee naar huis krijgt, en Girl from the North Country is eigenlijk nog mooier. Maar ook een heel ander soort nummers komt de hoek om kijken: protestsongs. Soms scherp als een vlindermes (Masters of War), soms poëtisch (Blowin' in the Wind), soms er tussenin (It's a Hard Rain A-Gonna Fall) maar altijd helder in hun boodschap: de manier waarop we leven is niet houdbaar, er moet wat veranderen. Dylans zegt het met veel woorden, maar overduidelijk.

Iets wat ik altijd lastig heb gevonden aan het folkgenre is de zogenaamde talking blues: een lang verhaal, begeleid door een eenvoudige gitaar, half gezongen, half gesproken. Ik kan me voorstellen dat de impact groot was wanneer je in 1960 in een rokerige New Yorkse kroeg naar een dergelijk relaas zat te luisteren, vijftig jaar later in je kamer in Utrecht is het vooral vermoeiend. Dit album bevat drie van zulke nummers: Down the Highway, Bob Dylan's Blues en Talking World War III Blues. Wat mij betreft twee te veel.

Met dit album beginnen we Dylan terecht serieus te nemen: grotendeels eigen werk, tekstueel bijzonder goed eigen werk bovendien, een duidelijk eigen geluid, een serieuze boodschap. Vanaf nu zijn we los in het oeuvre van Bob, en vanaf dit album is Bob zelf ook los: de komende vier jaar zullen er zes albums volgen, albums waarvan naar aanleiding van deze plaat de kwaliteit wel, maar de inhoud en impact nog niet vermoed kunnen worden. Met het meisje gaat het snel uit (gedoe met een kind en gerotzooi met een andere zangeres), maar dit album is een blijvend souvenir van Bobs tijd met Suze. Een souvenir om blij mee te zijn.

Bob Dylan - The Times They Are A-Changin' (1964)

4,0
Wat kijkt hij boos, ons Bobbeken. Hij is wat babyvet kwijtgeraakt, is een tobberige angy young man in sepiatinten geworden. De toon die zijn intrede deed op zijn tweede album wordt hier uitgebouwd: Dylan is een kritische wereldburger die zijn inspiratie haalt uit het onrecht in de wereld. Het is niet voor niks dat de titel van één van zijn meest iconische liederen, The Times They Are A-Changin', ook de naam van deze plaat is geworden.

Opvallend is de afwezigheid van lolbroekerij op dit album. Waar op de eerste twee platen het leed werd afgewisseld met humor of op zijn minst wat luchtigheid, is hier weinig plaat meer voor een lach of een kwinkslag. De kleurloze hoes spreekt wederom boekdelen. Ook de instrumentatie is zo mogelijk nog soberder geworden: al zou je denken dat op het geluid van de akoestische gitaar op Dylans eerste twee albums niet veel beknibbeld kon worden, deze plaat, met zijn bijna volledige gebrek aan frivoliteit, bewijst het tegendeel.

Het klinkt nu alsof dit album een ongelofelijk zware zit is. Dat is in een bepaald opzicht ook zo, echt vrolijk word je er niet van. Er valt echter genoeg te genieten, simpelweg omdat er een handvol topsongs op staat. Bobs melodieën zijn verfijnd, zijn teksten machtig, zijn stem perfect voor het materiaal. Soms komt alles bij elkaar, bijvoorbeeld op het droevige maar o zo mooie North Country Blues. Dylan bezingt de ellende, maar ergens, tussen de regels door, is er hoop te horen. De toon is zwaar, hard realistisch, maar vooral ook strijdbaar. Zoals Lennaert Nijgh vertaalde: Er Komen Andere Tijden.

Dit album ligt me minder na aan het hart dan Dylans eerste twee. Dat is gevoelsmatig, het toontje mag van mij iets minder prekerig. Misschien gaat in de loop der tijd mijn beoordeling echter nog wel een halfje omhoog, want wat zit er veel schoonheid onder de oppervlakte... En wat had ik graag eens een peuk gerookt met deze leeftijdsgenoot van me, na een optreden op een folkfestival, overhemden opengeknoopt, ogen dichtgeknepen tegen de felle zon...