MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten LuukRamaker als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Jason Eady & Courtney Patton - Something Together (2016)

poster
4,5
Inmiddels op Spotify en gelijk maar weer eens gedraaid. Individueel hebben ze natuurlijk beiden hun sporen verdiend maar met hun krachten gebundeld is het helemaal een genot om naar te luisteren. Zowel wanneer ze er een duet van maken als wanneer ze elkaar afwisselen spat de kwaliteit er vanaf. Eady weet het goed te verwoorden als hij zingt (in 'Waiting to Shine', een nummer dat niet voor dit album is opgenomen): "Words are like diamonds: the best ones are the hardest to find. Buried in the bottom of the coal, just waiting to shine." Wat dat betreft zijn ze twee mijnwerkers die het opvallend goed lukt om diamanten te vinden.

Jason Isbell - Foxes in the Snow (2025)

poster
4,0
Begin dit jaar doorlas ik al handenwrijvend het bericht dat Jason Isbell voornemens was dit jaar een plaat uit te brengen die wel eens heel goed in mijn straatje zou kunnen passen. Hij had 'm 'akoestisch' opgenomen – zonder al te veel poespas dus – en de aandacht zou daarmee vast en zeker komen te liggen op de hoofdpersoon zelf, zijn gitaarspel en vooral zijn teksten. Voor de aardigheid somde ik vluchtig op wat mijn favoriete liedjes waren uit zijn repertoire en glimlachend constateerde ik dat die in de meeste gevallen verre van bombastisch waren en het vaak niet van een breed instrumentarium of een uitvoerig productieproces moesten hebben.

Een paar maanden later kwam vorige week, in navolging van een tweetal voorproefjes, het complete album uit. Zeker in deze periode, waarin mijn interesse voor vinyl en platenspelers weer hoogtij viert, bestond er weinig twijfel over het feit dat ik deze rond de uitkomstdatum zo gauw mogelijk een eerste draaibeurt zou geven en het mag voor zich spreken dat het dat eerste weekend niet bij die ene eerste maal gebleven is. In tijden van platen die tot in den treure worden overgeproduceerd – waarbij zelfs wordt gewikt en gewogen over de vorm die de puntjes op de 'i' gaan krijgen – is het verfrissend een album te horen dat terug naar de kern gaat. Nu is het zo dat iedere artiest die normaliter zijn of haar muziek in een florissant jasje steekt de interesse wekt zodra dat jasje wordt uitgetrokken, maar als Jason Isbell dat doet ga ik toch nog net even wat meer met gespitste oren zitten dan wanneer menig andere muzikant dat doet.

Gauw genoeg werd dan ook duidelijk: de uitdaging om op deze wijze een interessant geheel te creëren, kun je een singer-songwriter van dit kaliber gerust aan laten gaan. Dat geldt zeker als blijkt dat er een hoop is dat de kunstenaar in kwestie de afgelopen tijd in het dagelijks leven heeft beziggehouden. Wat door buitenstaanders aan informatie bijeen vergaard wordt over andermans privéleven is wat mij betreft te vaak waarde- of zinloos gebleken, maar des te interessanter wordt het wanneer iemand zijn ziel en zaligheid in zijn muziek legt en daarbij als het ware zelf met de billen bloot gaat.

Daarmee wordt in dit geval (logischerwijs) slechts één zijde van bepaalde delicate kwesties of voorvallen belicht, maar dan wel door iemand waarop die direct betrekking hebben. Dat kan dan alsnog gepaard gaan met een bewonderenswaardige openheid, zo blijkt wel uit menig nummer op dit album. Zelf gaf Isbell in een interview te kennen dat hij altijd met enige gêne of schrik wenst terug te kijken op wat hij in de studio zoal heeft prijsgegeven en in hoeverre hij open kaart speelde, want zo'n inkijkje in de ziel ziet hij als het grootste goed wanneer het aankomt op zijn artistieke uitingen.

Het begint bijna cliché te worden Isbell te prijzen om zijn tekstschrijverskunsten, want op dat gebied maakt hij al langere tijd een vaak overweldigende indruk. Toch is het mooi om dat bij ieder album dat hij uitbrengt weer te kunnen concluderen. Ook 'Foxes in the Snow' staat immers weer vol met rake formuleringen en treffende metaforen. Zonder al te vaag te worden, weet hij op unieke wijze woorden te geven aan gebeurtenissen of gevoelens die zomaar op veel alledaagsere (en daarmee minder interessante) wijze aan het licht hadden kunnen worden gebracht. Laat het maar aan hem over een invalshoek te kiezen die niet voor de hand ligt en juist daarom erg tot de verbeelding spreekt.

Rest de vraag of het nou echt nodig was deze pareltjes zonder verdere opsmuk in de etalage te zetten. Nou nee, 'nodig' is misschien niet echt het woord, want het had heus wel iets uitbundiger gekund, maar toepasselijk is de muzikale naaktheid wat mij betreft wel, want die komt de open- en oprechtheid waarnaar gestreefd werd absoluut ten goede. Toegegeven: wat vioolspel hier of daar had niet heel veel kwaad gekund, maar dat dat ontbreekt is juist wel weer toepasselijk, gezien de relatiebreuk met Amanda Shires, zijn voormalig echtgenoot en violiste. Wat hem dan wel weer mooi is gelukt, is het op de voorgrond plaatsen van zijn eigen gitaarkunsten en het mocht ook wel weer eens duidelijk hoorbaar zijn dat die ten onrechte altijd wat onderbelicht zijn gebleven.

Dat de meningen over dit album wat verdeeld zijn valt absoluut te begrijpen, want dit album is binnen het oeuvre van de artiest op z'n zachts gezegd uniek, maar daarmee is nog niet gezegd dat het het luisteren niet waard is, want hoewel het niet iedereen zal kunnen smaken, valt het op z'n minst te prijzen dat Isbell zijn artistieke visie niet laat beïnvloeden door publieke verwachtingen. En dat terwijl hij in de kern nog altijd niet heel erg is veranderd en zijn voornaamste kwaliteiten op dit album nog altijd net zo goed naar voren komen als op zijn eerdere werk.

Jason James - Jason James (2015)

poster
4,0
Honky-tonk van de bovenste plank.

Zoals in eerder gemelde artikel al genoemd wordt, is dit een erg fijne mix van o.a. George Jones en Johnn Paycheck. Jason James treedt met dit album dan ook eigenlijk een beetje in de voetsporen van de overleden Jones en zou met dit album erg graag Sturgill Simpson achterna willen. De kwaliteit heeft hij daar zeker voor en de steun die hij heeft gekregen van bijv. Jim Lauderdale en Robert Ellis is ook niet niks. Bovendien heeft ie het voor mekaar gekregen zijn album uit te brengen bij een label dat toch wel voor kwaliteit garant staat.

Dit is eigenlijk het eerste album dat ik blind op vinyl heb aangeschaft voordat ik echt goed wist wat er zoal op staat. Daarmee is het de eerste plaat die ik voor het eerst op mijn nieuwe platenspeler hoor en het is er meteen een die het aanschaffen meer dan waard is. De heerlijke pure country die op deze plaat staat is hier nog lang niet voor het laatst door de speakers gekomen en James heeft er met mij een fan bij.

John Fullbright - The Liar (2022)

poster
4,0
Haha, 'artistieke droogte'... De man levert een kandidaat album van het jaar af en zijn nieuwe kunstwerkje wordt even weggezet als onmiskenbaar misbaksel. Het is als bij de topsporter die het ene jaar wereldkampioen wordt en de jaren erna nauwelijks waardering krijgt voor het behalen van een van de andere podiumplekken. Natuurlijk kan dit album niet tippen aan Songs, maar het is niettemin een zeer aangename uitbreiding van Fullbrights toch al niet zo omvangrijke oeuvre en dat die even op zich heeft laten wachten mag de pret niet drukken. Niet alle nummers zullen in mijn favorietenlijstje belanden (zoals bij het voorgaande album), maar de meeste zijn Fullbrightiaans goed en dat zijn naam in dezen synoniem is voor de buitencategorie is met dit album niet veranderd.

John Moreland - Visitor (2024)

poster
4,5
Als je me er enkele weken geleden over gevraagd had, dan had ik gezegd dat er geen album bestaat dat in de buurt komt van 'In the Throes', de plaat waarmee John Moreland namens de mensheid het concept ' albums maken' heeft 'uitgespeeld' in 2013. Het lag nadien niet in de lijn der verwachting dat men nog eens de perfectie zou weten te bereiken of überhaupt te benaderen, reden te meer voor Moreland zelf om het maken van muziek zelfs op een wat andere manier te gaan beschouwen. Maar iets meer dan 10 jaar later doet hij zowaar opnieuw een poging het onhaalbare te bewerkstelligen en weet hij zijn ideale mix tussen soberheid en oprechtheid nog eens onvoorstelbaar grootst te laten klinken.

Overdrijf ik dan niet een beetje? Nou, nee, als ik mijn smaak als maatstaf neem niet. Want wat voor de één misschien wat pover is, is wat mij betreft heerlijk rustig. Moreland bewijst met zijn nieuwe album 'Visitor' maar weer eens dat met een keuze voor ingetogenheid in geen enkele mate aan zeggingskracht hoeft te worden ingeboet. Niet een uitvinding van hemzelf natuurlijk (want reeds bewezen door artiesten als bijvoorbeeld Gillian Welch), maar wel een succesformule die hij tot in de puntjes heeft weten uit te nutten. 'Less is more', zoals ze dat dan zeggen, of 'the more you say, the less it means', zoals Moreland zelf stelt. Ook daarin is hij een waar vakman namelijk: hij zegt zelden een woord te veel.

De afgelopen jaren was de hoop op een interessant nieuw project van dit rootsfenomeen bij mij stilletjes wat weggeëbd. Dat had deels te maken met de richting die hij was uitgegaan in muzikaal opzicht. Ik vermoed dat ik dit nieuwe album (waarop hij dus weer teruggrijpt naar de rustigere stijl die hij een jaar of tien geleden bezigde) de afgelopen dagen vaker beluisterd heb dan de twee voorgangers tijdens de voorbije jaren. Het blootleggen van zijn ziel werd op die albums immers belemmerd door afleidende (al dan niet elektronische) geluiden waar mijn luisterend oor niet aan gewend was, noch aan gewend kon raken. En als ik al verwacht of gehoopt had dat hij die experimentele praktijken vaarwel zou zeggen, moet ik bekennen dat zijn ogenschijnlijk niet al te voorbeeldige gezondheid me in zoverre zorgen baarde dat ik de kans aanwezig achtte dat muziek niet altijd een prioriteit voor hem zou blijven (al ben ik geen dokter en was dat vooral speculatieve doemdenkerij).

Maar hij is er weer dus. Terug van weggeweest, Zo voelt het althans, want hij heeft weliswaar regelmatig van zich laten horen de afgelopen jaren, maar deed dat al een tijdje niet meer zo overtuigend als nu. En die overtuiging bespeur je in zijn geval met name in de melancholie, die nooit ten onder gaat aan overdrijving en altijd immens oprecht overkomt. Eigenlijk moet je haast sadistische trekjes hebben om er genoegen uit te halen, maar de dramatiek, die bij zowel zijn teksten als de muzikale begeleiding voelbaar is, maakt dat elk nummer je aangrijpt en in sommige gevallen zelfs behoorlijk aan het denken zet. En dan mag dat drama hier en daar fictief zijn, maar bij John Moreland heb je geen seconde het idee dat het dat is.

En dat die oprechtheid zo voelbaar is komt grotendeels ook voort uit de wat minder op de voorgrond aanwezige muzikale omlijsting. Want dat is wat het nu weer is (omlijsting), waar dat bij de vorige projecten in mindere mate het geval was. Nu is er weer een hoofdrol voor de stem, die o zo prachtige en krachtige stem, die weinig ruimte vrij laat voor onverschilligheid en de kern van de zaak te allen tijde probleemloos aan de man weet te brengen. En of de nieuwe nummers (zoals bij 'In the Throes') afzonderlijk van elkaar ook tijdloze pareltjes zullen worden, zal nog moeten gaan blijken over enkele jaren, maar de manier waarop ze gezamenlijk een pracht van een album vormen is één van de voornaamste zegeningen die dit muziekjaar voorlopig rijk is.