MusicMeter logo menu
MusicMeter logo

Hier kun je zien welke berichten LuukRamaker als persoonlijke mening of recensie heeft gemarkeerd.

Kacey Musgraves - Pageant Material (2015)

poster
4,0
"You can take me out of the country, but you can't take the country out of me."

Zo zong bijvoorbeeld Alabama en zo laat ook Kacey Musgraves weten op haar tweede noemenswaardige album. Ze maakt niet zozeer old school country, maar laat zich gelukkig ook niet volledig meesleuren in de verpopping van Nashville. Het ligt allemaal bijzonder fijn in het gehoor en tekstueel gezien is het ook nog eens behoorlijk boeiend.

De vergelijking met Brandy Clark is gauw gemaakt, zeker gezien ze de nodige nummers samen schreven. Zo schreef Musgraves op dit album ook zelf weer mee aan alle nummers en weet ze weer geweldig pakkende teksten uit de mouw te schudden. Mooi is bijvoorbeeld hoe ze in Dime Store Cowgirl (zingend over haar achtergrond) vermeldt hoe ze op de foto staat met Willie Nelson en vervolgens het album afsluit met een duet met de beste man.

Laat je dus vooral niet misleiden door de cover/titel-combinatie, want met Pageant Material borduurt ze gewoon op heel aardige wijze voort op haar vorige album.

Kacey Musgraves - Same Trailer Different Park (2013)

poster
4,5
"Stupid, love is stupid, don't know why we allways do it."

Geen liefdesliedjes dus op dit album. Niet in de puurste vorm in elk geval. Nee, dan zingt Kacey Musgraves liever over alledaagse dingetjes die ze op haar manier prachtig heeft weten te verwoorden. Dit prachtige album bezorgde Kacey Musgraves een definitieve doorbraak binnen het country-genre en dat is allesbehalve onterecht. Van begin tot eind is het genieten van mooie teksten en het is allemaal erg fijn om naar te luisteren.

My House, Merry Go 'Round, Blowin' Smoke, Step Off en Follow Your Arrow zijn nummers die voor mij, ondanks het voortdurend hoge niveau, boven de rest uit steken. Dit album is nog niet voor het laatst gedraaid en ik kijk al weer uit naar haar volgende albums nu ze de lat zo enorm hoog heeft gelegd met dit prachtige album.

Kenny Chesney - No Shoes, No Shirt, No Problems (2002)

poster
2,5
De begrippen 'Country' & 'Western' zijn al lange tijd niet meer per definitie samengesmolten, laat staan onafscheidelijk, maar ze staan nog wel voor de twee genres die ik als mijn favoriete beschouw; de eerste als het gaat om muziek, de tweede voor wat betreft beeld en geschrift. Het lijkt me geen vreemde wens bij je favoriete genres op de hoogte zijn van het beste wat daarbinnen te vinden valt. Op gebied van muziek streef ik er daarom naar de 100 beste countryalbums eens goed te (her)beluisteren. Rolling Stone heeft hiervoor een mooie geschikte lijst samengesteld en vandaag staat nummer 100 daaruit in de spotlight.

#100 - Kenny Chesney - No Shirt, No Shoes, No Problem (2002) - 5,4/10,0

De artiest

Op 26 maart 1968 kwam Kenneth Arnold Chesney ter wereld in Knoxville, Tennessee. Hij groeide op in het nabij gelegen Luttrell, waar zijn oorspronkelijk uit Engeland en Ierland afkomstige familie zich uiteindelijk had gevestigd. Nadat hij tijdens zijn jeugd eens op een gelukkige kerstdag een muzikaal presentje ontving en hij zich de trotse eigenaar mocht weten van een gitaar, begon hij zichzelf aan te leren hoe hij daar op kon spelen en bleek hij al gauw een hoop plezier te halen uit het maken van muziek.

Rond zijn twintigste levensjaar maakte hij al aardig wat furore met zijn gitaar- en zangkunsten en door wat geld bij elkaar te vergaren middels een kleinschalige publicatie van een demoalbum kon hij zichzelf een mooie nieuwe gitaar veroorloven. Niet veel later trok hij naar Nashville, waar hij het niet onaardig deed en al gauw een reputatie opbouwde die hem richting het sterrendom bracht. Tijdens de jaren negentig werd het steeds onwaarschijnlijker dat hij ooit nog zou hoeven sparen voor nieuwe gitaren en sinds het begin van dit millennium kan en mag hij zich een van de populairste artiesten uit het genre noemen.

De plaat

Het door Rolling Stone indirect tot beste Chesney-album bestempelde 'No Shoes, No Shirt, No Problems' kwam uit in 2002, tijdens de hoogtijdagen van zijn carrière. Het kwam uit bij BNA Records en was als nummer 1 van Billboard's albumhitlijst een groot succes. Producenten waren Norro Wilson, Buddy Cannon en Kenny Chesney. De opnames vonden plaats onder begeleiding van Billy Sherrill en Kevin Beamish in verschillende studio's, te weten: Emerald Sound, Seventeen Grand, Sound Stage en Sound Shop; alle te Nashville, Tennessee. Jason Piske, Tony Green, Emil Shapak, Chris Scherbak en Eric Bickel verleenden daarbij assistentie.

De nodige bewerkingen werden verricht door Chris Rowe en Denny Purcell 'masterde' de boel. Dit alles met Shannon Finnegan als coördinator van de productie. Beth Lee was van de 'artistieke directie' en S. Wade Hunt van de vormgeving. De fotografie die met de plaat gemoeid ging, mag op het conto worden geschreven van Peter Nash en Jennifer Kemp leverde een noemenswaardige bijdrage als stilist. De vele muzikanten die voor de verscheidene opnamesessies kwamen opdraven waren in dusdanig groten getale dat het vermelden daarvan deze toch al vrij droge en saaie opsomming uit de hand zouden laten lopen, maar de geïnteresseerden kunnen hun namen uiteraard op de bijbehorende Wikipedia-pagina achterhalen.

De sound

Het geluid dat op 'No Shoes, No Shirts, No Problems' te horen is, lijkt me representatief voor wat rond de meest recente eeuwwisseling de norm was. Als ik aan countrymuziek uit de jaren '90 denk, zou de sound zoals die op dit album te bespeuren valt ongeveer het eerste zijn waaraan ik denk. Waar het 'm precies in zit, is als leek moeilijk te duiden, maar gevoelsmatig is daarin een hoofdrol weggelegd voor elektrische gitaren. Er is op zich weinig mis met dit tijdperk binnen de country, maar het is voor mij bewust een periode waarvan ik weinig weet heb, want hetgeen waarmee ik kennis heb gemaakt nodigt niet direct uit tot een diepgaand onderzoek.

Ook dit album is wat mij betreft niet per se overweldigende reclame voor het genre. Het heeft zijn charme en klinkt verre van saai, maar echt beklijvend is het ook allemaal niet. Vooral de rustigere nummers komen niet helemaal lekker uit de verf en maken op mij niet de indruk die ze zouden kunnen maken. Chesney komt beter tot zijn recht als er wat meer vaart in komt en daar waar de rock-invloeden de boventoon voeren werpt dat wel enigszins zijn vruchten af. Al denk ik niet dat er in muzikaal opzicht veel bij me zal blijven hangen waardoor ik geneigd ben dit album binnenkort nog een paar maal op te zetten. Tsja, als achtergrondmuziek misschien, maar muziek die ik daarvoor geschikt acht staat bij mij niet al te hoog in de pikorde.

De teksten

'A Lot of Things Different' is muzikaal gezien misschien wel het meest tegenvallende nummer van het album, maar heeft een van de meest treffende teksten. Dat mag ook geen verrassing zijn als je de liedschrijvers er op naslaat, want Bill Anderson en Dean Dillon hebben wel meer juweeltjes binnen het genre op hun naam staan. De rest van het album is overigens ook niet zonder boodschap en de meeste nummers hebben wel een bepaalde zeggingskracht. Thema's als 'nostalgie', 'romantiek' en 'geluk' passeren stuk voor stuk de revue en dragen allemaal bij aan de positieve 'vibe' die de plaat voor het grootste gedeelte heeft.

De titelsong biedt wellicht het beste voorbeeld van die positiviteit. Die richt zich immers op het zorgeloze bestaan dat eenieder wenst te leven. Als die zorgeloosheid niet dag in dag uit werkelijkheid is, kan die in elk geval voor heel even worden ervaren, al is het maar tijdens het luisteren naar dat liedje. Die relativering lijkt me wel een van de meest aangename aspecten die Chesney met zijn muziek (of in ieder geval dit album) weet te bieden. Van overdreven poëtische teksten hoeft hij het niet te hebben, want de klare taal die hij bezigt blijkt overtuigend genoeg.

De conclusie

Mijn verwachtingen van dit album waren niet bijster hoog, maar alsnog heeft helaas geen van de nummers me zo positief verrast dat-ie me lang zal bijblijven. Veel pijn en moeite heeft het me niet gekost het album een maal of drie à vier rustig te beluisteren, maar opvallend veel plezier heb ik er ook niet echt uit kunnen halen. Niet zo veel als ik stiekem gehoopt had ten minste, want een album dat tot een van de honderd besten uit een genre is uitgeroepen, zou best wel wat meer indruk mogen maken dan het in dit geval gedaan heeft.

Kitty Wells - Country Hit Parade (1956)

poster
4,5
De begrippen 'Country' & 'Western' zijn al lange tijd niet meer per definitie samengesmolten, laat staan onafscheidelijk, maar ze staan nog wel voor de twee genres die ik als mijn favoriete beschouw; de eerste als het gaat om muziek, de tweede voor wat betreft beeld en geschrift. Het lijkt me geen vreemde wens bij je favoriete genres op de hoogte zijn van het beste wat daarbinnen te vinden valt. Op gebied van muziek streef ik er daarom naar de 100 beste countryalbums eens goed te (her)beluisteren. Rolling Stone heeft hiervoor een mooie geschikte lijst samengesteld en vandaag staat nummer 99 daaruit in de spotlight.

#99 - Kitty Wells' Country Hit Parade (1956) - 8,7/10,0

De artiest

Ellen Muriel Deason, beter bekend als Kitty Wells, werd geboren op 30 augustus 1919 te Nasvhille, Tennessee. 'Een mooie plek om op te groeien tot muzikant of artiest', zou je zeggen, en dat is dan ook wat in haar geval gebeurde. De familie waarin ze opgroeide speelde daarbij een belangrijke rol. Zo leerde haar vader haar gitaarspelen, was haar moeder een gospelzangeres en trad zijzelf al in haar tienerjaren op tezamen met haar zussen als The Deason Sisters.

Het was de man die ze trouwde, Johnnie Wright, die een belangrijke bijdrage leverde aan haar 'bekendwording'. Met Jack Anglin vormde hij een duo dat furore maakte binnen de muziekwereld en er was daarbij af en toe een kleine ondersteunende rol weggelegd voor Wells, wiens artiestennaam door haar man uit het lied 'Sweet Kitty Wells' van The Pickard Family werd afgeleid. Omdat de gedachte heerste dat vrouwen niet veel muziek zouden verkopen duurde het nog enkele jaren voor ze voor het eerst solo opnam, maar haar eerste single, 'It Wasn't God Who Made Honky Tonk Angels', was meteen een hit en de rest werd en is geschiedenis.

De plaat

Albums maken was zo normaal nog niet halverwege de vijftiger jaren, dus als je al verscheidene rake singles/hits had gehad, was het een aangenaam idee deze nog eens tezamen beschikbaar te stellen voor een aaneengeschakelde luistersessie. In 1956 kwam Kitty Wells daarom met haar 'Country Hit Parade', een soort compilatiealbum waarop een aantal favorieten waren samengevoegd. Het repertoire dat ze in de jaren ervoor had opgebouwd maakte het mogelijk daar een heel degelijke selectie uit te kunnen maken.

De nummers die op de plaat terechtkwamen zijn opgenomen tussen 1952 en 1955 in Wells thuisstad Nashville, Tennessee. Het grootste deel van de opnamesessies vond plaats in Castle Studio en een tweetal van de nummers werd opgenomen in Owen Bradley Studio. Hoewel verschillende muzikanten op meerdere van de nummers meespeelden, had ze geen vaste opnameband en hebben verschillende instrumentalisten hun opwachting gemaakt gedurende de jaren waarin de verscheidene singles werden opgenomen. Wat wel een constante was, was dat zowel de opnames als uitgaven (waaronder die van dit album) plaatsvonden met dank aan het label Decca.

De sound

Als we het over dit album hebben, hebben we het over de jaren '50 van de vorige eeuw en dat zou er voor een doorgewinterde countryluisteraar waarschijnlijk niet bij te hoeven worden verteld. 'Het is er aan af te horen', zou je kunnen zeggen, maar dat mag wat mij betreft gerust een positieve vaststelling worden genoemd. Het countrygenre bestond nog niet zo lang dat het te veel in herhaling begon te vallen, maar ging al wel zo lang mee dat het qua hoofdingrediënten perfect was gefinetuned.

De instrumentatie heeft de tand des tijds daarmee prima doorstaan. Wat wel af en toe wat onwennig kan aanvoelen is de breekbare stem waarmee Wells haar liederen ten gehore brengt. Of het vakkundig binnen de lijntjes is, durf ik niet te beoordelen, maar gevoelsmatig balanceert ze soms op het randje tussen zuiver en vals. Toch gaat er hierdoor een bepaalde echtheid mee gemoeid die juist bijdraagt aan de zeggingskracht die elk lied overduidelijk blijkt te hebben.

De teksten

Die zeggingskracht komt tevens en grotendeels voort uit de teksten. Een van de mooiste voorbeelden hiervan is de grootste hit, 'It Wasn't God Who Made Honky Tonk Angels', een van de vroegste 'antwoordliederen' die immens populair werd. Nadat Hank Thompson schijnbaar iets te losbandig was toen hij God benoemde als de ontstaansbron van de in honky-tonks aanwezige (vrouwelijke) 'engelen', vroeg Wells zich als het ware af of die 'engelen'-benaming überhaupt wel van toepassing was en betichtte ze de vele zedeloze mannen ervan dat ze een hoop vrouwen op het verkeerde pad brachten.

'Cheatin's a Sin', zingt ze eerder op het album al eens net zo rechtdoorzee en met titels als 'There's Poison in Your Heart', 'I've Kissed You My Last Time', 'I Don't Claim to Be an Angel' en 'I'm Too Lonely to Smile' draait ze al net zo min om de hete brij heen. Vaak zijn die titels en/of refreinen ook meteen de hoogtepunten van het lied, maar wanneer je de coupletten puur als opvulling zou beschouwen mis je in de meeste gevallen een hoop moois. Stuk voor stuk weten de nummers immers een interessant verhaal of boeiende boodschap te brengen, meestal kort, maar nagenoeg altijd krachtig.

De conclusie

De titel verraadde het al, maar bij het luisteren wordt het maar wát duidelijk: dit zijn hits. Elke hit die het tot dit album geschopt heeft is het beluisteren meer dan waard en er staat er niet een op die de rest naar beneden haalt. Sterker nog, ze vullen elkaar moeiteloos aan en komen tezamen op een album net zo goed tot hun recht als losjes op een willekeurig moment via de radio of ergens te midden van een gehusselde afspeellijst. Ze klinken elk apart al geweldig, maar gezamenlijk en op een rij des te mooier.