Bart schreef:(quote)
Jammer... ik kan die leak nergens vinden...
Ze komen langzamerhand naar boven drijven: in elk geval al beter beluisterbaar dan de streaming-link op de website (en natuurlijk is het wachten op de echte cd zelf voor de beste kwaliteit maar dat geduld heb ik niet).
Het is altijd spannend om voor de eerste keer een nieuw album te beluisteren van één van je favoriete bands van het moment.
Als je momenteel aan mij vraagt welk album ik het beste aller tijden vind dan is dat Ágætis Byrjun van Sigur Rós. Waarom deze dan toch niet op 1 staat in mijn top 10 heb ik al eens eerder uitgelegd: herinneringen, belevenissen en sentimenten doen ook mee in het tot stand komen van dat lijstje.
Hoe dan ook staat dat album op eenzame hoogte maar ook het andere werk van de band doet dat. Debuut Von laat ik even achterwege (dat is slechts intrigrerend) maar () was een ijzig, ruw en vooral winters vervolg op AB en Takk beschouw ik als de herfst met al zijn gloedvolle kleuren en toch trieste momenten van vergankelijkheid.
Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust heb ik inmiddels bijna non-stop gehoord vandaag: ik durf dus wel te stellen dat het me wist te pakken. Sigur Rós vraagt net even meer aandacht, maar ik kan er nu al wel mijn gevoelens op los laten. In elk geval voegt het zeker weer wat toe aan het hele oeuvre, deze keer in de vorm van een licht lentebriesje: het is nog wat frisjes maar de eerste zonnestralen breken al door de nog wat grijze lucht.
Opener
Gobbledigook voldoet dus exact aan dat lentebriesje-gevoel: dit is een up-tempo Sigur Rós waar termen als poppy bij geplaatst kunnen worden. Toen dit nummer voor het eerst te beluisteren viel zag je overal (dus niet alleen hier op musicmeter) de naam Animal Collective voorbij komen en dat mag best bijzonder te noemen zijn want het is toch wel even wat anders dan we gewend waren. De clip met rennende blote dames en heren (jongeren) past er wonderwel goed bij en wist mij wederom te overtuigen: als niet zo'n clip-liefhebber blijf ik grote uitzonderingen maken voor deze band. Schitterend. Telkens weer.
Het nummer zelf was aanvankelijk wennen voor mij maar deed me toch wel wat en dat doet het nog steeds.
Alsof de zon steeds meer doorbreekt zo klinkt
Inní Mér Syngur Vitleysingur dat ook al zo poppy klinkt. Meer rechttoe rechtaan (tot grote teleurstelling van vele fans die toch graag lange epische nummers willen horen). Als dit de nieuwe richting is dan ben ik een zeer tevreden mens want ik beschouw dit nummer toch wel als favoriet van dit album. Dit doet een mens goed. En is het raar dat ik een andere favoriet van mij, Sufjan Stevens, maar niet uit mijn hoofd kan zetten als ik dit hoor?
Góðan Daginn start heel puur: het glijden over de snaren geeft het nummer gelijk al een aards tintje mee en tegelijkertijd blijft de stijl van deze band overeind staan. Het is een nummer dat me in de loop van de dag heeft weten te betoveren. Kristalhelder weet dit nummer tot je te komen om zich in je hart te nestelen met een puurheid waar ik eigenlijk geen woorden voor heb. Dat is sowieso de kracht van Sigur Rós, maar met dit nummer bewijzen ze dat ze dat ook kunnen door het wat eenvoudiger aan te pakken. Ik las de term stroperig ('waarin de stroopkwast kwistig gehanteerd wordt') voorbij komen: ik deel dat dus niet, maar dat zal altijd een kwestie van beleving zijn. Ik begrijp het wel maar ben het er niet mee eens.
Við Spilum Endalaust kent wederom de kracht en frisheid van een leven dat nog tot volle bloei moet gaan komen. Het straalt geluk uit. Liever die lange epische stukken? Nee, ook die vind ik schitterend, maar dit soort nummers zijn des te pakkender en hebben net zo veel te bieden. Van mij mogen ze vaker dit soort kortere, krachtige songs presenteren.
Festival komt bij diverse fans regelmatig voorbij als zijnde een hoogtepunt van dit album (dat deed het zelfs al voordat dit album streaming te beluisteren was). Het is uiteraard weer een langer nummer met een schitterende opbouw. Toch merk ik wel dat hoe geweldig ik dit nummer ook vind de verrassing er juist bij dit soort nummers vanaf is. Tromgeroffel en..... daar gaan we dan: hatsikidee naar een orgastisch hoogtepunt. We kennen dit nu wel. Voorlopig heb ik er nog geen genoeg van maar ze moeten oppassen dat dit geen gewoonte gaat worden, wat dat aan gaat vormen de frisse, korte nummers een uitstekende afwisseling op nummers als deze.
Het lijkt wel of de break in het vorige nummer ook langzamerhand zorgt voor een kentering op dit album. We hebben even kunnen genieten van een bibberend voorjaarszonnetje, maar het is nog lang geen zomer en het begint al wat te betrekken. Het wordt langzaamaan donkerder en de sfeer wat somberder.
Suð Í Eyrum is daar het eerste teken van. Het blijft beheerst en degelijk en aanvankelijk viel het nummer me niet eens zo erg op, maar het is het outro dat het toch zeker zeer bijzonder maakt en na wat draaibeurten is dit nummer wat uit zijn schulp gekropen om zich meer en meer aan mij te presenteren.
Ára Bátur is van het soort nummers waar ik altijd als een blok voor val: rustig begin op piano, gedragen, haast devote sfeer om vervolgens flink uit te pakken met een bombastisch orkest en koor. Het neigt wat naar kitsch misschien, maar ik vind dat dus geweldig. Wederom een enorm persoonlijk hoogtepunt.
Hierna is de sfeer op de komende nummers ingetogener en veel kleiner van vorm. Het akoestische
Illgresi is de eerste van vier. Misschien dat sommige luisteraars er een akelig kampvuur-gevoel bij krijgen, ikzelf droom juist weg bij de eenvoud en puurheid. De strijkers worden subtiel toegevoegd en maken het een ontroerend nummer dat nergens klef wordt laat staan een 'without-youhoe' touch meekrijgt.
Waar dit nummer de akoestische gitaar als basis heeft daar is het op
Fljótavík de piano. Ik heb al wat commentaar gelezen op de indeling van nummers op dit album; dit soort rustige nummers zouden te veel gebundeld staan aan het eind en zorgen voor een anti-climax. Ik vind het juist gedurfd om op deze manier een heel lang slotakkoord te maken, juist na dat vrolijke begin. Het brengt je in een sfeer waar het goed toeven is en juist doordat de nummers niet zo'n enorme tijdsduur hebben vind ik het ook zeer goed kunnen.
Straumnes zorgt er voor dat je even op adem kunt komen van alle pracht en geeft je tevens de kans je klaar te maken voor het echte slotnummer genaamd
All Alright. Veel mensen keken hier argwanend naar uit omdat het het eerste nummer gezongen in het engels is. Engels? Echt waar? Je moet erg goed luisteren wil je dit kunnen horen. Alsof Jónsi niet echt durft of eigenlijk niet echt wil. Het is een typische Sigur Rós-afsluiter: rustig sfeertje met subtiele blazers-partijen.
Eens moet er een album komen dat me wat tegen staat, eens moet er bij mij verzadiging optreden. Het is in elk geval nog niet bij dit nieuwe album. Wederom is het een emotionele tour-de-force geworden en wederom is dit voer voor mijn eindejaarslijstje.
Het album zal ongetwijfeld blijven groeien (zeker als ik straks de cd zelf in handen heb). Puur genieten en totaal geen teleurstelling of wat dan ook bij mij.
Na de triestere slotakkoorden heb ik weer zin in wat vrolijks: kom, laat ik het maar eens opnieuw gaan opzetten. Laat
Gobbledigook zijn werk maar weer doen.
En laten we hopen dat ze ons land ook nog gaan aandoen voor zaal-optredens want daar wil ik dan zeer zeker bij zijn.