menu

Sigur Rós - Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust (2008)

mijn stem
3,93 (811)
811 stemmen

IJsland
Rock
Label: EMI

  1. Gobbledigook (3:05)
  2. Inní Mér Syngur Vitleysingur (4:05)
  3. Góðan Daginn (5:15)
  4. Við Spilum Endalaust (3:33)
  5. Festival (9:24)
  6. Með Suð í Eyrum (4:56)
  7. Ára Bátur (8:57)
  8. Illgresi (4:13)
  9. Fljótavík (3:49)
  10. Straumnes (2:01)
  11. All Alright (6:21)
  12. Heima * (3:57)
toon 1 bonustrack
totale tijdsduur: 55:39 (59:36)
zoeken in:
avatar van aERodynamIC
5,0
Bart schreef:
(quote)


Jammer... ik kan die leak nergens vinden...

Ze komen langzamerhand naar boven drijven: in elk geval al beter beluisterbaar dan de streaming-link op de website (en natuurlijk is het wachten op de echte cd zelf voor de beste kwaliteit maar dat geduld heb ik niet).


Het is altijd spannend om voor de eerste keer een nieuw album te beluisteren van één van je favoriete bands van het moment.
Als je momenteel aan mij vraagt welk album ik het beste aller tijden vind dan is dat Ágætis Byrjun van Sigur Rós. Waarom deze dan toch niet op 1 staat in mijn top 10 heb ik al eens eerder uitgelegd: herinneringen, belevenissen en sentimenten doen ook mee in het tot stand komen van dat lijstje.
Hoe dan ook staat dat album op eenzame hoogte maar ook het andere werk van de band doet dat. Debuut Von laat ik even achterwege (dat is slechts intrigrerend) maar () was een ijzig, ruw en vooral winters vervolg op AB en Takk beschouw ik als de herfst met al zijn gloedvolle kleuren en toch trieste momenten van vergankelijkheid.
Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust heb ik inmiddels bijna non-stop gehoord vandaag: ik durf dus wel te stellen dat het me wist te pakken. Sigur Rós vraagt net even meer aandacht, maar ik kan er nu al wel mijn gevoelens op los laten. In elk geval voegt het zeker weer wat toe aan het hele oeuvre, deze keer in de vorm van een licht lentebriesje: het is nog wat frisjes maar de eerste zonnestralen breken al door de nog wat grijze lucht.
Opener Gobbledigook voldoet dus exact aan dat lentebriesje-gevoel: dit is een up-tempo Sigur Rós waar termen als poppy bij geplaatst kunnen worden. Toen dit nummer voor het eerst te beluisteren viel zag je overal (dus niet alleen hier op musicmeter) de naam Animal Collective voorbij komen en dat mag best bijzonder te noemen zijn want het is toch wel even wat anders dan we gewend waren. De clip met rennende blote dames en heren (jongeren) past er wonderwel goed bij en wist mij wederom te overtuigen: als niet zo'n clip-liefhebber blijf ik grote uitzonderingen maken voor deze band. Schitterend. Telkens weer.
Het nummer zelf was aanvankelijk wennen voor mij maar deed me toch wel wat en dat doet het nog steeds.
Alsof de zon steeds meer doorbreekt zo klinkt Inní Mér Syngur Vitleysingur dat ook al zo poppy klinkt. Meer rechttoe rechtaan (tot grote teleurstelling van vele fans die toch graag lange epische nummers willen horen). Als dit de nieuwe richting is dan ben ik een zeer tevreden mens want ik beschouw dit nummer toch wel als favoriet van dit album. Dit doet een mens goed. En is het raar dat ik een andere favoriet van mij, Sufjan Stevens, maar niet uit mijn hoofd kan zetten als ik dit hoor?
Góðan Daginn start heel puur: het glijden over de snaren geeft het nummer gelijk al een aards tintje mee en tegelijkertijd blijft de stijl van deze band overeind staan. Het is een nummer dat me in de loop van de dag heeft weten te betoveren. Kristalhelder weet dit nummer tot je te komen om zich in je hart te nestelen met een puurheid waar ik eigenlijk geen woorden voor heb. Dat is sowieso de kracht van Sigur Rós, maar met dit nummer bewijzen ze dat ze dat ook kunnen door het wat eenvoudiger aan te pakken. Ik las de term stroperig ('waarin de stroopkwast kwistig gehanteerd wordt') voorbij komen: ik deel dat dus niet, maar dat zal altijd een kwestie van beleving zijn. Ik begrijp het wel maar ben het er niet mee eens.
Við Spilum Endalaust kent wederom de kracht en frisheid van een leven dat nog tot volle bloei moet gaan komen. Het straalt geluk uit. Liever die lange epische stukken? Nee, ook die vind ik schitterend, maar dit soort nummers zijn des te pakkender en hebben net zo veel te bieden. Van mij mogen ze vaker dit soort kortere, krachtige songs presenteren.
Festival komt bij diverse fans regelmatig voorbij als zijnde een hoogtepunt van dit album (dat deed het zelfs al voordat dit album streaming te beluisteren was). Het is uiteraard weer een langer nummer met een schitterende opbouw. Toch merk ik wel dat hoe geweldig ik dit nummer ook vind de verrassing er juist bij dit soort nummers vanaf is. Tromgeroffel en..... daar gaan we dan: hatsikidee naar een orgastisch hoogtepunt. We kennen dit nu wel. Voorlopig heb ik er nog geen genoeg van maar ze moeten oppassen dat dit geen gewoonte gaat worden, wat dat aan gaat vormen de frisse, korte nummers een uitstekende afwisseling op nummers als deze.
Het lijkt wel of de break in het vorige nummer ook langzamerhand zorgt voor een kentering op dit album. We hebben even kunnen genieten van een bibberend voorjaarszonnetje, maar het is nog lang geen zomer en het begint al wat te betrekken. Het wordt langzaamaan donkerder en de sfeer wat somberder.
Suð Í Eyrum is daar het eerste teken van. Het blijft beheerst en degelijk en aanvankelijk viel het nummer me niet eens zo erg op, maar het is het outro dat het toch zeker zeer bijzonder maakt en na wat draaibeurten is dit nummer wat uit zijn schulp gekropen om zich meer en meer aan mij te presenteren.
Ára Bátur is van het soort nummers waar ik altijd als een blok voor val: rustig begin op piano, gedragen, haast devote sfeer om vervolgens flink uit te pakken met een bombastisch orkest en koor. Het neigt wat naar kitsch misschien, maar ik vind dat dus geweldig. Wederom een enorm persoonlijk hoogtepunt.
Hierna is de sfeer op de komende nummers ingetogener en veel kleiner van vorm. Het akoestische Illgresi is de eerste van vier. Misschien dat sommige luisteraars er een akelig kampvuur-gevoel bij krijgen, ikzelf droom juist weg bij de eenvoud en puurheid. De strijkers worden subtiel toegevoegd en maken het een ontroerend nummer dat nergens klef wordt laat staan een 'without-youhoe' touch meekrijgt.
Waar dit nummer de akoestische gitaar als basis heeft daar is het op Fljótavík de piano. Ik heb al wat commentaar gelezen op de indeling van nummers op dit album; dit soort rustige nummers zouden te veel gebundeld staan aan het eind en zorgen voor een anti-climax. Ik vind het juist gedurfd om op deze manier een heel lang slotakkoord te maken, juist na dat vrolijke begin. Het brengt je in een sfeer waar het goed toeven is en juist doordat de nummers niet zo'n enorme tijdsduur hebben vind ik het ook zeer goed kunnen.
Straumnes zorgt er voor dat je even op adem kunt komen van alle pracht en geeft je tevens de kans je klaar te maken voor het echte slotnummer genaamd All Alright. Veel mensen keken hier argwanend naar uit omdat het het eerste nummer gezongen in het engels is. Engels? Echt waar? Je moet erg goed luisteren wil je dit kunnen horen. Alsof Jónsi niet echt durft of eigenlijk niet echt wil. Het is een typische Sigur Rós-afsluiter: rustig sfeertje met subtiele blazers-partijen.

Eens moet er een album komen dat me wat tegen staat, eens moet er bij mij verzadiging optreden. Het is in elk geval nog niet bij dit nieuwe album. Wederom is het een emotionele tour-de-force geworden en wederom is dit voer voor mijn eindejaarslijstje.
Het album zal ongetwijfeld blijven groeien (zeker als ik straks de cd zelf in handen heb). Puur genieten en totaal geen teleurstelling of wat dan ook bij mij.
Na de triestere slotakkoorden heb ik weer zin in wat vrolijks: kom, laat ik het maar eens opnieuw gaan opzetten. Laat Gobbledigook zijn werk maar weer doen.
En laten we hopen dat ze ons land ook nog gaan aandoen voor zaal-optredens want daar wil ik dan zeer zeker bij zijn.

avatar van Maiky
4,0
Ik heb 'm de afgelopen een bescheiden aantal geluisterd via Last.fm. Ik kan 'm nog niet dromen, maar dat komt wel als ik 'm uiteindelijk op cd heb. Of LP, dat is nog beter denk ik. Ik kan er mijn mening over vormen, maar eerst wil ik even een beetje offtopic gaan.

Sigur Ros is een band die ik, sinds mijn eenzame vakantie in Spanje waar ik ze ontdekt heb, enorm waardeer en die verreweg met ieder album mij enthousiast hebben weten te maken. De duistere geborgenheid van Ágætis Byrjun, het mysterieuze Von en het deprimerende doch wonderlijke (); om nog maar van de EP's en singles te zwijgen. De rode draad van hun muziek, die mij het meest aansprak, was de melancholie en het sprookjesachtige.

Na Takk... zakte de interesse enigszins, logischerwijs wellicht. Nog niet zo lang ben ik op een punt in mijn muziekleven gekomen dat ik een omslag aan het maken ben naar nog duistere uithoeken van muziek. De release van Takk... wachtte ik wat gespannen af; de overstap naar een groot label was erg spannend, maar Sigur Ros kwam er mee weg. Zelfs Hoppípolla kan ik enorm waarderen, en dat is een voor Sigur Ros begrippen een redelijk vrolijk nummer.

Die lijn die in Takk... werd ingezet. Wat meer opgetogen, wat vrolijker en toegankelijker. (Neem die begrippen met een flinke korrel zout overigens, want 'vrolijk' valt in de wereld van Sigur Ros nou ook wel mee.) En de eerste twee nummers van eð Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust (dit blijft een copy/paste optie) neigen daar ook naartoe. Gobbledigook was, de eerste keer dat ik 'm samen met mijn vriendin hoorde, niet in goede aarde gevallen. Gedeeltelijk denk ik daar nog steeds over; die clip vind ik verschrikkelijk. Dat terzijde. Maar Gobbledigook heb ik langzaamaan weten te waarderen. Met die aparte IJslandse indianengeluiden, de totaal van de muziek vreemde zang waren wat wennen; ik moest die lijnen nog wat rechttrekken. Zo halverwege het nummer dompelt het nummer je ook weer wat onder in van die typische Sigur Ros elementen; iets dat ik niet kan beschrijven. Geen hoogtepunt, dat dan weer wel, maar dit is zeer zeker acceptabel.

Inní Mér Syngur Vitleysingur is dan weer een tandje vrolijker, heeft wat weg van Hoppípolla, en ik zie in gedachten Jónsi al met een lach het publiek op Lowlands toezingen. (Waarschijnlijk zal het niet zover komen, die lach bedoel ik dan.) Maar het nummer heeft een mooie opbouw, is ook best wel aanstekelijk, maar is wellicht, net zoals de vorige, iets te vrolijk om echt een persoonlijk Sigur Ros klassiekertje te worden.

Góðan Daginn begint dan weer met een gitaar. Een gitaar zoals ik 'm zelden hoor bij Sigur Ros. Wat meteen opvalt is het hoge 'kampvuurgehalte' (ik heb die term ergens gelezen... ergens op MusicMeter?). Dit is zo rustig, lief, zacht; een leuk niets-aan-de-hand liedje. Een mooi liedje zoals ik 'm graag hoor, maar niet bijzonder.

Við Spilum Endalaust is dan weer een beetje vergelijkbaar met het ritme en de sfeer van het tweede nummer. En zoals de vorige, niet veel bijzonders, zij het dan dat ik mijn aandacht vaak meer bij Jónsi's stem leg; lijkt het nou alsof hij zijn stem in dit nummer gevarieerder gebruikt dan doorgaans?

Maar dan komt Festival. (He, geen copy/paste titel! ) Hier is iets moois mee aan de hand. Over de algehele lijn vind ik ook dit geen bijzonder nummer. Niet bijzonder binnen de muziek van Sigur Ros. Het rustige eerste deel en de grote climax in het tweede deel, ik ken het. En ik hou ervan. Maar de eerste helft van dit nummer is bijzonder. Het klinkt enorm rustig, bijna kerkelijk; zet er eens een orgel onder of iets dergelijks. Wat mij vooral in dit nummer aantrekt, is dat ik het gevoel krijg dat dit een behoorlijke krachttoer is wat betreft de zang. De afgelopen tijd ben ik een heel klein beetje mijn vraagtekens bij de zang van Jónsi in het algemeen gaan zetten, dat ligt misschien ook in de fase waar ik nu in ben, maar Festival brengt me weer helemaal terug naar de essentie van Sigur Ros' muziek; de prachtige, unieke stem van Jónsi. Dit is zo puur, dit is echt ontzettend mooi. En het blijft maar doorgaan en doorgaan en doorgaan en doorgaan en... Ik krijg er gewoon geen genoeg van! En die climax... Mwa, die wordt nu een beetje ondergesneeuwd door de rest van het album. En misschien is ondergesneeuwd niet de goede benaming. Maar op een of andere manier lijkt het wel een ietwat geforceerde manier, omdat het echt de enige grote wending is van de hele plaat. Als die aanbiddelijke zang er niet voor was gezet, was dit misschien een wat nietige poging geweest om de fans een plezier te doen. Een poging die ik dan toejuich, want ik mag dit wel. Die enorm lange opbouw, waar weer die heerlijke strijkers achter worden gezet, en de snelle drums die een ontlading aankondigen; van mij mag het allemaal.

Suð í Eyrum is dan weer een rustpunt om even bij te komen van... Tja, waarvan eigenlijk? Nou ja, hij is mooi, ontzettend mooi zelfs, met weer die rare geluidjes zoals je die wel vaker hoort. Maar niets had mij voor kunnen bereiden op wat komen zou. Want Ára Bátur is een briljante dat mij verreweg bij de eerste beluistering wist te betoveren. Alsof ik gapend van verbazing van het ene naar het andere fantastische kijk. De eerste noten bezorgen me al kippenvel, zetten het voorgaande (en het gehele oeuvre van Sigur Ros) in perspectief en laten mij, als ik 's avonds laat in bed met een goede koptelefoon aan het luisteren ben, constant aan mijn lieve Colette denken. Tranentrekkend mooi; die uitermate subtiele violen op de achtergrond kleden het geheel bijna onhoorbaar aan. Schitterende zang weer, ontzettend mooi. Als ik zeg dat ik hier geen woorden voor heb, lieg ik, maar sommige momenten zou je alleen maar moeten horen, moeten ondergaan, om exact te weten wat ik hier bedoel. Ik ervaar rust, een enorm gevoel van rust, fysiek, maar ook mentaal; het engeltjeskoor dat de zang begeleidt maakt me kalm, terwijl ik alle problemen, zowel werelds als persoonlijk, even achter me laat.

En dan heb ik nog niet de tweede helft gehoord.

Halverwege een moment van wanhoop. Het lijkt alsof er iets mis is. Wonderschoon, breekbaar en meesterlijk gezongen; dit nummer gooit pardoes Andvari van mijn persoonlijke eerste plaats van mooiste nummers ooit gemaakt. Kan zelfs het grote einde, met koor en al, niet doorbreken. Sigur Ros komt hier gewoon mee weg, met bravoure!

Na dit nummer kan alles wat volgt alleen nog maar tegenvallen. Dat is echter niet helemaal waar. Nog overmand door emoties probeert Illgresi je wat tot bedaren te brengen, alsof je na heel lang je adem ingehouden te hebben weer boven water komt en je gerust wordt gesteld met een kampvuur en vier muziektovenaars eromheen. het lijkt erop dat we diep in het tweede gedeelte van het album zijn; rustige liedjes, heel degelijk zelfs, en niet de opmerkelijke nummers die we van de voorgaande albums kennen. Dat is opmerkelijk en vraagt een andere benadering van de stof. Hoewel ik van de fangroep ben die de epische nummers prefereert voor de wat kortere, kan ik dit heel goed hebben. Van Illgresi tot All Right blijft het lekker rustig, en dat maakt het album erg anders dan de voorgaande.

Een overall mening is niet eenvoudig te geven. Aan de ene kant mis ik de lange, unieke nummers met ieder hun eigen kenmerken. Aan de andere kant juich ik deze richting ze juist toe. Uiteindelijk hoor ik in de toekomst liever weer wat meer speeldoosriedeltjes in een romantisch zwaarmoedige elfjes-sfeer, maar dit gaat er ook in als zoete koek. Sigur Ros (ik kan het bijna niet geloven, maar het is echt zo) weet mij met ieder album weer enthousiast te maken. Het zet de hele muziekbusiness zoals ik die op werkdagen de hele dag door op de radio hoor in een hele grote schaduw, waarbij ik de neiging krijg om naar de radiomakers van een 8FM, 538 of in Hemelsnaam, X-FM te schreeuwen dat zij hun horizon in vredesnaam moeten verbreden, want er wordt zo ontzettend veel moois gemaakt! Ik weet dat dit een kansloze gedachte is, maar waar het op neerkomt, is dat Sigur Ros met hun muziek nog eens benadrukken hoe goed echte muziek kan zijn. Een waarderend applaus!

avatar van otherfool
4,5
Sigur Ros maakt alle andere releases dit jaar weer eens hopeloos overbodig... Mensenkinderenlief, wat een schit-te-ren-de plaat is dit (opnieuw) geworden.

Gobbledigook deed de wenkbrauwen eerst even fronsen, maar ik kan nu al niet meer zonder. Fris en fruitig, door lengte en sound ook nog eens een nummer dat ik ongegeneerd op een verzamelceedeetje voor iemand kan zetten.

Inní Mér Syngur Vitleysingur is ook al zo'n vrolijk liedje, terwijl Góðan Daginn vooral heeel erg lief klinkt. Met Við Spilum Endalaust heeft Sigur Ros misschien wel haar meest poppy liedje ooit afgeleverd, zonder ooit de betovering te verliezen.

Festival lijkt de Milano van deze plaat te worden; te nadrukkelijk episch en lang. Na een vijftal luisterbeurten vind ik het wel een werkelijk prachtig nummer maar toch niet helemaal passen op deze plaat. Suð í Eyrum brengt me weer terug in Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust sferen (thank god for copy-paste!).

Het absolute hoogtepunt moet dan echter nog komen: Ára Bátur. Strenge critici zullen het einde wel weer kitscherig vinden maar ik krijg er steeds weer een euforisch gevoel van. Jaja, opwellende traantjes enzo...

Daarna is het bijkomen van het bombast met het mooie Illgresi waarna Fljótavík nog maar eens de hendel overhaalt en de emoties uit de boxen laat spatten... wat een prachtige song is dat!

Tussendoortje Straumnes brengt ons naar het heuse Engelse All Alright, muzikaal weer erg mooi en teder en hoewel ik Jonsi toch liever in het IJs/Hooplands hoor is ook dit 'experiment' bijzonder geslaagd te noemen.

Oftewel: wat een unieke band, wat een hemelse sound, wat een meesterwerk...

4,5*.

PS prachtige hoes!

5,0
Sigur Rós - Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust

Sigur Rós, een band die naar mijn mening steeds beter wordt. Waar Agaetis Byrjun en ( ) mij vrij snel wat gingen vervelen, hoewel daar ook een aantal heerlijke trage nummers op staan, kon Takk... mij mateloos boeien. Die laatste plaat wekte daarom mede met het feit dat ze op Lowlands komen mijn interesse. Zou deze plaat net zo goed zijn als Takk..? of zakte het in. Uiteindelijk gedownload en beluisterd en na een periode van inwerking zal ik er nu eens even mijn subjectieve mening laten lezen.

De eerste verrassing komt gelijk in het begin, Gobbledigook klinkt fris en zet gelijk te toon voor een minder winters plaatje dan de voorgangers. De lente is begonnen, prachtige klanken vullen mijn oor en langzamerhand word ik meegesleurd naar Inní mér syngur vitleysingur. Inní mér syngur vitleysingur met de typerende Sigur Rós geluidjes die allemaal zeer natuurlijk aandoen. Verder lijkt het dat de climax in dit nummer helemaal uit blijft, omdat het hele nummer op zich al een climax is. Maar neen, er komt toch een leuk stukje muziek dat je als climax zou kunnen beschouwen. Nu wordt de honger naar een mooi episch nummer zoals op de voorgangers van dit album toch wel groot, de nummers zijn allemaal wat kort en het verhaal lijkt te ontbreken. Sigur Rós is echter nog niet klaar met de korte nummers; Góðan daginn volgt Inní mér syngur vitleysingur op en lijkt wat minder sprankelend dan de voorgaande nummers. Toch is dit nummer weer enorm sfeervol en zou ik het kunnen vergelijken met een regenbuitje in de lente. Dit is dan een nummer zonder climax, het blijft een beetje doorregenen en er gebeurt vrij weinig. De sfeer in dit nummer is alles. Geen toeters en bellen, alles is rustig en zacht en dat blijft het ook.
Við spilum endalaust zet dan de toon voor een hernieuwde vrolijkheid, te horen aan de heerlijke basedrum. Hierna valt al snel de stem in en worden er een hoop instrumenten uit de kast gehaald die alvast een klein beetje van het oude Sigur Rós geluid tevoorschijn toveren. Dit gaat een tijdje zo door met af en toe een kleine pauze. Voor zover blijkt dit weer een parel te zijn. Kort maar krachtig. De opmaat voor. De opmaat voor een geniaal hoogstaand en voor het eerst een nummer met wat lengte. De eerste epos wordt nu opgevoerd; Festival. Het begint wat rustig en vredig, maar ontspint langzaamaan tot een prachtstuk muziek als de drum invallen en uitmondt in een orkaan van muziek, klank en geluid om af te sluiten met wat vreemd gefluit. Hemels om naar te luisteren en een nummer dat ik kan gaan rekenen tot de besten van Sigur Rós.
Suð Í Eyrum vervangt Festival. Leuke piano, rustiek zoals vele nummers. Verstand op nul en luisteren. Dit nummer heeft echt iets ontspannends. Het heeft een verslavend effect. Geestveruimend. Net als wiet. Alleen is dit gezonder. Een nummer dat ik zou kunnen vergelijken met Góðan daginn. Alleen is dit toch een tikkeltje mooier, vrolijker en vormt het een geweldige opmaat (de tweede alweer) voor Ára Bátur. Het tweede "epos" op deze CD. Minder lang dan Festival, maar zo mogelijk nog beter. Het heeft net iets meer inhoud, net iets meer gevoel en het is net zo onstpannend als Suð Í Eyrum. Verder is het grote voordeel aan dit nummer in vergelijking met andere post-rock nummers dat het niet in oeverloze geluidjes verzandt. Hoewel dat af en toe ook wel eens prettig is natuurlijk. Maar Sigur Rós krijgt het voor elkaar om mij zo te boeien dat ik op precies het goede moment het "volumeknop-naar-rechts-gevoel" krijg. Het moment waarop ik heb gewacht, het moment waarmee dit nummer zich kenmerkt en waardoor het zich het beste nummer van de CD mag noemen, piano bouwt op, stem valt in en dan gebeurt de rest in exponentieel tempo. Het volume gaat nog iets harder, de eerste haartjes op mijn arm beginnen overeind te staan als reactie op dit alles. 2 Seconden later heb ik overal kippevel. Jankend mooi. Waarna het is afgelopen...
Illgresi moet het stokje dan overnemen. Illgresi heeft dus de eer om de moeilijkste positie op een CD in te nemen. Dat lukt geweldig. Het volume is na Ára Bátur open blijven staan en gaat nu langzaam weer wat terug. Hoe het kan weet ik niet, maar Illgresi weet het kippevel in stand te houden.
Het ongelofeloze aan dit album is dat er nog een song volgt die dit niveau vasthoudt en aan Ára Bátur kan tippen. Fljótavík is de naam. Prachtige klanken brengen ook dit nummer weer naar een ongekend hoogtepunt. Alsof ik bovenop een bergtop een vogel sta na te doen. Helaas is dit een wat kort nummer. Al kan het korte zo bewijst Straumness. Straumness is eigenlijk een soort interlude waar ik niet heel veel waarde aan hecht. Toch is het op zich een behoorlijke verademing na het voorgaande geweld en vormt het een prima intro voor het nummer dat komen gaat en dat tevens deze CD die al niet meer stuk kan gaan afsluit: All Alright.
Een nummer dat begint met enkele losse tonen op de piano. Met op de achtergrond de resten van Straumness. All Alright verteld mij dat alles goed komt en dat ik het album gewoon op de repeat kan zetten zodat ik nog langer van dit album kan genieten. Werkelijk waar.

Sigur Rós heeft weer een meesterlijk stukje muziek afgeleverd, de beste die ik tot nu toe van ze gehoord heb. Momenteel ook mijn favoriete plaat. Daarom ken ik aan dit fantastische album van deze meesterlijke band 4,5* toe.

3,0
Dit album heeft een beetje vreemde opbouw vind ik. Het begint met een aantal poppy nummers à la Hoppipolla, alleen klinkt het hier bijna infantiel. Vanaf Festival komen de verstilde soundscapes, waar Sigur Rós vermaard om is, wat meer naar voren. Alleen is Festival geen sterk nummer. Dat valt wel te zeggen over Suð í Eyrum, Ára Bátur en Fljótavík. Tijdens All Alright ben ik helaas in slaap gevallen, waar Sigur Rós wel vaker balanceert op het randje mooi/slaapverwekkend, is dit er toch echt overheen. Al met al valt het me niet echt mee, ik twijfel tussen 3* en 3,5*, maar ik geef toch maar 3,5* voor het mooie middenstuk.

avatar van unaej
'Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust' werd door de critici vanuit de Belgische pers met de nodige scepsis ontvangen. Terecht wat mij betreft, want 'Sigur Rós' lijkt van zijn eigen, diep melancholische stijl een karikatuur te hebben gemaakt. Het "eideloze gezoem" begint zelfs opvallend vrolijk, analoog met het visuele aspect van hun set op Werchter (gisteren): felle kleuren en witte pakken moesten een bepaalde hoop uitstralen. Maar wie grijpt naar onze Ijslandse vrienden voor een portie vrolijke muziek?

We mogen ons echter niet blindstaren op het feit dat 'Sigur Rós' als het ware "neergesabeld" werd. Alles bij elkaar is het zo slecht nog niet dat ze met deze lichte "stijlbreuk" op de proppen komen, maar het lijkt alsof de bandleden hun muzikaliteit moeten heruitvinden: het klinkt allemaal ontzettend homofoon en meer dan ooit lijken de instrumentalisten ondergeschikt aan de vocale lijnen. Ergens in het midden flakkert de hoop alsnog op, als 'Festival' ontaardt in een grootse drumsolo en ook de twee opvolgers de traditie van de vorige albums weer even oproepen. Helaas verzandt het album dan weer in een eerder oppervlakkige mijmering die mij niet mee over de streep krijgt...

We mogen echter niet teveel over onze schouders kijken naar wat is geweest. 'Sigur Rós' treedt met 'Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust' in een internationaal daglicht. Dat de oudere fans hun werk in vraag stellen zal waarschijn de nodige twijfel zaaien onder de groepsleden. De volgende plaat kan daardoor alleen maar beter worden...

avatar van Martin Visser
4,5
Magnifieke Sigur Rós vernieuwt, maar niet heus

De vier IJslandse postrockers van Sigur Rós zijn groot geworden. Op Rock Werchter waren ze volgens De Standaard het hoogtepunt en dit najaar treedt band op in Vorst Nationaal en de Heineken Music Hall. En dat is bijzonder, want Sigur Rós maakt zeer introverte en tegelijkertijd explosieve elvenmuziek. Breed uitwaaierende songs, ijle engelenzang, met een strijkstok bespeelde gitaren die voor dramatische effecten zorgt, dan weer ingehouden, dan weer ongegeneerd bombastisch, maar altijd onnavolgbaar en meer intuïtief dan rationeel.

Maar toch, de vonk is overgesprongen en het zij ze gegund, want de muziek van Sigur Rós behoort tot het beste wat dezer jaren te horen en zien is. Vooral spannend was hoe de band zich zou gaan ontwikkelen? Het tussendoortje Hvarf/Heim uit 2007 bracht veel akoestisch gespeelde bekende nummers. De laatste volwaardige plaat was Takk uit 2005 en daarop was al een grijpbaarder en meer poppy geluid te horen. Het was een mooie plaat, maar iets van de magie van toppers Agaetis byrjun en ( ) was verloren gegaan. Hoe zou het verdergaan met Sigur Rós nu ze naar het grote EMI zijn overgestapt?

Ik heb zeer goed nieuws (dat overigens niet zo nieuw meer is, gezien de talloze enthousiaste recensies die al verschenen zijn): Med sud i eyrun vid spilum endalaust (vertaald: 'with a buzz in our ears we play endlessly') is een prachtplaat die het mooiste van de klassieke albums en Takk combineert. Het is een plaat om geen genoeg van te krijgen. De nieuweling biedt afgeronde liedjes van 3, 4, 5 minuten én een paar languitgesponnen nummers die meer aan de klassieke Sigur Rós doen denken.

Afgaand op opener Gobbledigook en het daaropvolgende Inní mér syngur vitleysingur doen vermoeden dat het roer helemaal om is. Het eerste nummer is vrolijk en uptempo zoals we dat bij deze band nog niet eerder gehoord hebben. De vrolijkheid en uitbundigheid doen met name aan Animal Collective en Super Furry Animals denken. Dan volgt een Arcade Fire-achtig nummer, dat wel de extase en opzwependheid heeft die we van Sigur Rós kennen, maar dan niet de ijle, mysterieuze variant, maar de rijkgeïnstrumenteerde en uitbundige.

'...doen vermoeden...' schreef ik in de voorgaande alinea over de start van dit album. Want het lijkt zeven minuten lang alsof er een nieuwe Sigur Rós is opgestaan die de oude volledig achter zich heeft gelaten. Maar dat is gelukkig niet zo. De eerste twee nummers zijn visitekaartjes van de nieuwe band. Ze zeggen: dit kunnen we ook. Maar de band maakt ook nog steeds melancholische, ingetogen muziek. En ook dramatische, bombast zoals op hoogtepunt Festival. Het nieuwe geluid is de moeite, maar opvallend is dat dit nummer, dat zo op een oude plaat had kunnen staan, toch mijn favoriet is. Of dat iets over Sigur Rós zegt of over mijn conservatisme, weet ik eigenlijk niet.

Ik blijf gek op de Sigur Rós die er zwaar gitaargeweld, duistere drums, strijkers en engelenkoren bij haalt. En dat gebeurt op enkele nummers op het tweede deel van het album. Dan trekt zanger Jónsi zich weer terug in zijn onbegrijpelijke wereld, gaan zijn ogen dicht (zo stel ik me dat voor) en gaat zijn falsetstem de hoogte in. In 8, 9 minuten worden dan stiltes opgezocht om daarna de climax te zoeken en zonder ingetogenheid helemaal los te gaan, te zwelgen in het drama.

avatar van Woody
4,0
Ik las eens een stuk over dat Sigur Ros 1 van de meest onbegrepen bands ter wereld was. Een band met veel potentie maar die niet helemaal begrepen werd door het grotere publiek. Nu hebben ze een plaat gemaakt die begrepen wordt en daardoor kan je het album toegankelijker noemen. maar om nu te zeggen dat ze zichzelf verloochend hebben gaat wat mij betrefd wat ver...

4,0
De nummer 1 van 2008 wat mij betreft. Eigenlijk de nummer 2, want Bon Iver is het mooiste wat ik dit jaar gehoord heb, helaas kwam die nog net uit 2007. Maar deze misstaat ook niet bovenaan de jaarlijst. Een heerlijk levenslustig werk. Sigur Ros durft de zware geluiden voor een keer te vervangen voor de akoestische gitaar. En weet tegelijkertijd toch zo'n typisch eigen geluid te behouden. Gobbledigook is misschien wel de single van 2008 voor mij. Met gitaren en drums die in eerste instantie totaal niet op elkaar afgestemd lijken, maar na tien pogingen begin je pas te beseffen dat het niet beter had gekund
Festival met de fantastische climax die na de live uitvoering op Lowlands nog wat extra waarde heeft gekregen. De geweldige feestnummer Inni Mer Syngur en Vid Spilum Endalaust tonen de nieuwe invalshoek het beste aan. Jammer alleen dat deze nummers geen mooie clips hebben gekregen zoals we gewend zijn van SR.
Ara Batur is misschien een klein beetje overdone. Maar wel erg mooi. Met een climax van bijna disney achtige proporties.
Daarna is het tijd voor het intieme deel van dit album, voor zover het nog niet intiem was dan. Heerlijke nummers zijn vooral het akoestische Illgressi en de piano ballad Fljotavik.
Het slotstuk is natuurlijk ook een memorabel moment in de Sigur Ros geschiedenis, het eerste Engelstalige lied!

Sigur Ros heeft me zeker niet teleurgesteld hier. Niet zo fantastisch als Takk misschien, maar op zijn eigen manier toch een klein pareltje.

avatar van Co Jackso
4,0
Wat een heerlijk album van Sigur Rós. Het grootste deel van het album is simpelweg perfectie. Dit soort lichtere nummers kan ik uitstekend waarderen, vooral wanneer dat gebeurt zoals in Inní Mér Syngur Vitleysingur. Daarnaast vormen Festival en Ára Bátur een tweetal epische nummers die nergens te sentimenteel worden. Ook het pareltje Fljótavík is bijna magisch te noemen.

Met de opener van het album, Gobbledigook, heb ik wat minder. Hierbij gaan ze wat mij betreft iets te ver, hoewel het als albumopener best geschikt is. Verder staan er weinig misstappen op het album, al behoort All Alright niet bepaald tot mijn favorieten.

avatar van Gloeilamp
4,5
Sigur Rós - Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust (2008)

Alweer een prachtige plaat van Sigur Ros.

Een album dat bij de eerste luisterbeurt al aansloeg. In tegenstelling tot Agaetis Byrjun en ( ) is dit een zomers en fris plaatje. De opener laat dat al duidelijk horen, een mooie melodie met de herkenbare stem van Jonsi.

Hierna volgt een viertal fantastische nummers, Inní Mér Syngur Vitleysingur en Við Spilum Endalaust hebben beiden een sterke melodie en zijn bijna mee te zingen. Góðan Daginn is weer een typisch Sigur Ros nummer.

De echte parel is Festival. Een nummer wat rustig opbouwt naar een fantastische climax. Nog altijd een van mijn favoriete nummers van Sigur Ros.

Með Suð í Eyrum en vooral Ára Bátur zijn weer kippenvelmomenten. En in Ára Bátur volgt weer een prachtig slot.

Illgresi is een makkelijker nummer. Alleen gitaar en de stem van Jonsi. Hier heeft de band genoeg aan want ook dit is een prachtig nummer.

Hierna volgt nog een favoriet van mij: Fljótavík. Ik ben dit nummer pas echt goed gaan vinden na de prachtige live-uitvoering op Inni, die ik nog steeds beter vind dan de studioversie.
De piano in dit nummer spreekt me erg aan, en de hoge noten van Jonsi sluiten daar mooi op aan.

Straumnes is een mooi rustpuntje, waarna het slot van het album volgt, All Alright. Weer een rustig nummer waarin de prachtige stem van Jonsi de hoofdrol heeft. Een heel mooi einde van Með Suð Í Eyrum Við Spilum Endalaust.

Na ( ) en Agaetis Byrjun mijn favoriet van Sigur Ros: 4,5*

avatar van IllumSphere
3,0
Toen men zei tegen mij dat Sigur Rós met deze plaat een stuk meliger zou klinken, stond ik dat vol ongeloof te lezen. Hoe kan een band als Sigur Rós nou melige muziek maken ? Ára Bátur klonk misschien wat meer dramatischer dan bijvoorbeeld een Samskeyti, maar om het dan als melig te bestempelen vond ik raar. Nu is dit album enkele seconden op zijn einde gelopen en ik moet toegeven dat ik die redenering wel kan begrijpen. Men gebruikt het woord commercieel tegenwoordig als scheldwoord, maar in dit geval klinkt het daadwerkelijk commerciëler, in de mate dat een band als Sigur Rós commercieel kan zijn.

In het begin vond ik Ára Bátur een geweldig nummer, maar na enkele luisterbeurten vervalt het succes een beetje en vind ik het ook een melige plaat die op sommige momenten te dramatisch wordt. De charme blijft wel, maar het is een charme geworden waar genoeg ook genoeg betekent.
Een ander opvallend nummer is Festival die in het begin eerst wat rustig voort kabbelt, maar op een gegeven moment een ontploffing kent à la Coldplay ten tijde van Viva La Vida. Nu is dit louter een vergelijking en bedoel ik nergens dat het heeft afgekeken van Coldplay of dat het helemaal klinkt als Coldplay. Het derde en laatste opvallend nummer is Gobbledigook die een tempo heeft die niet bekend is in andere Sigur Rós platen. Dit nummer klinkt een stuk commerciëler en zou eigenlijk wel passen op de radio.

Om eerlijk te zijn vind ik dit de minste Sigur Rós plaat die ik al gehoord heb. De nieuwe weg dat Sigur Rós genomen heeft op dit album, om waarschijnlijk metaalmoeheid te voorkomen, bevalt me niet zo. Nu klinkt het nog altijd bovenmaats, maar de melancholie die andere albums hadden wordt omgeruild voor te dramatische stukken, te euforische stukken en ontploffingen die ik liever zie doen door andere bands. De intentie van Sigur Rós was goed bedoelt, daar ben ik zeker van, maar het was beter geweest als het wat minder was. Eens kijken wat Valtari zal geven.

4,5
Dit is een mooie tijd om alle Sigur Ros albums weer eens door te ploegen. Te beginnen met deze, omdat dit mijn eerst Sigur Ros plaat was.

Misschien dit dat wel mijn favoriet is uit het goed gevulde repetoirde van de band. De kenmerkende bombasitische sfeerscheppingen zijn ook hier aanwezig. Daarbij is de afwisseling door wat kortere uptempo nummers zeer geslaagd te noemen. Mist wellicht een beetje de magie van een (), maar blijft wel veel langer interessant.

Gast
geplaatst: vandaag om 01:30 uur

geplaatst: vandaag om 01:30 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.