Soms vraag ik me wel eens af hoe het kan, zoveel artiesten en bandjes beginnen tegenwoordig zo veel belovend en dan een paar albums later willen we ze weer snel vergeten. En dat terwijl Bruce Springsteen al decennia lang vrijwel alleen ijzersterke albums maakt. Natuurlijk zijn ze niet allemaal even goed of briljant maar echt middelmatig of erger word het nooit. Zelfs de grote der aarde zoals Paul McCartney of Bob Dylan hebben matige tijden gekent, Bruce echter niet. De man blijft zich opnieuw uitvinden en schuwt het niet om na een succesvolle formule een totaal andere aanpak te kiezen, zo kwam hij na het succes van “Born to Run”, “Darkness on the Edge of Town” en “The River” met een album dat eigenlijk bestond uit demo’s dat daarna door velen als z’n beste werkt word beschouwd genaamd “Nebraska”
Na twee wat mindere albums begin jaren 90 zonder de geliefde E Street Band(minder ten opzichte van Bruce andere werk in iedergeval) en het ingetogen “Ghost of Tom Joad” keert hij met diezelfde E street band terug met het briljante “The Rising”. Na nog twee projecten zonder de E street band(“We Shall Overcome” en “Devils and Dust”) zette Bruce de samenwerking met z’n oude makkers weer voort en dat brach “Magic” wat wederom een geweldig album was. De tour die bij dat album hoorde was behoorlijk succesvol gezien de 100 shows die vrijwel overal ter wereld helemaal uitverkocht waren. Je zou verwachten dat je tijdens zo’n tour weinig spirit over hebt(zeker gezien de gemiddelde leeftijd van de band) om tussendoor nog een album op te nemen, nou dan ken je Bruce en de leden van de E Street Band niet.
En wat een album is het geworden zeg!
Het begint meteen goed met de geweldige opener “Outlaw Pete”, je hebt gelijk door dat je met Bruce te maken hebt. Hoewel het toch ook wel weer een ander geluid is dan op “Magic”, zo word maar weer bewezen wat ik hierboven al heb gezegd. Het tweede nummer “Lucky Day” is voor mij de “Radio Nowhere” van WOAD, het rockt, je krijgt het niet uit je hoofd, echt een lekker nummer. “Working on a Dream”, opgedragen aan Barack Obama en kenmerkend voor het hele album. Het nummer straalt hoop voor de toekomst uit, in tegenstelling tot “Magic” dat eerlijk gezegd een stuk somberder was. “Queen of The Supermarket” is een nummer dat aangeeft wat de voornaamste kwaliteit van Bruce is; alledaagse dingen die de gewone man meemaakt en voelt op een briljante wijze verwoorden. Nog nooit werden alle clichés zo prachtig samengegoten! “What Love Can Do” en “This Life” maken wat minder indruk maar dat heeft niets met de kwaliteit te maken, het zijn gewoon nummers zoals bijvoorbeeld “Girls in Their Summer Clothes” van “Magic” rock nummers met een poprandje en typisch Bruce. “Good Eye” maakt dan weer wel veel indruk, een nummer dat je totaal niet zou verwachten. Bluesy, ruig mischien wat vaag en enorm goed. “Tomorrow Never Knows” is zoals bekend niet de Beatle klassieker, het een lekker country, folk achtig nummertje dat zo van “We Shall Overcome” zou kunnen komen. Wederom een nummer dat we nu al tot een klassieker van Bruce kunnen noemen: “Life Itself”. Ik heb iemand hier zien zeggen dat dit het beste is wat de man de afgelopen 20 jaar heeft gemaakt en ik durf(met lichte twijfel tegenover “Devils Arcade” en “Land of Hopes and Dreams”) met die bewering mee te gaan, wat een briljant nummer. “Kingdom of Days” mag zich bij “What Love Can Do en “This Life” voegen, uitstekend nummer dat typisch Bruce is maar toch(net als het hele album) toch weer enorm anders is dan de nummers op “Magic” en “The Rising”. “Suprise, Suprise” is dan het minste nummer van het album, het is wel erg cheesy hoor. Toch zou ik blij zijn als ik zo iets kon maken

Het nummer dat het officiële album afsluit, “The Last Carnival” is een duidelijke ode aan Danny Federici die helaas vorig jaar veel te vroeg is overleden, en het is ook echt een ode die bij hem past. Het bonusnummer, “The Wrestler” is een prachtig nummer en veel meer kan ik er niet echt over zeggen. We zijn van Bruce gewend dat hij prachtige nummers maakt dus tja…
Al met al is WOAD een geweldig album dat ik keer op keer wil luisteren, repeat, repeat, repeat. Het is nog beter dan “Magic” en dat zegt veel, het is een gevarieerd album en een opgewekt album.
Wat me wel opviel is dat er zeer weinig Sax solo’s voorbij komen en dat drukt me met de neus op de feiten, want hoewel de heren nog een geweldig album hebben afgeleverd worden ze er niet jonger op en vooral bij de 67 jarige Big Man is dit een steeds groter wordend probleem. Ik hoop dat ze in ieder geval nog één keer gaan touren, want een album als dit verdient gewoon een tour.