Er zijn platen die je meteen betoveren, je voor een week of twee in de greep houden en daarna weer langzaam verdwijnen, om af en toe nog eens terug te komen. Er zijn ook platen die je na een eerste, een tweede, zelfs een derde luisterbeurt weinig tot niets doen. Platen die je desondanks toch blijft luisteren, omdat je wil begrijpen waarom zoveel mensen dit zo goed vinden. En soms, soms gebeurt het dat die plaat van grijze rups alsnog transformeert in een indrukwekkende vlinder. Zo’n plaat is ‘Funeral’ van Arcade Fire voor mij. Het heeft erg lang geduurd vooraleer ik het ook maar wist te waarderen, maar toen die klik er eindelijk was, begon het meesterwerk dat deze plaat toch wel is zich langzaamaan te ontvouwen, laag per laag begon me meer en meer te charmeren, tot ook het totaalplaatje klopte als een bus. En nu, ik weet zelfs al niet meer wanneer ik de plaat voor het eerst beluisterde en afkeurde, ben ik er eindelijk toe gekomen om eens een stukje te schrijven bij één van mijn favoriete platen van dit nieuwe millennium.
De hoes past perfect bij de muziek; ze ademt de sfeer van vervlogen tijden uit, die ik nooit heb meegemaakt. Tijden waarin de Kerk nog oppermachtig was, en kunst floreerde. Renaissance, en barok. Stijl en klasse straalt de hoes uit. een hand houdt een inktveer vast, waarmee men vroeger dunne vellen papier beschreef, tot het kostbare manuscripten werden. In de binnenhoes zien we een deel van het bovenlichaam van een dame in voor die tijd typische kledij, en een andere hand, met lichtjes gekromde vingers, die enkele bloemen vasthoudt. Dit alles opgemaakt in vale kleuren. Het CD-boekje bevat een zwart-wit foto van de leden van dit collectief, met Régine Chassagne in het midden, zedig zittend op een stoel. De lyrics bevinden zich ook in dat boekje, en dat vind ik altijd een enorm pluspunt. Ook een lijstje met artiesten die aan dit album meegewerkt hebben; zo zie ik dat Sophie Trudeau van Godspeed You Black Emperor! op ‘Wake Up’ viool speelt. Ik hou wel van dat soort details.
De titel is, zoals velen van jullie reeds weten, niet willekeurig gekozen; de grootmoeder van Chassagne. De grootvader van Win en Will Butler. De tante van Richard Reed Parry. Zij overleden in een periode rond en tijdens de opnames van ‘Funeral’. Vandaar waarschijnlijk dat gitzwarte randje dat er toch omheen hangt. Maar dit album is zoveel meer dan een postuum eerbetoon aan de overleden personen; het is een boodschap voor de hele wereld, met universele thema’s als liefde, familiebanden, tristesse, ennui en de oude dag. Die vaak wat raadselachtige teksten (voer voor eigen interpretatie, dus) zijn wat mij betreft toch wel een serieuze troefkaart.
De muziek dan maar. Het eerste deel van’Funeral’ is opgebouwd uit de Neighborhood-cyclus, met ‘Unne année sans Lumière’ daar vreemd genoeg tussen. ‘Neighborhood #1 (Tunnels) is meteen een prachtig nummer, we maken kennis met de stem van Win Butler, die altijd op het randje lijkt te zingen, en daar soms ook overgaat. We maken ook reeds kennis met die geweldige manier van opbouwen die Arcade Fire kenmerkt; laag per laag wordt die song opgebouwd, en naar een climax gestuwd. Alles aan dit nummer is meeslepend; de gitaarriff, het verdwaalde pianoriedeltje dat zich soms mengt; en natuurlijk die zang van Win Butler. Velen struikelen erover, ik vind het werkelijk fantastisch.
‘Neighborhood #2 (Laïka)’ is uitgegroeid tot één van mijn favorieten. De song lijkt te gaan over de broer van Win en Will Butler, die hier wordt afgeschilderd als een vrijbuiter, een eigenzinnig figuur. Of het ook echt autobiografisch is, daar hebben we het raden naar. Wat wel een feit is: de toevoeging van accordeon levert magische momenten op. de zang is de hele song lang waanzinnig, zeker als Chassagne invalt. De tekst is raadselachtig, maar prachtig: “Alexander, our older brother; set out for a great adventure; he tore our images, out of his pictures; he scratched our names out of all his letters”. Het geeft me een levendig beeld van waar het over gaat, ik kan me perfect inleven in de situatie.
‘Une année sans Lumière’ lijkt een rustpunt te zijn, welgekozen bovendien. Het opmerkelijke is dat Engels en Frans door elkaar worden gebruikt. Het lijkt een nummer dat rustig indommelt, en zal afklokken op een kleine drie minuten. Die laatste minuut is dan ook een ware verrassing (en dat zal niet de eerste keer zijn dat ze de luisteraar op het verkeerde been zetten, zal later blijken). Een versnelling wordt ingezet, om daarna de song in alle rust te laten wegfaden. Nog een opmerking: het drumspel is hier erg simpel, maar o zo efficiënt.
Verder met de Neighborhood-cyclus, want ‘Neighborhood #3 (Power Out) zet meteen verschroeiend in. Het gebruik van de xylofoon, wat deze toch wel zware song iets luchtigs geeft, vind ik werkelijk geniaal! Het drumritme stuwt de song voort, en die gitaarhook die er enkele keren in voorkomt , behoort ook tot één van mijn favoriete gedeeltes; zo verslavend. Dit nummer heeft alles van een stadionrocker, maar wijkt er tegelijkertijd ook weer zo erg van af, wat van Arcade Fire toch wel een vrij uniek fenomeen maakt. De cello doet ook z’n werk hier, melancholie wordt op de spits gedreven, in deze heerlijk uitdijende song. Het spelplezier spat er toch ook van af, vind ik, als je Win Butler z’n ding hoort doen (hij gaat lekker loos), en als ik m’n ogen sluit, kan ik me inbeelden dat de band het erg naar z’n zin heeft.
‘Neighborhood #4 (7 Kettles)’ sluit de cyclus, en daarmee ook het eerste deel van de plaat, af. Het mooie aan deze song is dat je ook echt theeketels hoort fluiten. Het is een meer ingetogen song, met innemend vioolspel en een ingehouden gitaarlijntje. En toch voel je die spanning des te meer; de koude rillingen verdringen zich om over m’n rug te mogen lopen. Vooral bij het vioolspel. “You gotta give it time”, zingt Butler. Brandend actueel in een tijd waarin alles zo snel mogelijk moet verlopen. Het leven is een heuse rat race, en iedereen doet eraan mee, gedwongen of ongedwongen. Enkele lichtpunten in de duisternis preken vanachter hun hoogstoel, zo ook de mensen van Arcade Fire.
‘Crown Of Love’ zet zich in, meteen erg zwaar en emotioneel klinkend, maar o zo mooi. Dit nummer is na verloop van tijd een echte meezinger geworden voor mij; als ik het hoor, kan ik het niet laten om m’n scheur Butlergewijs open te zetten en uit volle borst mee te janken. Chassagne mag ook nog eens zingen, als background-engeltje. Er gaat een zekere statigheid uit van deze song, niet in het minst dankzij de dramatische strijkers. ‘Crown Of Love’ is een gitzwarte wals, met wederom een verrassend einde. Weer een versnelling hoger, tja. De violen lijken helemaal gek te worden.
‘Wake Up’ is een heus theaterstuk, bestaande uit twee bedrijven. Het eerste bedrijf is verpletterend zwaar, dramatisch, ondraaglijk. Die tekst is ook zo zwart en pessimistisch: “Somethin’ filled up my heart with nothin’, someone told me not to cry; but now that I’m older, my heart’s colder, and I can see that it’s a lie”. De angst voor de dood spreekt ook erg uit dit nummer. Instrumentaal voel je een beetje dat dit nummer een heel ander slot gaat krijgen dat het begin. Na 3 minuten 50 seconden begint het tweede bedrijf. Luchtigheid valt in. Het intens genietende publiek mag meedoen op de achtergrond (ik doel dan op die samenzang). Het nummer kent op het einde nog een bescheiden vocale uitbarsting van Butler (daar hoor je al in terug wat je in 2010 kon horen in ‘Month Of May’).
‘Haïti’ is een nummer dat Chassagne eens voor haar rekening neemt. Meteen vraag ik me af waarom zij niet meer mag zingen; ze heeft namelijk een prachtige stem, die me enorm aanspreekt. Het is een frivool nummer, maar de tekst is vrij donker. Toen ik het nummer voor het eerst beluisterde, dacht ik: “Wat bazelt zij nu? Is het Arabisch of zo?”, maar het is dus weer Frans dat tussen het Engels vermengd wordt. Canada, een land van twee talen. Ook Haïti is brandend actueel, kijk maar naar de aardbeving die er vorig jaar als een bom insloeg. Nu ga ik niet beweren dat Arcade Fire die aardbeving voorspeld heeft, dat zou een beetje kortzichtig zijn. Het geeft wel aan dat de muziek van Arcade Fire niet tijdsgebonden is.
De overgang naar ‘Rebellion (Lies)’ is naadloos. Je hebt zelfs niet door dat er een andere song begint. De bas is hier de stuwende kracht, waarover dan instrument per instrument wordt gedrapeerd. Piano, viool, gitaar. Win Butler zingt weer, en doet dat nog altijd even bezwerend. Dit is een heus prijsnummer, eigenlijk het enige nummer dat ik meteen erg goed vond. Nu zou de typering “erg goed” deze song simpelweg tekort doen. Hier kan je simpelweg niet op stilzitten. Een fantastisch staaltje van songwriting en componeren. Best wel vreemd eigenlijk, dit soort muziek is normaal gezien niet erg dansbaar, maar ‘Funeral’ wel. Arcade Fire maakt er een groot feest van, weliswaar in mineur; dat zwarte randje blijft in elke song zitten.
De afsluiter vinden velen betoverend mooi, en bij mij heeft het lang geduurd, maar ach. Je kan er niet omheen, natuurlijk, en op den duur raak je in de band van zo’n song. De spookachtige, ijle stem van Chassagne zit daar natuurlijk voor iets tussen, en ook de intrieste tekst van het nummer. ‘In The Backseat’ is de song bij uitstek om een trauma te relativeren. En wijkt ook behoorlijk af van de andere songs op deze plaat, vind ik. Mooie strijkersarrangementen nemen je mee op sleeptouw, af en toe wordt de song wat drukker, en we horen ook blazers (volgens het boekje is het een hoorn). Deze zaken zorgen voor extra cachet, extra inlevingsvermogen, extra emotie ook. Na bijna vijf minuten begint de song langzaam weg te sterven, en bedenk ik mij dat die albumtitel toch wel erg treffend is. Niet alleen voor de omstandigheden eromheen, maar ook gewoon voor de hele plaat. Net als een begrafenis werkt deze plaat enorm op het gemoed, en ik kan dit niet op alle momenten van de dag aan. Ik kan er intens van genieten, en oprecht heel triest van worden, zonder daarbij te vergeten dat het leven niet altijd een feest is, maar het toch altijd zijn mooie momenten zal hebben.
Om aan te geven dat we met uitmuntende songschrijvers te maken hebben, enkele van mijn favoriete passages:
“You change all the lead, sleepin’ in my head to gold” (Neighborhood #1 (Tunnels))
If you want somethin’, don’t ask for nothin’; if you want nothin’, don’t ask for somethin’” (Neighborhood #2 (Laïka))
“And the power’s out, in the heart of man; take it from your heart, put in your hand” (Neighborhood #3 (Power Out))
“Sleeping is giving in, no matter what the time is; sleeping is giving in, so lift those heavy eyelids” (Rebellion (Lies))
En tot slot, om aan te geven dat zelfs de gedachte aan het dragen van verantwoordelijkheid loodzwaar kan zijn:
“I like the peace, in the backseat; I don’t have to drive, I don’t have to speak; I can watch the countryside, and I can fall asleep” (In The Backseat)
Met ‘Funeral’ heeft Arcade Fire een meesterwerkje afgeleverd, hun langspeeldebuut bovendien. Een geweldige plaat is dit, die ik eenieder kan aanbevelen, en die garant staat voor het laten opborrelen van tonnen emoties. Soms moet je wel wat geduld hebben vooraleer de songs landen (ik kan erover meespreken), maar eens dat gebeurt, dan is het dubbel en dik de moeite waard. Als dit niet gebeurt, dan mis je mijns inziens een unieke luisterervaring.
5 sterren en een welverdiend plaatsje in mijn top 10.