Na meer dan een week intensief luisteren kan ik een lichte teleurstelling nog steeds niet van me afschudden. Voorlopig is er nog geen sprake van een Kid A-effect, integendeel: ik sta eerder op het punt The King of Limbs te verlagen dan andersom.
Het begint nochtans best wel aardig, de elegant ontvouwende opener
Bloom wordt gekenmerkt door een geslaagde symbiose van elektronica en trippy trompetgeschal. 't Is misschien meer een introductie dan een "volwaardig" nummer -en het is nog maar de vraag of zoiets voor iedereen wenselijk is op dit betrekkelijk compacte album- maar had Radiohead over een stel stalen cojones beschikt dan hadden ze dit pad verder geëxploreerd.
Helaas krijgen we hierna
Morning mr Magpie: een nummer dat jaren terug in zijn folky gedaante reeds als een gedoodverfd b-kantje klonk en nu ondanks wat elektronisch geratel (en gortsaaie gesampelde percussie, serieus) die status nergens kan overstijgen maar het album toch gehaald heeft; ongetwijfeld door zijn thematiek (konden ze op 't eind nog wat vogels sampelen

). Doet me met die lineaire, te lang gerokken Radiohead-by-numbers melodie (de interessantere waren immers ontvreemd door die dekselse magpie) sterk denken aan The Eraser: niet afschuwelijk slecht maar valt toch behoorlijk licht uit in het licht van de rest van hun oeuvre.
Little by Little gaat op dat elan door al gebeurt hier gelukkig wat meer en valt onder het oppervlak wat interessanter gitaar en percussie-werk te bespeuren. Het klinkt allemaal erg uitgebalanceerd maar kan de indruk dat producer Nigel Godrich dan ook de meest geïnspireerde mens in de kamer was maar moeilijk onderdrukken. Speciale vermelding voor de wijze waarop Yorke "you're such a tease and I'm such a flirt zingt": doet mijn nekhaar werkelijk ten berge rijzen.
Feral kapitaliseert op de idm met lichte dub-invloeden van oa de laatste Four Tet release (alsook die single die hij uitbracht met Burial). Helaas is dit ook voor dat genre niet zo'n
geweldig nummer en slaagt Radiohead er ook niet in om het organische geluid te evoceren dat ze ongetwijfeld voor ogen hadden, een euvel waar wel meer nummers aan lijden. Beetje de 'treefingers' van deze plaat maar door het beperkte aantal liederen lijkt men zich sneller aan Feral te storen.
Dan gaat na 3 mindere nummers het niveau gelukkig weer wat de hoogte in met
Lotus Flower: The Eraser-invloeden zijn nog steeds aanwezig maar hier worden ze gecombineerd met interessantere In Rainbows-achtige melodie- en zanglijnen.
Codex is de trademark Radiohead contemplatieve pianoballade en bevindt zich wat dat betreft in het peloton. Het beklijft minder dan pakweg Pyramid Song, Street Spirit of Videotape maar de blazerssectie in de 2e helft rechtvaardigt zijn bestaansrecht.
Een geslaagde overgang leidt tot kampvuurkraker
Give up the Ghost die eindelijk wat beroering brengt in een tot hier toe wat mij betreft behoorlijk zielloze plaat. Die vocal loop zal na verloop van tijd eventueel beginnen enerveren maar tot nog toe is dit voor mij het op één na beste nummer op dit album.
Want het nummer die het op dit moment het meeste voor me doet is afsluiter
Seperator: lekker laid-back groovy sfeertje, Yorke die zijn stem perfect onder controle heeft en interessante atmosferische effecten in de 2 helft die me doen wensen dat er wat meer dergelijke interessante wendingen op dit album te vinden waren.
Eindverdict: niet godsgruwelijk slecht maar dit voelt meer aan als een EP dan een volwaardige LP: ongeveer 20 minuten interessante, doch nu ook weer niet zo ambitieuze muziek (en nog een handvol gefaalde probeerseltjes) op 3,5 jaar tijd... van Radiohead ben ik toch beter gewoon. Hopelijk houden ze alsnog iets achter de hand.