Met een van de beste debuutplaten ooit, schudt The Stone Roses de muziekwereld wakker, domineren ze, maar lukt het ze niet om dit succes vervolgens te continueren. Als de The Stone Roses plaat in 1989 verschijnt, is dit uit Manchester afkomstige gezelschap echter wel al zes jaar actief. Psychedelische acts als The Jesus and Mary Chain en Primal Scream zijn hun grote voorbeelden, de eerste lichting aan geschreven nummers worden amper opgepakt. Er ontbreekt iets in de sound, met de komst van bassist Gary Mounfield in 1987, oftewel Mani vindt er een positieve kenteling plaats.
Het is echter de The Second Summer of Love in 1988 die het hele heersende muziekklimaat herdefinieert. Dit tijdsbeeld wordt door illegale acid house raves beheerst, en het publiek gaat helemaal los op xtc. Ondanks dat de eerste singles van de The Stone Roses plaat het in het Verenigde Koninkrijk al goed doen, vindt de daadwerkelijk cultuurshock met het zeer dansbare groovende Fools Gold single plaats. De wereld raakt in de ban van The Stone Roses. Popmusic is Dead; Viva The Next Generation. De geboorte van het Madchester geluid, tevens een indirect gevolg dus op die rebelse Second Summer of Love.
Ian Brown is absoluut niet de beste zanger ooit, maar die hele baggy relaxte dromerige houding van hem spreekt wel een hele generatie aan. Ian Brown is de nieuwe Messias, de wederopstanding. Mani legt een dromerige pompende basis bij Fools Gold neer, waar de wicked funky drummer Reni, in versneld tempo zijn beats op loslaat. The Stone Roses ontkennen ook niet dat de begeleidingsband van James Brown de belangrijkste inspiratiebron is. Het is echter het zwaar aangezette wah-wah effectenwerk van wondergitarist John Squire die hier echt het grote verschil maakt. In principe bestaat The Stone Roses uit drie zeer goede muzikanten en het nonchalante ego Ian Brown.
Blijkbaar werkt deze aanstekelijke formule perfect, mij bezorgen ze in ieder geval die ultieme heerlijke tien minuten durende dancetrip, die voor mijn gevoel zelfs een eeuwigheid doorgaat. De chemie van meerdere driedimensionale lagen. Als je dan beseft dat deze magische track vanwege de lengte oorspronkelijk als B-kant bedoelt is, dan ben je blij dat Roddy McKenna van Silvertone Records er op aandringt om dit nummer toch op single uit te brengen. De langere albumversie is uiteraard veel beter dan die ingekorte uitgave. En dan hebben ze ook nog het geluk dat ze met producer John Leckie in zee gaan, die de Abbey Road Studio van binnen en buiten kent, en die sixties beleving aan Fools Gold toevoegt.
Maar goed, de eerste The Stone Roses plaat is meer dan Fools Gold, al vraag ik mij hardop af, of deze plaat zonder dat cruciale nummer ooit bij mij onder de aandacht zou komen. Als je door openingstrack I Wanna Be Adored heen luistert, hoor je hier veel traditionele new wave folk in terug. Het is een beetje dezelfde sfeerbeleving als welke Schotse bands als Big Country en The Waterboys eerder oproepen. Een tikkeltje dromerig melancholisch verlangend. Dat is eenvoudig door het feit te verklaren dat I Wanna Be Adored al in 1985 geschreven is, en nu pas geperfectioneerd wordt. Vergeet niet dat er in de jaren daarvoor zoveel op muzikaal vlak veranderd is, waar The Stone Roses zeker de vruchten van plukt. Ian Brown beseft maar al te goed dat hij zijn ziel niet aan de grotere platenbazen hoeft te verkopen, om gehoord te worden.
Het is amper te bevatten dat het vrolijke gedreven She Bangs the Drums liefdesliedje van oorsprong een klein gehouden akoestisch nummer is, welke ontstaat als John Squire wat op zijn gitaar pingelt en Ian Brown daar ter plekke de tekst bij verzint. En misschien hoor je dit ook wel in die spontane uitbundige uitvoering terug. Daarna herhalen ze met het bijna kristalheldere funkende Waterfall een geintje wat ze eerder al met het nummer Simone hebben uitgehaald. Net als bij die track, besluiten ze tevens om een daarvan een achterstevoren gespeelde versie op te nemen. Het opruiende psychedelische Don’t Stop is de naam van dit resultaat en is gejaagder en volledig herzien van een nieuwe tekst. Normaal zou het geen kans van slagen hebben. Bij The Stone Roses loopt het heerlijk in elkaar over, en werkt dit dus wel.
Het sociaalmaatschappelijke Bye Bye Badman heeft een lieve inslag, maar is dat zeker niet. Het handelt over een vredelievende Franse opstand van ruimdenkende filosofen in 1968 die het belang van de cultuur onderstrepen. Nog steeds relevant dus, zeker in de huidige tijd. Je kan The Stone Roses verwijten dat ze Scarborough Fair schaamteloos van Simon & Garfunkel jatten en dit tot Elizabeth My Dear herdopen, maar misschien heeft de uit Manchester afkomstige band wel meer recht om deze eeuwenoude Britse traditional te gebruiken, er is namelijk niks Amerikaans aan. Het is bewerkt tot een hedendaagse protestsong, gericht tegen het koningshuis. Zeg maar gerust de anarchistische God Save The Queen tegenhanger van dit overbekende Sex Pistols nummer.
Made of Stone schetst een decadente verwarde maatschappij, en is zo duister melodieus als een goede postpunk track. The Stone Roses maken met de dromerige samenzang en stevige ritmes het verschil. Hier hoor je dus wel de invloed van Darklands van The Jesus and Mary Chain in terug, een van hun grote voorbeelden. Ook het straaljager geluid van John Squire is tot hun shoegazer stofzuiger sound te herleiden. Het (Song for My) Sugar Spun Sister liefdesliedje benadrukt dat het zinloos is om teveel tijd en aandacht aan politiek te verspillen. Richt je op zaken die echt van belang zijn, en hou het dicht bij huis. Verantwoordelijkheden nemen en deze uitdragen, maar maak het alstublieft niet te complex.
Shoot You Down is net zo lief, al gaat het nu overduidelijk over een op klippen lopende relatie, die eigenlijk nooit bestaansrecht had moeten krijgen. De egocentrisch ingestelde Ian Brown pakt het allemaal mooi in, maar het is slechts een arrogante manier om een partner te dumpen. This Is The One gaat tevens over de liefde, maar dit anthem wordt door de Manchester United aanhang omarmt, die hier een clublied van maken. Die liefde voor deze club deelt Ian Brown ook.
Regelmatig kiest een band ervoor om met een lang nummer een album af te sluiten. The Stone Roses wijken van deze regel af, en droppen maar liefst twee epische stukken op het einde. Het eerder genoemde Fools Gold is daarvan het bekendste resultaat, I Am the Resurrection bezit datzelfde vergelijkbaar hoge niveau. Fools Gold staat niet eens op de oorspronkelijke uitgave, wat nog steeds onbegrijpelijk is. Vanuit een licht psychedelische jaren zestig standpunt ontaardt I Am the Resurrection in een sfeervolle hallucinerende jammende drugtrip, waar geen einde aan lijkt te komen. De hoofdrol is hierbij voor John Squire weggelegd, die in een ruim vier minuten durende droog funkende instrumentale eindpassage helemaal los gaat. Begonnen als een uit de hand gelopen grap, maar net zo essentieel dus als Fools Gold.
Het The Stone Roses debuut is net zo belangrijk als Nevermind van Nirvana. Aan beide kanten van de wereld vindt bijna in dezelfde periode een omkering in de uitgeschreven muziekgeschiedenis plaats. De The Stone Roses eersteling levert niet alleen het dansbare Madchester gebeuren op, het zet tevens de Britpop opnieuw op de kaart. Sterker nog, zonder het agressieve nonchalante geluid van The Stone Roses heeft een rockband als Oasis waarschijnlijk niet eens bestaansrecht. John Squire is jaren later bij hun befaamde Knebworth concerten dan ook present.