menu

Bob Dylan - Tempest (2012)

mijn stem
3,73 (301)
301 stemmen

Verenigde Staten
Folk / Rock
Label: Columbia

  1. Duquesne Whistle (5:43)
  2. Soon After Midnight (3:27)
  3. Narrow Way (7:28)
  4. Long and Wasted Years (3:46)
  5. Pay in Blood (5:09)
  6. Scarlet Town (7:17)
  7. Early Roman Kings (5:14)
  8. Tin Angel (9:05)
  9. Tempest (13:54)
  10. Roll on John (7:25)
totale tijdsduur: 1:08:28
zoeken in:
avatar van BoyOnHeavenHill
3,5
Bizar, Stalin. En nu ik de laatste tijd veel Love and theft en Modern times draai geeft het ineens weer rillingen als ik opnames van hem van een halve eeuw geleden hoor, met dat prachtige simpele gitaarspel en die stem die nog zo jong is maar toch ook al vol zeggingskracht.

Fedde
Het is soms goed om een album een tijdje te laten rusten. Het uitkomen van Tempest deed flink wat stof opwaaien. Lyrische besprekingen, 5 sterren maar liefst van Rolling Stone, pure liefdesverklaringen, maar ook enkele kritische geluiden. Criticasters hadden het moeilijk. Met Dylan viel niet te spotten.

Ik heb Tempest nu een maand of negen niet meer beluisterd en nu ik het album weer draai, lijkt het alsof al dat stof inderdaad is gedaald en weggezogen. Het is ineens weer mogelijk om heldere vergelijkingen te maken.

Na zijn zevenjarige writersblock kwam Dylan in 1997 terug met eigen materiaal. De Kerstplaat niet meegerekend zijn er vijf albums gemaakt door de nieuwe Dylan. Belangrijkste kenmerk van die ‘Nieuwe Dylan’ is wel dat het een Oude Dylan is. Hij bespiegelt, is bedachtzamer geworden, raadselachtiger ook, grijpt terug naar muziek uit zijn kindertijd, zoekt naar oorspronkelijk traditioneel geluid en heeft een stem die past bij iemand die alles, maar dan ook écht alles heeft meegemaakt.

Van die vijf albums heb ik een lijstje gemaakt, jawel een Top 5, om Tempest te plaatsen in dit rijtje:

1. “Love and Theft”(2001): Best beluisterbare album. Het gaat hier heerlijk op en neer. Kleurrijke plaat.
2. Modern Times (2006): Kwalitatief nog iets beter, maar net een stukje minder verrassend.
3. Tempest (2012): Erg goed opgenomen maar met een paar zwakke nummers als Early Roman Kings en Duquesne Whistle.
4. Together Through Life (2009): prettige tussendoor-plaat, losse sfeer, maar nergens wordt ik echt geraakt.
5. Time Out of Mind (1997): de productie doet Dylan geweld aan, is mijn idee. Bovendien: te lang(dradig). Hier hadden zeker drie nummers geschrapt kunnen worden.

Tempest bezet hier dus een middenpositie. Opnametechnisch is dit wel precies zoals Dylan het altijd gewild heeft. Warm, akoestisch, beetje los, er mag een nootje scheef staan en Dylan’s warme stem mooi in het midden. Ook hier ga ik een top 5-lijstje maken:

1. Soon After Midnight: mooie frasering: “A gal named Honey, Took my money, She was passing ……, by”
2. Pay In Blood: het bloed kookt hier, duister, dreigend, stuwend. Meerdere lagen, waaronder zeker ook een religieus element. Krachtige song.
3. Scarlet Town: dreiging alom. Apocalyptische song.
4. Tin Angel: ook hier stroomt bloed, in 28 verzen!
5. Roll On John: John Lennon was niet erg aardig geweest voor Dylan. Hij schamperde over zijn bekering. Dylan is mild en begripvol. Op typisch Joodse wijze geeft hij hier aan Lennon zijn zegenwens mee.

En dan het veertien minuten durende verhaal over de Titanic: Tempest. Gaat het hier eigenlijk wel over de Titanic? Of wil Dylan hiermee iets anders vertellen? Daar ben ik nog steeds niet helemaal uit. Indrukwekkend nummer, tekstueel interessant. Een mysterysong?

Deze week nog maar een keer draaien...

avatar van BoyOnHeavenHill
3,5
Goed stuk, Fedde! Met de hoofdlijnen geheel eens, met de details grotendeels, maar wat het belangrijkste is: je zet ook mij aan tot opnieuw draaien, her-evalueren en enthousiast worden, en dat "moet" een stuk idealiter toch doen.

avatar van Stijn_Slayer
4,0
De rijm in 'Soon After Midnight' is wel echt tenenkrommend.

Fedde
Stijn_Slayer schreef:
De rijm in 'Soon After Midnight' is wel echt tenenkrommend.

Het is een simpel liedje, dat wel. De auteur zoekt naar woorden, zoals hij in de openingzin al zegt:
I'm searching for phrases, To sing your praises. Ook al geen briljant rijm trouwens. Het leuke zit in de frasering die de tekst laat dansen. En dat maakt het tot één van de meest relaxte Dylan-songs die ik ken.

avatar van Stalin
De ouwe kraai kan het nog steeds en was afgelopen week te bewonderen in Ierland.

Long and Wasted Years

Fedde
Indrukwekkende of beter: duizelingwekkende tourlist trouwens. Vandaag Istanbul, morgen Tessaloniki en zo dendert het de hele zomer door. Duitsland en Scandinavië zijn in juli aan de beurt, Australië in augustus. Woont de man ook nog ergens?

avatar van Stalin
Long and Wasted Years

1 juli in Munchen

avatar van AOVV
4,5
Na ‘Christmas in the Heart’ hadden vele fans het vermoeden dat het Dylan’s zwanenzang zou zijn; een afscheid in tegendraadse stijl, zoals van hem verwacht kon worden. In 2012 kwam hij echter met alweer een nieuwe plaat, en daar zal niemand toch rouwig om zijn? Ik althans niet. En niet alleen omdat het Dylan is, maar ook omdat je er gewoon niet omheen kan; ‘Tempest’ is een verdomd goeie plaat geworden.

De cover-art van het album is opvallend zwoel. De hoes lijkt een haast smachtende vrouw af te beelden, ingekleurd met passionele tinten. Dat sluit wel aan bij enkele songs, zoals het beklemmende ‘Scarlet Town’ en ‘Soon After Midnight’. Op de achterkant staat een foto van Dylan – met coole zonnebril – aan het stuur van een Amerikaanse cabrio. Een subtiele hint, want de muziek klinkt op en top Amerikaans, en Dylan snuistert als vanouds, hoewel alles helderder klinkt (lees: de drassige moerassound van vooral ‘Modern Times’ is van het voorplan verdwenen), in de back catalogue van zijn muzikale hinterland en folkloristische roots. Zo mag ik hem in ieder geval héél graag horen.

Ook de muzikanten die hij heeft opgetrommeld om hem bij te staan (Dylan heeft wat de productie betreft weer zelf de honneurs waargenomen), mogen er wezen. Alleskunner David Hidalgo van Los Lobos is er weer bij, en ook de andere musici (onder andere Tony Garnier op bas en Charlie Sexton op gitaar) zijn beproefde sessiemuzikanten. De instrumentale ondersteuning is dan ook top, wat altijd belangrijk is, want hiermee wordt alvast de basis van een goeie plaat gelegd, en dat beseft Dylan als geen ander.

Wat meteen bij de eerste tonen van ‘Duquesne Whistle’ opvalt, is dat Dylan nog lang niet versleten is. Meer zelfs, de man lijkt nog wel een plaat of vijf in zich te hebben. Ik kan me nog goed de videoclip van dat nummer voor de geest halen. Daarin zagen we Dylan door de straten kolken met een soort posse; uiterst vermakelijk. Laten we echter de essentie daarbij niet vergeten; ‘Duquesne Whistle’ is een steengoede single. Met dank aan Dylan’s maatje Robert Hunter, die nog eens mocht meeschrijven. De groove die het nummer draagt, is haast onweerstaanbaar.

Daarna wordt er met ‘Soon After Midnight’ wat gas teruggenomen; resultaat is een tragere song, die me wel met gemak weet in te palmen. Dylan betoont zich op tekstueel vlak een romantische ziel, met zinsneden als I’m searching for phrases, to sing your praises. De tekst wordt echter steeds donkerder, van gevaar (A gal named Honey, took my money; she was passing by) over onheil (They lie and dine in their blood / I’ll drag his corpse through the mud) naar pure desolaatheid (It’s soon after midnight; and I don’t want nobody but you). Dylan draaft zo in minder dan 4 minuten over een scala aan gevoelens, en blijkt zo nog steeds in staat veel van zichzelf in één liedje te steken, zodat het een vertederend, onthutsend karakter krijgt.

‘Narrow Way’ heeft weer een wat vinniger karakter, maar heeft nooit tot mijn favorieten behoord. Het past iets minder in de geest van het album, heb ik altijd het gevoel. Daar hoeft niemand het verder mee eens te zijn, het is slechts een gevoel. ‘Long and Wasted Years’ is dan weer een ander paar mouwen. Deze song is weer wat korter, maar waar andere artiesten hun kortere songs steevast met pinnetjes bedekken, doet Dylan het omgekeerde; een zacht, tot contemplatie uitnodigend nummer is het resultaat. Hier horen we ook een eerste verwijzing naar The Beatles (Shake it up baby, twist and shout), die verder op de plaat (en in het bijzonder John Lennon) nog aan bod zullen komen.

Dan komen we aan bij een ware tekstuele hoogvlieger, en omdat het ook instrumenteel heel erg snor zit (denk Zappa, of anders David Crosby), is dit gewoon één van Dylan’s beste nummers sinds ‘Blood on the Tracks’. Een gewaagde uitspraak, ik weet het, ik zal ze dan ook wat toedichten. De sfeer die door de muzikanten wordt geschept, houdt het midden tussen kabbelend en gejaagd, maar ook weer niet exact het midden. Er wordt soms een stukje buiten de lijntjes gekleurd (vooral de elektrische gitaar en bas tonen zich hier grootmeesters in). De tekst van Dylan is opvallend bijtend, met de slagzin I pay in blood, but not my own als filosofisch fundament. Vooral onderstaande strofe vind ik markant:

Another politician pumping out the piss;
Another angry beggar blowing you a kiss;
You got the same eyes that your mother does;
If only you could prove who your father was;
Someone must have slipped a drug in your wine;
You gulped it down and you cross the line;
Man can’t live by bread alone;
I pay in blood, but not my own.


Meesterlijk, waarlijk. En zo gaat het maar door. De bittere schoonheid van het nummer heeft iets onbeschrijfelijks, zoals de meeste bijzondere songs. Ik laat verdere analyse dan ook achterwege, en kies ervoor om de magie zijn werk te laten doen, en er gewoon van te genieten.

‘Scarlet Town’ doet karakteristiek, zoals eerder gezegd, denken aan de hoes, maar heeft een dubbele bodem. De begeleiding zorgt namelijk ook voor iets sinisters. Die dreigende echo van een viool op de achtergrond mist zijn effect niet, en zelfs het mandolinespel heeft, als je er even voor gaat zitten, iets onheilspellends. ‘Scarlet Town’ lijkt Dylan’s versie van Sodom dan wel Gomorra (de Bijbelse tweelingsteden die hij maar al te goed zal kennen); een onguur oord waar allerlei zaken gebeuren die het daglicht niet verdragen (Set ‘em Joe, play “Walkin’ the Floor”; play it for my flat-chested junkie whore) . Tegelijkertijd is het een plaats van hoop, waar universele waarheden hoogtij vieren (If love is a sin, then beauty is a crime; all things are beautiful in their time). Het is, al bij al, een paradox: The evil and the good livin’ side by side.

Het volgende nummer, ‘Early Roman Kings’, is zwaar onderhevig aan de blues van Muddy Waters, en klinkt simpelweg als een rip-off. Dat zal het, hoogstwaarschijnlijk, ook wel zijn, maar dat Dylan niet eens een bron of inspiratie vermeld, toont nog maar eens zijn rebelse en tegendraadse karakter. Mooi is het misschien niet, maar goed. ‘Early Roman Kings’ valt echter, net als ‘Narrow Way’ (dat me ook wel wat aan Waters doet denken) een beetje uit de toon, en daarmee ook uit de boot; het zwakste nummer van de plaat.

Laat dat de feestvreugde vooral niet ondermijnen, want met ‘Tin Angel’ toont Dylan meteen daarna dan weer het andere uiteinde van zijn kunnen. Waar ‘Scarlet Town’ op een schoorvoetende manier sinister klinkt, wordt op ‘Tin Angel’ niets aan het toeval overgelaten; de hele song ademt iets onguurs. Dat bedoel ik geenszins negatief, want dat geeft de song meteen ook heel veel ziel en drive. Bovendien is Dylan ook tekstueel weer op de top van zijn kunnen; die eerste strofe alleen al:

It was late last night when the boss came home;
To a deserted mansion and a desolate throne;
Servant said: “Boss, the lady’s gone;
She left this morning just ‘fore dawn”.


Dylan moet ongelooflijk geïnspireerd zijn geweest, want met de tekst van ‘Tin Angel’ kan je een heel aantal vellen vullen. Dat vind ik vaak zo mooi aan Dylan; dat hij geen kortaangebonden teksten schrijft, zijn heil veelal zoekt in woordspelletjes en niet vervalt in clichés. Akkoord, hij heeft z’n mindere periodes gehad (wie heeft die niet in ruim vijftig jaar?), maar dit is toch wel uitzonderlijk sterk.

‘Tin Angel’ blijkt op dat vlak echter slechts een opmaat voor de ware krachttoer van het album; de titeltrack, een epische vertelling over de ramp met de Titanic. Het was overigens op basis van deze albumtitel dat critici ervan uitgingen dat het Dylan’s laatste plaat zou worden; ‘The Tempest’ was namelijk ook Shakespeare’s laatste stuk. Dylan ontkrachtte dat gericht echter, door te stellen dat het aan- of afwezig zijn van het bepaald lidwoord van groot belang was. Hij zou ook nog gelijk krijgen, getuige zijn nieuwe album (dat echter wel uit covers bestaat).

Maar goed, het titelnummer dus. Tja, wat kan je daar nou nog over vertellen? In mijn ogen is dit gewoon een weergaloze song, een lange eulogie aan vermaarde, vergane gigant uit het verleden. Ik zet ‘m in het rijtje ‘Desolation Row’ / ‘Sad-Eyed Lady of the Lowlands’, met het risico op kritiek. Een belangrijk verschil met bijvoorbeeld ‘Desolation Row’ is echter dat deze tekst een veel realistischer karakter heeft, waar ‘Desolation Row’ een unieke melange van impressionisme en surrealisme is, met culturele referenties à gogo. Of Dylan zich voor de personages op feiten heeft gebaseerd, of het volledig eigen hersenspinsels zijn, laat ik in het midden; ik ervaar de tekst het liefst met een zo vrij mogelijke interpretatie; mijn eigen fantasie mag er ook nog iets aan hebben, toch?

Muzikaal wordt de tekst van Dylan mooi van opsmuk voorzien, en ik ontwaar ook een Keltisch tintje. Niet gek, daar het luxeschip in Southampton aanmeerde, en van daar onwetend op zijn eigen ondergang afstevende. Het nummer bestaat uit exact 45 strofes, en slaagt er op uiterst verdienstelijke wijs in gedurende bijna een vol kwartier geen seconde te vervelen. Als ik dan al ‘ns een occasioneel traantje laat, is het uit ontroering: Jim Backus smiled, he never learned to swim; saw the little cripple child, and he gave his seat to him.

De afsluiter van het album is een eerbetoon aan een andere legendarische songsmid, John Lennon. Jammer genoeg werd hij veel te vroeg uit het leven gerukt, door een klojo die toevallig ‘The Catcher in the Rye’ van J.D. Salinger had gelezen. ‘Roll on John’ staat bol van de referenties, en verwijst onder andere naar ‘A Day in the Life’ (I heard the news today, oh boy), de heimat van Lennon (From the Liverpool docks to the red light Hamburg streets) en speelt ook wat met de oude bandnaam van The Beatles (Down in the quarry with the Quarrymen). Bovendien is het fragment “Playing to the big crowds, playing to the cheap seats” volgens mij een slimme verwijzing naar Lennon’s beroemde opruiende quote:

For those of you in the cheap seats I'd like you to clap your hands to this one; the rest of you can just rattle your jewelry!


‘Roll on John’ is een mooie afsluiter, majestueus en raak. Een sonate van de ene Meester aan de Andere. Met hoofdletter.

Met ‘Tempest’ bewees Dylan in 2012 nog lang niet stuk te zijn. We zijn nu drie jaar verder, en echt nieuw geschreven materiaal is er sindsdien niet meer uitgekomen. De kwaliteit van deze CD doet mij echter nog steeds hopen op een nieuw album, met teksten van Dylan’s hand, en een instrumentele inkadering door rasmuzikanten waar Dylan zich goed mee kan amuseren. Want dat spreekt toch ook wel boekdelen, als je het album hebt beluisterd. Ik hoor geen uitgebluste, afgeschreven oudje; ik hoor een vitale, levenslustige muzikant en schrijver in hart en nieren.

4,5 sterren

avatar van corn1holio1
Zo, die gaat vanavond nog eens op, bedankt AOVV!

Deranged
Dat intro deuntje op Duquesne Whistle zet wel lekker de toon voor een wederom vrij machtig album dat zich eigenlijk moeiteloos schaart naast andere knallers als Time Out of Mind of persoonlijke favoriet Love and Theft.

Opener heerlijk nummertje waar het lichtzinnig optimisme dat we op de vorige plaat ook al hoorden op een nummer als I Feel a Change Comin' On weer op mag komen draven.

Krachtigste piece hier voor mij toch wel Long and Wasted Years, in zekere zin een beetje de Mississippi van deze plaat.

Eigenlijk vanaf begin jaren negentig wat mij betreft zo'n beetje enkel voltreffers op rij, de ene nog net wat knalharder voor de dag al knallend dan de ander, maar een constante stroom van consistentie niettemin.

En dat is vrij bewonderenswaardig, uiteraard.

avatar van Lura
Deranged schreef:
Dat intro deuntje op Duquesne Whistle zet wel lekker de toon.

Die opener was voor mij aanleiding om echt te gaan luisteren naar dit album. Hij schreef het samen met Benmont Tench. Zijn mooie album Benmont Tench - You Should Be So Lucky (2014) moest het helaas met veel minder aandacht doen, volgens mij geheel onterecht.

Deranged
Kende hem dan ook niet maar heb even zijn versie van Duquesne Whistle geluisterd en zijn stem weegt toch niet op tegen de krachtige Louis Armstrong achtige performance van Dylan op dit nummer.

Echt.

Werkelijk waar:

Grandioos album weer dit.

Vandaag ook nog even omver geblazen door Pay in Blood. Een lied dat zich qua ruigheid makkelijk kan meten met liederen als Honest With Me of Summer Days, of deze zelfs overstijgt.

Ik laat dit album nog lekker een tijdje rijpen en zal dan uiteindelijk wie weet wellicht wel op de volledig voluptueuze score uitkomen.

Nog maar een klein zetje zou vereist zijn.

Uiteindelijk.

Mijn hart gaat toch duidelijk uit naar deze huidige periode van Dylan, zijn beste nummers voor mij misschien wel van deze eeuw.

En niet de vorige:

Het ruige van de rauwheid in zijn stem; het rauwe van zijn ruige teksten.

Het bijtend cynisme, haast droogkomische af en toe.

Ja, dat ligt mij allemaal wel.

Deranged
Pay in Blood zou bij mij binnenkort wel eens kunnen gaan eindigen als zijn allerhardste nummer allertijden.

Tot dusver.

Zijn stem heeft nog nooit zo mooi en onbreekbaar geklonken.

avatar van kort0235
3,5
Net het hele album gehoord.
ik moet het nog even op me laten inwerken, en daarom geef ik nog geen definitief oordeel.
Mijn eerste indruk is: een Dylan die nog lang niet versleten is, echter wel zijn stem.
Maar op dit soms rauwe album is dat niet zo erg, want de songs komen goed tot zijn recht.
Mijn favorieten zijn: Scarlet town en Tempest.
ik ga deze oudere Bob Dylan niet vergelijken met de Bob dylan uit de jaren 60 en 70. Want dat heeft geen zin. Hij is en blijft een groot fenomeen en heb diep respect voor hem als kunstenaar in tekst en muziek.
Voorlopig geef ik dit album een 3.5, maar dat kan zeker hoger worden.

avatar van AOVV
4,5
kort0235 schreef:
Net het hele album gehoord.
ik moet het nog even op me laten inwerken, en daarom geef ik nog geen definitief oordeel.
Mijn eerste indruk is: een Dylan die nog lang niet versleten is, echter wel zijn stem.
Maar op dit soms rauwe album is dat niet zo erg, want de songs komen goed tot zijn recht.
Mijn favorieten zijn: Scarlet town en Tempest.
ik ga deze oudere Bob Dylan niet vergelijken met de Bob dylan uit de jaren 60 en 70. Want dat heeft geen zin. Hij is en blijft een groot fenomeen en heb diep respect voor hem als kunstenaar in tekst en muziek.
Voorlopig geef ik dit album een 3.5, maar dat kan zeker hoger worden.


Altijd leuk als iemand Dylan's albums afschuimt. Wat dit album betreft, kan ik aanraden het nog wat tijd te geven; 'Tempest' is een plaat die zich na verloop van tijd gezellig en korzelig onder de huid weet te schurken.

Wat 's mans stem betreft, denk ik dat hij hier vooral klinkt zoals hij klinkt omdat het bij de liedjes past. Op zijn meest recente platen (coverplaten met herinterpretaties van oude American Songbook-liedjes) blijkt hij namelijk opvallend goed bij stem te zijn; zuiverder heb ik het niet vaak geweten bij Bawb.

avatar van Wandelaar
4,0
Zullen we zeggen: laatste echte album van Dylan. Tekstueel prima werk maar de melodielijnen zijn aan de zuinige kant. Wat mij betreft zetten we hier een dikke punt: Bob Dylan bedankt!

avatar van TEQUILA SUNRISE
4,0
Een van de betere platen uit Dylans oeuvre. Enkel over Early Roman Kings ben ik minder te spreken. Ja, er zit op dit album sleet op zijn stem maar dat vind ik eigenlijk prima bij de nummers passen. Vooral Pay In Blood, Scarlet Town, Tin Angel en afsluiter Roll On John springen er wat mij betreft uit.

avatar van Rudi1984
4,0
Toch wel apart: bij het integraal beluisteren van Dylans discografie kom ik na 1980 maar op een paar zesjes uit, de rest scoort allemaal onvoldoende. Tempest daarentegen blijft moeiteloos overeind, ook al begon ik inmiddels behoorlijk Dylan-moe te worden na de afgelopen weken.

Waar ik de muziek, op enkele prachtplaten uit het begin van zijn carrière na, vooral zeurderig, saai en soms zelf irritant vind, heeft Tempest iets bijzonders. De sfeer is hier precies goed. Het is rustig, maar ditmaal niet saai. Hij zingt niet mooi, maar ditmaal heeft het iets heel puurs, als een man die à la Cash destijds in zijn nadagen zit. Je hoort de naderende dood bijna in zijn stem, wat het een emotionele lading meegeeft.

Maar vooral: de nummers zijn domweg veel beter. Ze blijven hangen, steken sterk in elkaar. Ik haat het woord 'urgentie', maar Tempest heeft dat wél. Het voelt deze keer niet als muziek maken om maar een album bij te kunnen schrijven.

Blijft prachtig, kortom. Maar over de gehele lijn ben ik de afgelopen weken wel erg teleurgesteld geraakt in Dylan, omdat ik voorheen kennelijk alleen zijn uitschieters kende.

avatar van Wandelaar
4,0
Er zijn albums die je niet elke week beluistert en waarbij je gevoelsmatig een bepaalde reserve hebt, een zekere moeite moet doen, je ertoe moet zetten. En, je raadt het al, Tempest ís zo'n album.

In 2012 keek ik met gespannen verwachting uit naar het album. Na drie jaar was Dylan weer in een studio gesignaleerd. Wat zou het nu weer zijn. Het fenomeen had weer eens toegeslagen. Tien gloednieuwe songs in 68 minuten. Zou het misschien zijn laatste zijn?

Natuurlijk, zijn stem, die was al een tijdje naar z'n grootje en daar klinkt het ook wel naar. Of dat de hele waarheid is over die stem, weet je bij Dylan nooit zeker. Kan ook best zijn dat hij speelt met de versleten klank, zich maskeert achter een soort tijdloze oudheid. De man die alles al gedaan en bedacht heeft, hele generaties voor zich won en van zich vervreemdde, de spreekbuis en de dromenvanger van 'the sixties', de lichtbrenger en de klaagzanger, spreekt hier opnieuw zijn orakel uit. En iedereen springt bovenop zijn teksten en begint te analyseren. Wat bedoelt Dylan hier nu toch mee!?

Laat ik het nuchter bekijken. Geheimzinnigheid hoort bij de act van Dylan. Natuurlijk laat hij ook hier niet het achterste van zijn tong zien. Hij kijkt wel uit. Geen zielenknijperij, geen emotionele rollercoasters. We gaan hem echt niet beter leren kennen nu. Dylan draagt zijn masker. En speelt er mee. Daarom: ik laat de tekst met rust. Het is, goed beschouwd, verpakkingsmateriaal. Interessant genoeg misschien voor het Nobel comité, maar een boodschap of een diepere laag hoef je er niet in te zoeken. De boodschap, als die er al is, is alleen bestemd voor dhr. Robert Allen Zimmerman zelf.

Wat dan wel? Om te beginnen: de sfeer. Hier wordt een sfeertekening gemaakt en met grote precisie. Het genre dat de troubadour hier hanteert is dat van de countryblues. Met popmuziek heeft dat niets te maken. Het is de klank en de wereld van de verliezers in de harde Amerikaanse samenleving. De onderstroom. Zwervers, misdadigers, moordenaars en pechvogels horen daarbij. De mensen voor wie hun wereld in rook opging. Daarbij sluit Dylan zich aan. Als je zo graag een statement wilt, nou dan heb je er één.

Verder niet analyseren dus. De country wordt vooral hoorbaar door bandlid Donnie Herron, die de steel guitar, de banjo, de mandoline en de viool hanteert. Dan heb je Nashville niet meer nodig.
Verder Tony Garnier, sinds het begin van de Never Ending Tour Dylan's vaste basplukker, Davis Hidalgo, gitarist, violist en accordeonist van Los Lobos, huisgitarist Stu Kimball en drummer George G. Receli, voorwaar een zeer capabel bandje. De blues beweegt zich niet steeds netjes in 'twelve bars' maar zit ingebakken in het idioom van dit album.

Tempest, een wervelwind of een storm in een glas water. Zoals de Titanic niet zonk door harde wind en hoge golven maar door een onverwachte dreiging vanonder de zeespiegel, veroorloof ik me de beeldspraak door te trekken naar dit album en kom dan uit bij wat er zich onder de oppervlakte afspeelt. En dat is giswerk, dat geef ik toe. Dylan schudt de tijd van zich af en zoekt de eeuwigheid. Dat is de onderstroom. Zoals hij op de navolgende albums zijn profetische mond gesloten houdt, is het alsof er hier nog een paar schoten gelost moeten worden. Bloed stroomt er. Moord, verraad, onrecht, pijn maar ook verzoening, zoals met John Lennon. Titelnummer Tempest is idioot lang natuurlijk. Ik zie hem grijnzen vanonder zijn hoed. Zoek de zeven verborgen wijsheden, beste Dylanvreters. Maar ach, ze zijn er niet. Het is maar een plaatje. Een beeld, een schilderijtje. Zijn laatste echte? Zou best eens kunnen. Je weet het nooit met Bob Dylan.

Nee, echt juichen deed ik niet, toen ik in september 2012 ongeduldig de downloadversie afspeelde. Wist ik veel dat ik er een decennium over zou doen dit album een beetje te gaan begrijpen ...

avatar van BoyOnHeavenHill
3,5
Gauw weer eens draaien en kijken (luisteren) of ik er na dit geweldige bericht ook nieuwe chocola van kan maken.

Gast
geplaatst: vandaag om 11:10 uur

geplaatst: vandaag om 11:10 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.

Let op! Je gebruikersnaam is voor iedereen zichtbaar, en kun je later niet meer aanpassen.

* denotes required fields.