MusicMeter logo menu
MusicMeter logo
poster

Bob Dylan - Tempest (2012)

mijn stem
3,73 (337)
337 stemmen

Verenigde Staten
Folk / Rock
Label: Columbia

  1. Duquesne Whistle (5:43)
  2. Soon After Midnight (3:27)
  3. Narrow Way (7:28)
  4. Long and Wasted Years (3:46)
  5. Pay in Blood (5:09)
  6. Scarlet Town (7:17)
  7. Early Roman Kings (5:14)
  8. Tin Angel (9:05)
  9. Tempest (13:54)
  10. Roll on John (7:25)
totale tijdsduur: 1:08:28
zoeken in:
avatar van AdrieMeijer
2,5
henk01 schreef:
1e luisterbeurt zit er op. Hij zingt idd als een kraai. Soms heeft het wat en soms niet. Er wordt wel leuk muziek gemaakt en muzikaal zit het goed in elkaar.

mooie recensie van Oor!

ik begin met 4 sterren

Ik begin voorzichtig met 2 1/2, het kan alleen maar beter worden, maar verder ben ik het met Henk eens. Wat mij wel eens stoort is dat heel veel Dylan-platen in eerste instantie in schreeuwerige advertenties en zwaar aangezette recensies de hemel worden ingeprezen ("zijn beste sinds Blood On The Tracks!" en soortgelijke kreten) waarna ze toch vrij snel uit het oog en uit het hart verdwijnen. Hopelijk is Tempest een blijvertje.

avatar van midnight boom
4,0
Hoe beoordeel je een nieuwe plaat van Bob Dylan? Dé Bob Dylan. Jawel, vele en mijn held. Een bijzondere man die al een halve eeuw nadrukkelijk zijn stempel op de popmuziek drukt. In de jaren '60 maakte hij soms wel twee platen per jaar, maar zo productief is Dylan al lang niet meer. Tempest is zijn 35ste studioplaat, en zijn vierde in de afgelopen 15 jaar. Desalniettemin regent het vijf sterren reviews (Mojo, Rolling Stone, Uncut) en daarnaast beweren sommige mensen zelfs dat Tempest de beste Bob Dylan plaat ooit is.

Goed dat is natuurlijk een tikkeltje overdreven, maar het enthousiasme is wel te begrijpen. Mijn verwachtingen voor Tempest waren niet extreem hoog, zeker na het wat tegenvallende 'Together Through Life' van drie jaar terug. Toch stelt Tempest alles behalve teleur. Op deze plaat staan gewoon weer veel fantastische liedjes. Het album opent meteen met het prachtige 'Duquensne Whistle'. Muzikaal gezien klinkt het wat oubollig, maar tekstueel is het weer sensationeel goed. In de single beschrijft Dylan een trein die aan zijn laatste rit begint. Ik kan nu tal van prachtige uitspraken citeren, maar dat doe ik opzettelijk niet. Het is juist zo heerlijk om ze zelf te ondergaan. Zimmerman's stem is helemaal kapot. Hij zingt als een verkoude Tom Waits wiens stem gebroken is. De veel gemaakte vergelijkingen met een kraai zijn niet vreemd. Maar persoonlijk vind ik dit niet storend.
Tempest is geen vernieuwde plaat. De nummers zijn veelal folk georiënteerd en bevatten zo nu en dan een fijn rock randje. De productie door Bob zelf is helder en zijn band is in vorm. Het geheel klinkt opvallend relaxt. Misschien zelfs wel iets te relaxt. De meeste nummers gaan net wat te lang door. Het titelnummer uitgezonderd, dat gaat met 15 coupletten in 14 minuten té lang door. Verder vind ik 'Early Roman Kings' wel schaamteloos veel op 'Manish Boy' van Muddy Waters lijken. Maar goed, de overige acht nummers zijn prachtige, niet vernieuwende, liederen. Heerlijk zijn bijvoorbeeld 'Soon After Midnight' dat niet mis had gestaan op het prachtige Time Out of Mind, het rockende 'Pay in Blood' en het aan John Lennon opgedragen 'Roll Oh John'. De dood is ook een thema waar Dylan uitgebreid bij stil staat. Hoe meer hij erover gaat zingen, des te groter het besef wordt: Dylan gaat geen honderden albums meer maken. Maar de 71 jarige singer-songwriter heeft het nog steeds. Dylan mag nog steeds met recht een grote inspiratiebron genoemd worden. Wat hij met Tempest neerzet is simpelweg puur vakmanschap.

van: http://daanmuziek.blogspot....

avatar van Vortex
4,5
Vijftig jaar na zijn debuutplaat opnieuw een album van de meester.
Een prachtige plaat in de moderne Dylan stijl. Sinds Time Out Of Mind heeft hij deze ietwat donkere sound gecombineerd met een geweldig mooie schorre stem. Fingers crossed dat hij deze stijl nog lekker een aantal albums doortrekt want dit is echt genieten! Opvallend is de lengte van alle nummers. In Long And Wasted Years had wat meer afwisseling in de melodie moeten zitten, nu duurt het net even te lang. Dit kan natuurlijk ook expres zijn zodat je aandacht juist naar de text gaat. 
Mooiste: het intro van 40 sec. + Tin Angel.
Stoerste: Pay In Blood, wat een stem!

avatar van RoyDeSmet
4,0
Bij het horen van Duquesne Whistle op het blokuurtje alternatieve muziek op de lokale omroep was ik heel benieuwd gemaakt voor dit album. Ik heb hem na de uitzending gelijk op de Luisterpaal afgespeeld en ik moet concluderen dat deze nieuwe Dylan voor mij niet klinkt als Dylan.
Toegegeven: ik heb bij het beluisteren van dit album een tijdsprong van ruim 35 jaar gemaakt in zijn ouevre (iets recenters dan Street-Legal, met een enorm gat tussen '66 en '74),heb ik voor dit album niet geluisterd), en dan is het natuurlijk even enorm wennen.

Ben ik maf, of heeft dit album af en toe raakvlakken met de muziek van Mark Knopfler? Het zal niet geheel verwonderlijk zijn aangezien Bob en Mark vorig jaar samen tourden. Voornamelijk op 'Long And Wasted Years' en 'Scarlet Town' lijkt het soms bijna of ik naar een arrangement van Mark Knopfler luister. Ok, even serieus nu, die gitaarsolo in Scarlet Town is toch echt een typische Knopfler-solo?!
Opzich vind ik de vergelijking niet vervelend, maar mijn vervreemding van "the freewheeling" Bob Dylan lijkt me begrijpelijk. Moet ik er ook bij zeggen dat de teksten en stem van Dylan mooi passen op Knopfler-arrangementen. Wat dat betreft dus geen kritiek.

Een andere vergelijking die wordt aangehaald is die met Muddy Waters. Dat begrijp ik ook wel. 'Narrow Way' en 'Early Roman Kings' hadden inderdaad zo van Muddy Waters kunnen zijn. Toch moet ik hier Kaaasgaaf gelijk geven:
Kaaasgaaf schreef:
Hier klinkt de muziek vaak als een backingtrack waar Dylan zijn geniale teksten heerlijk overheen rochelt
Een beetje onbezield klinkt de muziek dan, wil ik daaraan toevoegen.

Dat brengt mij bij het volgende punt: 'zijn geniale teksten'.
Ik heb me nog niet ontzettend verdiept in de inhoud van de teksten, maar zo nu en dan vang ik een passage op waarvan ik niet anders kan concluderen dan dat het mooi is geschreven. Toch wel in die typische Bob Dylan-traditie, en daardoor is deze plaat uiteindelijk tóch een echte Dylan.

Deze Dylan-plaat is ook behoorlijk veelzijdig. Dat heeft het ook wel nodig omdat het met krap een uur en tien minuten anders gauw zou gaan vervelen. Liedjes van 5+ minuten (soms zelfs 9+!) worden afgewisseld met enkele liedjes van minder dan 4 minuten die daardoor ontzettend kort lijken. Aan de vergane (doorleefde) stem stoor ik me ook niet. Het voegt een heel bijzonder laagje toe aan de beleving van deze plaat.

Eerder gerefereerde radio-dj heeft gesteld dat de titel van deze plaat is afgeleid van het stuk 'The Tempest' van Shakespeare dat zou gaan over "het stokje overdragen aan de nieuwe generatie" (ik ben zelf niet bekend met het stuk). Lijkt Bob Dylan met dit album dan toch een einde aan zijn carrière te suggereren? Ik vind het moeilijk voor te stellen. In dit album herken ik toch wel een enorme energie en levenslust die nog gerust een paar platen zou kunnen opleveren.

avatar van Maartenn
4,0
Maartenn (crew)
Stalin schreef:
(quote)


Ik weet uit eerste hand dat dit onzin is, want Maartenn heeft helemaal geen kat...

Hij heeft wel een seksbeluste en immer geile hamster gehad, maar dat terzijde


True.

Maar dat terzijde.

Sterker nog; Pay in Blood begint uit te groeien tot één van mijn favorieten van deze plaat!

avatar van Paalhaas
3,0
Verbazingwekkend hoe het journaille toch altijd weer staat te springen om oude helden om de verkeerde redenen op te hemelen. En de meest frequente 'verkeerde reden' is ongetwijfeld het nieuwe album van de held in kwestie. Want hoe haal je het in je hoofd om een album als Tempest een meesterwerk te noemen?! Kan iemand met een recht gezicht beweren dat dit wederom oerconservatieve album in welk opzicht dan ook opzienbarend is? Begrijp me niet verkeerd: ik vind het album niet tegenvallen. Maar ik word wel zo moe iedere keer van dat eeuwige opentrekken van de superlatieven-la. De beste nummers vond ik trouwens 'Narrow way' en 'Scarlet Town'.

avatar van IllumSphere
4,0
Ik heb uiteindelijk de knoop kunnen doorhakken en ben tot de conclusie gekomen dat dit een vier punten album is met wellicht een verhoging in de toekomst. De reden waarom ik het een vier geef is omdat ik vind dat het album toch wel traag op gang komt. Maar als het eenmaal op gang komt, dan komt het ook in gang! Ik kan niet echt een nummer noemen waar het album 'echt begint', maar het is in ieder geval wel duidelijk hoorbaar in het midden. En vanaf dan kan het album weinig misdoen. Ik kan dan zelfs houden van het 'jatwerk' Early Roman Kings, beter bekend als Mannish Boy afkomstig van mijn favoriete blues zanger Muddy Waters.

Waar ik nog beter kan van houden is Tin Angel en Tempest. Ze zijn beide de twee langste nummers van het album, maar ook de enige twee beste nummers van het album. En dat is opmerkelijk te noemen, want nummers van en om de tien minuten die in deze stijl gezongen worden hebben het altijd lastig om me te overtuigen.
Een ander opmerkelijk gegeven van dit album is dat Bob Dylan voor zijn leeftijd en een verrotte stem hier heel goed kan zingen. Het was misschien een aanpassing voor hem, maar die aanpassing heeft hem wel degelijk goed gedaan. En om eerlijk te zijn was ik daar in het begin wel bang voor. Gelukkig was die angst voor niets nodig. Ik vind het eerlijk gezegd wel fijn klinken, iets wat eigenlijk nu enorm ironisch overkomt.

Dylan zijn vernieuwingsdrang is waarschijnlijk met het ouder worden verdwenen, want het is soms echt een uitstapje naar het verleden. Ik vind het daarom ook meer neigen naar de traditionele folk, maar wel op maat gemaakt voor de jaren '00. En dat maakt het uitstapje prettig en zorgt voor de positieve ervaring. Een positieve ervaring die het album dan ook laat uitschijnen, ondanks de soms wat zwaarmoedige teksten zoals het verhaal van de Titanic op het titelnummer Tempest en het - soort van hommage naar John Lennon - nummer Roll on John genaamd. Een staande ovatie dus voor wat Bob Dylan heeft verwezenlijkt op deze plaat!

avatar van c-moon
4,0
Een sterk album van deze veteraan. En ideale muziek voor op een kille herfstdag of koude winterdag... Haardvuur aan, ....

Met uitschieters zoals 'Tempest', 'Tin Angel', 'Pay in Blood' en 'Narrow Way'. De single 'Duquesne Whistle' vind ik wel aardig maar niet bijzonder en 'Early Roman Kings' is niet slécht maar, dat het een doorslagje van 'Mannish Boy' is, vind ik dan weer jammer. Maar dat is detailkritiek.

avatar van IJH15
4,0
Zou dit dan zijn laatste album zijn? Het lijkt onwaarschijnlijk en wat mij betreft hoeft het ook absoluut niet. Het zou wel alleszins een waardige afsluiter van een onvoorstelbaar lange carrière zijn.

De eerste helft van het album beslaat nummers die grotendeels wat vrolijker van toon zijn. Het uptempo ‘Duquesne Whistle’ is aardig, al mag Bob iets minder ‘Listen to that Duquesne Whistle Blowing’ zingen. ‘Narrow Way’ is op zich aardig, maar heeft een deuntje dat na zes minuten toch wel wat gaat tegenstaan en Bob vervalt weer iets te vaak in het refrein. Met ‘Duquesne Whistle’ en ‘Narrow Way’ hebben we de enige twee snellere nummers ook gehad. De rest is behoorlijk traag. De volgende twee nummers zijn gewoon goed, weinig op aan te merken verder.

De grote kracht van dit album zit vooral in de laatste vijf nummers (minus ‘Early Roman Kings’, wat ik het minste nummer vind). Het sinistere ‘Scarlett Town’, het op prachtige wijze beelden oproepen van de ondergang van de Titanic in het titelnummer, de nog wat sinisterdere murder ballad ‘Tin Angel’ en de ode aan John Lennon, ‘Roll on John’. ‘Tempest’ vind ik eigenlijk Bobs beste nummer van boven de tien minuten tot nog toe: het blijft mij op de een of andere manier maar boeien, terwijl ik bij andere lange nummers van Dylan de aandacht wel eens even verlies.

‘Early Roman Kings’ is eigenlijk het enige nummer waarvan ik echt denk: had dat maar niet gedaan. Voor de rest varieert alles van aardig tot goed, met goede tot geweldige teksten (uiteraard) en heerlijk sfeervolle nummers. Deze krijgt gewoon 4 sterren.

avatar van AOVV
4,5
Na ‘Christmas in the Heart’ hadden vele fans het vermoeden dat het Dylan’s zwanenzang zou zijn; een afscheid in tegendraadse stijl, zoals van hem verwacht kon worden. In 2012 kwam hij echter met alweer een nieuwe plaat, en daar zal niemand toch rouwig om zijn? Ik althans niet. En niet alleen omdat het Dylan is, maar ook omdat je er gewoon niet omheen kan; ‘Tempest’ is een verdomd goeie plaat geworden.

De cover-art van het album is opvallend zwoel. De hoes lijkt een haast smachtende vrouw af te beelden, ingekleurd met passionele tinten. Dat sluit wel aan bij enkele songs, zoals het beklemmende ‘Scarlet Town’ en ‘Soon After Midnight’. Op de achterkant staat een foto van Dylan – met coole zonnebril – aan het stuur van een Amerikaanse cabrio. Een subtiele hint, want de muziek klinkt op en top Amerikaans, en Dylan snuistert als vanouds, hoewel alles helderder klinkt (lees: de drassige moerassound van vooral ‘Modern Times’ is van het voorplan verdwenen), in de back catalogue van zijn muzikale hinterland en folkloristische roots. Zo mag ik hem in ieder geval héél graag horen.

Ook de muzikanten die hij heeft opgetrommeld om hem bij te staan (Dylan heeft wat de productie betreft weer zelf de honneurs waargenomen), mogen er wezen. Alleskunner David Hidalgo van Los Lobos is er weer bij, en ook de andere musici (onder andere Tony Garnier op bas en Charlie Sexton op gitaar) zijn beproefde sessiemuzikanten. De instrumentale ondersteuning is dan ook top, wat altijd belangrijk is, want hiermee wordt alvast de basis van een goeie plaat gelegd, en dat beseft Dylan als geen ander.

Wat meteen bij de eerste tonen van ‘Duquesne Whistle’ opvalt, is dat Dylan nog lang niet versleten is. Meer zelfs, de man lijkt nog wel een plaat of vijf in zich te hebben. Ik kan me nog goed de videoclip van dat nummer voor de geest halen. Daarin zagen we Dylan door de straten kolken met een soort posse; uiterst vermakelijk. Laten we echter de essentie daarbij niet vergeten; ‘Duquesne Whistle’ is een steengoede single. Met dank aan Dylan’s maatje Robert Hunter, die nog eens mocht meeschrijven. De groove die het nummer draagt, is haast onweerstaanbaar.

Daarna wordt er met ‘Soon After Midnight’ wat gas teruggenomen; resultaat is een tragere song, die me wel met gemak weet in te palmen. Dylan betoont zich op tekstueel vlak een romantische ziel, met zinsneden als I’m searching for phrases, to sing your praises. De tekst wordt echter steeds donkerder, van gevaar (A gal named Honey, took my money; she was passing by) over onheil (They lie and dine in their blood / I’ll drag his corpse through the mud) naar pure desolaatheid (It’s soon after midnight; and I don’t want nobody but you). Dylan draaft zo in minder dan 4 minuten over een scala aan gevoelens, en blijkt zo nog steeds in staat veel van zichzelf in één liedje te steken, zodat het een vertederend, onthutsend karakter krijgt.

‘Narrow Way’ heeft weer een wat vinniger karakter, maar heeft nooit tot mijn favorieten behoord. Het past iets minder in de geest van het album, heb ik altijd het gevoel. Daar hoeft niemand het verder mee eens te zijn, het is slechts een gevoel. ‘Long and Wasted Years’ is dan weer een ander paar mouwen. Deze song is weer wat korter, maar waar andere artiesten hun kortere songs steevast met pinnetjes bedekken, doet Dylan het omgekeerde; een zacht, tot contemplatie uitnodigend nummer is het resultaat. Hier horen we ook een eerste verwijzing naar The Beatles (Shake it up baby, twist and shout), die verder op de plaat (en in het bijzonder John Lennon) nog aan bod zullen komen.

Dan komen we aan bij een ware tekstuele hoogvlieger, en omdat het ook instrumenteel heel erg snor zit (denk Zappa, of anders David Crosby), is dit gewoon één van Dylan’s beste nummers sinds ‘Blood on the Tracks’. Een gewaagde uitspraak, ik weet het, ik zal ze dan ook wat toedichten. De sfeer die door de muzikanten wordt geschept, houdt het midden tussen kabbelend en gejaagd, maar ook weer niet exact het midden. Er wordt soms een stukje buiten de lijntjes gekleurd (vooral de elektrische gitaar en bas tonen zich hier grootmeesters in). De tekst van Dylan is opvallend bijtend, met de slagzin I pay in blood, but not my own als filosofisch fundament. Vooral onderstaande strofe vind ik markant:

Another politician pumping out the piss;
Another angry beggar blowing you a kiss;
You got the same eyes that your mother does;
If only you could prove who your father was;
Someone must have slipped a drug in your wine;
You gulped it down and you cross the line;
Man can’t live by bread alone;
I pay in blood, but not my own.


Meesterlijk, waarlijk. En zo gaat het maar door. De bittere schoonheid van het nummer heeft iets onbeschrijfelijks, zoals de meeste bijzondere songs. Ik laat verdere analyse dan ook achterwege, en kies ervoor om de magie zijn werk te laten doen, en er gewoon van te genieten.

‘Scarlet Town’ doet karakteristiek, zoals eerder gezegd, denken aan de hoes, maar heeft een dubbele bodem. De begeleiding zorgt namelijk ook voor iets sinisters. Die dreigende echo van een viool op de achtergrond mist zijn effect niet, en zelfs het mandolinespel heeft, als je er even voor gaat zitten, iets onheilspellends. ‘Scarlet Town’ lijkt Dylan’s versie van Sodom dan wel Gomorra (de Bijbelse tweelingsteden die hij maar al te goed zal kennen); een onguur oord waar allerlei zaken gebeuren die het daglicht niet verdragen (Set ‘em Joe, play “Walkin’ the Floor”; play it for my flat-chested junkie whore) . Tegelijkertijd is het een plaats van hoop, waar universele waarheden hoogtij vieren (If love is a sin, then beauty is a crime; all things are beautiful in their time). Het is, al bij al, een paradox: The evil and the good livin’ side by side.

Het volgende nummer, ‘Early Roman Kings’, is zwaar onderhevig aan de blues van Muddy Waters, en klinkt simpelweg als een rip-off. Dat zal het, hoogstwaarschijnlijk, ook wel zijn, maar dat Dylan niet eens een bron of inspiratie vermeld, toont nog maar eens zijn rebelse en tegendraadse karakter. Mooi is het misschien niet, maar goed. ‘Early Roman Kings’ valt echter, net als ‘Narrow Way’ (dat me ook wel wat aan Waters doet denken) een beetje uit de toon, en daarmee ook uit de boot; het zwakste nummer van de plaat.

Laat dat de feestvreugde vooral niet ondermijnen, want met ‘Tin Angel’ toont Dylan meteen daarna dan weer het andere uiteinde van zijn kunnen. Waar ‘Scarlet Town’ op een schoorvoetende manier sinister klinkt, wordt op ‘Tin Angel’ niets aan het toeval overgelaten; de hele song ademt iets onguurs. Dat bedoel ik geenszins negatief, want dat geeft de song meteen ook heel veel ziel en drive. Bovendien is Dylan ook tekstueel weer op de top van zijn kunnen; die eerste strofe alleen al:

It was late last night when the boss came home;
To a deserted mansion and a desolate throne;
Servant said: “Boss, the lady’s gone;
She left this morning just ‘fore dawn”.


Dylan moet ongelooflijk geïnspireerd zijn geweest, want met de tekst van ‘Tin Angel’ kan je een heel aantal vellen vullen. Dat vind ik vaak zo mooi aan Dylan; dat hij geen kortaangebonden teksten schrijft, zijn heil veelal zoekt in woordspelletjes en niet vervalt in clichés. Akkoord, hij heeft z’n mindere periodes gehad (wie heeft die niet in ruim vijftig jaar?), maar dit is toch wel uitzonderlijk sterk.

‘Tin Angel’ blijkt op dat vlak echter slechts een opmaat voor de ware krachttoer van het album; de titeltrack, een epische vertelling over de ramp met de Titanic. Het was overigens op basis van deze albumtitel dat critici ervan uitgingen dat het Dylan’s laatste plaat zou worden; ‘The Tempest’ was namelijk ook Shakespeare’s laatste stuk. Dylan ontkrachtte dat gericht echter, door te stellen dat het aan- of afwezig zijn van het bepaald lidwoord van groot belang was. Hij zou ook nog gelijk krijgen, getuige zijn nieuwe album (dat echter wel uit covers bestaat).

Maar goed, het titelnummer dus. Tja, wat kan je daar nou nog over vertellen? In mijn ogen is dit gewoon een weergaloze song, een lange eulogie aan vermaarde, vergane gigant uit het verleden. Ik zet ‘m in het rijtje ‘Desolation Row’ / ‘Sad-Eyed Lady of the Lowlands’, met het risico op kritiek. Een belangrijk verschil met bijvoorbeeld ‘Desolation Row’ is echter dat deze tekst een veel realistischer karakter heeft, waar ‘Desolation Row’ een unieke melange van impressionisme en surrealisme is, met culturele referenties à gogo. Of Dylan zich voor de personages op feiten heeft gebaseerd, of het volledig eigen hersenspinsels zijn, laat ik in het midden; ik ervaar de tekst het liefst met een zo vrij mogelijke interpretatie; mijn eigen fantasie mag er ook nog iets aan hebben, toch?

Muzikaal wordt de tekst van Dylan mooi van opsmuk voorzien, en ik ontwaar ook een Keltisch tintje. Niet gek, daar het luxeschip in Southampton aanmeerde, en van daar onwetend op zijn eigen ondergang afstevende. Het nummer bestaat uit exact 45 strofes, en slaagt er op uiterst verdienstelijke wijs in gedurende bijna een vol kwartier geen seconde te vervelen. Als ik dan al ‘ns een occasioneel traantje laat, is het uit ontroering: Jim Backus smiled, he never learned to swim; saw the little cripple child, and he gave his seat to him.

De afsluiter van het album is een eerbetoon aan een andere legendarische songsmid, John Lennon. Jammer genoeg werd hij veel te vroeg uit het leven gerukt, door een klojo die toevallig ‘The Catcher in the Rye’ van J.D. Salinger had gelezen. ‘Roll on John’ staat bol van de referenties, en verwijst onder andere naar ‘A Day in the Life’ (I heard the news today, oh boy), de heimat van Lennon (From the Liverpool docks to the red light Hamburg streets) en speelt ook wat met de oude bandnaam van The Beatles (Down in the quarry with the Quarrymen). Bovendien is het fragment “Playing to the big crowds, playing to the cheap seats” volgens mij een slimme verwijzing naar Lennon’s beroemde opruiende quote:

For those of you in the cheap seats I'd like you to clap your hands to this one; the rest of you can just rattle your jewelry!


‘Roll on John’ is een mooie afsluiter, majestueus en raak. Een sonate van de ene Meester aan de Andere. Met hoofdletter.

Met ‘Tempest’ bewees Dylan in 2012 nog lang niet stuk te zijn. We zijn nu drie jaar verder, en echt nieuw geschreven materiaal is er sindsdien niet meer uitgekomen. De kwaliteit van deze CD doet mij echter nog steeds hopen op een nieuw album, met teksten van Dylan’s hand, en een instrumentele inkadering door rasmuzikanten waar Dylan zich goed mee kan amuseren. Want dat spreekt toch ook wel boekdelen, als je het album hebt beluisterd. Ik hoor geen uitgebluste, afgeschreven oudje; ik hoor een vitale, levenslustige muzikant en schrijver in hart en nieren.

4,5 sterren

avatar van Wandelaar
4,0
Er zijn albums die je niet elke week beluistert en waarbij je gevoelsmatig een bepaalde reserve hebt, een zekere moeite moet doen, je ertoe moet zetten. En, je raadt het al, Tempest ís zo'n album.

In 2012 keek ik met gespannen verwachting uit naar het album. Na drie jaar was Dylan weer in een studio gesignaleerd. Wat zou het nu weer zijn. Het fenomeen had weer eens toegeslagen. Tien gloednieuwe songs in 68 minuten. Zou het misschien zijn laatste zijn?

Natuurlijk, zijn stem, die was al een tijdje naar z'n grootje en daar klinkt het ook wel naar. Of dat de hele waarheid is over die stem, weet je bij Dylan nooit zeker. Kan ook best zijn dat hij speelt met de versleten klank, zich maskeert achter een soort tijdloze oudheid. De man die alles al gedaan en bedacht heeft, hele generaties voor zich won en van zich vervreemdde, de spreekbuis en de dromenvanger van 'the sixties', de lichtbrenger en de klaagzanger, spreekt hier opnieuw zijn orakel uit. En iedereen springt bovenop zijn teksten en begint te analyseren. Wat bedoelt Dylan hier nu toch mee!?

Laat ik het nuchter bekijken. Geheimzinnigheid hoort bij de act van Dylan. Natuurlijk laat hij ook hier niet het achterste van zijn tong zien. Hij kijkt wel uit. Geen zielenknijperij, geen emotionele rollercoasters. We gaan hem echt niet beter leren kennen nu. Dylan draagt zijn masker. En speelt er mee. Daarom: ik laat de tekst met rust. Het is, goed beschouwd, verpakkingsmateriaal. Interessant genoeg misschien voor het Nobel comité, maar een boodschap of een diepere laag hoef je er niet in te zoeken. De boodschap, als die er al is, is alleen bestemd voor dhr. Robert Allen Zimmerman zelf.

Wat dan wel? Om te beginnen: de sfeer. Hier wordt een sfeertekening gemaakt en met grote precisie. Het genre dat de troubadour hier hanteert is dat van de countryblues. Met popmuziek heeft dat niets te maken. Het is de klank en de wereld van de verliezers in de harde Amerikaanse samenleving. De onderstroom. Zwervers, misdadigers, moordenaars en pechvogels horen daarbij. De mensen voor wie hun wereld in rook opging. Daarbij sluit Dylan zich aan. Als je zo graag een statement wilt, nou dan heb je er één.

Verder niet analyseren dus. De country wordt vooral hoorbaar door bandlid Donnie Herron, die de steel guitar, de banjo, de mandoline en de viool hanteert. Dan heb je Nashville niet meer nodig.
Verder Tony Garnier, sinds het begin van de Never Ending Tour Dylan's vaste basplukker, Davis Hidalgo, gitarist, violist en accordeonist van Los Lobos, huisgitarist Stu Kimball en drummer George G. Receli, voorwaar een zeer capabel bandje. De blues beweegt zich niet steeds netjes in 'twelve bars' maar zit ingebakken in het idioom van dit album.

Tempest, een wervelwind of een storm in een glas water. Zoals de Titanic niet zonk door harde wind en hoge golven maar door een onverwachte dreiging vanonder de zeespiegel, veroorloof ik me de beeldspraak door te trekken naar dit album en kom dan uit bij wat er zich onder de oppervlakte afspeelt. En dat is giswerk, dat geef ik toe. Dylan schudt de tijd van zich af en zoekt de eeuwigheid. Dat is de onderstroom. Zoals hij op de navolgende albums zijn profetische mond gesloten houdt, is het alsof er hier nog een paar schoten gelost moeten worden. Bloed stroomt er. Moord, verraad, onrecht, pijn maar ook verzoening, zoals met John Lennon. Titelnummer Tempest is idioot lang natuurlijk. Ik zie hem grijnzen vanonder zijn hoed. Zoek de zeven verborgen wijsheden, beste Dylanvreters. Maar ach, ze zijn er niet. Het is maar een plaatje. Een beeld, een schilderijtje. Zijn laatste echte? Zou best eens kunnen. Je weet het nooit met Bob Dylan.

Nee, echt juichen deed ik niet, toen ik in september 2012 ongeduldig de downloadversie afspeelde. Wist ik veel dat ik er een decennium over zou doen dit album een beetje te gaan begrijpen ...

avatar

Gast
geplaatst: vandaag om 09:48 uur

avatar

geplaatst: vandaag om 09:48 uur

Let op: In verband met copyright is het op MusicMeter.nl niet toegestaan om de inhoud van externe websites over te nemen, ook niet met bronvermelding. Je mag natuurlijk wel een link naar een externe pagina plaatsen, samen met je eigen beschrijving of eventueel de eerste alinea van de tekst. Je krijgt deze waarschuwing omdat het er op lijkt dat je een lange tekst hebt geplakt in je bericht.

* denotes required fields.