“It sounded like the man who made Astral Weeks was in terrible pain, […] but there was a redemptive element in the blackness, ultimate compassion for the suffering of others, and a swath of pure beauty and mystical awe that cut right through the heart of the work.”
Lester Bangs
Al meer dan een jaar zit ik op deze site, en nog steeds heb ik niks verteld over mijn persoonlijke favoriet. Waarom? Wel, omdat ik niet zo goed weet wat ik moet vertellen. Mijn waardering voor deze plaat is moeilijk in woorden te vatten, denk ik. Nou ja, ik ga het nu gewoon proberen, en wie weet, misschien valt het reuze mee.
Ik leerde deze plaat kennen op de middelbare school. Een vriend van mij had hem eens geleend van de economieleraar, die hem de informatie meegaf dat hij het één van de mooiste platen ooit vond. Al snel kreeg ik hem ook te horen. Van die eerste luisterbeurten weet ik eigenlijk bar weinig meer, behalve dat ik nog nooit zoiets gehoord had en dat ik het al snel erg mooi vond. Een jaartje en diverse luisterbeurten later besloot ik, tijdens zo’n u allen vast wel bekende ‘doorbraakluistersessie’, dat dit eigenlijk misschien wel het mooiste album was dat ik kende. Verandering is daar sindsdien nooit in gekomen.
Astral weeks lijkt te zijn opgenomen door een man die door het leven overdonderd is, zich geen raad weet met de pijn die hem ten deel valt, zijn eenzaamheid en de machteloosheid van het individu ten overstaan van het lot. Dit was duidelijk een man die in een moeilijke, cruciale fase van zijn leven zat, en Morrison schijnt dan ook niet bepaald genietbaar te zijn geweest tijdens de opnamen. John Cale, die in dezelfde studio een album aan het opnemen was, doet verslag:
"Morrison couldn't work with anybody, so finally they just shut him in the studio by himself. He did all the songs with just an acoustic guitar, and later they overdubbed the rest of it around his tapes."
Wie
Astral weeks goed kent, kan dit verhaal nogal ongelooflijk in de oren klinken. Het samenspel klinkt namelijk alsof dit groepje muzikanten elkaar door en door kent. Bangs omschreef het prachtig:
”They seem to be dwelling inside of each other’s minds”.
De muzikanten waar Morrison de plaat mee op moest nemen, was een groepje doorgewinterde jazzmuzikanten. Ik weet niet wie verantwoordelijk is voor de rekrutering van deze lui (ik denk producer Lewis Merenstein), maar hij had het niet beter kunnen doen. Ik denk dan ook dat
Astral weeks zonder deze uitzonderlijke cast wel eens een stuk minder legendarisch had kunnen uitvallen. Als eerste noem ik Richard Davis op contrabas, die zó goed aanvoelt wat deze composities nodig hebben dat hij de nummers zelf lijkt te hebben geschreven. Er gaat een magie uit van zijn spel zoals ik nergens eerder heb gehoord. Jay Berliner op gitaar (Die net als Davis ook heeft gespeeld op Mingus’
The black saint and the sinner lady), Connie Kay op drums, Warren Smith, Jr. op percussie, John Payne op fluit en Larry Fallon’s strijkersectie, allemaal leveren zij een formidabele bijdrage aan dit unieke stukje muziek.
Astral weeks is opgedeeld in twee delen van 4 nummers: “In the beginning” en “Afterwards”. Het eerste deel lijkt een romantische terugblik op zijn jeugdjaren in Ierland, waarin hij verhaalt over zijn vervreemding van de wereld (
Astral weeks), zijn vriendschappen (
Beside you) en zijn eerste liefde (
Sweet thing), waarna hij in het tweede deel de conclusie lijkt te trekken dat hij die jeugdjaren nu definitief achter zich heeft gelaten (Hij heeft Ierland verlaten en woont nu in Boston). Dit wordt misschien het best duidelijk in
Madame George, met de tekst
“Say goodbye” die hij steeds maar herhaalt en herhaalt.
If I ventured in the slipstream
Between the viaducts of your dream
Where immobile steel rims crack
And the ditch in the back roads stop
Could you find me?
Would you kiss-a my eyes?
To lay me down
In silence easy
To be born again
Met deze cryptische zinsneden introduceert het titelnummer ons in de wondere wereld van
Astral weeks, een magische wereld waar Morrison de realiteit lijkt te willen ontvluchten:
I ain’t nothing but a stranger in this world
Gotta home on high
In another land
So far away
Way up in the heaven (4x)
In another place
In another time
Het prachtige samenspel van Berliner en Davis, gecomplementeerd door Payne’s heerlijke gefluit (Waar de rattenvanger van Hamelen nog een puntje aan kan zuigen

), culmineert na 4:30 in een alsmaar stijgende en vervolgens alsmaar dalende melodieboog van de strijkers, waarna het nummer in de laatste minuut heel rustig, haast ongemerkt, tot stilstand komt, alsof je ontwaakt uit een droom.
Beside you dan. Berliner steelt de show met uitermate subtiel gitaarspel. Het nummer is doorwrocht van pijn, en die wordt hier bijzonder effectief op de luisteraar overgedragen, middels de trieste melodielijnen van gitaar en bas en de verdwaalde fluit die niet lijkt te weten wat hij moet doen, maar vooral natuurlijk door de hoogst emotionele zang van Morrison.
You turn around you turn around you turn around you turn around
And I'm beside you
Beside you
Oh darlin'
To never never wonder why at all
No no no no no
To never never never wonder why at all
To never never never wonder why it's gotta be
It has to be
De eerste zin van dit citaat is exemplarisch voor het album: Morrison lijkt geobsedeerd met het alsmaar herhalen van sommige teksten. In hetzelfde nummer herhaalt hij 4 maal snel achtereen
You breathe in you breathe out, alsof hij op die manier je hartslag op wil voeren naar ongekende hoogten. De climax van het nummer is hartverscheurend en geeft me iedere keer weer kippenvel.
Vervolgens komt
Sweet thing, een van de goddelijkste liefdesliedjes ooit geschreven. Het prachtige gitaarloopje, overlopend van levensvreugde, de schitterende cadans van de ritmesectie en de hemelse strijkersectie, alsmede de prachtige tekst en zang zijn voor mij nog altijd één van de beste godsbewijzen die ik ken.
And you shall take me strongly
In your arms again
And I will not remember
That I even felt the pain.
We shall walk and talk
In gardens all misty and wet with rain
And I will never, never, never
Grow so old again.
Schitterend. :’)
Cyprus Avenue is het eerste nummer waarin daadwerkelijk een verhaal wordt verteld. Het is het verhaal van een man die in een wagen zit te kijken naar een 14-jarig meisje dat van school naar huis loopt (langs Cyprus Avenue). Hij is smoorverliefd:
And I'm caught one more time
Up on Cyprus Avenue
And I'm conquered in a car seat
Nothing that I can do
Ook verderop in de tekst komt zijn hulpeloosheid tot uiting. Het is een onmogelijke liefde, die hem gek maakt, hij gaat er bijna aan onderdoor.
My tongue gets tied
Every time I try to speak
And my inside shakes just like a leaf on a tree
In dit nummer wordt overigens als enige gebruik gemaakt van een klavecimbel, die het nummer een mooi barok geluid geeft.
Tijd voor de vreemde eend in de bijt:
The way young lovers do. Duidelijk het meest normale, up-tempo nummer op het album. Ik vind het ook meteen het minst op zijn plaats op dit album, al is het natuurlijk nog steeds een fantastisch nummer.
Het 10 minuten durende
Madame George is misschien wel (samen met Cyprus Avenue) het emotionele middelpunt van het album. Een hypnotische gitaarrif doorkruist het volledige nummer, het lijkt wel een waltz in 4/4. Fallon is geweldig op viool. Voorzover ik uit de (ietwat cryptische) tekst kan opmaken, handelt het over een feestje, gegeven door een travestiet, al niet erg jeugdig meer, die eigenlijk alleen maar wordt uitgelachen door de jonge gasten, ondanks haar affectie voor hen (
And as you're about to leave, she jumps up and says: Hey love, you forgot your gloves). Als het eten en de drank op is, wordt ze vervolgens als het ware bij het oud vuil gezet. Symbolisch voor deze grove behandeling is de wind en regen die het hele nummer door aanwezig zijn en op het einde zelfs worden vergezeld door hagel en sneeuw.
Na dit bijzonder droevige nummer blaast
Ballerina weer wat levensvreugde in het album. De speelse vibrafoon en de schalks steeds weer van octaaf wisselende contrabas zijn hier vooral debet aan. De tekst lijkt ook de positieve kanten van het leven weer bovenop te vinden:
But if it gets to you
And you feel like you just can't go on
All you gotta do
Is ring a bell
Step right up, and step right up
And step right up
Just like a ballerina
Stepping lightly
Rest
Slim slow slider, een kort nummer, maar desondanks één van de grote hoogtepunten van het album. Naast Morrison’s akoestische gitaar doen alleen Davis’ contrabas en Payne’s fluit mee. Het samenspel is hemeltergend mooi. Dit nummer heeft ineens niets meer van de vreugde van
Ballerina, maar is een inktzwart verhaal over een verloren liefde die haar ondergang tegemoet gaat. Of die ondergang letterlijk of metaforisch is, weet ik niet, maar het is een bekende theorie dat de
Slim slow slider een heroïnespuit is. Hij sluit af met:
I know you're dying, baby
And I know you know it, too
(2x)
Everytime I see you
I just don't know what to do
Direct na de laatste zin, slaat Morrison een aantal maal spastisch op de klankkast van zijn gitaar, Davis trekt heftig aan zijn snaren en Payne perst er nog een laatste rits kakofonische noten uit, tezamen wellicht een metafoor voor het uitblazen van de laatste adem. En zo plotseling als het begon is het ineens weer voorbij.
De ware magie, mystiek en buitenaardsheid van dit album zit hem voor mij in nummers 1-3 en 8, maar
Cyprus Avenue en
Madame George vertellen zulke ultieme verhalen over eenzaamheid, onmacht en pijn, dat ze er maar bar weinig voor onderdoen. Rest mij niets anders dan de welverdiende 5/5 uit te delen, en dan schei ik er eens mee uit.
