Drie jaar geleden wist David Bowie na een tijd van stilte te verrassen met het sfeervolle rockalbum The Next Day. Het was vooral een plaat die hem terug deed werpen naar de jaren zeventig, kenmerkend en niet geheel vernieuwend. De personages die hij in zijn leven vertolkte bleken niet alleen zijn successen te omhullen, maar betekenden tegelijkertijd bijna zijn ondergang. Bowie kan zich echter als geen ander totaal inleven in zijn personages, om de wereldse vragen in zijn meest experimentele muziekstukken te verwerken. Blackstar laat opnieuw deze experimentele kant uit het Bowie’s universum zien. Vernieuwend in zijn jazzy klanken met bandleider en saxofonist Donny McCaslin en de hedendaagse ontwikkelingen in de beats met de percussie van Mark Guiliana. Het album weet verwijzingen naar het oude werk van Bowie tot in de kleinste details te verwerken en gaat in het op donkere kant van het geloof en de gebeurtenissen die de hedendaagse wereld in haar greep houden.
De donkere en grauwe klanken doen haar intreden in de titelsong Blackstar. Het drumritme van Guiliana dat Bowie’s religieuze gebed ten gehore brengt kent de toevoeging van de saxofoonklanken van McCaslin. Het meeslepende geheel voert zich de jazzy sferen in, al weten de teksten je rechtstreeks de beangstigende hedendaagse wereld in te slingeren. Wanneer de buitenaardse klanken met de strijkers en keyboards neerdalen doet Major Tom zijn herintrede. Het personage dat Bowie aanneemt weet zich van het geloof bewust te maken om zijn ware identiteit in delen te onthullen. Het trage ritme smeedt de muzikale gedeeltes in zijn jazzy en funky klanken tot een sfeervol geheel, waarbinnen de orgels, strijkers en blazers een prominente rol innemen. Het al eerder verschenen ‘Tis a Pity She Was a Whore krijgt op de albumversie een extra dimensie door de pianoklanken en de toevoeging van een koor. De klappen op de bekkens weten dit door het 17e-eeuwse toneelstuk van John Ford beïnvloede nummer via de saxofoonklanken de vloek van de oorlog in te jagen. McCaslin heeft zijn band stevig in de hand, met de losse solo’s en experimentele keyboardklanken. Het verraad sluipt de controle binnen in de jazz-fusion van het nummer.
De Bijbelse referenties keren terug in Lazarus, de man die vier dagen na zijn dood tot leven werd gebracht door Jezus. Op het album weet Bowie het personage Thomas Newton uit zijn musicalproductie eigen te maken. The Man Who Fell To Earth leeft op in de ontspannende klanken van de drums, basgitaar en blazers. De littekens uit het verleden doen David’s gitaarsolo de diepte in werken van zijn personage. Het gevaar dat op de loer ligt, maar toch een blik op zijn persoonlijke leven weet te brengen. Een overweldigende solo van McCaslin weet opnieuw het beste uit het geluid van de band te halen. Zwaar beladen, maar toch ook ontspannend in zijn vrijheid. De rock en dance kunnen zich op ongenaakbare wijze fuseren op Sue (Or in a Season of Crime). De bewerking van Bowie’s nummer uit 2014 is voornamelijk hoorbaar in het krachtige gitaarspel van Ben Monder en de aanwezige snaredrums van Mark Guiliana. Het snelle ritme doet de synths het bedrog en de veranderende maatschappij invoeren. Bowie klinkt aangeslagen en weet met zijn hoge vocalen het verhaal zijn tragische randje te geven.
Op Girl Loves Me is een plaatsje weggelegd voor de taal die Alex uit Anthony Burgess’ A Clockwork Orange bedacht. Het Britse jargon dat gebruikt werd door homoseksuele mannen in de vroegere tijden van Londen wordt door Bowie vertolkt in het beatgevoelige nummer. Emotioneel qua toon en compact in de muzikale uitvoering. Jason Lindner is verantwoordelijk voor de terugkerende keyboardklanken van het verder door de percussie van Guiliana en strijkers van Bowie aangevoerde nummer. Dollar Days doet Bowie in de pianoklanken van Lindner terugdenken aan de gouden jaren en het verre Britse platenland. McCaslin weet een fijne saxofoonsolo neer te zetten, waar de carrière van Bowie in korte terugblikken aan ons voorbij trekt. Zijn gitaarspel werpt zich op tegen het onderliggende ritme, hem verder wegvoerend van de publiciteit en zijn jeugdige bestaan. Bowie ten tijde van Low keert terug in de slottrack I Can’t Give Everything Away. De doorlopende beat en de strijkers slepen het nummer naar de afstandelijkheid van het media-circus waar Bowie in zijn carrière door omring wordt. Echter behoud hij genoeg voor zichzelf om zijn muzikale en kunstzinnige vrijheid te garanderen. Het nummer bouwt zich gestaag op, met een uitmuntende gitaarsolo van Monder en voortdrijvende blazersklanken van McCaslin. Een uiterst fraai slotstuk, waarin Bowie op tekstueel gebied zoveel weggeeft als alleen hij kan permitteren.
David Bowie’s creativiteit en eigenzinnigheid vangt hij op in de verpletterende muzikale klanken van Blackstar. Waar The Next Day nog vrij toegankelijk was en qua innovatie weinig teweeg bracht, zet Bowie met Blackstar een experimentele en diepzinnige plaat neer. De keuze voor Donny McCaslin als saxofonist en bandleider pakt perfect uit in de muzikale wegen die Bowie op het album bewandeld. De basis in de jazz legt zijn geloofsovertuigingen, de veranderende maatschappij en zijn positie tegenover de pers op intrigerende wijze neer, om er met de toevoeging van beats, synths en gitaren een krachtige samensmelting van te maken. In zijn cryptische en scherpe teksten geeft hij misschien niet alles weg, maar dat is ook precies waar Bowie zijn kracht nog steeds ligt. Samen met de sterke productie van Tony Visconti laat hij zien wat voor een ster hij is en hoe hij in zijn lange carrière het licht over ons laat schijnen.
4*
Afkomstig van
Platendraaier.
Hoogtepunten Blackstar, Lazarus en 'Tis a Pity She Was a Whore.