Wat worden we toch verwend dit jaar! Na nieuw materiaal van Slowdive, Gorillaz, Elbow en vele andere gevestigde waarden krijgen we deze zomer ook nog een kersverse langspeler van QOTSA op ons bord. Hoe die smaakt komt u zo dadelijk te weten.
Na het zeer degelijke, maar iets minder goed onthaalde ‘Era Vulgaris’ uit 2007, liet de band van frontman Josh Homme even niets van zich horen. Maar liefst zes jaar moesten de fans wachten op een nieuwe LP. Gelukkig was ‘…Like Clockwork’ het wachten meer dan waard. Op hun zesde plaat liet de band een erg verfrissende mengelmoes van desert/stoner rock en art rock horen met hier en daar een toefje classic hard rock. De diepgang en de donkere sound van de meeste nummers waren mede toe te schrijven aan de moeilijke periode die Homme meemaakte in 2011, tijdens een moeizaam herstel van een knie-operatie. Op het album was geen enkel slecht nummer te bespeuren, wat me doet vermoeden dat ‘…Like Clockwork’ een al dan niet bescheiden klassiekerstatus zal verwerven, althans binnen dit decennium. Voor deze nieuwe plaat ‘Villains’ hoopte ik eerlijk gezegd op meer van hetzelfde. Maar hebben we dat wel gekregen?
‘Villains’ gaat al minstens even mysterieus van start als zijn voorganger met de onheilspellende intro van ‘Feet Don’t Fail Me’. We horen een mars-achtig drumritme en langzaamaan komen er spookachtige synths uit de duisternis opdoemen. Ik krijg lichte 80’s vibes en dat is zeker niet slecht. Plots zitten we in een vette groove en valt Homme in met enorm zwoele vocalen. Het album is geproduced door Mark Ronson en dat is eraan te horen: het funk-gehalte van de nummers komt sterk naar voor. Toch wordt het nergens te plat, dit soort geluid bevalt me wel!
“Life is hard, that’s why no one survives
I’m much older than I thought I’d be
Feel like a fool, just like a dancing fool, yeah
Footloose and fancy free”
Het openingsnummer sluit naadloos aan op track 2, zijnde ‘The Way You Used To Do’, tevens ook uitgebracht als single. De gitaren klinken glammy en de bas gaat naar de voorgrond. De band neigt op dit moment meer naar de glamrock van T. Rex dan naar Kyuss, waar hun roots liggen. Maar laat ik dat nu net niet erg vinden. De ietwat dreigende sound van ‘…Like Clockwork’ wordt lichtjes teruggeschroefd en swingender gemaakt, wat zorgt voor een aparte luistervaring.
Volgend nummer, ‘Domesticated Animals’, werpt echter doomy vibes op met een typische, spookachtige QOTSA-intro. Homme gidst ons doorheen het nummer naarmate het tempo erin begint te komen. We krijgen vervolgens een hakkende beat en een grommende, vuile bas. Wat wil je nog meer? We zitten helemaal in de flow van het album. Opmerkelijk is de vrij lange speelduur van de meeste nummers op dit album. Gelukkig valt er gedurende de 5 minuten van ‘Domesticated Animals’ genoeg te beleven: tempowisselingen en een interessante soundscape; gecreëerd door de keyboards. Het nummer is een echte trip geworden.
Ook bij ‘Fortress’ wordt de tijd genomen om rustig de juiste toon neer te zetten. Homme klinkt minstens even spooky als op ‘…Like Clockwork’; en de muziek volgt zijn sinistere zang. Het is een nummer dat het wat mij betreft van de sfeer moet hebben. Wat ik hier vooral mis is een beetje dynamiek. Hier duren de 5 minuten merkbaar langer dan bij de voorganger. Desalniettemin klinkt het allemaal weer erg goed. Ook de lyrics zijn hier sterk en zelfs gevoelig voor QOTSA-normen.
“Every fortress falls
It is not the end
It ain’t if you fall
But how you rise that says who you really are
So get up and come through
If ever your fortress caves
You’re always safe”
Waar ‘Fortress’ een beetje gezapig (meer ook emotioneel) was, begint ‘Head Like A Haunted House’ meteen veel steviger. Op dit nummer hoor ik een fijne synthese van (psycho)rockabilly en de goeie, vertrouwde QOTSA-sound. Met gemak één van mijn favoriete nummers op het album, samen met ‘Feet Don’t Fail Me’. Meer van dit graag!
Wat songtitels betreft ben ik geen fan van gevatte (of vreemde) woordspelingen zoals ‘Un-Reborn Again’. Dit deed me met een bang hart terugdenken aan ‘ManUNkind’ van Metallica en het zielloze ‘Good God Damn’ van Arcade Fire. Gelukkig houdt de vergelijking ook op bij de titel. What’s in a name, tenslotte? Muzikaal is dit liedje weer dik in orde. Er gebeuren interessante dingen met de gitaar en ook de synths zorgen weer voor leukigheidjes hier en daar. Waar nodig komt een bulldozer van gitaarlawaai even voorbij om ons te laten shaken.
‘Hideaway’ klinkt niet onaardig en is een leuk deuntje maar is verder niet om over naar huis te schrijven. Daar is eigenlijk alles mee gezegd.
Wanneer ‘The Evil Has Landed’ begint, besef ik dat het album me tot nu toe nog niet heeft doen opveren van enthousiasme of me verrast heeft zoals ‘…Like Clockwork’ dat wel kon. Ergens mist ‘Villains’ iets, maar ik kan er de vinger nog niet op leggen. Misschien ligt het aan het feit dat Mark Ronson zich zodanig gefocust heeft op de groove en het funky aspect van de plaat, dat de rauwe kracht van de band iets teveel getemperd is. De plaat benadert ook qua sound het niveau niet van ‘…Like Clockwork’, wat erg jammer is.
Er is nog een kans dat het album met een geweldige apotheose komt dus zet ik ‘Villains Of Circumstance’ maar op. Met deze afsluiter worden helaas geen potten meer gebroken. De vocale melodieën zijn wel mooi, maar niet interessant om de hele speelduur te boeien. Ook instrumenteel kabbelt het maar wat voort. In plaats van een magistraal crescendo krijgen we een sober afscheid.
Queens Of The Stone Age leveren met hun 7de langspeler een oerdegelijk album af met enkele sterke en interessante songs. Toch zijn er over de hele lijn iets teveel schoonheidsfoutjes en zwakke punten om van een topplaat te mogen spreken. Vooral bij de vergelijking met voorganger ‘…Like Clockwork’ moet dit werkstuk de duimen leggen. Echter niet getreurd, ook met ‘Villains’ valt er weer te smullen. Benieuwd hoe de nummers live zullen overkomen!
Eindscore: 7/10
Deze review is afkomstig van mijn muziekblog
Pop-Pourri , ook terug te vinden op facebook
